https://willibrordusorgel.nl/author/fjvanittersum/page/13/?query-a9c5aa38-page=2
Geplaatst op: 19 februari 2026
Maarten Wilmink
Aanvang:
2023-08-21 20:15:00 u.
Einde:
2023-08-21 21:30:00 u.
Programma
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Adagio und Fuge c-moll (KV 546) /arr. J. Guillou
César Franck (1822-1890)
Trois Pièces pour Grand Orgue 1. Fantaisie
Robert Schumann (1810-1856)
6 Studien in kanonischer Form (Op. 56): 5. Nicht zu schnell
Max Reger (1873-1916)
Phantasie über den Choral ‘Wachet auf, ruft uns die Stimme’ (Op. 52.2)
Franz Liszt (1811-1886)
6 Consolations (S. 172): Consolation No. 4
Sergei Prokofiev (1891-1953)
Toccata (Op. 11) /arr. J. Guillou
Organist
Maarten Wilmink (2001) is actief als internationaal concertorganist en kerkmusicus. Hij begon zijn studies aan het conservatorium in Rotterdam bij Ben van Oosten en studeert daar momenteel bij Zuzana Ferjenčíková.
Zijn concertagenda bracht hem naar verschillende landen, waaronder Duitsland, Frankrijk, Italië en Litouwen. Naast zijn solo concerten, treedt hij ook solistisch op met orkest en begeleidt hij regelmatig koren en ensembles. Daarnaast speelt hij regelmatig tijdens kerk-gebonden activiteiten. Hij speelde meermaals tijdens Missen die live werden uitgezonden op NPO 2. Sinds 2022 is hij organist-dirigent in de St. Stephanuskerk te Borne. In 2023 werd hij voor twee jaar benoemd tot organ scholar in Ratingen (Duitsland). Verder heeft hij een YouTube-kanaal, waar hij eigen opnames op publiceert en is hij actief als privédocent orgel.
Hij volgde masterclasses bij verschillende gerenommeerde organisten, waaronder Olivier Latry en Louis Robilliard. In 2018 werd hij toegelaten tot de Young Talent Class van het Internationale Orgelfestival Haarlem.
Maarten Wilmink werd prijswinnaar bij verschillende concoursen. Meer informatie is te vinden op de website van Maarten Wilmink.
Toelichting op het programma
Pianistische invloeden op de orgelwereld Het Adagio und Fuge c-moll voltooide Mozart in 1788. Deze voltooing bestond voornamelijk uit de toevoeging van een inleidend adagio aan een vierhandige pianofuga die hij reeds eerder schreef. Deze combinatie instrumenteerde Mozart voor strijkkwartet. Jean Guillou maakte van dit werk een transcriptie voor orgel, waarbij hij in het Adagio de strijkkwartet partituur gebruikte en voor de fuga teruggreep naar de versie voor piano.
In de orgelwerken van César Franck vinden we verschillende sporen van zijn achtergrond als pianist. Zo ook in zijn Trois Pièces. Deze composities schreef hij voor het nieuwe Cavaillé-Coll orgel in het Palais du Trocadéro; het paleis dat gebouwd werd voor de wereldtentoonstelling van 1878. De eerste van deze drie stukken, de Fantasie en La, staat vandaag op het programma.
Schumann kocht in 1843 een zogenaamde pedaalvleugel; een vleugel met daaronder een voetklavier waarmee een tweede piano bespeeld kan worden. Dit instrument inspireerde hem tot het schrijven van verschillende stukken voor “orgel of pedaalvleugel”. De Kanonische Studie “Nicht zu schnell” is één van deze werken.
Max Reger, die niet alleen als componist, maar ook als pianist en organist actief was, schreef verschillende koraalfantasieën voor orgel waarin hij koraalteksten uitdrukt in muziek. Zijn Phantasie über den Choral ‘Wachet auf, ruft uns die Stimme‘ bestaat uit 4 delen. Eerst een introductie, waarna de drie coupletten van het lied worden uitgewerkt. Reger schets in de introductie het donkere tafereel van een kerkhof, waarin tweemaal een onverwachte donderslag doorbreekt. De inzet van het eerste couplet omschrijft hij als de stem van engel. Tijdens het eerste couplet vindt er een uitgebreid crescendo plaats, dat doorgaat in de eerste helft van het tweede couplet. De tweede helft van dat couplet, waarin de tekst over eucharistie, het laatste avondmaal gaat, wordt plotseling veel zachter en als een “Adagio con espressione” uitgewerkt. De tekst van het derde couplet gaat over het zingen ter ere van God en Reger werkt dit op feestelijke wijze uit in de vorm van een fuga.
De componist en pianovirtuoos Franz Liszt maakte verschillende transcripties voor orgel. Zo ook zijn eigen Consolation No. 4, die oorspronkelijk voor piano geschreven werd.
Prokofiev schreef vele pianowerken en zijn Toccata (Op. 11) is er daar één van. Jean Guillou maakte een transcriptie van dit werk voor orgel en deze transcriptie vormt de afsluiting van dit concert.
Gegevens concert
Aanvang: maandag 21 augustus 2023, 20:15 uur Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2023
donderdag 19 februari 2026, 06:45 donderdag 19 februari 2026, 06:45
Peter Ledaine
Aanvang:
2023-08-21 20:15:00 u.
Einde:
2023-08-21 21:30:00 u.
Programma
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Prelude en fuga in b klein BWV 544
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Allein Gott in der Höh’ sei Ehr BWV 662
Felix Mendelssohn Bartholdi (1809-1847)
Sonate 6: Koraal met 4 variaties – Fuga – Finale)
Jaak Nikolaas Lemmens (1823-1881)
Prélude a 5 parties
César Franck (1822-1890)
Choral 3 in a
Chris Dubois (1934 )
Blijf mij nabij
Flor Peeters (1903-1986)
Toccata, Fugue en Hymne op Ave Maris Stella opus 28
Organist
Peter Ledaine trok na zijn studies aan het Stedelijk Conservatorium in Brugge naar het Lemmensinstituut in Leuven, waar hij behalve de diploma’s laureaat orgel, laureaat muziekpedagogie en laureaat koorleiding, het “Hoger Diploma Orgel” behaalde o.l.v. Chris Dubois. Daarna vervolmaakte hij zich bij Hans Van Nieuwkoop aan het Sweelinckconservatorium in Amsterdam.
Hij is directeur van de Stedelijke Academie voor Muziek en Woord van Blankenberge. Als organist is hij verbonden aan de hoofdkerk St.-Petrus en Paulus en aan de Kapucijnenkerk van Oostende. Hij bespeelt er in de Sint-Petrus-en-Pauluskerk het monumentale Schijven-Flentrop-orgel en het Thomas-orgel in Silbermannstijl; in de Kapucijnenkerk het Loncke-barokorgel, gebouwd in Vlaams18e-eeuwse stijl. Ook de artistieke leiding van de concerten in de Sint-Petrus en Pauluskerk van Oostende neemt hij op zich.
Hij concerteert regelmatig in binnen- en buitenland en realiseerde diverse cd-opnames. Sinds 1993 is Peter Ledaine dirigent van het Orlandusensemble.
Toelichting
Bach speelde vermoedelijk zijn Preludium en fuga in b voor het eerst in 1717 tijdens een treurdienst. In de prelude lijkt de wanhoop voelbaar. Met een melancholische jammerklacht valt Bach met de deur in huis. Dan volgen grote sprongen in het pedaal, koppig en telkens herhaald, alsof je jezelf steeds weer moet vertellen wat er is gebeurd. Het hele stuk lijkt bol te staan van heftige emotie. De fuga is, logisch, rationeler. Maar zeker niet minder ingenieus. Bach onderzoekt alle mogelijkheden van het relatief makkelijk zingbare thema. Op weg naar het slot, wanneer het pedaal na een lange tijd weer inzet, voegt hij daar een tweede element aan toe, weer met relatief grote sprongen, om zo toe te werken naar een hoopvol slot. (Bron: All of Bach)
Zelden gaf Bach zijn koraalbewerkingen een tempoaanduiding mee, maar boven deze versie van Allein Gott in der Höh sei Ehr zette hij ‘adagio’. Kennelijk wilde hij geen enkel misverstand laten bestaan over de sfeer die hij voor deze compositie in gedachten had. Hij had voor deze lovende tekst ook feestelijk kunnen uitpakken, zeker gezien zijn keuze voor twee klavieren en pedaal. Maar wat hier klinkt is balsem voor de ziel. Het is niet vergezocht die vloeiende, kalme lijnen in verband te brengen met een significante zinsnede in het eerste couplet van de tekst: ‘…darum dass nun und nimmermehr uns rühren kan kein Schade’ (…zodat ons nooit meer enig kwaad kan overkomen). De troost die uitgaat van die geruststellende woorden past perfect bij de toon van dit gedragen, expressieve stuk. De koraalmelodie klinkt goed hoorbaar maar rijk versierd in de bovenstem. De twee onderstemmen fungeren louter als begeleiding, en kwijten zich met grote toewijding en eensgezindheid van hun taak. Niets verstoort de goddelijke belofte. (Bron: All of Bach)
De Orgelsonate nr. 6 in D klein (1845) demonstreert Mendelssohns uitmuntende vakmanschap in een reeks variaties op het koraal Vater unser im Himmelreich. Na een vijfstemmige harmonisatie van het koraal volgen vier variaties. De sonate eindigt met een prachtige fuga en de finale in D groot, waarvan de stille religiositeit de voltooiing symboliseert van een reis van streng lutheranisme naar een Engels sentiment.
