Stichting Willibrordusorgel
https://willibrordusorgel.nl/author/fjvanittersum/page/12/
Geplaatst op: 19 februari 2026


Kabinetorgel

Aanvang: u.
Einde: u.

Als derde orgel beschikt de Kathedraal over een kabinetorgel uit ca. 1800. Het is een klein mechanisch orgel. De oorspronkelijke orgelkas is verloren gegaan. Het instrument werd door de orgelmakers Vermeulen aangekocht uit een opgeheven Broederhuis in Roosendaal.

In 1968 kwam het in bezit van Jan Valkestijn, die van 1963 tot 1989 directeur was van het Muziekinstituut van de kathedraal. Hij liet het door de firma Vermeulen restaureren. De nieuwe kas werd vervaardigd door een broeder uit de abdij van Egmond. Aanvankelijk was het in de koorschool opgesteld, maar in 1979 werd het in de kathedraal geplaatst waar het ook wel bekend staat als ‘Valkestijn-orgel’, naar zijn vorige eigenaar.


Bavo-orgel

Aanvang: u.
Einde: u.

Het eerste orgel van de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo werd in 1907 geplaatst toen de tweede bouwfase voltooid was. Het werd gebouwd in een transept boven de Heilige Familie- of Kerstkapel. De architect van de kerk – Joseph Cuypers – ontwierp het front en de opdracht werd verleend aan de firma P.J. Adema & Zoon. Het door Cuypers ontworpen front was nog gedeeltelijk traditioneel, wat uit de aanwezigheid van nog vrij uitgesproken pijpentorens blijkt: een driedelige middentoren en ongedeelde zijtorens met tussenvelden. Het benedendeel kenmerkt zich door een recht labiumverloop, terwijl de pijplengten vanuit de lage middentoren oplopen.

De scheiding tussen beneden- en bovendeel werd bewerkstelligd door brede banden die de bovenlijnen van het pijpwerk in het benedendeel en de voeten van het pijpwerk in het bovengedeelte volgen. Voor het overige werd het verband in het geheel gebracht door brede horizontale lijstwerken waarvoor een geschilderde decoratie was ontworpen. Het front werd in hoofdzaak volgens dit ontwerp uitgevoerd.  Pas in 1924 werd het orgel voltooid.

In 1952 voerde de firma J. Vermeulen uit Alkmaar een ingrijpende restauratie uit, waarbij het Adema-orgel werd uitgebreid. Enige jaren later, in 1961, vergrootte Vermeulen het orgel opnieuw: van een tweeklaviers orgel met vrij pedaal creëerde hij een drieklaviers instrument met 34 stemmen, verdeeld over hoofdwerk, zwelwerk, positief en pedaal. Nieuw was ook het zijpositief dat hoofdzakelijk een neo-barok karakter heeft. Daarnaast werden nieuwe keggelladen vervaardigd en het orgel opnieuw geïntoneerd. In 1996 werden door Flentrop Orgelbouw de tongwerken opnieuw geïntoneerd.


Willibrordusorgel

Aanvang: u.
Einde: u.

In de winter van 1920 op 1921 werd door Joseph Adema een orgel ontworpen voor de Rooms Katholieke kerk St.-Willibrordus buiten de Veste in Amsterdam. Dit ontwerp van 55 stemmen werd echter afgedaan als te ouderwets en vervangen door een nieuw ontwerp met 64 registers. Dit orgel werd in 1923 opgeleverd door Adema. Van een groot aantal stemmen was het pijpwerk nog niet geplaatst, evenals het front.

In 1924 werden enkele tongwerken uit het atelier van Masure (Parijs) in het orgel geplaatst. Twee jaar later werd het orgelfront afgebouwd. Daarnaast werd een Diapason 8’ geplaatst op de plaats van de Ripiëno.

In 1944 werd door Hubert Schreurs het dubbelkoor van de Prestant 16’ verwijderd, evenals de Diapason 8’. De Unda Maris 8’ werd vervangen door een Terts 1 3/5’ vanaf c klein.

Het orgel werd eindelijk in 1949 afgebouwd volgens het bestek. Hierbij werden de laatste tongwerken van Masure (Parijs) geplaatst.

Willibrordusorgel

Het lag in de bedoeling vanaf de vierklaviers speeltafel tevens het koororgel te bespelen.

Bij sluiting van de kerk in 1970 kon het Adema-orgel ternauwernood worden gered van de sloop. Het orgel werd in 1971 door Adema’s Kerkorgelbouw overgeplaatst naar de R.K. St.-Bavo kathedraal te Haarlem.

In 1978 werd het orgel uitgebreid met een Kroonpositief met 11 stemmen in twee kasten.

In 1990 plaatste Adema Kerkorgelbouw (A. Schreurs) een Unda Maris 8’ op het Reciet. Een jaar later werd door de Stichting Willibrordusorgel pijpwerk besteld variërend in lengte van 4,90 tot 9,20 meter. Dit werd gebruikt voor het realiseren van het groot octaaf van de Contrafagot 32’ voet. Het overige pijpwerk werd gebruikt uit een Vermeulen-orgel dat buiten gebruik was gesteld. In mei 1991 werd het register opgeleverd.

