https://willibrordusorgel.nl/author/fjvanittersum/page/13/?query-a9c5aa38-page=3
Geplaatst op: 12 juni 2026
Toegangskaarten Festival 100 jaar Willibrordus-orgel nu verkrijgbaar
Aanvang:
u.
Einde:
u.
De toegangskaarten voor het Festival 100 jaar Willibrordusorgel dat met 5 concerten plaatsvindt van 28 augustus t/m 28 september 2023 met concerten op 28 augustus, 4 september, 11 september, 18 september en 28 september zijn nu online verkrijgbaar. Zoals eerder aangekondigd zijn er meerdere mogelijkheden. Samengevat:
Elfrida Andrée (Symfonie nr. 2 voor orgel en 12 koperblazers, 1892), Albert de Klerk (concert voor orgel en koperblazers), Gerard Bunk, Legende op. 55a, Hendrik Andriessen (Pezzo Festoso)
De wereldbekende organist van de Notre-Dame in Parijs
Toegang concerten Festival 100 jaar Willibrordusorgel:
Losse kaartjes 28 augustus t/m 18 september
Aan de kassa bij de ingang € 17,50
In de voorverkoop / online € 15,–
Donateurs: aan de kassa € 17,50, in de voorverkoop / online €12,50
Losse kaartjes 28 september (Latry)
Aan de kassa bij de ingang € 22,50
In de voorverkoop / online € 20,–
Donateurs: aan de kassa €22,50, in de voorverkoop / online € 17,50
Passepartout
4 concerten 28 augustus t/m 18 september: € 48,–
5 concerten 28 augustus t/m 28 september: € 60,–
Passepartout donateurs
4 concerten 28 augustus t/m 18 september: € 43,–
5 concerten 28 augustus t/m 28 september: € 54,–
Alle prijzen zijn exclusief € 1,50 boekingskosten per boeking.
Concert Stephan van der Wijgert geannuleerd
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Helaas heeft Stephan van der Wijgert zijn geplande concert van 3 juli 2023 om gezondheidsredenen moeten afzeggen. Het bestuur van de Stichting Willibrordusorgel wenst hem een spoedig herstel en hoopt hem in de zeer nabije toekomst te mogen verwelkomen als concertorganist op het Willibrordusorgel.
Concerten jubileumjaar 2023
Aanvang:
u.
Einde:
u.
De concerten
In 1923 – dit jaar 100 jaar geleden – werd de eerste fase van het grote Adema-orgel geplaatst in de St.-Willibrorduskerk buiten de veste in Amsterdam. Na sluiting van dit enorme gebouw kon het instrument, dankzij de inspanningen van de Stichting Willibrordusorgel, een goede nieuwe bestemming vinden in de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo in Haarlem waar het op 21 maart 1971 in gebruik werd genomen. Drie jaar later, op 22 april 1974 startte Bernard Bartelink de jaarlijkse serie Zaterdagmiddagconcerten die al gauw een begrip werden binnen de Nederlandse orgelwereld en ook internationaal de aandacht trokken. Het getuigde van durf om in de Nederlandse stad waarin jaarlijks al de meeste orgelconcerten plaatsvonden, een nieuwe serie te starten. Dit jaar vindt de 50ste serie concerten plaats. We vieren dus een dubbel jubileum.
De wekelijkse concerten zullen plaatsvinden op de maandagavonden om 20:15 uur, uitgezonderd het slotconcert op donderdagavond 28 september. Na afloop is er gelegenheid voor het drinken van (gratis) koffie, thee, chocolademelk in de koffiehoek van de kathedraal.
Thema’s van 2023
Onbekende en bekende romantiek
Vrouwelijke componisten
Bijzondere combinaties met orgel
Bij het openingsconcert vindt al meteen een bijzondere combinatie plaats met de uitvoering van Fuge, Kanzone und Epilog op. 85 nr. 3, voor 4 zangstemmen, viool en orgel van Sigfrid Karg-Elert. Uitvoerenden zijn het vocaal kwartet ‘Sorelle’, violiste Anne van Eck en de vaste bespeler van het Willibrordusorgel Ton van Eck. Daarnaast klinken werken van Francis Poulenc, Marcel Dupré, Reynaldo Hahn en Jean Langlais.
