https://willibrordusorgel.nl/author/fjvanittersum/page/13/?query-a9c5aa38-page=3
Geplaatst op: 20 april 2026
Orgels overzicht
Aanvang:
u.
Einde:
u.
De Haarlemse Basiliek van St.-Bavo is bedeeld met vier orgels. Het Willibrordusorgel (geplaatst onder het grote westelijke roosvenster dat de kroning van de Maagd Maria verbeeldt) is sinds 1971 het hoofdorgel en staat centraal tijdens de orgelconcerten.
Het Bavo-orgel (vanwege de situering in het noordelijke transept ook wel Transeptorgel genoemd) is het oorspronkelijke hoofdorgel van de kathedraal en speelt nog altijd een belangrijke rol tijdens de liturgie.
Het kabinetorgel bevindt zich op het priesterkoor en wordt gebruikt tijdens de meer bescheiden liturgische vieringen en als continuo-orgel voor de koren van de kathedraal.
Het secretaireorgel staat in de sacramentskapel en wordt af en toe gebruikt bij de vieringen die daar plaatsvinden.
Ton van Eck (1999-2026)
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Na het behalen van het diploma Gymnasium B in 1966 aan het Aloysiuscollege in Den Haag, studeerde Ton van Eck orgel bij Bernard Bartelink onder wiens leiding hij aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam het diploma Uitvoerend Musicus met aantekening voor improvisatie behaalde. Tevens studeerde hij van 1972 t/m 1975 bij Marie-Claire Alain te Parijs.
In 1969 werd hij organist van de St. Jacobuskerk in Den Haag en sinds 1 december 1999 is hij titulair-organist van de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo aan de Leidsevaart in Haarlem.
Hij was prijswinnaar/finalist op internationale improvisatieconcoursen te Chartres, Haarlem en Rennes en behoorde driemaal tot de prijswinnaars op het César Franckconcours te Haarlem (1976 en 1979: 3e prijs, 1982: 1e prijs).
Sedert 1967 concerteert hij regelmatig en verzorgt hij radio-opnamen in Nederland en vrijwel alle Europese landen en Zuid-Amerika. Ook wordt Van Eck internationaal regelmatig uitgenodigd als jurylid, voor het geven van cursussen en lezingen en als gastdocent aan conservatoria en universiteiten
Hij componeerde een Concerto voor orgel en strijkorkest (1977) en enige andere werken voor koor en orgel. Zijn koorwerk De Profundis werd bekroond bij de Alphons Diepenbrock Compositiewedstrijd 1995.
Vanaf 1979 is hij werkzaam als adviseur bij de Katholieke Klokken- en Orgelraad, waar hij inmiddels de bouw en restauratie van vele (historische) orgels heeft begeleid.
Zijn talrijke publicaties bevatten vele orgelmonografieën en artikelen in internationale vaktijdschriften over orgelbouw, orgelhistorie, uitvoeringspraktijk en orgelcomponisten. In 2024 publiceerde hij een boek over de 100-jarige geschiedenis van het Willibrordusorgel.
Van december 1999 tot 15 januari 2026 was Ton van Eck titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo in Haarlem. Op 11 januari 2026 nam hij in deze hoedanigheid afscheid. Bij zijn afscheid kreeg hij van de Haarlemse burgemeeste Jos Wienen de Penning van Verdienste van de stad Haarlem uitgereikt.
Secretaireorgel
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Het vierde orgel is een secretaireorgel uit het midden van de 19de eeuw dat is vervaardigd door Hermanus Knipscheer (II, 1802-1874). Het heeft een mahonie gefineerde kas in Willem II stijl. Dit kleine pareltje verkeert helaas in slechte toestand en dient te worden gerestaureerd.
Kabinetorgel
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Als derde orgel beschikt de Kathedraal over een kabinetorgel uit ca. 1800. Het is een klein mechanisch orgel. De oorspronkelijke orgelkas is verloren gegaan. Het instrument werd door de orgelmakers Vermeulen aangekocht uit een opgeheven Broederhuis in Roosendaal.
In 1968 kwam het in bezit van Jan Valkestijn, die van 1963 tot 1989 directeur was van het Muziekinstituut van de kathedraal. Hij liet het door de firma Vermeulen restaureren. De nieuwe kas werd vervaardigd door een broeder uit de abdij van Egmond. Aanvankelijk was het in de koorschool opgesteld, maar in 1979 werd het in de kathedraal geplaatst waar het ook wel bekend staat als ‘Valkestijn-orgel’, naar zijn vorige eigenaar.