In 1995 werden de registratiemogelijkheden uitgebreid door het plaatsen van een aantal Setzercombinaties, de indeling van de speeltafel werd vernieuwd en de dispositie is op enige punten gewijzigd. Op het Groot Orgel werd een Violon 32’ discant toegevoegd. De Scherp op het Kroonpositief moest plaats maken voor een Salicionaal 8’ en een Fluit Harmoniek 8’ vanaf c.

In 1998 is op hetzelfde werk een Klaroen 4’ geplaatst en kreeg het Pedaal een zacht 16-voets tongwerk: een Fagot 16’.

Sedert 1995 geniet het orgel bescherming van rijkswege als historisch Rijksmonument.

Dispositie Willibrordusorgel


Olivier Latry

Aanvang: u.
Einde: u.

Concert in het kader van het Festival 100 jaar Willibrordusorgel. Hiervoor is een toegangskaart vereist.

Programma

Marcel Dupré  (1886 – 1971)  Cortège et Litanie op 19, no 2 (1922)
Maurice Duruflé  (1902 – 1986)  Scherzo, op. 2 (1924)
Alexandre Guilmant  (1837 – 1911)  1ère Sonate :  Final, op. 42 (1874)
Camille Saint-Saëns  (1835 – 1921)  Extraits du « Carnaval des Animaux » (Transcr. Shin-Young LEE) 
–  Aquarium
–  Volière
–  Cygne
Louis Vierne (1870 – 1937) Pièces de fantaisie : Toccata, op. 53 no. 6
Jehan Alain (1911 – 1940)  Aria
Jean Guillou  (1930 – 2019)  Toccata, op. 9 (1963)
Olivier Latry  (1962 – )  Improvisation

Organist

Informatie over Olivier Latry, een van de vier titulaire organisten van de grote orgels van de Notre Dame in Parijs.

Toelichting op het programma

Marcel Dupré was niet alleen organist van de Saint-Sulpice in Parijs, maar sinds 1926 ook leraar aan het nationale conservatorium aldaar. Hij stond bekend als een groot improvisator en gaf in zijn leven talloze concerten. Het tweeluik Cortège et Litanie is oorspronkelijk een deel van toneelmuziek geschreven voor een instrumentaal ensemble. Een uitvoering op piano in New York vormde de aanleiding voor de Amerikaanse impresario van Dupré om hem te vragen er ook een orgelbewerking voor te schrijven, en daaraan voldeed de componist. Later kwam er ook nog een versie voor orgel en orkest. Het tweede deel, Litanie, vormde duidelijk een voorbeeld voor zijn latere leerling Jehan Alain voor zijn eigen Litanies.

Maurice Duruflé liet een klein, maar hoogwaardig oeuvre na waarvan alle stukken getuigen van grote eruditie en aandacht voor het detail. Aan zijn grotere werken bleef hij lang schaven voor hij ze aan de openbaarheid prijsgaf. Hij studeerde orgel bij Charles Tournemire en Louis Vierne en combineerde in zijn composities de liefde voor het gregoriaans van de eerste en de heldere structuur en het impressionistische klankbeeld van de tweede. Van 1930-1975 was hij organist van de Saint-Etienne-du-Mont in Parijs. Het Scherzo is een jeugdwerk, maar bevat reeds alle kenmerken van zijn latere oeuvre. Het is een mooi voorbeeld van zijn vernieuwende symfonische stijl.

Alexandre Guilmant studeerde bij Jacques Lemmens in Brussel en Eugène Gigout in Parijs. Hij was niet alleen van 1871 -1901 organist van de Sainte-Trinité in Parijs, maar ook medeoprichter, leraar en later directeur van de Schola Cantorum in die stad. Tevens was hij orgelleraar aan het Conservatoire National in Parijs. Naast de productie van een groot compositorisch oeuvre, voornamelijk voor orgel, verzorgde hij ook uitgaven van klassieke Franse orgelwerken en maakte hij verschillende concertreizen naar het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Daar gaf hij tijdens de internationale tentoonstelling in 1904 in St. Louis een reeks van 40 orgelconcerten..

Zijn eerste orgelsonate, in d-mineur, verscheen pas relatief laat in zijn oeuvre, op. 42 van de 94 opusnummers. Het werk was opgedragen aan de Belgische koning Leopold II. Het laatste deel is geschreven in driedelige vorm met in de hoek-delen een bruisende toccata. Die hoekdelen omlijsten een koraalthema dat in het verloop wordt onderbroken door het toccata-motief. Aan het slot keren beide thema’s in een stralend d-majeur terug.

Camille Saint-Saëns studeerde orgel bij François Benoist, die eerder de leraar van César Franck was. Hij was aanvankelijk organist van de Saint-Merry en later van het Cavaillé-Coll-orgel in de Madeleine. Hij liet een groot en uiteenlopend compositorisch oeuvre na.

