Stichting Willibrordusorgel
https://willibrordusorgel.nl/category/orgels-organisten/?query-a9c5aa38-page=3
Geplaatst op: 19 februari 2026


Maarten Wilmink (2026 – heden)

Aanvang: u.
Einde: u.

Maarten Wilmink is, afkomstig uit Borne, is medio januari 2026 organist-titularis van de Sint-Bavo-kathedraal in Haarlem. Maarten Wilmink werd geboren in 2001 en raakte op 12-jarige leeftijd gefascineerd door het orgel. Zijn orgelstudie begon in 2014 bij Louis ten Vregelaar en vervolgde hij in 2019 aan het conservatorium in Rotterdam. Hier studeerde hij bij Ben van Oosten en Zuzana Ferjenčíková. Daarnaast studeerde hij daar ook improvisatie bij Hayo Boerema en rondde hij de studie kerkmuziek af. Zowel zijn bachelor- als zijn master-examen orgel werden met een 10 beoordeeld en sloot hij daarmee beide summa cum laude af. Momenteel studeert hij bij Notre-Dame organist Vincent Dubois voor het Konzertexamen Orgel in Saarbrücken (Duitsland). Zijn concertagenda bracht hem onder meer naar Frankrijk, Oostenrijk, Italië en Litouwen. Hij speelde concerten in onder andere de Notre-Dame te Parijs, de Dom van Innsbruck en de kathedraal van Udin. Daarnaast werd hij eersteprijswinnaar van verschillende orgelconcoursen. Maarten Wilmink werd prijswinnaar bij verschillende orgelconcoursen, zoals de eerste prijzen tijdens het SGO Orgelconcours 2018 (Groningen), het Quintus Orgelconcours 2021 (Kampen) en de Rino Benedet Organ Competition 2023 (Bibione (Italië)).

Naast zijn soloconcerten, treedt hij solistisch op met orkesten en begeleidt hij regelmatig koren en ensembles. Ook heeft hij een YouTube-kanaal waarop hij eigen opnames publiceert. Als kerkmusicus was hij van 2022 t/m 2025 verbonden aan de St.- Stephanuskerk te Borne alwaar hij was aangesteld tot organist-dirigent. Voor de periode 2023-2024 ontving hij een tweejarige benoeming als organ scholar in Ratingen (Duitsland). Meermaals speelde hij tijdens missen die live werden uitgezonden op NPO 2. Naast zijn activiteiten als uitvoerend musicus, is hij ook actief als privédocent orgel.

Met de aanstelling van Maarten Wilmink heeft de Sint-Bavo-kathedraal een jonge, veelbelovende organist aan het roer gekregen. Zijn benoeming betekent een nieuw hoofdstuk in de lange en invloedrijke koor- en orgeltraditie van de Haarlemse kathedraal.

Meer informatie op de website van Maarten Wilmink

PDF Interview met Maarten Wilmink in Katholiek Nieuwsblad – pdf (overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad)

Interview met Maarten Wilmink op de website van Katholiek Nieuwsblad


Thijs Kramer (1959 – 1966)

Aanvang: u.
Einde: u.

Thijs (Mattheus) Kramer werd op 28 mei 1938 geboren te Amsterdam. Hij studeerde piano, orgel en orkestdirectie aan het Amsterdams Conservatorium en Muzieklyceum bij onder anderen Jaap Spaanderman, Anthon van der Horst en Péter Erös. In 1960 won hij de eerste prijs op de Internationale Zomeracademie te Haarlem, een plaats die hij deelde met Franz Haselböck.

Organist

Na aanstellingen als (dirigent-)organist in de Sint-Bonifatiuskerk in 1953 de Vondelkerk in Amsterdam in 1956 werd hij in 1959 vaste bespeler van het grote Adema-orgel in de Sint-Willibrorduskerk (buiten de Veste) in de hoofdstad. Na de sluiting van de kerk aan in 1966 richtte hij (mede) een comité op tot behoud van het Adema-orgel. In 1971 was het dan zover dat Thijs Kramer het behouden ‘Willibrordusorgel’ in de Kathedrale Basiliek
Sint-Bavo in Haarlem kon bespelen. Na zijn Amsterdamse periode werd hij dirigent-organist van de Sint-Petruskerk te Leiden.

Als concertorganist trad Kramer op in heel Europa. Zijn spel is op diverse grammofoonplaten en cd’s vastgelegd, veelal met romantisch repertoire van onder meer Widor, Vierne en Reubke. Zijn affiniteit met de Franse romantiek klinkt ook door in zijn eigen Symfonie voor orgel ‘Media Vita’ die hij in 1985 op het Willibrordusorgel in Haarlem in première bracht.