Bavo-orgel
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Het eerste orgel van de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo werd in 1907 geplaatst toen de tweede bouwfase voltooid was. Het werd gebouwd in een transept boven de Heilige Familie- of Kerstkapel. De architect van de kerk – Joseph Cuypers – ontwierp het front en de opdracht werd verleend aan de firma P.J. Adema & Zoon. Het door Cuypers ontworpen front was nog gedeeltelijk traditioneel, wat uit de aanwezigheid van nog vrij uitgesproken pijpentorens blijkt: een driedelige middentoren en ongedeelde zijtorens met tussenvelden. Het benedendeel kenmerkt zich door een recht labiumverloop, terwijl de pijplengten vanuit de lage middentoren oplopen.
De scheiding tussen beneden- en bovendeel werd bewerkstelligd door brede banden die de bovenlijnen van het pijpwerk in het benedendeel en de voeten van het pijpwerk in het bovengedeelte volgen. Voor het overige werd het verband in het geheel gebracht door brede horizontale lijstwerken waarvoor een geschilderde decoratie was ontworpen. Het front werd in hoofdzaak volgens dit ontwerp uitgevoerd. Pas in 1924 werd het orgel voltooid.
In 1952 voerde de firma J. Vermeulen uit Alkmaar een ingrijpende restauratie uit, waarbij het Adema-orgel werd uitgebreid. Enige jaren later, in 1961, vergrootte Vermeulen het orgel opnieuw: van een tweeklaviers orgel met vrij pedaal creëerde hij een drieklaviers instrument met 34 stemmen, verdeeld over hoofdwerk, zwelwerk, positief en pedaal. Nieuw was ook het zijpositief dat hoofdzakelijk een neo-barok karakter heeft. Daarnaast werden nieuwe keggelladen vervaardigd en het orgel opnieuw geïntoneerd. In 1996 werden door Flentrop Orgelbouw de tongwerken opnieuw geïntoneerd.
Willibrordusorgel
Aanvang:
u.
Einde:
u.
In de winter van 1920 op 1921 werd door Joseph Adema een orgel ontworpen voor de Rooms Katholieke kerk St.-Willibrordus buiten de Veste in Amsterdam. Dit ontwerp van 55 stemmen werd echter afgedaan als te ouderwets en vervangen door een nieuw ontwerp met 64 registers. Dit orgel werd in 1923 opgeleverd door Adema. Van een groot aantal stemmen was het pijpwerk nog niet geplaatst, evenals het front.
In 1924 werden enkele tongwerken uit het atelier van Masure (Parijs) in het orgel geplaatst. Twee jaar later werd het orgelfront afgebouwd. Daarnaast werd een Diapason 8’ geplaatst op de plaats van de Ripiëno.
In 1944 werd door Hubert Schreurs het dubbelkoor van de Prestant 16’ verwijderd, evenals de Diapason 8’. De Unda Maris 8’ werd vervangen door een Terts 1 3/5’ vanaf c klein.
Het orgel werd eindelijk in 1949 afgebouwd volgens het bestek. Hierbij werden de laatste tongwerken van Masure (Parijs) geplaatst.
Het lag in de bedoeling vanaf de vierklaviers speeltafel tevens het koororgel te bespelen.
Bij sluiting van de kerk in 1970 kon het Adema-orgel ternauwernood worden gered van de sloop. Het orgel werd in 1971 door Adema’s Kerkorgelbouw overgeplaatst naar de R.K. St.-Bavo kathedraal te Haarlem.
In 1978 werd het orgel uitgebreid met een Kroonpositief met 11 stemmen in twee kasten.
In 1990 plaatste Adema Kerkorgelbouw (A. Schreurs) een Unda Maris 8’ op het Reciet. Een jaar later werd door de Stichting Willibrordusorgel pijpwerk besteld variërend in lengte van 4,90 tot 9,20 meter. Dit werd gebruikt voor het realiseren van het groot octaaf van de Contrafagot 32’ voet. Het overige pijpwerk werd gebruikt uit een Vermeulen-orgel dat buiten gebruik was gesteld. In mei 1991 werd het register opgeleverd.
In 1995 werden de registratiemogelijkheden uitgebreid door het plaatsen van een aantal Setzercombinaties, de indeling van de speeltafel werd vernieuwd en de dispositie is op enige punten gewijzigd. Op het Groot Orgel werd een Violon 32’ discant toegevoegd. De Scherp op het Kroonpositief moest plaats maken voor een Salicionaal 8’ en een Fluit Harmoniek 8’ vanaf c.