Het Willibrordusorgel met zijn 18 Franse tongwerken en rijk palet aan grondstemmen is als een van de weinige Nederlandse orgels zeer geschikt voor de interpretatie van de orgelmuziek uit de romantische en post-romantische periode.
In juli start de Internationale Orgelzomer met veel buitenlandse toporganisten die ieder repertoire uit hun geboorteland ten gehore brengen.
De Stichting Willibrordusorgel is niet alleen trots op dit monumentale instrument, dat internationale bekendheid geniet en in fasen wordt gerestaureerd, maar ook op de jaarlijkse concertseries. Het is de grootste particuliere orgelserie in een kerk van ons land en heeft een nationale en zelfs internationale uitstraling. Het is zeker de moeite waard om een keer naar een van de concerten te komen luisteren.
Behoudens de concerten van het Festival ‘100 jaar Willibrordusorgel’ dat van 28 augustus t/m 28 september plaatsvindt, is de toegang tot de overige concerten gratis, maar de Stichting Willibrordusorgel hoopt dat de bezoekers na afloop blijk geven van hun waardering door een vrijwillige gave naar draagkracht in de collecte, zodat de kosten kunnen worden gedekt.
Voor de concerten van het Festival ‘100 jaar Willibrordusorgel wordt een toegangsprijs geheven. U kunt reserveren via www.koepelkathedraal.nl. Kaartjes zijn ook aan te schaffen op de avond van het concert bij de ingang van de kathedraal, maar zijn dan € 2,50 duurder. Let wel: betaling alléén per pinpas.
Aanvang: op maandagen 20:15 uur, tenzij anders aangegeven Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang series Orgelconcerten 2023 en Internationale Orgelzomer:
Gratis. Wel wordt u gevraagd een vrijwillige bijdrage te geven. De gemaakte kosten bedragen € 10-15,– per persoon.
Toegang concerten Festival 100 jaar Willibrordusorgel:
Losse kaartjes 28 augustus t/m 18 september
Aan de kassa bij de ingang € 17,50
In de voorverkoop / online € 15,–
Donateurs: aan de kassa € 17,50, in de voorverkoop / online €12,50
Losse kaartjes 28 september (Latry)
Aan de kassa bij de ingang € 22,50
In de voorverkoop / online € 20,–
Donateurs: aan de kassa €22,50, in de voorverkoop / online € 17,50
Passepartout
4 concerten 28 augustus t/m 18 september: € 48,–
5 concerten 28 augustus t/m 28 september: € 60,–
Passepartout donateurs
4 concerten 28 augustus t/m 18 september: € 43,–
5 concerten 28 augustus t/m 28 september: € 54,–
Alle prijzen zijn exclusief € 1,50 boekingskosten per boeking.
De concertserie in de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo is mede mogelijk gemaakt door financiële bijdragen van onder meer
Stichting Het Haarlemsche Muziekfonds
Cultuurstimuleringsfonds van de Gemeente Haarlem
Bisdom Haarlem – Amsterdam
J.C. Ruigrok Stichting
Mgr. De Groot Muziekfonds
Adema’s Kerkorgelbouw
het Prins Bernhard Cultuurfonds
en vele trouwe donateurs
Orgels overzicht
Aanvang:
u.
Einde:
u.
De Haarlemse Basiliek van St.-Bavo is bedeeld met vier orgels. Het Willibrordusorgel (geplaatst onder het grote westelijke roosvenster dat de kroning van de Maagd Maria verbeeldt) is sinds 1971 het hoofdorgel en staat centraal tijdens de orgelconcerten.