Jaak Nikolaas Lemmens kreeg de eerste lessen als klein jongetje van zijn vader Jean-Baptiste Lemmens, zelf een organist en leraar in Zoerle-Parwijs en studeerde later aan het Conservatorium van Brussel. In 1846 ging hij naar Breslau, toen in Duitsland gelegen, om bij de befaamde organist Adolf Hesse de klassieke Duitse orgeltraditie van Johann Sebastian Bach te bestuderen. Op 31 maart1849 werd de 26-jarige Lemmens tot professor voor orgel aan het Koninklijke Muziek-Conservatorium te Brussel benoemd. Deze functie bekleedde hij gedurende twintig jaar. Zijn orgelklas in het Brusselse Conservatorium lokte ook talrijke studenten uit het buitenland. Onder de leerlingen van Lemmens werden de Fransen Charles-Marie Widor (1844–1937) en Alexandre Guilmant (1837–1911) het beroemdst. In 1850 maakte hij een concertreis naar Parijs. Zijn optredens in La Madeleine, de Saint-Vincent-de-Paul en de Saint-Eustache brachten hem veel succes. Ook leerde hij de orgelbouwer Aristide Cavaillé-Coll kennen. Lemmens kreeg een internationale faam als orgelvirtuoos, in het bijzonder als Bachvertolker. Op 3 januari1857 huwde hij de Engelse sopraan Helen Sherrington (1834-1906), die sinds 1852 aan het Brussels conservatorium studeerde. In 1878 stichtte hij in Mechelen een kerkmuziekschool, de École de musique religieuse, het Lemmensinstituut. Lemmens overleed op 30 januari 1881 op zijn landgoed Linterpoort te Zemst. Zijn Préude is een meditatief werk, opgevat als één doorlopende klankenstroom.
De Trois Chorals behoren tot Francks laatste werken en werden gecomponeerd in 1890, het jaar van zijn dood. Samen met de Symfonie, de Symfonische Variaties en de Vioolsonate behoren ze tot de meesterwerken van zijn late creatieve periode en worden ze beschouwd als het hoogtepunt van zijn werken. In dit geval moet “koraal” niet worden opgevat als een citaat van bijvoorbeeld een gregoriaanse melodie of een protestantse hymne. Koraal” staat hier eerder voor muziek die doet denken aan kerkmuziek door de aangehouden toon, de gezongen melodie en de regelmatige, periodiek opgebouwde vorm. De toccata-achtige zestiende-noot figuren waarmee het 3e koraal begint worden vaak vergeleken met Bachs Prelude in A klein BWV 543
Flor Peeters werd geboren op 4 juli 1903 te Tielen, bij Turnhout, en overleed op 4 juli 1986 te Antwerpen. Hij studeerde aan het Lemmensinstituut te Mechelen en behaalde de hoogste onderscheiding, de Prijs Lemmens-Tinel, in 1923. In 1925, werd Flor Peeters hoofdorganist aan de kathedraal en hoofdleraar orgel aan het Lemmensinstituut te Mechelen. In 1931 werd hij orgelleraar aan het Kon. Conservatorium te Gent en in 1935 leraar orgel en improvisatie aan de Rooms – Katholieke Leergangen te Tilburg. Aan het Lemmensinstituut gaf hij les van 1923 tot 1952; aan het conservatorium te Gent van 1935 tot 1948. In 1948 werd hij orgelleraar aan het Kon. Vlaams Conservatorium te Antwerpen; van 1952 tot 1968 was hij tevens directeur van deze instelling.
Flor Peeters was een genereus componist; uit eigen impuls of in opdracht, dat deed er niet toe, componeren was voor hem een noodzaak. Zijn compositorische arbeid heeft zijn orgelspel beïnvloed en het concertleven zijn compositorische arbeid.
Esthetisch evolueerde zijn muziek van een laat-Franckiaanse virtuositeit, via vitalistische neoklassiek, naar een bezonken, introvert eigen klankidioom, om in 1978 te komen tot een synthese van sobere vitaliteit, ritmisch zeer bewogen, contrasterend en met een intense lyriek.
Chris Dubois werd geboren te Oudenaarde en studeerde aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium te Antwerpen. Hij behaalde er talrijke eerste prijzen. Zijn voornaamste leermeester was Flor Peeters. Chris Dubois is eredocent orgel aan het Lemmensinstituut te Leuven en aan het Stedelijk Muziekconservatorium te Brugge. Hij ontplooide een drukke concertactiviteit in binnen- en buitenland, vooral in de Verenigde Staten, Canada, Italië en Duitsland. Zijn composities omvatten werken voor orgel, piano, cello, beiaard en koor. Zijn orgelwerken zijn eerder traditioneel met een heel duidelijk knipoog naar de werken van J.S. Bach, wat de vorm betreft, en naar de werken van Flor Peeters wat de taal betreft.
Gegevens concert
Aanvang: maandag 14 augustus 2023, 20:15 uur Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2023
donderdag 19 februari 2026, 06:45 donderdag 19 februari 2026, 06:45
Stefano Manfredini
Aanvang:
2023-08-21 20:15:00 u.
Einde:
2023-08-21 21:30:00 u.
Programma
C. Czerny (1791-1857)
Præludium und Fuge in a-Moll op. 607
J. Brahms (1833-1897)
Choral “Herzlich tut mich verlangen” op. 122/9 Choral “O Welt, ich muss dich lassen” op. 122/11
Master Tallis’s testament from Six Pieces for Organ
A. Esposito (1913-1981)
Variazioni sull’Ave Maria di Fatima
Organist
Geboren in Modena, volgde hij orgelstudies aan het Conservatorium van Parma, hij behaalde hoge cijfers voor orgel onder leiding van Prof. Alfonso Gaddi aan het Conservatorium “L. Campiani” in Mantua. Hij studeerde liturgie (bij don V. Donella) en improvisatie (bij L. Tamminga). Achtereenvolgens studeerde hij af met de hoogste cijfers in Muzikale Disciplines aan hetzelfde Conservatorium. Aan het Conservatorium “G. B. Martini” in Bologna studeerde hij af in klavecimbel, altijd met de hoogste cijfers, met een scriptie over het gewijde repertoire in de huiselijke devotie van de Protestantse Kerk. Bovendien volgde hij cursussen koor- en orkestdirectie. Daarna perfectioneerde hij zijn studie door cursussen te volgen bij K. Schnorr, O. Mischiati, L. F. Tagliavini, F. Caporali, M. Imbruno. Hij speelde inaugurele recitals van historische instrumenten. Hij speelt concerten in heel Italië en in het buitenland (Europa, Rusland) als solist of in verschillende ensembles. Zijn passie voor het harmonium bracht hem ertoe zich te wijden aan het uitdiepen van de literatuur voor dit instrument.
Hij is vice-voorzitter van de Vereniging van Orgelvrienden “J. S. Bach” en hij werkt samen met de artistieke leiding van muzikale shows “ArmoniosaMente” en het “Orgelfestival van Modena”.
Als liefhebber van orgelkunst bekommert hij zich al jaren om de oude muziekinstrumenten van Modena door opknapbeurten en initiatieven gericht op de opwaardering van het orgelerfgoed te promoten.
Hij was al organist van de St. Domenico kerk in Modena en in januari 2004 werd hij benoemd tot hoofdorganist van de St. Giovanni Bosco kerk in Bologna, waar hij het grote orgel “Tamburini” (5 klavieren, 12.000 pijpen) bespeelt.
Hij doceerde orgel van 2009 tot 2013 aan het Diocesaan Instituut voor Heilige Muziek van Modena en in 2010-11 ook aan de Muziekschool “A. Masini” in Forlì. Sinds 2009 is hij lid van de Directieraad van de Italiaanse Vereniging van de Heilige Cecily, waar hij, na de afdelingen Organologie en Sociale Communicatie te hebben geleid, in 2019 is benoemd tot vicevoorzitter.
Oorspronkelijke Engelse tekst
Born in Modena, he undertook the studies in organ at the Conservatory of Parma, he qualified with high marks in Organ under the guidance of Prof. Alfonso Gaddi at the Conservatory of Music “L. Campiani” in Mantova. He studied liturgy (with don V. Donella) and improvisation (with L. Tamminga). Successively, he graduated with top marks in Musical Disciplines at the same Conservatory. At the Conservatory “G. B. Martini” in Bologna he graduated in Harpsichord, always with the highest marks, discussing a thesis on the sacred repertoire in the domestic devotion of the Protestant Church. Moreover, he followed courses of chorus and orchestra conducting. He then perfected his studies by following courses held by K. Schnorr, O. Mischiati, L. F. Tagliavini, F. Caporali, M. Imbruno. He has played inaugural recitals of historical instruments. He plays concerts throughout Italy and abroad (Europe, Russia) as solo player, or in various ensembles. His passion for the harmonium, led him to devote himself to the deepening of the literature for this instrument.
He is vice-president of the Organ’s Friends “J. S. Bach” Association and he cooperates with the Artistic Direction of musical shows “ArmoniosaMente” and the “Modena Organ Festival”.
An organ art lover, since years he has been continuously caring about the old musical instruments of the territory of Modena, by promoting refurbishments and initiatives aiming at the upgrading of the organ inheritance.
Already organist of St. Domenico’s church in Modena, in January 2004 he was named main organist of St. Giovanni Bosco’s church in Bologna, where he plays the great organ “Tamburini” (5 manuals, 12.000 pipes).
He has taught organ from 2009 to 2013 at the Diocesan Institute of Sacred Music of Modena, and in 2010-11 also at Music School “A. Masini”, Forlì. Since 2009 he is member of the Directive Council of the Italian Association of Saint Cecily where, after having directed the Departments of Organology and Social Communications, in 2019 he has been appointed vice-president.