In 1998 is op hetzelfde werk een Klaroen 4’ geplaatst en kreeg het Pedaal een zacht 16-voets tongwerk: een Fagot 16’.
Sedert 1995 geniet het orgel bescherming van rijkswege als historisch Rijksmonument.
Dispositie Willibrordusorgel
Olivier Latry
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Concert in het kader van het Festival 100 jaar Willibrordusorgel. Hiervoor is een toegangskaart vereist.
Programma
Marcel Dupré (1886 – 1971)
Cortège et Litanie op 19, no 2 (1922)
Maurice Duruflé (1902 – 1986)
Scherzo, op. 2 (1924)
Alexandre Guilmant (1837 – 1911)
1ère Sonate : Final, op. 42 (1874)
Camille Saint-Saëns (1835 – 1921)
Extraits du « Carnaval des Animaux » (Transcr. Shin-Young LEE) – Aquarium – Volière – Cygne
Louis Vierne (1870 – 1937)
Pièces de fantaisie : Toccata, op. 53 no. 6
Jehan Alain (1911 – 1940)
Aria
Jean Guillou (1930 – 2019)
Toccata, op. 9 (1963)
Olivier Latry (1962 – )
Improvisation
Organist
Informatie over Olivier Latry, een van de vier titulaire organisten van de grote orgels van de Notre Dame in Parijs.
Toelichting op het programma
Marcel Dupré was niet alleen organist van de Saint-Sulpice in Parijs, maar sinds 1926 ook leraar aan het nationale conservatorium aldaar. Hij stond bekend als een groot improvisator en gaf in zijn leven talloze concerten. Het tweeluik Cortège et Litanie is oorspronkelijk een deel van toneelmuziek geschreven voor een instrumentaal ensemble. Een uitvoering op piano in New York vormde de aanleiding voor de Amerikaanse impresario van Dupré om hem te vragen er ook een orgelbewerking voor te schrijven, en daaraan voldeed de componist. Later kwam er ook nog een versie voor orgel en orkest. Het tweede deel, Litanie, vormde duidelijk een voorbeeld voor zijn latere leerling Jehan Alain voor zijn eigen Litanies.
Maurice Duruflé liet een klein, maar hoogwaardig oeuvre na waarvan alle stukken getuigen van grote eruditie en aandacht voor het detail. Aan zijn grotere werken bleef hij lang schaven voor hij ze aan de openbaarheid prijsgaf. Hij studeerde orgel bij Charles Tournemire en Louis Vierne en combineerde in zijn composities de liefde voor het gregoriaans van de eerste en de heldere structuur en het impressionistische klankbeeld van de tweede. Van 1930-1975 was hij organist van de Saint-Etienne-du-Mont in Parijs. Het Scherzo is een jeugdwerk, maar bevat reeds alle kenmerken van zijn latere oeuvre. Het is een mooi voorbeeld van zijn vernieuwende symfonische stijl.
Alexandre Guilmant studeerde bij Jacques Lemmens in Brussel en Eugène Gigout in Parijs. Hij was niet alleen van 1871 -1901 organist van de Sainte-Trinité in Parijs, maar ook medeoprichter, leraar en later directeur van de Schola Cantorum in die stad. Tevens was hij orgelleraar aan het Conservatoire National in Parijs. Naast de productie van een groot compositorisch oeuvre, voornamelijk voor orgel, verzorgde hij ook uitgaven van klassieke Franse orgelwerken en maakte hij verschillende concertreizen naar het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Daar gaf hij tijdens de internationale tentoonstelling in 1904 in St. Louis een reeks van 40 orgelconcerten..
Zijn eerste orgelsonate, in d-mineur, verscheen pas relatief laat in zijn oeuvre, op. 42 van de 94 opusnummers. Het werk was opgedragen aan de Belgische koning Leopold II. Het laatste deel is geschreven in driedelige vorm met in de hoek-delen een bruisende toccata. Die hoekdelen omlijsten een koraalthema dat in het verloop wordt onderbroken door het toccata-motief. Aan het slot keren beide thema’s in een stralend d-majeur terug.
Camille Saint-Saëns studeerde orgel bij François Benoist, die eerder de leraar van César Franck was. Hij was aanvankelijk organist van de Saint-Merry en later van het Cavaillé-Coll-orgel in de Madeleine. Hij liet een groot en uiteenlopend compositorisch oeuvre na.