Het Bavo-orgel (vanwege de situering in het noordelijke transept ook wel Transeptorgel genoemd) is het oorspronkelijke hoofdorgel van de kathedraal en speelt nog altijd een belangrijke rol tijdens de liturgie.
Het kabinetorgel bevindt zich op het priesterkoor en wordt gebruikt tijdens de meer bescheiden liturgische vieringen en als continuo-orgel voor de koren van de kathedraal.
Het secretaireorgel staat in de sacramentskapel en wordt af en toe gebruikt bij de vieringen die daar plaatsvinden.
Ton van Eck (1999-2026)
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Na het behalen van het diploma Gymnasium B in 1966 aan het Aloysiuscollege in Den Haag, studeerde Ton van Eck orgel bij Bernard Bartelink onder wiens leiding hij aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam het diploma Uitvoerend Musicus met aantekening voor improvisatie behaalde. Tevens studeerde hij van 1972 t/m 1975 bij Marie-Claire Alain te Parijs.
In 1969 werd hij organist van de St. Jacobuskerk in Den Haag en sinds 1 december 1999 is hij titulair-organist van de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo aan de Leidsevaart in Haarlem.
Hij was prijswinnaar/finalist op internationale improvisatieconcoursen te Chartres, Haarlem en Rennes en behoorde driemaal tot de prijswinnaars op het César Franckconcours te Haarlem (1976 en 1979: 3e prijs, 1982: 1e prijs).
Sedert 1967 concerteert hij regelmatig en verzorgt hij radio-opnamen in Nederland en vrijwel alle Europese landen en Zuid-Amerika. Ook wordt Van Eck internationaal regelmatig uitgenodigd als jurylid, voor het geven van cursussen en lezingen en als gastdocent aan conservatoria en universiteiten
Hij componeerde een Concerto voor orgel en strijkorkest (1977) en enige andere werken voor koor en orgel. Zijn koorwerk De Profundis werd bekroond bij de Alphons Diepenbrock Compositiewedstrijd 1995.
Vanaf 1979 is hij werkzaam als adviseur bij de Katholieke Klokken- en Orgelraad, waar hij inmiddels de bouw en restauratie van vele (historische) orgels heeft begeleid.
Zijn talrijke publicaties bevatten vele orgelmonografieën en artikelen in internationale vaktijdschriften over orgelbouw, orgelhistorie, uitvoeringspraktijk en orgelcomponisten. In 2024 publiceerde hij een boek over de 100-jarige geschiedenis van het Willibrordusorgel.
Van december 1999 tot 15 januari 2026 was Ton van Eck titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo in Haarlem. Op 11 januari 2026 nam hij in deze hoedanigheid afscheid. Bij zijn afscheid kreeg hij van de Haarlemse burgemeeste Jos Wienen de Penning van Verdienste van de stad Haarlem uitgereikt.
Secretaireorgel
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Het vierde orgel is een secretaireorgel uit het midden van de 19de eeuw dat is vervaardigd door Hermanus Knipscheer (II, 1802-1874). Het heeft een mahonie gefineerde kas in Willem II stijl. Dit kleine pareltje verkeert helaas in slechte toestand en dient te worden gerestaureerd.
Kabinetorgel
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Als derde orgel beschikt de Kathedraal over een kabinetorgel uit ca. 1800. Het is een klein mechanisch orgel. De oorspronkelijke orgelkas is verloren gegaan. Het instrument werd door de orgelmakers Vermeulen aangekocht uit een opgeheven Broederhuis in Roosendaal.
In 1968 kwam het in bezit van Jan Valkestijn, die van 1963 tot 1989 directeur was van het Muziekinstituut van de kathedraal. Hij liet het door de firma Vermeulen restaureren. De nieuwe kas werd vervaardigd door een broeder uit de abdij van Egmond. Aanvankelijk was het in de koorschool opgesteld, maar in 1979 werd het in de kathedraal geplaatst waar het ook wel bekend staat als ‘Valkestijn-orgel’, naar zijn vorige eigenaar.