Toelichting op het programma
C. Czerny, Præludium und Fuge in a-Moll op. 607
In de enorme Prelude en Fuga in A Mineur, Op. 607, laat Czerny zijn beheersing van het orgel (zijn vader was organist, net als Czerny zelf) en contrapunt zien. Hij laat zien dat hij de lessen van Bach en Mendelssohn heeft geleerd, vooral in de monumentale dubbelfuga, samen met een pre-romantische smaak.
J. Brahms, Choral “Herzlich tut mich verlangen” op. 122/9, Choral “O Welt, ich muss dich lassen” op. 122/11
In deze laatste reeks van zijn werken is Brahms’ keuze voor de koralen “Herzlich tut mich verlangen” en “O Welt, ich muss dich lassen” bijzonder aangrijpend, omdat ze werden gemaakt op het moment dat hij zich voor het eerst realiseerde dat zijn eigen dagen geteld waren. Tegenover zijn vrienden deed hij zijn vale teint af als slechts het resultaat van geelzucht, maar hij herkende zeker dit alarmerende symptoom van leverkanker, de ziekte waaraan zijn vader was bezweken. Alle pogingen tot behandeling waren onvermijdelijk tevergeefs en op 3 april 1897 stierf Johannes Brahms, zijn laatste muzikale essays voor orgel ongepubliceerd achterlatend.
M. Bonis, Sortie op. 96
Mélanie Bonis’ post-romantische stijl van haar oeuvre, leerling van César Franck, kwam goed overeen met haar tijd en is zeer gevarieerd, variërend van dramatisch tot humoristisch, vaak krachtig en sensueel, met af en toe oriëntaalse uitstapjes, altijd goed geschreven en gekenmerkt door een grote expressiviteit. Haar teksten zijn zeer persoonlijk en gemakkelijk te herkennen aan de originaliteit van de harmonieën en ritmes.
V. Petrali, Adagio per voce umana
Als organist in Bergamo en Cremona maakt Petrali de wisseling mee tussen symfonisch-theatrale orgelcreativiteit en de opkomende Ceciliaanse Beweging. In dit Adagio voegt Vincenzo Petrali alle Italiaanse operasmaak van de 19e eeuw samen tot een prachtige melodie, met behoud van een sobere en elegante stijl.
J. Rheinberger, Sonate nr. 4 “Tonus peregrinus” op. 98, Tempo moderato / Intermezzo / Fuga cromatica
Deze Sonate heeft zijn leitmotiv in de Tonus Peregrinus: door velen beschouwd als de IXe Gregoriaanse modus, verschilt de T. P. van de andere acht officiële modi door het hebben van twee recitatiesnaren (repercussio). De Latijnse betekenis is juist die van een vreemde, dolende toon, en hangt samen met het feit dat deze melodie historisch vaak geassocieerd wordt met het zingen van Psalm 144 “In exitu Israel de Aegypto”, een psalm die voorafgaat aan de veertigjarige zwerftocht in de woestijn van het uitverkoren volk.
H. Howells, Het testament van meester Tallis, uit Zes stukken voor orgel
Howells beschouwde deze compositie als een van zijn belangrijkste werken. Het vat de essentie van de “Tweede Engelse Renaissance” van Howells, Vaughan Williams en Holst et al met zijn naadloze vermenging van zestiende-eeuwse modaliteit en twintigste-eeuwse sensualiteit. Het werk is in wezen een reeks geleidelijke variaties op het openingsthema, waarbij elke volgende variatie toeneemt in intensiteit, complexiteit en volume. De toon van het stuk aan het begin is die van een ingetogen pastoraal, waarbij het modale G mineur zachtjes afsteekt tegen de talrijke “Tudor” chromatische verbuigingen.
A. Esposito, Variazioni sull’Ave Maria di Fatima
Als een kleine improvisatie neemt de Italiaanse componist Alessandro Esposito ons mee naar Fatima, met de melodie van het beroemde religieuze gezang, waarbij hij traditie vermengt met een muzikale taal van de late 20e eeuw.
Oorspronkelijke Engelse tekst
C. Czerny, Præludium und Fuge in a-Moll op. 607
In the huge Prelude and Fugue in A Minor, Op. 607, Czerny shows off his mastery of the organ (his father was an organist, as was Czerny himself), and counterpoint. He shows to have learnt Bach and Mendelssohn’s lessons, especially in the monumental double fugue, together with a pre-romantic taste.
J. Brahms, Choral “Herzlich tut mich verlangen” op. 122/9, Choral “O Welt, ich muss dich lassen” op. 122/11
In this last set of his works, Brahms’s choice of the Chorales – “Herzlich tut mich verlangen” and “O Welt, ich muss dich lassen” – is particularly poignant, made, as it was, at the time when he first came to realize that his own days were numbered. To his friends, he dismissed his sallow complexion as merely the result of a case of jaundice, but he surely recognized this alarming symptom of cancer of the liver, the disease to which his father had succumbed. All attempts at treatment were inevitably in vain, and on 3 April 1897, Johannes Brahms died, leaving his final musical essays for organ unpublished.
M. Bonis, Sortie op. 96
Pupil of César Franck, Mélanie Bonis‘ post-romantic style of her oeuvre corresponded well to her times and is quite varied, ranging from dramatic to humorous, often vigorous and sensual, with occasional oriental excursions, always well written and marked by great expressiveness. Her writing is very personal and easily identifiable by the originality of its harmonies and rhythms.
V. Petrali, Adagio per voce umana
Organist in Bergamo and Cremona, Petrali experiences the change between symphonic-theatrical organ creativity and the nascent Cecilian Movement. In this Adagio, Vincenzo Petrali merges all the Italian operatic taste of the 19th century into a beautiful melody, while maintaining a sober and elegant style.
J. Rheinberger, Sonata n° 4 “Tonus peregrinus” op. 98, Tempo moderato / Intermezzo / Fuga cromatica
This Sonata has its leitmotiv in the Tonus Peregrinus: considered by many to be the IX Gregorian mode, the T. P. differs from the other eight official modes in having two strings of recitation (repercussio). The Latin meaning is precisely that of a foreign, wandering tone, and depends on the fact that historically this melody has often been associated with the singing of Psalm 144 “In exitu Israel de Aegypto”, a psalm that preludes the forty-year wandering in the desert of the chosen people.
H. Howells, Master Tallis’s testament, from Six Pieces for Organ
Howells considered this composition as to be one of his most “significant” works. It captures the essence of the “Second English Renaissance” of Howells, Vaughan Williams, and Holst et al with its seamless blending of sixteenth century modality and twentieth century sensuality. The work is essentially a set of gradual variations on the opening theme, each subsequent variation growing in intensity, complexity and volume. The tone of the piece at the beginning is that of a restrained pastoralism, with the modal G minor gently washing against the numerous “Tudor” chromatic inflections.
A. Esposito, Variazioni sull’Ave Maria di Fatima
Like a small improvisation, the Italian composer Alessandro Esposito takes us to Fatima, with the melody of the famous religious chant, mixing tradition with a musical language of the late 20th century.
Gegevens concert
Aanvang: maandag 7 augustus 2023, 20:15 uur Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2023
Susanna Veerman
Aanvang:
2023-08-21 20:15:00 u.
Einde:
2023-08-21 21:30:00 u.
Programma
Herman Strategier (1912-1988)
Ritornello capriccioso
Louis Vierne (1870-1937)
Méditation (Improvisation)
Joseph Bonnet (1884-1944)
Uit Pièces Nouvelles Elfes
Max Reger (1873-1916)
Uit “Neun Stücke”, Op. 129 Melodia
Marco Enrico Bossi (1861-1925)
Scherzo in g-minor, Op. 49 nr. 2
Angela Kraft-Cross (1958*)
La Pietà (2021)
Sergej Rachmaninoff (1873-1943)
Prelude in cis-moll, Op. 3 nr. 2 Bew. L. Vierne
Jāzeps Vītols (1863-1948)
Pastorale (1914)
Marius Monnikendam (1896-1977)
Toccata I (1936)
Léon Boëllmann (1862-1897)
Ronde Française, Op. 37
César Franck (1822-1890)
Troisième choral en la-mineur
Organist
Susanna Veerman (1975*) studeerde in Moskou aan het Tsjaikovski Conservatorium, waar zij in 1997 haar koordirectiediploma behaalde. Diploma Uitvoerend Musicus koordirectie behaalde zij in 2001 aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam. In 2005 behaalde zij het diploma Uitvoerend Musicus Orgel (Master) aan het Rotterdams Conservatorium bij Ben van Oosten. Tevens behaalde zij in 2002 diploma kerkmuziek eerste graad als cantor en organist. Tussen 2005-2007 ontving zij een beurs voor orgelstudie bij Louis Robilliard in Lyon (Frankrijk). In 2007 ontving zij de zilveren medaille en in 2013 de vergulde medaille van de Société Académique “Arts-Sciences-Lettres” (Parijs) voor haar verdiensten voor de Franse koor- en orgelmuziek. Zij is per 2013 tevens gedelegeerde van de ASL in Nederland en draagt kunstenaars voor een medaille voor. In 2005 (Haarlem), 2008 (Parijs) en 2010 (Orléans) en 2012 (Amsterdam), bracht zij respectievelijk vier orgel-cd’s uit. Zij vormt met haar echtgenoot Wim Does sinds 2005 een vaste quatre-mains duo op orgel. In 2016 bracht zij met pianiste Mirsa Adami en Wim Does de cd “Key Connections” uit met orgelwerken voor orgel & piano duo in Philharmonie Haarlem. Heden dirigeert zij drie mannenkoren. Tevens is zij zeer actief als begeleidster bij koren op concerten zowel op orgel/continuo als piano en coacht zij koorzangers. Sinds 2008 leidt zij met Wim Does eigen muziekpraktijk W& S Music in Amsterdam en Apeldoorn. Zij is van 1999 tot heden hoofdorganiste geweest van de Emmaüsparochie Amsterdam waar ze twee historische orgels bespeelde, nl. het Hilgers (1774) orgel in “De Boomkerk” en het Cavaillé-Coll (1881) orgel in de St. Augustinuskerk. Tevens organiseerde zij daar Internationale concerten.