Carnaval des animaux heeft nooit in zijn geheel tijdens zijn leven geklonken, maar delen eruit waren wel bekend zoals Le Cygne (de zwaan) waarvan Alexandre Guilmant al een bewerking voor orgel maakte. Dat ingetogen deel wordt hier omlijst door twee andere delen: de vissen en de vogels, deze avond alle drie in een bewerking van Shin-Young Lee. Louis Vierne studeerde korte tijd bij César Franck en daarna bij Charles-Marie Widor. Hij werd in 1900, na een concours, benoemd tot organist van de Notre-Dame in Parijs waar hij tot aan zijn dood (op 2 juni 1937 achter de klavieren van zijn orgel) werkzaam was. In 1912 werd hij orgelleraar aan de Schola cantorum.

Naast zijn zes symfonieën voor orgel vormen de vier reeksen Pièces de Fantaisie de tweede pijler van zijn orgeloeuvre. Elke suite telt zes, vaak impressionistisch getinte stukken. De Toccata is het laatste deel van de tweede suite en is één brok overrompelende virtuositeit. Het had, bij wijze van spreken, ook als slotdeel van een van zijn symfonieën kunnen dienen.

Jehan Alain studeerde aanvankelijk orgel bij zijn vader Albert en later bij Marcel Dupré aan het nationale conservatorium in Parijs. Hij was organist van de Saint-Nicolas in Maisons-Laffitte en ook enige tijd van de synagoge in de Rue Notre-Dame-de-Nazareth in Parijs. Hij sneuvelde op 20 juni 1940 tijdens een vuurgevecht met een Duitse patrouille. De contemplatieve Aria wordt beschouwd als zijn laatste werk. Er komen veel aspecten van zijn stijl in samen: prachtige melodische ideeën die met elkaar contrasteren, sereniteit, ritmische subtiliteit en modaliteit. Een muzikale parel van een helaas veel te jong gestorven componist.

Jean Guillou studeerde bij Marcel Dupré, Maurice Durufé en Olivier Messiaen. Hij werd organist van de Saint-Eustache in Parijs en maakte ook naam als improvisator, pianist en componist. De Toccata is zijn bekendste orgelwerk. Deze kent naast het beklemmende hoofdthema een tweede meer vredig motief. De “hijgende” begeleiding daarvan ontwikkelt zich tot een derde thema. In tegenstelling tot vele andere toccata’s heeft deze meer een gespannen dan een glorieus karakter.

Tekst toelichting: Ton van Eck

Opnames van eerdere concerten van Olivier Latry op het Willibrordusorgel

2015
2014

Gegevens concert

Toegang: voor dit concert is een toegangskaart vereist.
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2023

Mgr. de Groot Muziekfonds

Sponsoren 2023

Donateursbijeenkomst

Willibrordusorgel Bavo Haarlem
Aanvang: u.
Einde: u.

Vanwege het dubbeljubileum organiseren we een speciale, vrij toegankelijke bijeenkomst voor onze donateurs die, naar we hopen, door velen van u bezocht zal worden en waarvoor u introducé(e)s kunt meenemen.

10.30 – 10.50 u. Inloop met koffie of thee. U kunt dan de kathedraal via de hoofdingang tussen de beide torens betreden.
11  – 11.45 u. Bespeling door Ton van Eck met composities die zijn uitgevoerd tijdens de ingebruikne-
ming van het Willibrordusorgel op 7 november 1923.
11.45 – ca. 12.30 u. Lezing over het Willibrordusorgel in de grote zaal van het Bisschopshuis door Ton van Eck.
ca. 12.30 – 13.30 u. Eenvoudige lunch (broodjes, koffie, thee).

Als u deze bijeenkomst wilt bezoeken, kunt u dit aan ons kenbaar maken door het zenden van een e-mail aan concerten@rkbavo.nl of door het inspreken van de voicemail op de reserveringslijn: 06-82887803 met vermelding van uw naam en of u met één of meerdere personen komt. 

donderdag 19 februari 2026, 06:43 donderdag 19 februari 2026, 06:43


Bert van den Brink en Ruben Drenth

Bert van den Brink
Aanvang: u.
Einde: u.

Concert in het kader van het Festival 100 jaar Willibrordusorgel. Hiervoor is een toegangskaart vereist.

Programma

Four Tops Reach out
Duke Ellington (1899 – 1974) Solitude
Sam Rivers (1923 – 2011) Beatrice
Rolling Stones As tears go by
Frank Loesser (1910 – 1969) If I were a bell
Johnny Green (1908 – 1989) Body and soul
Freddie Mercury (Queen) Bohemian Rhapsody
Gilbert Bécaud (1927 – 2001) Et maintenant

Uitvoerenden

Bert van den Brink speelt samen met Ruben Drenth, trompet.

CV Bert van den Brink

Op vijfjarige leeftijd begon Van den Brink, die blind geboren is, met zijn eerste pianolessen. Hij voltooide zijn studie (klassieke) muziek aan het Utrechts Conservatorium bij Herman Ulhorn in 1982 cum laude. Aanvankelijk gaf hij regelmatig klassieke concerten, maar zijn hart bleek toch het meest bij de geïmproviseerde muziek te liggen, een stijl waarin hij volledig autodidact is. Hij speelt en speelde met grootheden in de jazzmuziek zoals Toots Thielemans, Chet Baker, Clare Fischer, Nat Adderley, Dee Dee Bridgewater en Lee Konitz, maar ook vele Nederlandse grootheden in de jazz zoals Cor Bakker, Hein van de Geyn, Denise Jannah, John Engels, Jules de Corte en Louis van Dijk. Als arrangeur/producer schreef hij onder meer voor het Metropole Orkest en Paul de Leeuw. In 2007 won hij de VPRO/Boy Edgar Prijs. De jury was erg onder de indruk van zijn spel en betitelde dit als “direct herkenbaar, iets wat alleen de grootsten in de jazz weten te bereiken”. (Bron: Wikipedia)