Bavo-orgel
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Het eerste orgel van de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo werd in 1907 geplaatst toen de tweede bouwfase voltooid was. Het werd gebouwd in een transept boven de Heilige Familie- of Kerstkapel. De architect van de kerk – Joseph Cuypers – ontwierp het front en de opdracht werd verleend aan de firma P.J. Adema & Zoon. Het door Cuypers ontworpen front was nog gedeeltelijk traditioneel, wat uit de aanwezigheid van nog vrij uitgesproken pijpentorens blijkt: een driedelige middentoren en ongedeelde zijtorens met tussenvelden. Het benedendeel kenmerkt zich door een recht labiumverloop, terwijl de pijplengten vanuit de lage middentoren oplopen.
De scheiding tussen beneden- en bovendeel werd bewerkstelligd door brede banden die de bovenlijnen van het pijpwerk in het benedendeel en de voeten van het pijpwerk in het bovengedeelte volgen. Voor het overige werd het verband in het geheel gebracht door brede horizontale lijstwerken waarvoor een geschilderde decoratie was ontworpen. Het front werd in hoofdzaak volgens dit ontwerp uitgevoerd. Pas in 1924 werd het orgel voltooid.
In 1952 voerde de firma J. Vermeulen uit Alkmaar een ingrijpende restauratie uit, waarbij het Adema-orgel werd uitgebreid. Enige jaren later, in 1961, vergrootte Vermeulen het orgel opnieuw: van een tweeklaviers orgel met vrij pedaal creëerde hij een drieklaviers instrument met 34 stemmen, verdeeld over hoofdwerk, zwelwerk, positief en pedaal. Nieuw was ook het zijpositief dat hoofdzakelijk een neo-barok karakter heeft. Daarnaast werden nieuwe keggelladen vervaardigd en het orgel opnieuw geïntoneerd. In 1996 werden door Flentrop Orgelbouw de tongwerken opnieuw geïntoneerd.
Willibrordusorgel
Aanvang:
u.
Einde:
u.
In de winter van 1920 op 1921 werd door Joseph Adema een orgel ontworpen voor de Rooms Katholieke kerk St.-Willibrordus buiten de Veste in Amsterdam. Dit ontwerp van 55 stemmen werd echter afgedaan als te ouderwets en vervangen door een nieuw ontwerp met 64 registers. Dit orgel werd in 1923 opgeleverd door Adema. Van een groot aantal stemmen was het pijpwerk nog niet geplaatst, evenals het front.
In 1924 werden enkele tongwerken uit het atelier van Masure (Parijs) in het orgel geplaatst. Twee jaar later werd het orgelfront afgebouwd. Daarnaast werd een Diapason 8’ geplaatst op de plaats van de Ripiëno.
In 1944 werd door Hubert Schreurs het dubbelkoor van de Prestant 16’ verwijderd, evenals de Diapason 8’. De Unda Maris 8’ werd vervangen door een Terts 1 3/5’ vanaf c klein.
Het orgel werd eindelijk in 1949 afgebouwd volgens het bestek. Hierbij werden de laatste tongwerken van Masure (Parijs) geplaatst.
Het lag in de bedoeling vanaf de vierklaviers speeltafel tevens het koororgel te bespelen.
Bij sluiting van de kerk in 1970 kon het Adema-orgel ternauwernood worden gered van de sloop. Het orgel werd in 1971 door Adema’s Kerkorgelbouw overgeplaatst naar de R.K. St.-Bavo kathedraal te Haarlem.
In 1978 werd het orgel uitgebreid met een Kroonpositief met 11 stemmen in twee kasten.