Carnaval des animaux heeft nooit in zijn geheel tijdens zijn leven geklonken, maar delen eruit waren wel bekend zoals Le Cygne (de zwaan) waarvan Alexandre Guilmant al een bewerking voor orgel maakte. Dat ingetogen deel wordt hier omlijst door twee andere delen: de vissen en de vogels, deze avond alle drie in een bewerking van Shin-Young Lee. Louis Vierne studeerde korte tijd bij César Franck en daarna bij Charles-Marie Widor. Hij werd in 1900, na een concours, benoemd tot organist van de Notre-Dame in Parijs waar hij tot aan zijn dood (op 2 juni 1937 achter de klavieren van zijn orgel) werkzaam was. In 1912 werd hij orgelleraar aan de Schola cantorum.
Naast zijn zes symfonieën voor orgel vormen de vier reeksen Pièces de Fantaisie de tweede pijler van zijn orgeloeuvre. Elke suite telt zes, vaak impressionistisch getinte stukken. De Toccata is het laatste deel van de tweede suite en is één brok overrompelende virtuositeit. Het had, bij wijze van spreken, ook als slotdeel van een van zijn symfonieën kunnen dienen.
Jehan Alain studeerde aanvankelijk orgel bij zijn vader Albert en later bij Marcel Dupré aan het nationale conservatorium in Parijs. Hij was organist van de Saint-Nicolas in Maisons-Laffitte en ook enige tijd van de synagoge in de Rue Notre-Dame-de-Nazareth in Parijs. Hij sneuvelde op 20 juni 1940 tijdens een vuurgevecht met een Duitse patrouille. De contemplatieve Aria wordt beschouwd als zijn laatste werk. Er komen veel aspecten van zijn stijl in samen: prachtige melodische ideeën die met elkaar contrasteren, sereniteit, ritmische subtiliteit en modaliteit. Een muzikale parel van een helaas veel te jong gestorven componist.
Jean Guillou studeerde bij Marcel Dupré, Maurice Durufé en Olivier Messiaen. Hij werd organist van de Saint-Eustache in Parijs en maakte ook naam als improvisator, pianist en componist. De Toccata is zijn bekendste orgelwerk. Deze kent naast het beklemmende hoofdthema een tweede meer vredig motief. De “hijgende” begeleiding daarvan ontwikkelt zich tot een derde thema. In tegenstelling tot vele andere toccata’s heeft deze meer een gespannen dan een glorieus karakter.
Tekst toelichting: Ton van Eck
Opnames van eerdere concerten van Olivier Latry op het Willibrordusorgel
2015
2014
Gegevens concert
Toegang: voor dit concert is een toegangskaart vereist. Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2023
Mgr. de Groot Muziekfonds
Donateursbijeenkomst
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Vanwege het dubbeljubileum organiseren we een speciale, vrij toegankelijke bijeenkomst voor onze donateurs die, naar we hopen, door velen van u bezocht zal worden en waarvoor u introducé(e)s kunt meenemen.
10.30 – 10.50 u.
Inloop met koffie of thee. U kunt dan de kathedraal via de hoofdingang tussen de beide torens betreden.
11 – 11.45 u.
Bespeling door Ton van Eck met composities die zijn uitgevoerd tijdens de ingebruikne- ming van het Willibrordusorgel op 7 november 1923.
11.45 – ca. 12.30 u.
Lezing over het Willibrordusorgel in de grote zaal van het Bisschopshuis door Ton van Eck.
ca. 12.30 – 13.30 u.
Eenvoudige lunch (broodjes, koffie, thee).
Als u deze bijeenkomst wilt bezoeken, kunt u dit aan ons kenbaar maken door het zenden van een e-mail aan concerten@rkbavo.nl of door het inspreken van de voicemail op de reserveringslijn: 06-82887803 met vermelding van uw naam en of u met één of meerdere personen komt.
maandag 20 april 2026, 01:14 maandag 20 april 2026, 01:14
Bert van den Brink en Ruben Drenth
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Concert in het kader van het Festival 100 jaar Willibrordusorgel. Hiervoor is een toegangskaart vereist.
