Stichting Willibrordusorgel
https://willibrordusorgel.nl/author/fjvanittersum/page/15/?query-a9c5aa38-page=1
Geplaatst op: 19 april 2026


3 juli 2023: Stephan van de Wijgert

Stephan van de Wijgert
Aanvang: u.
Einde: u.

Met Mozart in Engeland

Programma

Gustav Holst (1874 – 1934) First suite in E-flat major, op. 28a
l Chaconne
ll Intermezzo                                                  
lll March
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) Adagio in B KV 540
Percy Withlock (1903-1946) uit; Plymouth Suite                                                       
1. Allegro risoluto                                          
4. Salix                                               
5. Toccata
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) Andante in F-dur KV 616
Edward Elgar (1857-1934) Enigma Variations op. 36
Andante (Theme)
var.I (C.A.E.)
var. II (H.D.S-P.)
var. III (R.B.T.)
var. IV (W.M.B.)
var. V (R.P.A.)
var. VI (Isobel)
var. VII (Troyte)
var. XII (B.G.N.)
var. XIII  Romanza
var. VIII (W.N.)
var. IX (Nimrod)

Organist

Stephan van de Wijgert studeerde orgel aan de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht. In 1998 behaalde hij het examen Docerend Musicus, in 2001 het diploma Tweede Fase. Hij ontving vanaf 1987 les van Véronique van den Engh, Jan Raas, Reitze Smits, Matteo Imbruno, Jan Welmers en Erik Visser. Ook volgde hij masterclasses en was hij prijswinnaar van het Sweelinck-concours in 2007. Sinds 2008 is hij als organist verbonden aan De Duif te Amsterdam waar hij het monumentale Smitsorgel (1863) bespeelt en concerten voor Stadsherstel Amsterdam organiseert, de eigenaar van De Duif. Sinds 2022 is de Oosterkerk in Amsterdam met het bijzondere Oeckelenorgel in bezit gekomen van Stadsherstel. Stephan  organiseert ook daar voor Stadsherstel een concertserie. Stephan van de Wijgert is artistiek leider van de serie zondagmiddagconcerten in Mijdrecht/Wilnis die wordt gehouden op het Maarschalkerweerdorgel in HH Johannes de Doperkerk. Dezelfde functie heeft hij bij de Berne Abdijconcerten, de orgelserie van de Norbertijner Abdij te Heeswijk-Dinther. Stephan, die jaarlijks menig concert in binnen- en buitenland geeft, is voorts werkzaam als koordirigent en docent.

Toelichting op het programma

Mozart is tijdens  zijn vele concerttournees ook enige tijd in Engeland geweest. Vandaar, en vanwege een fijne afwisseling in het programma, muziek van Mozart in combinatie met muziek van Engelse componisten zoals Elgar, Whitlock en Holst. De laatste muziek is uit een heel andere tijd dan die waarin Mozart leefde, maar wel met dat typisch Engelse gevoel van landelijkheid en romantiek. Van oorsprong zijn de werken van Mozart in dit programma niet voor orgel gecomponeerd. Het Adagio in B mineur is een geliefd piano werk en het Andante in F Majeur is voor het zogenaamde Flötenuhr geschreven, een grote klok met een orgeltje erin dat op bepaalde tijden een deuntje kon laten horen.

De bekendste compositie van Gustav Holst is ‘The Planets’ (1914-16), een suite voor orkest geïnspireerd door de astrologische visie op de invloed van de planeten. Onder de andere composities van Holst zijn er ook twee Suites voor ‘Military Band’ (First Suite in E-flat major, op. 28a (1909) en Second Suite in F-major, op. 28b (1911). Vandaag hoort u de eerste Suite in een bewerking voor orgel van Luigi Mengoni. Het kenmerkende thema met zijn grote intervallen komt in alle delen terug.