CV Ruben Drenth

Ruben Drenth schrijft over zichzelf:

“Ik ben een jazztrompettist met een voorliefde voor zowel jazz als rock ‘n roll. Door tussen deze genres te kiezen, heb ik de mogelijkheid om nummers te creëren, van zachte jazzballads tot ruige garagerock. Combineer dit met mijn passie voor de eenvoud en soms dwaasheid van de jaren zestig en voila: daar is mijn geluid! Naast muzikant, zowel op het podium als in de studio, geef ik les aan het HKU conservatorium en werk ik als componist, geluidsredacteur en audiotechnicus.”

Toelichting op het programma

Jazz en popmuziek op een traditioneel kerkorgel kan! Zolang ik integer probeer te zijn naar de muziek en het instrument is het zonder meer mogelijk en biedt het ongehoord mooie uitdagingen. Met een musicus naast me als Ruben Drenth die open staat voor dit ongebruikelijke concept wordt het nog vanzelfsprekender en welluidender.
Bert van den Brink

Gegevens concert

Aanvang: maandag 18 september 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: Toegangskaart vereist, zie kaarten Festival 100 Willibrordusorgel. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Mgr. de Groot Muziekfonds

Sponsoren 2023

donderdag 19 februari 2026, 06:43 donderdag 19 februari 2026, 06:43


Lezing met muziek: De strijd tussen goed en kwaad als rode draad

Aanvang: u.
Einde: u.

Op donderdagavond 14 september om 19.45 uur staan de nieuwe ramen van Jan Toorop centraal. Voor deze ramen werden rond 1906 ontwerpen gemaakt door Jan Toorop, kleine schetsen met kleuraanduidingen. Wat er nu te zien is, is een poging om te benaderen wat Toorop voor ogen stond. Daarbij is getracht zo dicht mogelijk bij de bewaarde ontwerpschetsen te blijven.

Lezing: Jan Toorop: de strijd tussen goed en kwaad als rode draad

Wie denkt aan de Nederlandse moderne kunst uit de periode 1880-1930, denkt al gauw aan Jan Toorop (1858-1928). Hij was een drijvende kracht achter de ontwikkeling van die moderne kunst, onder meer door zich ‘buitenlandse’ stijlen eigen te maken en hier te introduceren. De veelzijdigheid van zijn oeuvre en zijn gebruik van verschillende stijlen tegelijkertijd hebben geleid tot een beeld van Toorop als wispelturig en inconsistent. Niets is echter minder waar. Aan zijn werken ligt nagenoeg steevast hetzelfde thema ten grondslag: de tegenstellingen tussen goed en kwaad, het hogere en het aardse enzovoorts, die het leven tot een strijd maken. In deze lezing illustreert Jet Sloterdijk, conservator van Singer Laren, dit kenmerk van Toorops kunstenaarsschap aan de hand van bekende en minder bekende voorbeelden. Daarbij zal extra aandacht worden besteed aan zijn ‘katholieke periode’, die vaak wordt overschaduwd door zijn befaamde symbolistische en pointillistische werken.

Muzikale omlijsting

Deze wordt verzorgd door Ton van Eck met soliste Bobbie Blommesteijn. Zij zullen o.a. Ave Maria van Alphons Diepenbrock uitvoeren waarin de romantische invloed van Richard Wagner herkenbaar is. Alphons was een neef van onze architect Joseph Cuypers en Toorop was een bewonderaar van composities van beide componisten. Zo zelfs dat Toorop hem in Nijmegen uitnodigde om een portret van Alphons te maken, die Alphons overigens niet erg geslaagd vond.

Tijd, plaats en aanmelding

Inloop met koffie/thee donderdagavond 14 september vanaf 19.30 u.
Start programma 19.45u.
Ingang via tuin aan het Emmaplein
Einde programma met een drankje en een hapje om ca. 21.30.
Tijdens deze bijeenkomst zijn introducees zeer welkom.
Wij vragen u uw komst aan te melden via ons e-mailadres vrienden@koepelkathedraal.nl, o.v.v. ‘lezing 14 september’


Ton van Eck – Saxophone Quartet

Ton van Eck
Aanvang: u.
Einde: u.

Concert in het kader van het Festival 100 jaar Willibrordusorgel. Hiervoor is een toegangskaart vereist.