Koordirigent

Thijs Kramer was vooral actief als dirigent van diverse professionele en amateurkoren. Zo stond hij voor het Nederlands Operakoor en werkte hij voor de publieke omroep. Hij was 45 jaar dirigent van het Concertkoor Baarn (Christelijke Oratoriumvereniging Baarn). In 1988 werd hij dirigent van het KCOV Excelsior te Amsterdam en in 1989 dirigent van de Nederlandse Händelvereniging. Ook was hij dirigent van Vocaal Ensemble Fioretto.

Kramer dirigeerde een groot aantal opera’s, oratoria en andere koorwerken waaronder de wereldpremière van de originele versie van Elias van Mendelssohn, waarvan hij het verdwenen manuscript in Engeland had teruggevonden. Hij trad vele malen op als dirigent (en begeleider) in het Concertgebouw te Amsterdam onder meer met een groot aantal uitvoeringen van de Mattheus-Passion van Bach.

Muziekwetenschapper

Als musicoloog promoveerde hij in 2000 aan de Universiteit van Utrecht op een proefschrift over getallenfiguren in het werk van Johann Sebastian Bach. Ook publiceerde hij over het werk van organist, altviolist en componist Cor Kint. Bij Boeijenga verzorgde hij de uitgave van dienst complete orgelwerk in vier delen, alsmede werk voor harmonium solo, harmonium en viool en de Hymne voor viool en orkest.

Onderscheidingen

Voor zijn verdiensten als musicus ontving Thijs Kramer meerdere onderscheidingen. In 1978 kreeg hij de pauselijke onderscheiding ‘Pro Ecclesia et Pontifice’ voor zijn inspanningen voor het Willibrordus-orgel. 1991 werd hem de zilveren medaille van de Franse Société Académique Arts Sciences Lettres toegekend voor zijn verdiensten voor de Franse orgelmuziek. In 2007 nam hij de bronzen Concertgebouwpenning in ontvangst. In 2008 werd hem de Erespeld van Baarn uitgereikt. Kramer mocht zich tevens Ridder in de Orde van Oranje-Nassau noemen.

Schildpadden

Naast zijn muzikale activiteiten had hij een passie voor schildpadden. Zo was hij enige tijd directeur
van een schildpaddenreservaat in Spanje. Thijs Kramer overleed op 14 december 2021 in Hilversum.


Bernard Bartelink (1971-1999)

Bernard Bartelink
Aanvang: u.
Einde: u.

Bernard Bartelink werd op 2 november 1929 in Enschede geboren. Aan het Nederlands Instituut voor Katholieke Kerkmuziek te Utrecht studeerde hij orgel bij Albert de Klerk en directie. Aan het Amsterdamsch Conservatorium studeerde hij orgel bij Anthon van der Horst, in 1954 afgerond met een Prix d’Excellence. In 1955 voltooide hij zijn studie compositie en muziektheorie bij Léon Orthel. In 1961 won hij het Internationale Orgelimprovisatieconcours te Haarlem. Sindsdien was hij meermalen jurylid bij dit concours.

Hij begon zijn carrière als organist van de Obrechtkerk te Amsterdam en was van 1971 tot zijn pensionering in 1999 organist van de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo te Haarlem. Tot 1994 was hij ook verbonden aan het Koninklijk Concertgebouworkest te Amsterdam. Daarnaast was hij hoofddocent orgel en improvisatie aan het Sweelinck Conservatorium en aan het Twentsch Conservatorium te Enschede. Als orgeldocent gaf hij les aan onder anderen Rob Goorhuis, Thom Jansen, Jos Laus, Dirk Out, René Verhoeff en Flip Veldmans. Tussen 2001 en 2014 was Bartelink werkzaam in onder meer Engeland, Frankrijk en Spanje, waarbij hij soleerde in onder meer de Royal Festival Hall in Londen en de Notre-Dame van Parijs.

Hij componeerde orgel- en koorwerken, onder meer Requiem pro Elisabeth, en kamermuziek. Hij was ook adviseur bij verbouwingen en restauratie van orgels.

Op 13 april 2013 gaf Bartelink in de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo zijn afscheidsconcert. Op 19 oktober 2014 overleed hij in Haarlem.


Orgels overzicht

Aanvang: u.
Einde: u.

De Haarlemse Basiliek van St.-Bavo is bedeeld met vier orgels. Het Willibrordusorgel (geplaatst onder het grote westelijke roosvenster dat de kroning van de Maagd Maria verbeeldt) is sinds 1971 het hoofdorgel en staat centraal tijdens de orgelconcerten.