In 1990 plaatste Adema Kerkorgelbouw (A. Schreurs) een Unda Maris 8’ op het Reciet. Een jaar later werd door de Stichting Willibrordusorgel pijpwerk besteld variërend in lengte van 4,90 tot 9,20 meter. Dit werd gebruikt voor het realiseren van het groot octaaf van de Contrafagot 32’ voet. Het overige pijpwerk werd gebruikt uit een Vermeulen-orgel dat buiten gebruik was gesteld. In mei 1991 werd het register opgeleverd.
In 1995 werden de registratiemogelijkheden uitgebreid door het plaatsen van een aantal Setzercombinaties, de indeling van de speeltafel werd vernieuwd en de dispositie is op enige punten gewijzigd. Op het Groot Orgel werd een Violon 32’ discant toegevoegd. De Scherp op het Kroonpositief moest plaats maken voor een Salicionaal 8’ en een Fluit Harmoniek 8’ vanaf c.
In 1998 is op hetzelfde werk een Klaroen 4’ geplaatst en kreeg het Pedaal een zacht 16-voets tongwerk: een Fagot 16’.
Sedert 1995 geniet het orgel bescherming van rijkswege als historisch Rijksmonument.
Dispositie Willibrordusorgel
Olivier Latry
Aanvang:
u.
Einde:
u.
Concert in het kader van het Festival 100 jaar Willibrordusorgel. Hiervoor is een toegangskaart vereist.
Programma
Marcel Dupré (1886 – 1971)
Cortège et Litanie op 19, no 2 (1922)
Maurice Duruflé (1902 – 1986)
Scherzo, op. 2 (1924)
Alexandre Guilmant (1837 – 1911)
1ère Sonate : Final, op. 42 (1874)
Camille Saint-Saëns (1835 – 1921)
Extraits du « Carnaval des Animaux » (Transcr. Shin-Young LEE) – Aquarium – Volière – Cygne
Louis Vierne (1870 – 1937)
Pièces de fantaisie : Toccata, op. 53 no. 6
Jehan Alain (1911 – 1940)
Aria
Jean Guillou (1930 – 2019)
Toccata, op. 9 (1963)
Olivier Latry (1962 – )
Improvisation
Organist
Informatie over Olivier Latry, een van de vier titulaire organisten van de grote orgels van de Notre Dame in Parijs.
Toelichting op het programma
Marcel Dupré was niet alleen organist van de Saint-Sulpice in Parijs, maar sinds 1926 ook leraar aan het nationale conservatorium aldaar. Hij stond bekend als een groot improvisator en gaf in zijn leven talloze concerten. Het tweeluik Cortège et Litanie is oorspronkelijk een deel van toneelmuziek geschreven voor een instrumentaal ensemble. Een uitvoering op piano in New York vormde de aanleiding voor de Amerikaanse impresario van Dupré om hem te vragen er ook een orgelbewerking voor te schrijven, en daaraan voldeed de componist. Later kwam er ook nog een versie voor orgel en orkest. Het tweede deel, Litanie, vormde duidelijk een voorbeeld voor zijn latere leerling Jehan Alain voor zijn eigen Litanies.
Maurice Duruflé liet een klein, maar hoogwaardig oeuvre na waarvan alle stukken getuigen van grote eruditie en aandacht voor het detail. Aan zijn grotere werken bleef hij lang schaven voor hij ze aan de openbaarheid prijsgaf. Hij studeerde orgel bij Charles Tournemire en Louis Vierne en combineerde in zijn composities de liefde voor het gregoriaans van de eerste en de heldere structuur en het impressionistische klankbeeld van de tweede. Van 1930-1975 was hij organist van de Saint-Etienne-du-Mont in Parijs. Het Scherzo is een jeugdwerk, maar bevat reeds alle kenmerken van zijn latere oeuvre. Het is een mooi voorbeeld van zijn vernieuwende symfonische stijl.