Programma

Gijs van Dijk (1954) Koraal 
Saxofoons en orgel
Georg Friedrich Händel (1685 – 1759), Francisco Neves (2000) Halleluja
Saxofoons en orgel
Johan Sebastian Bach (1685 – 1750) Erbarme Dich, Mein Gott uit: Matthäus Passion (BWV 244)
Saxofoons en orgel
Jehan Alain (1911 – 1940) Litanies
Orgel solo
Ad Wammes ( 1953) Digging for Gold
– Digging
– Where is the Gold
– Finally found It
Saxofoons en orgel
Rob Goorhuis (1948) Wanderer im Tal der Gegenwart
Saxofoons en orgel
Albert Alain (1880 – 1971) Scherzo
Orgel solo
Johann Sebastian Bach  (1685 – 1750) Air on the G string
Saxofoons solo
Chiel Meijering (1954)            Sei gegrüsset, Jesu gütig
Saxofoons en orgel

Uitvoerenden

Ton van Eck, orgel
The Amsterdam Saxophone Quartet o.l.v. Henk van Twillert
Henk van Twillert Baritone / Soprano Saxophone
Filip Davidse Soprano / Tenor Saxophone
Guido Deflaviis Tenor / Baritone Saxophone
Claudio Pereira Alto / Baritone Saxophone

De onbegrensde expressieve mogelijkheden van de saxofoon is altijd een uitgangspunt geweest voor de repertoire keuze van The Amsterdam Saxophone Quartet. Van fluweel zacht en glanzend tot robuust en sonoor, maar zeker ook sensueel en opwindend. Al deze kleuren en nuances zijn terug te vinden in de gevarieerde geschiedenis van het kwartet. Naast de kwartetalbums heeft het ASQ worldwide tournees gemaakt en CD’s opgenomen met bekende solisten uit de jazz, folk en klassieke muziek, zoals de bijzondere opnames met: Jaap Van Zweden, Daniel Wayenberg en Han Bennink. Het Amsterdam Saxophone Quartet werd in 1979 opgericht door Henk van Twillert en Bart Kok destijds beiden studenten aan het Conservatorium van Amsterdam. In 2019 verwelkomden Rob Hauser en Henk van Twillert twee nieuwe leden: Menne Smallenbroek en Hristo Goleminov. Afhankelijk van de programmering werkt The Amsterdam Saxophone Quartet werkt met een gevarieerde samenstelling. In 2023 nam Guido de Flaviis de plaats van Menne Smallenbroek in. Voor dit bijzondere concert in Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem voor het Festival – 100 jaar verwelkomen Henk van Twillert en Rob Hauser: Claudio Pereira en Filip Davidse.

Toelichting op het programma

De saxofoon
De saxofoon werd in de jaren ’40 van de 19de eeuw uitgevonden door de Belgische muziekinstrumentenbouwer Adolphe Sax (1814 – 1894). Hij wilde een rietblaasinstrument ontwikkelen met de souplesse van strijkers en het dynamische bereik (luid en zacht) van koperblaasinstrumenten. De saxofoon vertoont overeenkomsten met de klarinet maar bij de klarinet is de boring cilindrisch en bij de saxofoon conisch en dat laatste geeft het instrument zijn enorme dynamische bereik.

Omdat het zo’n jong instrument is, bestaat er relatief weinig literatuur voor de saxofoon. Saxofonisten nemen daardoor noodgedwongen hun toevlucht vaak tot bewerkingen.

Bewerkingen
Bewerkingen zijn zo oud als de muziek. Sterker, bij de oudere muziek was de keuze van het instrument veel minder kritisch dan in de laatste twee eeuwen. Dankzij bewerkingen waren musici toch in staat om, met name bekende werken ten gehore te brengen ook al waren niet alle instrumenten of stemmen voorhanden en konden de luisteraars genieten van de hun bekende melodieën. Componisten maakten niet alleen bewerkingen van hun eigen composities, maar ook van collega-componisten. Voorbeelden daarvan zijn Bach en Handel. Soms brengen componisten wijzigingen aan in de bewerking; ze voegen stemmen toe of wijzigen hier en daar de klank. Een voorbeeld daarvan is Chiel Meijering bij wie regelmatig een compositie van Bach ten grondslag ligt aan een stuk van hemzelf. Daaraan voegt hij dan weer eigen klanken toe. Dat is bijvoorbeeld het geval bij Sei gegrüsset, Jesu gütig, gebaseerd op de gelijknamige cantate, waarmee het concert wordt afgesloten. Ook het Koraal van Gijs van Dijk verwijst naar de koralen van de Duitse barok. Van Handels populaire Halleluja bestaan bewerkingen in allerlei bezettingen maar voor Bachs ontroerende Erbarme Dich verzorgde Henk van Twillert zelf een bewerking waar de solo-saxofoon de zangstem vervangt en het orgel de solovioolpartij. Later in het programma klinkt het beroemde Air uit Bachs Derde Suite in een bewerking voor saxofoonkwartet.

De twee solo-orgelwerken in dit programma zijn van vader en zoon Alain. De bekende Litanies van Jehan Alain, waarschijnlijk geschreven na de dood van zijn oudste zus ten gevolge van een val tijdens een wandeling in de bergen, geeft het smeken van de Christelijke geest weer, die in zijn diepe droefheid alleen maar kan vervallen in herhalingen. In sterk contrast hiermee staat het humoristische en puntige Scherzo van vader Albert Alain dat stamt uit gelukkiger tijden in zijn familie.