Het Bavo-orgel (vanwege de situering in het noordelijke transept ook wel Transeptorgel genoemd) is het oorspronkelijke hoofdorgel van de kathedraal en speelt nog altijd een belangrijke rol tijdens de liturgie.

Het kabinetorgel bevindt zich op het priesterkoor en wordt gebruikt tijdens de meer bescheiden liturgische vieringen en als continuo-orgel voor de koren van de kathedraal.

Het secretaireorgel staat in de sacramentskapel en wordt af en toe gebruikt bij de vieringen die daar plaatsvinden.


Ton van Eck (1999-2026)

Ton van Eck
Aanvang: u.
Einde: u.

Na het behalen van het diploma Gymnasium B in 1966 aan het Aloysiuscollege in Den Haag, studeerde Ton van Eck orgel bij Bernard Bartelink onder wiens leiding hij aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam het diploma Uitvoerend Musicus met aantekening voor improvisatie behaalde. Tevens studeerde hij van 1972 t/m 1975 bij Marie-Claire Alain te Parijs.

In 1969 werd hij organist van de St. Jacobuskerk in Den Haag en sinds 1 december 1999 is hij titulair-organist van de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo aan de Leidsevaart in Haarlem.

Hij was prijswinnaar/finalist op internationale improvisatieconcoursen te Chartres, Haarlem en Rennes en behoorde driemaal tot de prijswinnaars op het César Franckconcours te Haarlem (1976 en 1979: 3e prijs, 1982: 1e prijs).

Sedert 1967 concerteert hij regelmatig en verzorgt hij radio-opnamen in Nederland en vrijwel alle Europese landen en Zuid-Amerika. Ook wordt Van Eck internationaal regelmatig uitgenodigd als jurylid, voor het geven van cursussen en lezingen en als gastdocent aan conservatoria en universiteiten

Hij componeerde een Concerto voor orgel en strijkorkest (1977) en enige andere werken voor koor en orgel. Zijn koorwerk De Profundis werd bekroond bij de Alphons Diepenbrock Compositiewedstrijd 1995.

Vanaf 1979 is hij werkzaam als adviseur bij de Katholieke Klokken- en Orgelraad, waar hij inmiddels de bouw en restauratie van vele (historische) orgels heeft begeleid.

Zijn talrijke publicaties bevatten vele orgelmonografieën en artikelen in internationale vaktijdschriften over orgelbouw, orgelhistorie, uitvoeringspraktijk en orgelcomponisten. In 2024 publiceerde hij een boek over de 100-jarige geschiedenis van het Willibrordusorgel.

Van december 1999 tot 15 januari 2026 was Ton van Eck titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo in Haarlem. Op 11 januari 2026 nam hij in deze hoedanigheid afscheid. Bij zijn afscheid kreeg hij van de Haarlemse burgemeeste Jos Wienen de Penning van Verdienste van de stad Haarlem uitgereikt.


Secretaireorgel

Aanvang: u.
Einde: u.

Het vierde orgel is een secretaireorgel uit het midden van de 19de eeuw dat is vervaardigd door Hermanus Knipscheer (II, 1802-1874). Het heeft een mahonie gefineerde kas in Willem II stijl. Dit kleine pareltje verkeert helaas in slechte toestand en dient te worden gerestaureerd.


Kabinetorgel

Aanvang: u.
Einde: u.

Als derde orgel beschikt de Kathedraal over een kabinetorgel uit ca. 1800. Het is een klein mechanisch orgel. De oorspronkelijke orgelkas is verloren gegaan. Het instrument werd door de orgelmakers Vermeulen aangekocht uit een opgeheven Broederhuis in Roosendaal.

In 1968 kwam het in bezit van Jan Valkestijn, die van 1963 tot 1989 directeur was van het Muziekinstituut van de kathedraal. Hij liet het door de firma Vermeulen restaureren. De nieuwe kas werd vervaardigd door een broeder uit de abdij van Egmond. Aanvankelijk was het in de koorschool opgesteld, maar in 1979 werd het in de kathedraal geplaatst waar het ook wel bekend staat als ‘Valkestijn-orgel’, naar zijn vorige eigenaar.


Bavo-orgel

Aanvang: u.
Einde: u.