Alexandre Guilmant studeerde bij Jacques Lemmens in Brussel en Eugène Gigout in Parijs. Hij was niet alleen van 1871 -1901 organist van de Sainte-Trinité in Parijs, maar ook medeoprichter, leraar en later directeur van de Schola Cantorum in die stad. Tevens was hij orgelleraar aan het Conservatoire National in Parijs. Naast de productie van een groot compositorisch oeuvre, voornamelijk voor orgel, verzorgde hij ook uitgaven van klassieke Franse orgelwerken en maakte hij verschillende concertreizen naar het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Daar gaf hij tijdens de internationale tentoonstelling in 1904 in St. Louis een reeks van 40 orgelconcerten..
Zijn eerste orgelsonate, in d-mineur, verscheen pas relatief laat in zijn oeuvre, op. 42 van de 94 opusnummers. Het werk was opgedragen aan de Belgische koning Leopold II. Het laatste deel is geschreven in driedelige vorm met in de hoek-delen een bruisende toccata. Die hoekdelen omlijsten een koraalthema dat in het verloop wordt onderbroken door het toccata-motief. Aan het slot keren beide thema’s in een stralend d-majeur terug.
Camille Saint-Saëns studeerde orgel bij François Benoist, die eerder de leraar van César Franck was. Hij was aanvankelijk organist van de Saint-Merry en later van het Cavaillé-Coll-orgel in de Madeleine. Hij liet een groot en uiteenlopend compositorisch oeuvre na.
Carnaval des animaux heeft nooit in zijn geheel tijdens zijn leven geklonken, maar delen eruit waren wel bekend zoals Le Cygne (de zwaan) waarvan Alexandre Guilmant al een bewerking voor orgel maakte. Dat ingetogen deel wordt hier omlijst door twee andere delen: de vissen en de vogels, deze avond alle drie in een bewerking van Shin-Young Lee. Louis Vierne studeerde korte tijd bij César Franck en daarna bij Charles-Marie Widor. Hij werd in 1900, na een concours, benoemd tot organist van de Notre-Dame in Parijs waar hij tot aan zijn dood (op 2 juni 1937 achter de klavieren van zijn orgel) werkzaam was. In 1912 werd hij orgelleraar aan de Schola cantorum.
Naast zijn zes symfonieën voor orgel vormen de vier reeksen Pièces de Fantaisie de tweede pijler van zijn orgeloeuvre. Elke suite telt zes, vaak impressionistisch getinte stukken. De Toccata is het laatste deel van de tweede suite en is één brok overrompelende virtuositeit. Het had, bij wijze van spreken, ook als slotdeel van een van zijn symfonieën kunnen dienen.
Jehan Alain studeerde aanvankelijk orgel bij zijn vader Albert en later bij Marcel Dupré aan het nationale conservatorium in Parijs. Hij was organist van de Saint-Nicolas in Maisons-Laffitte en ook enige tijd van de synagoge in de Rue Notre-Dame-de-Nazareth in Parijs. Hij sneuvelde op 20 juni 1940 tijdens een vuurgevecht met een Duitse patrouille. De contemplatieve Aria wordt beschouwd als zijn laatste werk. Er komen veel aspecten van zijn stijl in samen: prachtige melodische ideeën die met elkaar contrasteren, sereniteit, ritmische subtiliteit en modaliteit. Een muzikale parel van een helaas veel te jong gestorven componist.
Jean Guillou studeerde bij Marcel Dupré, Maurice Durufé en Olivier Messiaen. Hij werd organist van de Saint-Eustache in Parijs en maakte ook naam als improvisator, pianist en componist. De Toccata is zijn bekendste orgelwerk. Deze kent naast het beklemmende hoofdthema een tweede meer vredig motief. De “hijgende” begeleiding daarvan ontwikkelt zich tot een derde thema. In tegenstelling tot vele andere toccata’s heeft deze meer een gespannen dan een glorieus karakter.
Tekst toelichting: Ton van Eck
Opnames van eerdere concerten van Olivier Latry op het Willibrordusorgel
2015
2014
Gegevens concert
Toegang: voor dit concert is een toegangskaart vereist. Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Donaties: zie donateurspagina