De twee originele werken voor saxofoonkwartet en orgel staan centraal in het programma. Ad Wammes schrijft het volgende over ‘Digging for the gold’:

Als ik aan een nieuwe compositie begin, duurt het meestal een paar dagen voordat ik iets vind (bijvoorbeeld een melodie, akkoordenschema of ritme) dat de moeite waard is om uit te werken. Vaak voelt het alsof ik ‘op zoek ben naar het goud’. Ik moest hieraan denken toen ik een naam voor dit stuk moest vinden. Het stuk bestaat uit drie delen: 1. Allegro tempo met een optimistisch gevoel. 2. Larghetto tempo met een droevig gevoel. 3.Presto tempo met een verheven gevoel. Waarom noem ik het eerste deel niet ‘Digging’, het tweede deel ‘Where is the gold?’ en het derde deel ‘Finally found it’ dacht ik bij mezelf? En dat deed ik! ‘Digging for the gold’ is geschreven in opdracht van het ‘Melisma Saxofoonkwartet’ en gefinancierd door ‘Fonds Podiumkunsten NL’. Het ging in première op 26-10-2018 in ‘Het Orgelpark’ – Amsterdam.

Rob Goorhuis schreef Wanderer im Tal der Gegenwart voor het project Saxophonia dat in maart 2020 aan de Musikakademie van de Bund Deutscher Blasmusikverbände in Staufen (Baden-Württemberg) plaatsvond De première vond plaats in de abdijkerk van Münstertal im Breisgau door het Ensemble Saxofourte en organiste Karin Karle. De Bijbeltekst van Mattheus waarop het werk is gebaseerd gaat over Johannes de Doper, met name over de periode dat hij in de woestijn verbleef, als een meditatie voor de vastentijd.                                         

Ton van Eck

Gegevens concert

Aanvang: maandag 11 september 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: Voor dit concert is een toegangskaart vereist. Zie voor de mogelijkheden: Kaarten Festival 100 jaar Willibrordusorgel. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Mgr. de Groot Muziekfonds

Sponsoren 2023

Ton van Eck, orgel samen met Amsterdam Saxophone Quartet o.l.v. Henk van Twillert.

donderdag 19 februari 2026, 06:43 donderdag 19 februari 2026, 06:43


Hector Olivera

Hector Oliveira
Aanvang: u.
Einde: u.

Concert in het kader van het Festival 100 jaar Willibrordusorgel. Hiervoor is een toegangskaart vereist.

Programma

Hendrik Andriessen (1892-1981) Troisieme Choral
Jan Zwart (1877 – 1937) Canonisch voorspel over Psalm 84:1
Johann Sebastian Bach (1685-1750) Prelude en Fuga in Es-dur BWV 552
Marco Enrico Bossi (1861 – 1925) Scherzo in G minor op 37
Joseph Jongen (1873 – 1953) Prière from four pieces No 3 Op 37
Freddie Mercury (1946 – 1991) Bohemian Rhapsody
Astor Piazzolla (1921-1992) / Hector Olivera (1946) Oblivion
Astor Piazzolla (1921-1992) / Hector Olivera (1946) Libertango
Hector Olivera (1946) Improvisation over een gegeven thema

Organist

Hector Olivera is een internationaal bekende organist. Meer informatie op zijn website.

Toelichting op het programma

Hendrik Andriessen schreef het Troisieme Choral in 1920. Het werk is aanmerkelijk moderner van stijl dan zijn twee voorgangers en het Quatrième Choral. In tegenstelling tot zijn andere orgelwerken die alle verschenen bij Van Rossum in Utrecht werd dit stuk in 1923 uitgegeven bij de Parijse muziekuitgever Alphonse Leduc als aflevering van de serie ‘L’Orgue Moderne’. Wat betreft de harmonieën wijst dit werk vooruit naar zijn Passacaglia (1929) en Sinfonia (1940). Evenals in de andere ’chorals’ van zijn hand is er veel afwisseling en vrijheid van vorm.

Jan Zwart werd geboren in Zaandam en ontving zijn opleiding van onder meer van G.B. van Krieken en Hendrik de Vries in Rotterdam. Hij verwierf landelijk grote bekendheid vanwege zijn orgelbespelingen na zijn aanstelling als organist van de Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk in Amsterdam in 1898. Ook zijn orgelcomposities over de melodieën van psalmen en gezangen werden zeer geliefd in protestantse kring. Jan Zwart was ook uniek omdat hij als een der weinige organisten in zijn tijd, zo niet als enige, de aandacht vestigde op de orgelmuziek van Jan Pietersz. Sweelinck.

De monumentale Preludium en Fuga in Es klein van Johann Sebastian Bach vormen de opening en afsluiting van het derde deel van diens Clavierübung ook wel de ‘Duitse orgelmis’ genoemd. Zowel het Preludium als de Fuga hebben drie thema’s die als symbool staan voorde Goddelijke Drievuldigheid (Trinitatis). Mogelijk wijst ook de toonsoort met drie mollen op de Triniteit. Het Preludium begint als een statige Franse ouverture, evenals de Franse voorbeelden met een gepuncteerd ritme. Het tweede thema is geïnspireerd door het Italiaanse ‘concerto’ en het derde heeft de Duitse fuga als inspiratiebron. Het Preludium besluit met het ouverture thema van het begin en krijgt daardoor een drieledige vorm (A-B-A). In de Fuga is het eerste thema (God de Vader) rustig en majesteitelijk. In het tweede, meer beweeglijke thema (God de Zoon) is het eerste, enigszins verborgen, herkenbaar en in het derde (God de Heilige Geest) hoort men als het ware de wind van de H. Geest ruisen met daaronder in lange noten het eerste thema.