Per november 2021 is Susanna aangesteld als hoofdorganiste van de St. Jacobus de Meerdere kerk (beter bekend als Parkstraatkerk) te Den Haag. Susanna geeft jaarlijks concerten in Nederland en in het buitenland, o.a. in Canada, USA, Rusland, Wit-Rusland, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië etc. In Frankrijk speelde zijn o.a. in de kathedralen van Orléans, Bordeaux en Le Mans. In 2017 speelde zij een concert in de beroemde Notre-Dame Kathedraal te Parijs.
Voor meer informatie en bestelling van de cd’s kunt u kijken op haar website.
Toelichting op het programma
Herman Strategier (1912-1988) – Ritornello Capriccioso
Hendrik Andriessen schreef grote orgelwerken in de grote Franse romantische traditie. Hij gaf er zijn eigen draai aan door ook aandacht te schenken aan de kleine vorm. Strategier ging voort op die weg, met onder andere de Dertig korte Inventies. Getuige de beknoptheid van ‘grote’ werken als het Ritornello Capriccioso en de Chaconne gaf hij niet om het grote romantische gebaar. In zijn muziek vindt een kruisbestuiving plaats tussen de roomse klanken van Cesar Franck en de Lutherse geluiden uit de Duits georiënteerde Orgelreform. Het meest indrukwekkend komt die synthese tot klinken in de Ritornello Capriccioso.
Louis Vierne (1870-1937) – Méditation (Improvisation)
Deze Méditation komt uit “Trois Improvisations” (1930) (reconstructie naar Maurice Duruflé door David Sanger). Vierne werd van 1881 tot 1890 opgeleid aan het “Institut National des Jeunes Aveugles” (het nationale blindeninstituut). Daarna studeerde hij aan het Conservatoire de Paris waar hij korte tijd les had van César Franck. Na diens overlijden studeerde hij verder bij Charles-Marie Widor. In 1900 werd hij uit vijf kandidaten unaniem gekozen tot organist-titularis aan de Notre-Dame van Parijs, alwaar hij 37 jaar lang, tot zijn dood, het magistrale vijfklaviers Cavaillé-Coll orgel bespeelde. Vierne werd vermaard om zijn improvisaties. In 1928 maakte ‘Odeon’ in de Notre-Dame een opname van de drie improvisaties. Vierne’s leerling Maurice Duruflé, zelf schepper van een klein en fijnzinnig orgeloeuvre, maakte een nauwgezette reconstructie, die in 1954 het licht zag.
J. Bonnet (1884-1944) – Uit Pièces Nouvelles , Op. 7 -Elfes
Joseph Bonnet kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader, die organist was van de St. Eulalie. Op 14-jarige leeftijd werd hij tot organist benoemd aan de St. Nicholas en kort daarna ook de St. Michael. Bonnet kreeg aan het Conservatorium van Parijs les van Guilmant en Vierne. Na zijn studie volgde in 1906 zijn benoeming als organist-titularis aan de Église Saint-Eustache. In 1911 volgde Bonnet zijn vroegere leraar Guilmant op aan het Conservatorium van Parijs. Bonnet verhuisde in 1917 naar de Verenigde Staten, waar hij rondtoerde en tot 1919 ongeveer 100 concerten gaf. In 1921 richtte hij de orgelafdeling op van de Eastman School of Music in Rochester (New York). Daarop keerde hij terug naar Frankrijk. In 1940 vluchtte hij naar de Verenigde Staten, waar hij veel orgelmuziek componeerde. Tijdens een korte trip naar Canada in 1944 overleed hij. Elfes zijn in 1910 gecomponeerd. De virtuoze muziek beeld letterlijk de vlucht van de bovennatuurlijke elfjes uit.
M. Reger (1873-1916) – Uit “Neun Stücke”, Op. 129 -Melodia
De bekoorlijke Melodia laat Reger als miniatuurcomponist horen. Het kent een eenvoudige opzet: de rechterhand heeft een melodieuze stem, linkerhand en pedaal begeleiden. De vele chromatische en harmonische wendingen geven dit werk een meditatieve sfeer waarin steeds nieuwe kleuren waarneembaar zijn.
Mario Enrico Bossi (1861-1925) – Scherzo in g-minor, Op. 49 nr. 2
Bossi was kapelmeester van de Kathedraal van Como van 1881 tot 1889. Bossi schreef meer dan 150 werken voor verschillende genres, nl. voor orkest, vijf opera’s, oratoria, koor- en kamermuziek, maar ook stukken voor piano en orgel. Zijn compositie catalogus is nog grotendeels onbekend, met uitzondering van zijn orgelwerken.
Angela Kraft-Cross (1958*) – La Pietà (2021)
Toelichting door de componiste zelf: (USA): Dit werk is geïnspireerd op het gelijknamige beeldhouwwerk van Michelangelo. Moeder Maria, die haar levenloze volwassen zoon Jezus wiegt, is een gedachtenis van het aangrijpende verdriet welke op Goede Vrijdag word herdacht. Gezien wat de dood van Christus voor ons betekent en de onmenselijkheid van de mensheid voor de mensheid, is dit een gebed dat ons aanspoort om te werken aan een liefdevollere wereld.
Sergej Rachmaninoff (1873-1943) – Prelude in cis-moll, Op. 3 nr. 2 (Bew. L. Vierne)
Prelude in cis mineur Op. 3, nr. 2, is een van de beroemdste composities van de componist. Het maakt deel uit van een set van vijf pianostukken met de titel Morceaux de fantaisie. Het staat ook bekend als The Bells of Moscow, omdat de introductie de meest plechtige beiaardklokken van het Kremlin reproduceren. Dit werk was één van de eerste composities die de 19-jarige Rachmaninoff componeerde nadat hij op 29 mei 1892 afstudeerde aan het Conservatorium van Moskou. De eerste uitvoering was door de componist zelf op 26 september 1892 op een festival genaamd de Moscow Electrical Exhibition. Het werk is opgedragen aan Anton Arensky, zijn harmonieleraar aan het conservatorium.
JāzepsVītols (1863-1948) – Pastorale (1914)
De Letse componist Vītols ging in 1880 compositieleer studeren bij Nikolaj Rimski-Korsakov aan het Conservatorium van Sint-Petersburg. Toen hij in 1886 was afgestudeerd, bleef hij aan het conservatorium verbonden als docent compositieleer. Onder zijn leerlingen waren Nikolaj Mjaskovski, Sergej Prokofiev en Vladimir Sjtsjerbatsjov. Vītols was nauw bevriend met zijn collega’s Aleksandr Glazoenov en Anatoli Ljadov. Jāzeps Vītols, die rond 850 composities op zijn naam heeft staan was voor zijn tijd, de 20e eeuw, tamelijk conservatieve componist. Hij was beïnvloed door de muziek van Het Machtige Hoopje, en vooral door Rimski-Korsakov. Zoals bijna alle Baltische componisten onderging hij echter ook de invloed van de volksmuziek van zijn land. Al in de tijd dat hij in Sint-Petersburg woonde, bestudeerde hij de Letse folklore. Ondanks de grote aantallen composities zijn er maar twee composities geschreven voor orgel solo, nl. Pastorale (1914) die vandaag wordt uitgevoerd en Fugue (1937).
M. Monnikendam (1896-1977)- Toccata I (1936)
Het orgel neemt in het oeuvre van Monnikendam een belangrijke plaats in. Zijn eerste orgelwerk, Toccata I (1936) is opgedragen aan Charles Tournemire, het werk trok de aandacht door de strakke voortgang van de motieven, een schrijfwijze die neobarok genoemd zou kunnen worden. Het werk is tot in de 21e eeuw een vaak gespeeld werk tijdens orgelbespelingen.
Léon Boëllmann (1862-1897) – Ronde Française, Op. 37
Van oorsprong een zeer virtuoos, luchtig, vrolijk en dansend pianostuk op een Frans volksthema, welke is bewerkt voor orgel door Gaston Choisnel (1857-1921), neef van de Franse uitgever Durand. Het werk is gecomponeerd en uitgebracht in 1896. Ronde Française begint met een thema in 6/8 maat uit de verte in een laag register en wordt aansluitend een paar keer gevarieerd. Dit alles loopt uit op een climax en tutti, waarna het thema weer in oorspronkelijke staat terugkeert en weer in de verte verdwijnt.
César Franck (1822-1890) – Troisième choral en la-mineur
Troisième choral (1890) is het laatste werk van de grote Franse meester. Het begint met gebroken akkoorden ’quasi allegro’, afgewisseld met brede, sonore samenklanken. Dan volgt de eigenlijke koraalmelodie, in zachte tinten gehouden. Achtereenvolgens verschijnen opnieuw de beginbeweging, het koraal en de beginbeweging, die nu uitloopt op het ontroerende adagio, het centrum van het werk. Deze zangerige cantilene klinkt later in afwisseling met de koraalmelodie. Na een grote climax keert de beginbeweging terug, nu ook gecombineerd met het koraal, waardoor de compositie een magistrale afsluiting krijgt.
Gegevens concert
Aanvang: maandag 31 juli 2023, 20:15 uur Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2023
Mgr. de Groot muziekfonds
donderdag 19 februari 2026, 06:45 donderdag 19 februari 2026, 06:45
Eric Koevoets
Aanvang:
2023-08-21 20:15:00 u.