Percy William Whitlock (1 juni 1903 in Chatham, Kent – ​​1 mei 1946 in Bournemouth), was een Engelse organist en postromantische componist. Chronologisch gezien is de Plymouth Suite gecomponeerd tussen de Wessex Suite voor orkest (juli 1937) en de Serenade for Strings (februari/april 1938). De eerste verwijzing naar de nieuwe suite komt voor in een brief van Whitlock aan Leslie Barnard van 29 juli 1937. Een interessant detail is dat de stukken zijn opgedragen aan collega’s en vrienden van Whitlock en net als bij de Enigma variaties, lees hieronder, het karakter van deze persoon wil verbeelden.

Edward Elgar componeerde tussen oktober 1898 en begin 1899 zijn ‘Variaties op een origineel Thema’ op. 36 voor orkest, die later – omgedoopt tot Enigma Variations – de componist wereldfaam bezorgde. De afzonderlijke variaties van dit werk kunnen worden gezien als liefdevolle portretten van personen uit de naaste omgeving van Elgar, onder andere van zijn vrouw en bevriende musici. De letters bij de variaties zijn afkortingen van de namen van die personen.

Niet alleen het beroemde Nimrod, maar ook de meeste andere van deze prachtige atmosferische variaties lenen zich uitstekend voor uitvoering op het orgel. Dat komt tot uiting in deze bewerking voor orgel van de hand van Eberhard Hofmann die, naast Nimrod, tien andere variaties bevat. De bewerking is gebaseerd op de twee originele versies; die voor orkest en die voor piano. Het enigma (raadsel) is de oorsprong van het thema. Er zijn veel theorieën over maar waarschijnlijk is de oplossing erg simpel en vormen de eerste vier noten van het thema ritmisch gezien de naam Edward Elgar.

Gegevens concert

Aanvang: maandag 3 juli 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Sponsoren 2023

Dariusz Bąkowski-Kois

Dariusz-Bakowski-Kois
Aanvang: u.
Einde: u.

Programma

Jaak Nikolaas Lemmens (1823-1881)
in 200th anniversary of birth
Offertoire de Noël
 I. Choeur der bergers
 II. Gloria in excelsis Deo
III. Pastorale
IV. Adoration
V. Choeur [final]
Marcel Dupré (1886-1971) 8 Petits préludes sur des thèmes grégoriens op. 45
 I. Salve Regina
 II. Virgo Dei genitrix
 III. Pange lingua (Tantum Ergo)
 IV. Sacris solemniis (Panis Angelicus)
 V. Alma Redemptoris Mater
 VI. Ave verum corpus
 VII. Lauda Sion (Ecce Panis)
 VIII. Verbum supernum (O Salutaris)
Josef Gabriel Rheinberger (1839-1901) 20th Orgelsonate F-dur Zur Friedensfeier op. 196
I. Präludium. Lento maestoso
II. Intermezzo. Adagio
III. Pastorale. Andante
IV. Finale. Con moto

Organist

Dariusz Bąkowski-Kois graduated with honours from the Academy of Music in Kraków (2000) and completed postgraduate studies at the Frederic Chopin Academy of Music in Warsaw and at the Vienna Conservatory (now Privatuniversität Wien). Since his studies he has maintained lively concert activity in Poland and abroad, including performances in France, Germany, Austria, Switzerland, The Netherlands, Belgium, Norway, Sweden, Estonia, Italy, as well as in Mexico, Brasil, Russia and China. He has given recitals in such prestigious places as Hohe Domkirche Sankt Petrus zu Köln, Hohe Domkirche St. Peter zu Trier, Konstantin-Basilika (Aula Palatina) in Trier, Antwerpen O.L.V.-Kathedraal, Sint-Baafskathedraal Gent, Sint-Salvatorskathedraal Brugge, Dom aan Sint-Maarten van Utrecht, Kathedrale basiliek Sint-Bavo Haarlem, Grote of Sint-Laurenskerk Rotterdam, Grote of O.L.V. Breda, St. Mary’s Cathedral in Tallinn, Metropolitan Cathedral in Moscow or National Centre for the Performing Arts in Beijing. He was a jury member in the international organ competitions in Rumia and Łódź, the Tariverdiew Competition in Hamburg, as well as in many national organ competitions. He also graduated from the Jagiellonian University in Kraków (1997), where in 2002 he received his Ph.D. at the Faculty of History. Since 1999 he has been teaching in the Organ Department of the Academy of Music in Kraków (since 2013 as full professor), leading classes in organ playing, chamber music and basso continuo. In 2014 he fulfilled postgraduate studies Master of Business Administration – University Management at the Adam Mickiewicz University in Poznań. At the Academy of Music in Kraków he was Vice Dean of the Instrumental Faculty (2008–12), Vice Rector (2012–16), and Head of Organ Department (2016–20).