Marco Enrico Bossi is de belangrijkste Italiaanse organist van de laatste jaren van de 19de en het eerste kwart van de 20ste eeuw. Hij genoot tevens bekendheid als docent, improvisator en componist. Hij was achtereenvolgens directeur van de conservatoria in Venetië, Bologna en Rome en vestigde in Italië de standaard voor de opleiding van organisten. Hij maakte vele concertreizen in Europa die hem in contact brachten met o.m. César Franck, Alexandre Guilmant, Marcel Dupré, Canaille Saint-Saëns, Joseph Bonnet en Karl Straube. Op de terugreis van zijn laatste tournee naar New York en Philadelphia werd hij op de terugreis ziek en overleed op zee. Het luchtige Scherzo is een mooi voorbeeld van zijn concertstukken die geënt zijn op de Franse orgelmuziek, maar ook een eigen idioom laten horen.

De volgende drie programmaonderdelen zijn bewerkingen. De tijd ligt nog niet zover achter ons dat het spelen van bewerkingen op orgel als minderwaardig werd beschouwd. Dat was misschien een reactie op de periode tot aan de Tweede Wereldoorlog toen, vooral in Engeland en de VS, maar ook in Frankrijk regelmatig bewerkingen op de programma’s van orgelrecitals stonden. Tegenwoordig is er een mooi evenwicht bereikt tussen originele literatuur en bewerkingen.

Freddie Mercury werd geboren in Zanzibar als Farrokh Bulsara. Hij ging naar een kostschool in India maar verhuisde met zijn ouders naar Londen in Engeland waar hij aan de kunstacademie studeerde. Hij leerde zichzelf pianospelen en was uitzonderlijk begaafd voor zang. Zijn stem had een omvang van vier octaven! Bohemian Rhapsody is een hit die hij met zijn rockgroep Queen in1975 uitbracht.

Astor Piazzolla die bekend staat als de koning van de tango, heeft een lange weg afgelegd om tot zijn eigen stijl te komen en daarbij grote moeilijkheden gekend. Hij ontving compositielessen van Alberto Ginastera in Buenos Aires en Nadia Boulanger in Parijs die hem beiden aanraadden om zijn eigen, authentieke stijl te behouden en deze niet te vermengen met elementen uit de klassieke muziek. Die stijl is goed te herkennen in de twee vanavond gespeelde tango’s.
Ton van Eck

Gegevens concert

Aanvang: maandag 4 september 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: Een toegangskaart vereist. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Mgr. de Groot Muziekfonds

Sponsoren 2023

donderdag 19 februari 2026, 06:43 donderdag 19 februari 2026, 06:43


Ton van Eck en The Cathedral Brass

Ton van Eck en The Cathedral Brass
Aanvang: u.
Einde: u.

Concert in het kader van het Festival 100 jaar Willibrordusorgel. Hiervoor is een toegangskaart vereist.

Programma

Hendrik Andriessen (1892 – 1981) Pezzo Festoso (1962)
Albert de Klerk (1917 – 1998) Concerto per organo, due Trombe, due Corni e due Tromboni (1967)
– Tempo di Sarabanda
– Allegro
– Largo
– Rondo alla Marcia
Gerard Bunk (1888 – 1958) Legende op. 55a (1914)
Elfrida Andrée (1841 – 1929) Symfonie nr. 2 voor orgel en 12 koperblazers (1893), Nederlandse première
– Allegro moderato
– Andante cantabile
– Finale: Allegro maestoso

Uitvoerenden

Ton van Eck, orgel, is titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo, Haarlem. Uitgebreidere informatie over hem is te vinden op deze website of op de website van het College van Orgel-adviseurs Nederland.

The Cathedral Brass o.l.v. Jean-Pierre Gabriël bestaat uit:

Marc Busscher, trompet/cornet/bugel
Maarten Elzinga, trompet/cornet/bugel
Erwin ter Bogt, trompet/cornet
Robert Jan Hoffman, trompet
Andreas Oosterkamp, trompet
Jan Harshagen, hoorn
Austris Apenis, hoorn
Jana Suilen, hoorn
Anton van Houten, trombone
Gerard Piera, trombone
Reinaldo Doloso, trombone
Arne Visser, tuba

Toelichting op het programma

Hendrik Andriessen voltooide zijn Pezzo Festoso voor orgel en twee trompetten en twee trombones in april 1962. Hij schreef het stuk in opdracht van het Haarlemse gemeentebestuur voor de opening van het Holland Festival in datzelfde jaar tijdens een concert op 15 juni op het kort tevoren gerestaureerde Christian Müller orgel in de Grote- of St.-Bavokerk in Haarlem. Hoewel het werk zeker op dat instrument uitvoerbaar was, maakt Andriessen duidelijk gebruik van de, op de Franse orgelmuziek geïnspireerde techniek die hij ook toepaste bij zijn Toccata (1917) en in de finale van zijn Sonata da Chiesa (1927) waarbij sextolen de melodische lijn begeleiden. Ook al woonde hij sinds 1934 in Utrecht, het orgel van de St.-Josephkerk was nog steeds nabij in zijn muziek. Pezzo Festoso is niet meer en niet minder wat de titel uitdrukt: een feestelijk stuk, waarbij een plechtige koraalmelodie van de koperblazers, één keer onderbroken door repeterende snelle noten, wordt begeleid en afgewisseld door de toccata-achtige figuren in het orgel.