Einde:
2023-08-21 21:30:00 u.
Programma
Paul Barras (1925-2017)
Paraphrase sur ‘Ave Maris Stella’
César Franck (1822-1890)
Pastorale opus 19
Jeanne Demessieux (1921-1968)
Attende Domine (uit ’12 Choral-Préludes sur des thèmes grégoriens’ opus 8)
Charles Tournemire (1870-1939)
Choral Alleluiatique nr. 3 (uit L’Orgue Mystique opus 57: Dominica XVIII post pentecostes)
Louis Vierne (1870-1937)
Uit ‘24 Pièces de Fantaisie’: Première Suite opus 51 · Prélude · Andantino · Caprice · Intermezzo · Requiem aeternam · Marche nuptiale
Organist
Eric Koevoets (1967) studeerde aan het Rotterdams Conservatorium orgel (Uitvoerend en Docerend Musicus) bij Jet Dubbeldam, piano (Docerend Musicus) bij Frans van Hoek en koordirectie bij Barend Schuurman. Ook volgde hij improvisatielessen bij Arie J. Keijzer. Ten overstaan van de Commissie Bevoegdheidsverklaringen van de R.K. Kerk behaalde hij in 1992 het diploma kerkmuziek. Ook verdiepte hij zich verder in improvisatie bij Hayo Boerema.
Hij geeft regelmatig orgelconcerten in binnen- en buitenland, is als begeleider actief en componeerde diverse werken. Hij is sinds 2007 dirigent-organist van de Sint Lambertuskerk te Rotterdam-Kralingen. Daarnaast is hij dirigent van Vrouwenkoor La Confiance uit Dordrecht en piano- en orgeldocent aan Muziekonderwijscentrum Dubbelsteyn te Dordrecht.
In de afgelopen jaren zijn van zijn spel vele CD’s uitgebracht waaronder een CD-box met de complete orgelwerken van César Franck. Momenteel houdt hij zich intensief bezig met de vertolking van het volledige orgeloeuvre van Johann Sebastian Bach tijdens concerten en CD-opnamen. In 2022 kwam Volume 10 uit met o.m. De Grote Orgelmis en De Kleine Orgelmis. Volgend jaar wordt het laatste deel, Volume 11 gepresenteerd.
Daarnaast maakte hij o.m.de CD ‘Voix Céleste’, een live CD met Symphonie II en Symphonie V van Charles-Marie Widor, de CD ‘Himmelwärts’ met werken van Franz Liszt, Charles Tournemire en Richard Wagner m.m.v. Jenny Haisma, sopraan en een dubbel-cd met de complete sonates voor orgel van Carl Philipp Emanuel Bach.
Als opening van het programma de prachtige Paraphrase sur ‘Ave Maris Stella’van de Waalse componist Paul Barras, die met zijn werk helemaal staat in de Frans-symphonische, traditie van componisten als onder meer Dupré, Duruflé, Tournemire en Langlais. Op grootse en joyeuze wijze wordt de beroemde gregoriaanse Mariahymne Ave Maris Stella gebruikt.
De Pastorale (=herdersmuziek) van César Franck is een driedelig werk. Het eerste gedeelte heeft een rustige beweging met twee elkaar afwisselende thema’s. Het middendeel wordt gekenmerkt door pittoreske staccato-akkoorden. Het derde gedeelte is een herhaling van het eerste gedeelte, waarin de twee thema’s nu met elkaar op fraaie wijze worden gecombineerd.
In 1947 componeerde Jeanne Demessieux de ’12 Choral-Préludes sur des thèmes grégoriens’ Het hieruit afkomstige Attende Domine valt op door het zeer polyfone karakter: we horen hoe het refrein van het gregoriaanse Attende Domine breed zingt en steeds op een zeer knappe manier wordt gecombineerd met motieven uit de strofen van dit beroemde gezang voor de lijdenstijd.
We vervolgen met werk van Charles Tournemire, afkomstig uit zijn grote cyclus L’Orgue Mystique. Deze cyclus bevat orgelstukken voor het volledige kerkelijk jaar volgens de R.K. traditie. De stukken zijn consequent gebaseerd op de gregoriaanse gezangen van de betreffende zon- of feestdag. Voor elke zon-of feestdag componeerde Tournemire een soort suite bestaande uit Prélude à l’Introit, Offertoire, Élévation, Communion en Pièce terminale. Ze vormen een voorspel of reflectie op het gezang dat op dat moment aan de orde is binnen de liturgie.
Het vandaag te beluisteren Choral Alleluiatique nr.3 is het slotstuk voor de 18e zondag na Pinksteren. Het is een schitterende fantasie over de gregoriaanse graduale ‘Laetatus sum’, met de begintekst uit psalm 122 Hoe verblijd was ik toen zij mij zeiden: ‘wij gaan op naar het huis van de Heer.’ Het stuk leidt van verwachtingsvolle ingehouden vreugde aan het begin naar een vervoerende climax aan het slot van de compositie.
Met de zes symfonieën behoren de 24 Pièces de Fantaisie (Fantasiestukken) tot de voornaamste orgelwerken van Louis Vierne. Hij componeerde ze in de jaren 1925-27. Ze zijn gegroepeerd in vier suites van elk zes stukken. Achtergrond van het ontstaan is ongetwijfeld de gevoels-en belevingswereld van de componist die buitenmuzikale onderwerpen dan wel abstracte muzikale vormen tot klinken wilde brengen. Deze muziek, gecomponeerd tijdens het Interbellum blijft trouw aan een romantisch klankideaal. Een toepassing van ver doorgevoerde chromatiek, terug te voeren tot de invloed van Wagner maar ook impressionistische elementen in de geest van Debussy zijn hier belangrijke elementen.
Vanavond hoort u de eerste van de vier suites. Hier een korte omschrijving van de zes delen:
Prélude – In een impressionistisch klankdécor ontvouwt zich in de bas een zangrijk en nobel thema. Na de volledige presentatie van dit thema klinkt het thema opnieuw, nu in de bovenstem, begeleid door fraaie akkoordbrekingen met in het pedaal een steeds doorlopende baslijn. Na een korte overgangszin komt het thema weer terug in de bas, maar nu in de omkering. Dit betekent dat alle dalende intervallen in de melodie nu stijgend zijn en alle stijgende intervallen dalend.
Andantino – In een dromerig, loom verlangen klinkt het lyrische thema. Ter afwisseling klinkt een boeiend tussenspel in triolenbeweging.
Caprice – Een typerend stuk voor de Frans-romantische toonkunst door het elegante ritme en soepele lijnenspel. De titel doet een grillig stuk vermoeden maar wijst veel meer naar oudere polyfone tradities uit de Franse barok waarbij men ook de titel Caprice toepaste. Vierne’s Caprice is dan ook opvallend polyfoon. Zo zijn er diverse canonische gedeeltes te beluisteren en is het laatste gedeelte een trio met et het thema in de middenstem.
Intermezzo – Dit Intermezzo (= Tussenspel) is een scherzo-achtige, vrolijk-ironische compositie waarin een puntig en ook grillig thema wordt afgewisseld met een lyrisch thema.
Requiem aeternam – Met deze titel refereert Vierne aan de openingszang van de uitvaartmis ‘Requiem aeternam, dona eis Domine’ (Heer, geef hen de eeuwige rust). Hij droeg dit stuk op aan de nagedachtenis van Edouard Vierne, zijn twee jaar jongere broer. Het stuk, expressie van droefheid, wordt gedragen door de verwerking van slechts één thema.
Marche Nuptiale -De Marche Nuptiale (=Bruiloftsmars) kan men zich heel goed voorstellen als grandioos naspel van een druk bezochte huwelijksmis in de Notre-Dame van Parijs, alwaar Vierne als beroemd kathedraalorganist werkzaam was. Binnen de context van de pompeuze grandeur die de mars als genre eigen is geeft de aristocraat Vierne zijn stuk een prachtige noblesse mee. Na het monumentale eerste thema volgt een zeer chromatisch uitgewerkt tweede thema. Tot slot keer, vergezeld van een wervelende triolenbeweging het eerste thema terug, nu in de bas, gespeeld op het pedaal.
Gegevens concert
Aanvang: maandag 24 juli 2023, 20:15 uur Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2023
Mgr. de Groot Muziekfonds
donderdag 19 februari 2026, 06:45 donderdag 19 februari 2026, 06:45
Karol Hilla
Aanvang:
2023-08-21 20:15:00 u.
Einde:
2023-08-21 21:30:00 u.
Programma
J. Rheinberger (1839-1901)
III part. (Allegro. Maestoso) from V Sonaty organowej, op. 111
S. Karg- Elert (1877-1933)
Nach einer Prufung kurzer Tage, (Choral-Improvisationen), op. 65 Wachet auf, ruft uns die Stimme, op. 65 Dir, dir Jehova will ich singen, op. 65
III part.(Allegro vivace) from II Organ Sonata D-major
Organist
Karol Hilla is afgestudeerd aan de muziekacademie van Gdańsk in 2003 (orgelklas prof. Roman Perucki). In de jaren 2002-2008 studeerde hij aan de Hochschule fur Musik und Theater in Hamburg bij prof. Wolfgang Zerer. Hij studeerde cum laude af aan HMT Hamburg. Hij gaf concerten op Poolse orgelfestivals en in het buitenland: in Duitsland, Rusland, Frankrijk, Nederland, Finland, Zweden, Spanje, Portugal, Italië, Litouwen, Slowakije, Roemenië en de VS. Hij is laureaat en finalist van verschillende orgelconcoursen. In 2009 ontving Karol Hilla ook de nominatie voor de Pommerse Kunstprijs.