Op vijfjarige leeftijd begon Van den Brink, die blind geboren is, met zijn eerste pianolessen. Hij voltooide zijn studie (klassieke) muziek aan het Utrechts Conservatorium bij Herman Ulhorn in 1982 cum laude. Aanvankelijk gaf hij regelmatig klassieke concerten, maar zijn hart bleek toch het meest bij de geïmproviseerde muziek te liggen, een stijl waarin hij volledig autodidact is. Hij speelt en speelde met grootheden in de jazzmuziek zoals Toots Thielemans, Chet Baker, Clare Fischer, Nat Adderley, Dee Dee Bridgewater en Lee Konitz, maar ook vele Nederlandse grootheden in de jazz zoals Cor Bakker, Hein van de Geyn, Denise Jannah, John Engels, Jules de Corte en Louis van Dijk. Als arrangeur/producer schreef hij onder meer voor het Metropole Orkest en Paul de Leeuw. In 2007 won hij de VPRO/Boy Edgar Prijs. De jury was erg onder de indruk van zijn spel en betitelde dit als “direct herkenbaar, iets wat alleen de grootsten in de jazz weten te bereiken”. (Bron: Wikipedia)
CV Ruben Drenth
Ruben Drenth schrijft over zichzelf:
“Ik ben een jazztrompettist met een voorliefde voor zowel jazz als rock ‘n roll. Door tussen deze genres te kiezen, heb ik de mogelijkheid om nummers te creëren, van zachte jazzballads tot ruige garagerock. Combineer dit met mijn passie voor de eenvoud en soms dwaasheid van de jaren zestig en voila: daar is mijn geluid! Naast muzikant, zowel op het podium als in de studio, geef ik les aan het HKU conservatorium en werk ik als componist, geluidsredacteur en audiotechnicus.”
Toelichting op het programma
Jazz en popmuziek op een traditioneel kerkorgel kan! Zolang ik integer probeer te zijn naar de muziek en het instrument is het zonder meer mogelijk en biedt het ongehoord mooie uitdagingen. Met een musicus naast me als Ruben Drenth die open staat voor dit ongebruikelijke concept wordt het nog vanzelfsprekender en welluidender. Bert van den Brink
Gegevens concert
Aanvang: maandag 18 september 2023, 20:15 uur Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: Toegangskaart vereist, zie kaarten Festival 100 Willibrordusorgel. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2023
Mgr. de Groot Muziekfonds
maandag 20 april 2026, 01:14 maandag 20 april 2026, 01:14
Lezing met muziek: De strijd tussen goed en kwaad als rode draad
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Op donderdagavond 14 september om 19.45 uur staan de nieuwe ramen van Jan Toorop centraal. Voor deze ramen werden rond 1906 ontwerpen gemaakt door Jan Toorop, kleine schetsen met kleuraanduidingen. Wat er nu te zien is, is een poging om te benaderen wat Toorop voor ogen stond. Daarbij is getracht zo dicht mogelijk bij de bewaarde ontwerpschetsen te blijven.
Lezing: Jan Toorop: de strijd tussen goed en kwaad als rode draad
Wie denkt aan de Nederlandse moderne kunst uit de periode 1880-1930, denkt al gauw aan Jan Toorop (1858-1928). Hij was een drijvende kracht achter de ontwikkeling van die moderne kunst, onder meer door zich ‘buitenlandse’ stijlen eigen te maken en hier te introduceren. De veelzijdigheid van zijn oeuvre en zijn gebruik van verschillende stijlen tegelijkertijd hebben geleid tot een beeld van Toorop als wispelturig en inconsistent. Niets is echter minder waar. Aan zijn werken ligt nagenoeg steevast hetzelfde thema ten grondslag: de tegenstellingen tussen goed en kwaad, het hogere en het aardse enzovoorts, die het leven tot een strijd maken. In deze lezing illustreert Jet Sloterdijk, conservator van Singer Laren, dit kenmerk van Toorops kunstenaarsschap aan de hand van bekende en minder bekende voorbeelden. Daarbij zal extra aandacht worden besteed aan zijn ‘katholieke periode’, die vaak wordt overschaduwd door zijn befaamde symbolistische en pointillistische werken.
Muzikale omlijsting
Deze wordt verzorgd door Ton van Eck met soliste Bobbie Blommesteijn. Zij zullen o.a. Ave Maria van Alphons Diepenbrock uitvoeren waarin de romantische invloed van Richard Wagner herkenbaar is. Alphons was een neef van onze architect Joseph Cuypers en Toorop was een bewonderaar van composities van beide componisten. Zo zelfs dat Toorop hem in Nijmegen uitnodigde om een portret van Alphons te maken, die Alphons overigens niet erg geslaagd vond.
Tijd, plaats en aanmelding
Inloop met koffie/thee donderdagavond 14 september vanaf 19.30 u. Start programma 19.45u. Ingang via tuin aan het Emmaplein Einde programma met een drankje en een hapje om ca. 21.30. Tijdens deze bijeenkomst zijn introducees zeer welkom. Wij vragen u uw komst aan te melden via ons e-mailadres vrienden@koepelkathedraal.nl, o.v.v. ‘lezing 14 september’