Albert de Klerk schreef zijn concerto voor twee trompetten, twee hoorns en twee trombones in 1967 in opdracht van het bestuur van de Stichting Schnitgerprijs te Zwolle. Het werd een compositie met het voor De Klerk karakteristieke neo-rococo karakter waarbij hij het klassieke contrapunt weet te combineren met verrassende, kruidige harmonische wendingen waarin orgel en koperblazers op virtuoze wijze met elkaar dialogeren. Het stuk opent met een plechtige Sarabande, waarna het eerste snelle deel, geschreven in sonatevorm, volgt. Het derde deel, in langzaam tempo, laat vele malen de aanhef van het koraal “Christ ist erstanden” horen en het laatste deel is een humoristische, bijna koddige mars in rondovorm.

Contrasterend van karakter met bovenstaand werk is de Legende van Gerard Bunk. Deze componist, pianist en organist studeerde in Rotterdam en verhuisde in 1906 naar Bielefeld in Duitsland als pianoleerling aan het conservatorium aldaar, waar hij studeerde bij Hans Hermanns. Bij diens vertrek een jaar later volgde Bunk zijn leraar op. Sinds 1925 was Gerard Bunk tot aan zijn overlijden in 1958 als organist en koordirigent verbonden aan de Lutherse St.-Reinoldikirche in Dortmund Voor de ogenschijnlijk eenvoudige en wonderschone Legende liet Bunk zich inspireren door de gelijknamige werken van Franz Liszt wiens Legenden voor piano waren geënt op heiligenlevens. Helaas weten we niet op welke heilige dit werk van Bunk betrekking zou kunnen hebben, aangezien hij het kort voor Kerstmis 1914 schreef kan het ook gewoon verwijzen naar het kerstverhaal. Daarop wijst ook de vriendelijke, milde sfeer. Het stuk is grotendeels monothematisch waarbij het thema echter in de loop van het werk op subtiele wijze steeds wat varieert. Voor het koperkwartet koos Bunk, naast twee trombones, niet voor trompetten maar voor twee Flügelhorns, in het Nederlands bugels geheten. De specifiek ronde klank die hij hiermee beoogde, was karakteristiek voor de Duitse Posaunenchöre die sinds het begin van de 20ste eeuw in opkomst waren. In 1945 schreef Bunk een halve toon hoger getransponeerde versie van dit werk voor orgel en strijkkwartet (of strijkorkest) dat in het verleden al eens in de serie Zaterdagmiddagconcerten heeft geklonken. Laat u, ook door de oorspronkelijke versie van deze ontroerend mooie, melancholieke compositie meevoeren.

De Zweedse Elfrida Andrée streed van jongs af aan voor gelijkberechtiging van vrouwen in Zweden. Ze volgde een opleiding als organiste, harpiste en componiste. Ook al beschikte ze over de hoogste diploma’s, in de Zweedse Lutherse staatskerk kwam ze als vrouwelijke organist niet aan de slag zodat ze in 1861 genoegen moest nemen met de organistenfunctie in de Finse kerk in Stockholm en later ook in de Franse kerk aldaar. Na een Zweedse wetswijziging volgde in 1867 de benoeming als organiste van de kathedraal in Göteborg. In Europa was zij daarmee de eerste vrouwelijke kathedraalorganist. Om toch in haar levensonderhoud te kunnen voorzien, volgde ze, mede op aanraden van haar vader, een opleiding tot telegrafiste zodat, na aanvankelijke weigering door de Zweedse telegraafdienst, in 1865 toch de eerste gediplomeerde vrouwelijke Zweedse telegrafist werd. Pas in later jaren volgde erkenning voor haar als componiste.

De 2de Symfonie voor orgel en koperblazers is een bewerking van haar Tweede Sonate voor viool en piano. Dat verklaart duidelijk het concertante en profane karakter van dit gemakkelijk toegankelijke stuk dat hier en daar ook trekken van de volksmuziek heeft. Het eerste deel, in sonatevorm, heeft, naast een fanfare-achtig hoofdthema, ook een cantabile zangthema. Het middendeel is een fraaie cantilene en de Finale heeft het karakter van een plechtige mars, afgewisseld met enkele lyrische tussenspelen en wordt na een rustige passage in driekwartsmaat, vrij plotseling afgesloten door een kort coda.

Ton van Eck

Gegevens concert

Aanvang: maandag 28 augustus 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: Voor dit concert is een toegangskaart vereist. Zie voor de mogelijkheden: Kaarten Festival 100 jaar Willibrordusorgel. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Mgr. de Groot Muziekfonds

Sponsoren 2023

donderdag 19 februari 2026, 06:43 donderdag 19 februari 2026, 06:43