Verder is hij artistiek leider van concertseries en orgelfestivals (serie “Avonden met Orgelmuziek” – Gdynia en “Zomer Orgelfestival” in Rumia). Karol Hilla is docent aan de Muziekacademie in Łodź en orgelleraar aan de Muziekschool in Gdynia. Hij was ook jurylid bij orgelconcoursen. In 2019 nam hij samen met de beste organisten uit Noord-Polen deel aan de wereldpremière-opname van alle werken van Daniel Magnus Gronau, barokorganist uit Gdańsk, wiens manuscripten in de Verenigde Staten werden gevonden.
Oorspronkelijke Engelse tekst
Karol Hilla is graduated the Gdańsk Music Academy in 2003 (organ class prof. Roman Perucki). In the years 2002-2008 he was studying in Hochschule fur Musik und Theater in Hamburg with the prof. Wolfgang Zerer. He graduated HMT Hamburg “with honors”. He gave concerts on polish organ festiwals and abroad: in Germany, Russia, France, Holland, Finland, Sweden, Spain, Portugal, Italy, Lithuania, Slovakia, Romania, USA. He is a laureate and finalist of the several organ competitions. In 2009 Karol Hilla received also the nomination of Pomeranian Arts Award.
Furthermore, he is an artistic director of concert series and organ festivals (series “Evenings with Organ Music” – Gdynia and “Summer Organ Festival” in Rumia). Karol Hilla is profesor on Music Academy in Łodź and organ teacher in Music School in Gdynia. He was also a juror at organ competitions. In 2019 he took part together with best organists from north Poland in the world premiere recording of all the works of Daniel Magnus Gronau, barock organist from Gdańsk, whose manuscripts were found in Unites States.
Toelichting op het programma
J. Rheinberger Laatste deel van grote Orgelsonate in Fis-majeur met karakteristieke stippelritmemotieven die het majestueuze karakter van dit stuk onderstrepen.
S. Karg-Elert Drie koralen van grote postromantische componist. Het langste van deze drie stukken (Wachet auf) bevat niet één, maar drie voorstellingen van een zeer beroemde melodie en is een voorbeeld van fantasierijke klankschildering.
M. Surzyński Twee stukken van een van de belangrijkste componisten van de Poolse romantiek, die samenwerkte met het Conservatorium van Warschau en de Philharmonie in Warschau. “Chant triste” – vormgegeven in ABA’ vorm lied met solo stem, Capriccio – stuk in karakter van toccata onderbroken door cantabile segmenten.
J. Janca Jan Janca is een beroemde Poolse componist (geboren in Gdańsk – hij woont in Tubingen – Duitsland). Elegia is een contemplatief stuk gebaseerd op herhaalde akkoorden met een interessante harmonie. Variationen gebaseerd op een van de moderne oecumenische Duitse liederen – Hilf Herr meines Lebens. Bevat acht korte variaties in verschillende stijlen, met interessante compositietechnieken.
A. Guilmant Sonata – Finale uit de Orgelsonate van een van de belangrijkste romantische orgelcomponisten.
Oorspronkelijke Engelse tekst
J. Rheinberger Last part of great Organ Sonata in Fis-major with characteristic dotted rhythm motives which underlines majestic character of this piece.
S. Karg-Elert Three chorales of great postromantic composer. The longest of those three pieces (Wachet auf) contains not only one, but three presentation of very famous melody and is example of fantasitc sound painting.
M. Surzyński Two pieces of one of most significant composer of polish romanticism, cooperated with Warsaw Music Conservatory and Philharmony in Warsaw. „Chant triste” – shaped in ABA’ form song with solo voice, Capriccio – piece in character of toccata interrupted by cantabile segments.
J. Janca Jan Janca is famous polish composer (born in Gdańsk -he lives in Tubingen – Germany). Elegia is contemplative piece based on repeated chords present an interesting harmony. Variationen based on one of modern ecumenical german songs – Hilf Herr meines Lebens. Contains eight short variations in different styles, presents interesting compositional techniques.
A. Guilmant Sonata – Finale from Organ Sonata composed by one of the most significant romantic organ music creator.
Gegevens concert
Aanvang: maandag 17 juli 2023, 20:15 uur Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2023
donderdag 19 februari 2026, 06:45 donderdag 19 februari 2026, 06:45
Joxe Benantzi Bilbao Riguero
Aanvang:
2023-08-21 20:15:00 u.
Einde:
2023-08-21 21:30:00 u.
Programma
César Franck (1822 – 1890)
Piéce Héroïque
Melanie Bonis (1858 – 1937)
Cantabile
Eduardo Torres Pérez (1872 – 1934)
SAETAS (I, II, III, IV)
Jesus Guridi (1896 – 1961)
Variaciones sobre un canto vasco
Franz Liszt (1811 – 1886)
Einleitung und Fuge aus der Kantate: «Ich hatte viel Bekümmernis» BWV21
Organist
Joxe Benantzi Bilbao Riguero werd geboren in Mundaka, Bizkaia, Euskadi. Hij kreeg les van docenten als Esteban Elizondo, Montserrat Torrent, Brett Leighton, Javier Artigas, Alberto Blancafort, Michael Radulescu en André Isoir. Hij behaalde een postdoctorale graad in Spaanse klaviermuziek van het “Institució Milá y Fontanals” van het CSIC in Barcelona. Hij ontving de ereprijs aan het einde van zijn studie van het Conservatorio Superior de Música de San Sebastián (Gipuzkoa) in de specialiteit orgel, de ereprijs aan het einde van zijn studie van het Conservatorio Superior de Murcia in de specialiteit klavecimbel en de “Andrés Segovia” prijs van “Música en Compostela”.
Professor Bilbao heeft verschillende opnames gemaakt (RTVE, Lycanus, SEDEM…), heeft opgetreden met grote meesters als Hiro Kurosaki, Javier Artigas of dirigenten als Yehudi Menuhin, groepen als “Stil Concertant”, “Capella de ministrers” en orkesten als het OSE (Euskadi Symphony Orchestra), heeft geadviseerd bij verschillende orgelrestauraties (Monóvar, Mundaka, Gernika, Ibarrangelu, enz. ), heeft verschillende orgelfestivals geleid (Monóvar, Mundaka, Gernika, Ibarrangelu, etc.); hij heeft verschillende muziekfestivals geleid (Els orgues d’Alacant, “Itxas Soinua”, “Festival internacional de órgano de Monóvar”).
Momenteel combineert hij zijn intensieve concertactiviteiten met lesgeven als professor orgel aan het José Tomás Conservatorium in Alicante. Hij begeleidt talrijke restauraties van historische instrumenten en coördineert diverse festivals en cursussen zoals het “Urdaibaiko Organoak Joxe Mari Eguileor” (UOJE) festival in de regio Busturialdea (Euskal Herria), het Benidorm International Organ Festival (FIOB) of “Musicaloxa”, beide in de Valenciaanse Gemeenschap.
Oorspronkelijke Engelse tekst
Joxe Benantzi Bilbao Riguero was born in Mundaka, Bizkaia, Euskadi. He has trained with teachers such as Esteban Elizondo, Montserrat Torrent, Brett Leighton, Javier Artigas, Alberto Blancafort, Michael Radulescu and André Isoir among others. He holds a postgraduate degree in Spanish keyboard music from the “Institució Milá y Fontanals” of the CSIC in Barcelona. He has been awarded the end of degree honours prize of the Conservatorio Superior de Música de San Sebastián (Gipuzkoa) in the speciality of organ, the end of degree honours prize of the Conservatorio Superior de Murcia in the speciality of harpsichord and the “Andrés Segovia” prize of “Música en Compostela”.
Professor Bilbao has made several recordings (RTVE, Lycanus, SEDEM…), has performed with great masters such as Hiro Kurosaki, Javier Artigas or conductors such as Yehudi Menuhin, groups such as “Stil Concertant”, “Capella de ministrers” and orchestras such as the OSE (Euskadi Symphony Orchestra), has advised on various organ restorations (Monóvar, Mundaka, Gernika, Ibarrangelu, etc.), has conducted several organ festivals (Monóvar, Mundaka, Gernika, Ibarrangelu, etc.); He has directed different music festivals (Els orgues d’Alacant, “Itxas Soinua”, “Festival internacional de órgano de Monóvar”).
He currently combines his intense concert activity with teaching as a professor of organ at the “José Tomás” Conservatory in Alicante, supervising numerous restorations of historical instruments and coordinating various festivals and courses such as the “Urdaibaiko Organoak Joxe Mari Eguileor” (UOJE) festival in the region of Busturialdea (Euskal Herria), the Benidorm International Organ Festival (FIOB), or “Musicaloxa”, both in the Valencian Community.
Toelichting op het programma
De romantische opvatting van orkestmuziek in de 19e eeuw betekende dat het “orkestinstrument”, d.w.z. het orgel, ook een belangrijke verandering onderging vanuit organologisch oogpunt en ook in de muziek die ervoor werd geschreven. De instrumentale transformatie was het meest opmerkelijk dankzij de pneumatische machine die was uitgevonden door de ingenieur Charles Barker en die de Frans-Spaanse orgelbouwer Aristides Cavaillé-Coll voor het eerst toepaste in het orgel van Sant Denis in Parijs (1841). Ik zal het uitleggen: het is duidelijk dat hoe meer registers we gebruiken, hoe meer wind er nodig is en hoe moeilijker de toetsen in te drukken zijn. Met Barker’s pneumatische machine werd dit probleem opgelost, eindelijk was het mogelijk om orgels te bouwen met tot wel vijf klavieren en ze allemaal samen te bespelen met bijna geen inspanning. Het succes was zo groot dat er tegen het einde van de 19e eeuw honderden romantische orgels over de hele wereld stonden.