Het eerste orgel van de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo werd in 1907 geplaatst toen de tweede bouwfase voltooid was. Het werd gebouwd in een transept boven de Heilige Familie- of Kerstkapel. De architect van de kerk – Joseph Cuypers – ontwierp het front en de opdracht werd verleend aan de firma P.J. Adema & Zoon. Het door Cuypers ontworpen front was nog gedeeltelijk traditioneel, wat uit de aanwezigheid van nog vrij uitgesproken pijpentorens blijkt: een driedelige middentoren en ongedeelde zijtorens met tussenvelden. Het benedendeel kenmerkt zich door een recht labiumverloop, terwijl de pijplengten vanuit de lage middentoren oplopen.

De scheiding tussen beneden- en bovendeel werd bewerkstelligd door brede banden die de bovenlijnen van het pijpwerk in het benedendeel en de voeten van het pijpwerk in het bovengedeelte volgen. Voor het overige werd het verband in het geheel gebracht door brede horizontale lijstwerken waarvoor een geschilderde decoratie was ontworpen. Het front werd in hoofdzaak volgens dit ontwerp uitgevoerd.  Pas in 1924 werd het orgel voltooid.

In 1952 voerde de firma J. Vermeulen uit Alkmaar een ingrijpende restauratie uit, waarbij het Adema-orgel werd uitgebreid. Enige jaren later, in 1961, vergrootte Vermeulen het orgel opnieuw: van een tweeklaviers orgel met vrij pedaal creëerde hij een drieklaviers instrument met 34 stemmen, verdeeld over hoofdwerk, zwelwerk, positief en pedaal. Nieuw was ook het zijpositief dat hoofdzakelijk een neo-barok karakter heeft. Daarnaast werden nieuwe keggelladen vervaardigd en het orgel opnieuw geïntoneerd. In 1996 werden door Flentrop Orgelbouw de tongwerken opnieuw geïntoneerd.


Willibrordusorgel

Aanvang: u.
Einde: u.

In de winter van 1920 op 1921 werd door Joseph Adema een orgel ontworpen voor de Rooms Katholieke kerk St.-Willibrordus buiten de Veste in Amsterdam. Dit ontwerp van 55 stemmen werd echter afgedaan als te ouderwets en vervangen door een nieuw ontwerp met 64 registers. Dit orgel werd in 1923 opgeleverd door Adema. Van een groot aantal stemmen was het pijpwerk nog niet geplaatst, evenals het front.

In 1924 werden enkele tongwerken uit het atelier van Masure (Parijs) in het orgel geplaatst. Twee jaar later werd het orgelfront afgebouwd. Daarnaast werd een Diapason 8’ geplaatst op de plaats van de Ripiëno.

In 1944 werd door Hubert Schreurs het dubbelkoor van de Prestant 16’ verwijderd, evenals de Diapason 8’. De Unda Maris 8’ werd vervangen door een Terts 1 3/5’ vanaf c klein.

Het orgel werd eindelijk in 1949 afgebouwd volgens het bestek. Hierbij werden de laatste tongwerken van Masure (Parijs) geplaatst.

Willibrordusorgel

Het lag in de bedoeling vanaf de vierklaviers speeltafel tevens het koororgel te bespelen.

Bij sluiting van de kerk in 1970 kon het Adema-orgel ternauwernood worden gered van de sloop. Het orgel werd in 1971 door Adema’s Kerkorgelbouw overgeplaatst naar de R.K. St.-Bavo kathedraal te Haarlem.

In 1978 werd het orgel uitgebreid met een Kroonpositief met 11 stemmen in twee kasten.

In 1990 plaatste Adema Kerkorgelbouw (A. Schreurs) een Unda Maris 8’ op het Reciet. Een jaar later werd door de Stichting Willibrordusorgel pijpwerk besteld variërend in lengte van 4,90 tot 9,20 meter. Dit werd gebruikt voor het realiseren van het groot octaaf van de Contrafagot 32’ voet. Het overige pijpwerk werd gebruikt uit een Vermeulen-orgel dat buiten gebruik was gesteld. In mei 1991 werd het register opgeleverd.

In 1995 werden de registratiemogelijkheden uitgebreid door het plaatsen van een aantal Setzercombinaties, de indeling van de speeltafel werd vernieuwd en de dispositie is op enige punten gewijzigd. Op het Groot Orgel werd een Violon 32’ discant toegevoegd. De Scherp op het Kroonpositief moest plaats maken voor een Salicionaal 8’ en een Fluit Harmoniek 8’ vanaf c.

In 1998 is op hetzelfde werk een Klaroen 4’ geplaatst en kreeg het Pedaal een zacht 16-voets tongwerk: een Fagot 16’.

Sedert 1995 geniet het orgel bescherming van rijkswege als historisch Rijksmonument.

Dispositie Willibrordusorgel