Er werden grote orgelbouwfirma’s opgericht met beroemde namen als Merklin, Stölz, Walker, Didier, Puget, Amezua, enz. Een van de meest getroffen gebieden in dit opzicht was het Iberisch schiereiland en in het bijzonder Baskenland, dat om twee redenen een van de belangrijkste collecties romantische orgels ter wereld bezit: ten eerste omdat het grenst aan het Gallische land en ten tweede omdat het de zomerresidentie was van het Spaanse hof en verschillende Europese hoven.
De muziek werd snel beïnvloed door het nieuwe instrument en de eerste componist was César-Franck dankzij het orgel waarvoor hij al zijn werk componeerde: de ¨Cavaillé-Coll” van de kerk van St. Clotilde in Parijs (1859). Franse orgelmuziek en Franse orgels veranderden in minder dan een eeuw van genegeerd en verguisd na de Franse revolutie tot de meest gewilde orgels ter wereld.
Het concertprogramma van vandaag vertegenwoordigt de vruchten van de muzikale explosie van de romantiek, met de stad Parijs als zenuwcentrum van invloed: Melanie Bonis was een leerling van César Franck, Jesus Guridi studeerde in Parijs en Brussel, Franz Liszt werkte en woonde in Parijs; en tot slot Eduardo Torres Pérez, de kapelmeester van de kathedraal van Sevilla die Parijs nooit heeft kunnen bezoeken, maar zoals je zult horen is de invloed van componisten als Louis Vierne op zijn muziek heel duidelijk. Veel plezier!
Oorspronkelijke Engelse tekst
The romantic conception of orchestral music in the 19th century meant that the “orchestral instrument”, i.e. the organ, also underwent a major change from the organological point of view and also in the music written for it. The instrumental transformation was very noticeable thanks to the pneumatic machine invented by the engineer Charles Barker and which the French-Spanish organ builder, Aristides Cavaillé-Coll, applied for the first time in the organ of Sant Denis in Paris (1841). Let me explain: It is obvious that the more stops of the organ we use, the more wind is needed and therefore the harder the keys become to press. With Barker’s pneumatic machine this problem was solved, at last it was possible to build pipe-organs with up to five keyboards and play them all together with almost no effort. The success was such that by the end of the 19th century there were hundreds of romantic organs all over the world.
Large organ building firms were founded with such famous names as Merklin, Stölz, Walker, Didier, Puget, Amezua, etc. One of the areas most affected in this respect was the Iberian Peninsula and especially the Basque Country, which preserves one of the most important collections of Romantic organs in the world for two reasons: Firstly for being adjacent to the Gallic country and secondly for being the summer residence of the Spanish court and different European courts.
Music was quickly influenced by the new instrument and the pioneer composer was César-Franck thanks to the organ for which he composed all his work: the ¨Cavaillé-Coll” of the church of St. Clotilde in Paris (1859). French organ music and French organs went from being ignored and reviled after the French evolution to being the most sought-after organs in the world in less than a century.
Today’s concert programme represents the fruit of the musical explosion of romanticism, with the city of Paris as the nerve centre of influence: Melanie Bonis was a pupil of César Franck, Jesus Guridi studied in Paris and Brussels, Franz Liszt worked and lived in Paris; and finally, Eduardo Torres Pérez, the chapel master of the cathedral of Seville who was never able to visit Paris, but as you can hear, the influence of composers like Louis Vierne on his music is very evident. Enjoy!
Gegevens concert
Aanvang: maandag 10 juli 2023, 20:15 uur Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2023
Mgr. de Groot Muziekfonds
donderdag 19 februari 2026, 06:45 donderdag 19 februari 2026, 06:45
3 juli 2023: Stephan van de Wijgert
Aanvang:
2023-08-21 20:15:00 u.
Einde:
2023-08-21 21:30:00 u.
Met Mozart in Engeland
Programma
Gustav Holst (1874 – 1934)
First suite in E-flat major, op. 28a l Chaconne ll Intermezzo lll March
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Adagio in B KV 540
Percy Withlock (1903-1946)
uit; Plymouth Suite 1. Allegro risoluto 4. Salix 5. Toccata
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Andante in F-dur KV 616
Edward Elgar (1857-1934)
Enigma Variations op. 36 Andante (Theme) var.I (C.A.E.) var. II (H.D.S-P.) var. III (R.B.T.) var. IV (W.M.B.) var. V (R.P.A.) var. VI (Isobel) var. VII (Troyte) var. XII (B.G.N.) var. XIII Romanza var. VIII (W.N.) var. IX (Nimrod)
Organist
Stephan van de Wijgert studeerde orgel aan de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht. In 1998 behaalde hij het examen Docerend Musicus, in 2001 het diploma Tweede Fase. Hij ontving vanaf 1987 les van Véronique van den Engh, Jan Raas, Reitze Smits, Matteo Imbruno, Jan Welmers en Erik Visser. Ook volgde hij masterclasses en was hij prijswinnaar van het Sweelinck-concours in 2007. Sinds 2008 is hij als organist verbonden aan De Duif te Amsterdam waar hij het monumentale Smitsorgel (1863) bespeelt en concerten voor Stadsherstel Amsterdam organiseert, de eigenaar van De Duif. Sinds 2022 is de Oosterkerk in Amsterdam met het bijzondere Oeckelenorgel in bezit gekomen van Stadsherstel. Stephan organiseert ook daar voor Stadsherstel een concertserie. Stephan van de Wijgert is artistiek leider van de serie zondagmiddagconcerten in Mijdrecht/Wilnis die wordt gehouden op het Maarschalkerweerdorgel in HH Johannes de Doperkerk. Dezelfde functie heeft hij bij de Berne Abdijconcerten, de orgelserie van de Norbertijner Abdij te Heeswijk-Dinther. Stephan, die jaarlijks menig concert in binnen- en buitenland geeft, is voorts werkzaam als koordirigent en docent.
Toelichting op het programma
Mozart is tijdens zijn vele concerttournees ook enige tijd in Engeland geweest. Vandaar, en vanwege een fijne afwisseling in het programma, muziek van Mozart in combinatie met muziek van Engelse componisten zoals Elgar, Whitlock en Holst. De laatste muziek is uit een heel andere tijd dan die waarin Mozart leefde, maar wel met dat typisch Engelse gevoel van landelijkheid en romantiek. Van oorsprong zijn de werken van Mozart in dit programma niet voor orgel gecomponeerd. Het Adagio in B mineur is een geliefd piano werk en het Andante in F Majeur is voor het zogenaamde Flötenuhr geschreven, een grote klok met een orgeltje erin dat op bepaalde tijden een deuntje kon laten horen.
De bekendste compositie van Gustav Holst is ‘The Planets’ (1914-16), een suite voor orkest geïnspireerd door de astrologische visie op de invloed van de planeten. Onder de andere composities van Holst zijn er ook twee Suites voor ‘Military Band’ (First Suite in E-flat major, op. 28a (1909) en Second Suite in F-major, op. 28b (1911). Vandaag hoort u de eerste Suite in een bewerking voor orgel van Luigi Mengoni. Het kenmerkende thema met zijn grote intervallen komt in alle delen terug.
Percy William Whitlock (1 juni 1903 in Chatham, Kent – 1 mei 1946 in Bournemouth), was een Engelse organist en postromantische componist. Chronologisch gezien is de Plymouth Suite gecomponeerd tussen de Wessex Suite voor orkest (juli 1937) en de Serenade for Strings (februari/april 1938). De eerste verwijzing naar de nieuwe suite komt voor in een brief van Whitlock aan Leslie Barnard van 29 juli 1937. Een interessant detail is dat de stukken zijn opgedragen aan collega’s en vrienden van Whitlock en net als bij de Enigma variaties, lees hieronder, het karakter van deze persoon wil verbeelden.
Edward Elgar componeerde tussen oktober 1898 en begin 1899 zijn ‘Variaties op een origineel Thema’ op. 36 voor orkest, die later – omgedoopt tot Enigma Variations – de componist wereldfaam bezorgde. De afzonderlijke variaties van dit werk kunnen worden gezien als liefdevolle portretten van personen uit de naaste omgeving van Elgar, onder andere van zijn vrouw en bevriende musici. De letters bij de variaties zijn afkortingen van de namen van die personen.
Niet alleen het beroemde Nimrod, maar ook de meeste andere van deze prachtige atmosferische variaties lenen zich uitstekend voor uitvoering op het orgel. Dat komt tot uiting in deze bewerking voor orgel van de hand van Eberhard Hofmann die, naast Nimrod, tien andere variaties bevat. De bewerking is gebaseerd op de twee originele versies; die voor orkest en die voor piano. Het enigma (raadsel) is de oorsprong van het thema. Er zijn veel theorieën over maar waarschijnlijk is de oplossing erg simpel en vormen de eerste vier noten van het thema ritmisch gezien de naam Edward Elgar.
Gegevens concert
Aanvang: maandag 3 juli 2023, 20:15 uur Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2023
Dariusz Bąkowski-Kois
Aanvang:
2023-08-21 20:15:00 u.
Einde:
2023-08-21 21:30:00 u.
Programma
Jaak Nikolaas Lemmens (1823-1881) in 200th anniversary of birth
Offertoire de Noël I. Choeur der bergers II. Gloria in excelsis Deo III. Pastorale IV. Adoration V. Choeur [final]
Marcel Dupré (1886-1971)
8 Petits préludes sur des thèmes grégoriens op. 45 I. Salve Regina II. Virgo Dei genitrix III. Pange lingua (Tantum Ergo) IV. Sacris solemniis (Panis Angelicus) V. Alma Redemptoris Mater VI. Ave verum corpus VII. Lauda Sion (Ecce Panis) VIII. Verbum supernum (O Salutaris)
Josef Gabriel Rheinberger (1839-1901)
20th Orgelsonate F-dur Zur Friedensfeier op. 196 I. Präludium. Lento maestoso II. Intermezzo. Adagio III. Pastorale. Andante IV. Finale. Con moto
Organist
Dariusz Bąkowski-Kois graduated with honours from the Academy of Music in Kraków (2000) and completed postgraduate studies at the Frederic Chopin Academy of Music in Warsaw and at the Vienna Conservatory (now Privatuniversität Wien). Since his studies he has maintained lively concert activity in Poland and abroad, including performances in France, Germany, Austria, Switzerland, The Netherlands, Belgium, Norway, Sweden, Estonia, Italy, as well as in Mexico, Brasil, Russia and China. He has given recitals in such prestigious places as Hohe Domkirche Sankt Petrus zu Köln, Hohe Domkirche St. Peter zu Trier, Konstantin-Basilika (Aula Palatina) in Trier, Antwerpen O.L.V.-Kathedraal, Sint-Baafskathedraal Gent, Sint-Salvatorskathedraal Brugge, Dom aan Sint-Maarten van Utrecht, Kathedrale basiliek Sint-Bavo Haarlem, Grote of Sint-Laurenskerk Rotterdam, Grote of O.L.V. Breda, St. Mary’s Cathedral in Tallinn, Metropolitan Cathedral in Moscow or National Centre for the Performing Arts in Beijing. He was a jury member in the international organ competitions in Rumia and Łódź, the Tariverdiew Competition in Hamburg, as well as in many national organ competitions. He also graduated from the Jagiellonian University in Kraków (1997), where in 2002 he received his Ph.D. at the Faculty of History. Since 1999 he has been teaching in the Organ Department of the Academy of Music in Kraków (since 2013 as full professor), leading classes in organ playing, chamber music and basso continuo. In 2014 he fulfilled postgraduate studies Master of Business Administration – University Management at the Adam Mickiewicz University in Poznań. At the Academy of Music in Kraków he was Vice Dean of the Instrumental Faculty (2008–12), Vice Rector (2012–16), and Head of Organ Department (2016–20).
Toelichting op het programma
Volgt
Gegevens concert
Aanvang: maandag 3 juli 2023, 20:15 uur Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2023
Mgr. de Groot Muziekfonds
donderdag 19 februari 2026, 06:45 donderdag 19 februari 2026, 06:45
Véronique van den Engh – Ton van Eck
Aanvang:
2023-08-21 20:15:00 u.
Einde:
2023-08-21 21:30:00 u.
Programma
Maurice Pirenne (1928-2008)
Dialogue pour deux orgues
Véronique van den Engh (Willibrordusorgel) & Ton van Eck (Transeptorgel)
Albert de Klerk (1917-1998)
Hymne
Véronique van den Engh
Véronique van den Engh (1962)
Partita super Veni sancte spiritus
Véronique van den Engh
Maurice Pirenne (1928-2008)
Metanoia
Véronique van den Engh
Hendrik Andriessen (1892-1981)
Premier Choral
Véronique van den Engh
Franz Schubert (1797-1828)
Fuge für die Orgel vierhändig (D. 952)
Véronique van den Engh en Ton van Eck
Hendrik Andriessen (1892-1981)
Quattro Studi per Organo – Per i pedali – Allegro con spirito – Adagio (trio) – Finale
Ton van Eck
Maurice Pirenne (1928-2008)
Preludium over Veni Sancte Spiritus
Ton van Eck
Albert de Klerk (1917-1998)
Capriccio
Ton van Eck
Eugène Gigout (1844-1925)
Grand Chœur dialogué
Véronique van den Engh (transeptorgel) & Ton van Eck (Willibrordusorgel)
Organisten
Véronique van den Engh is organist van de Kathedrale Basiliek van Sint-Jan te ’s-Hertogenbosch. informatie over haar biografie en haar werk is te vinden op haar website.
De priester-musicus Maurice Pirenne behaalde het diploma orgel aan het conservatorium te Tilburg en studeerde daarna vijf jaar aan het Pontificio Istituto di Musica Sacra in Rome waar hij magna cum laude slaagde voor compositie en summa cum laude voor orgel. Daarna doceerde hij gregoriaans, muziektheorie en hoofdvak orgel o.m. aan het Brabants Conservatorium te Tilburg en het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek te Utrecht. Tevens was hij van 1965 tot 1991 rector cantus en van 1991 tot begin 2008 organist van de St.-Janskathedraal in ’s-Hertogenbosch waar hij overleed op 14 maart 2008. Dialogue pour deux orgues schreef Pirenne in het voorjaar van 2005 als hommage aan Hendrik Niehoff (ca. 1495-1560) voor de 40ste concertcyclus van de Orgelkring ‘Hendrik Niehoff’, die in opdracht van de ‘Illustere Lieve Vrouwe Broederschap’ een orgel bouwde voor de Sint-Jan. De naam van deze orgelmaker is op ingenieuze wijze verwerkt in de thema’s van dit dialogerende werk.
In de Hymne van Albert de Klerk is aan de stijl nog duidelijk hoorbaar dat deze een leerling was van Andriessen.
Véronique van den Engh schreef de Partita super Veni Sancte Spiritus in opdracht van het tijdschrift ‘Muziek en Liturgie’ waarin het in april 2018 verscheen. De hymne Veni Sancte Spiritus bestaat uit 10 verzen. Elk vers wordt twee keer gezongen, dus zijn er vijf groepjes van twee verzen. In deze partita bevat de eerste van zo’n groepje van twee steeds de Gregoriaanse melodie, maar wel steeds in een andere vorm: eerst unisono, begeleid, in kwarten begeleid, in canon. Ieder 2e vers is een variatie op de melodie van dat vers.
Voor de bundel ’Brabants Orgelalbum’ zijn in het Bachjaar 1985 verschillende Brabantse componisten gevraagd hun fantasie te laten gaan over de naam: Bach. Deze muzikale naam b-a-c-h (klinkt bes-a-c-b) is op allerlei manieren en bij iedere componist op eigen wijze te horen. Ook Maurice Pirenne droeg bij aan de bundel met deze Metanoia. Het wemelt van de b-a-c-h motieven. Geen ’alledaagse’ muziek, die een ontdekkingstocht waard is.
Bij het Premier Choral van Hendrik Andriessen wordt de koraalmelodie direct aan het begin zeer bescheiden voorgesteld. Hoewel deze melodie maar vijf keer in zijn geheel te horen is (het lijkt vaker, omdat ook fragmenten van de melodie regelmatig terugkomen), werkt Andriessen van de bescheiden eerste keer in het begin naar een majesteitelijk slot met de koraalmelodie in dubbelpedaal.
Franz Schubert en zijn vriend en collega Franz Lachner waren op 3 juni 1828, te gast bij Johann Schickh, uitgever van een modetijdschrift, die hen uitnodigde om de volgende dag een bezoek te brengen aan het nieuwe orgel van het klooster Heiligenkreuz. Op voorstel van hun gastheer schreven zij ieder een fuga voor vier handen. Bij Lachner was dat een goed stuk vakwerk, maar bij Schubert een klein meesterwerk. De volgende ochtend togen ze om 6 uur naar Heiligenkreuz waar Schubert en Lachner hun beider fuga’s gezamenlijk uitvoerden.
Aan het eind van zijn carrière schreef Hendrik Andriessen met de Quattro Studi nog een keer een groter werk voor orgel. De eerste etude, opgedragen aan Albert de Klerk, is een pedaalsolo waarvan de hoekdelen gepassioneerd klinken en het tweestemmige middendeel als contrast zeer ingetogen is. De tweede etude, opgedragen aan Jan Mul, is een korte, maar virtuoze solo voor de rechterhand. De derde etude, opgedragen aan Herman Strategier, is een zeer chromatisch trio waarbij de luisteraar harmonisch steeds op het verkeerde been wordt gezet en de vierde etude, opgedragen aan Kees Stolwijk, is een toccata aangekondigd door een aantal stevige akkoorden. met niet alleen een virtuoze manuaalpartij maar hier en daar ook een technisch veeleisende pedaalpartij,
Maurice Pirenne schreef het Preludium over Veni Sancte Spiritus medio juni 1957 als een van de opgaven voor zijn eindexamen compositie bij zijn leermeester Domenico Bartolucci. In dit werk komen diverse motieven van deze Pinkstersequens naar voren, soms ritmisch veranderd waaronder dat van O Lux beatissima. Ook duikt in de loop van het stuk de melodie van de Communio van Pinksteren op, Factus est repente.
Het Capriccio van Albert de Klerk komt uit dezelfde verzameling van 10 orgelwerken als de Hymne. Het is eigenlijk een duo zoals in de Franse klassieke orgelmuziek, en ook de registratie, met in de discant een tertsregister en in de bas een Kromhoorn, grijpt terug op de klassieke Franse orgelmuziek. Het werk is opgedragen aan Piet Hörmann, destijds de organist van de St.-Janskathedraal in Den Bosch.
Tot slot hoor u het Grand Choeur dialogué van de componist en organist van de St.-Augustin in Parijs, Eugène Gigout, een fanfareachtig werk waarin het hoofdorgel en het koororgel op feestelijke wijze kunnen dialogeren.
Véronique van den Engh & Ton van Eck
Gegevens concert
Aanvang: maandag 26 juni 2023, 20:15 uur Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2023
Mgr. de Groot Muziekfonds
donderdag 19 februari 2026, 06:45 donderdag 19 februari 2026, 06:45