Toelichting op het programma

Volgt

Gegevens concert

Aanvang: maandag 3 juli 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Mgr. de Groot Muziekfonds

Sponsoren 2023

zondag 19 april 2026, 20:50 zondag 19 april 2026, 20:50


Véronique van den Engh – Ton van Eck

Veronique van den Engh
Aanvang: u.
Einde: u.

Programma

Maurice Pirenne (1928-2008) Dialogue pour deux orgues Véronique van den Engh (Willibrordusorgel) & Ton van Eck (Transeptorgel)
Albert de Klerk (1917-1998) Hymne Véronique van den Engh
Véronique van den Engh (1962) Partita super Veni sancte spiritus Véronique van den Engh
Maurice Pirenne (1928-2008) Metanoia Véronique van den Engh
Hendrik Andriessen (1892-1981) Premier Choral Véronique van den Engh
Franz Schubert (1797-1828) Fuge für die Orgel vierhändig (D. 952) Véronique van den Engh en Ton van Eck
Hendrik Andriessen (1892-1981) Quattro Studi per Organo                                        
– Per i pedali
– Allegro con spirito
– Adagio (trio)
– Finale
Ton van Eck
Maurice Pirenne (1928-2008) Preludium over Veni Sancte Spiritus Ton van Eck
Albert de Klerk (1917-1998) Capriccio Ton van Eck
Eugène Gigout (1844-1925) Grand Chœur dialogué  Véronique van den Engh (transeptorgel) & Ton van Eck (Willibrordusorgel)

Organisten

Véronique van den Engh is organist van de Kathedrale Basiliek van Sint-Jan te ’s-Hertogenbosch. informatie over haar biografie en haar werk is te vinden op haar website.

Ton van Eck is titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo, Haarlem. Uitgebreidere informatie over hem is te vinden op deze website of op de website van het College van Orgel-adviseurs Nederland.

Toelichting op het programma

De priester-musicus Maurice Pirenne behaalde het diploma orgel aan het conservatorium te Tilburg en studeerde daarna vijf jaar aan het Pontificio Istituto di Musica Sacra in Rome waar hij magna cum laude slaagde voor compositie en summa cum laude voor orgel. Daarna doceerde hij gregoriaans, muziektheorie en hoofdvak orgel o.m. aan het Brabants Conservatorium te Tilburg en het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek te Utrecht. Tevens was hij van 1965 tot 1991 rector cantus en van 1991 tot begin 2008 organist van de St.-Janskathedraal in ’s-Hertogenbosch waar hij overleed op  14 maart 2008. Dialogue pour deux orgues schreef Pirenne in het voorjaar van 2005 als hommage aan Hendrik Niehoff (ca. 1495-1560) voor de 40ste concertcyclus van de Orgelkring ‘Hendrik Niehoff’, die in opdracht van de ‘Illustere Lieve Vrouwe Broederschap’ een orgel bouwde voor de Sint-Jan. De naam van deze orgelmaker is op ingenieuze wijze verwerkt in de thema’s van dit dialogerende werk.

In de Hymne van Albert de Klerk is aan de stijl nog duidelijk hoorbaar dat deze een leerling was van Andriessen.

Véronique van den Engh schreef de Partita super Veni Sancte Spiritus in opdracht van het tijdschrift ‘Muziek en Liturgie’ waarin het in april 2018 verscheen. De hymne Veni Sancte Spiritus bestaat uit 10 verzen. Elk vers wordt twee keer gezongen, dus zijn er vijf groepjes van twee verzen. In deze partita bevat de eerste van zo’n groepje van twee steeds de Gregoriaanse melodie, maar wel steeds in een andere vorm: eerst unisono, begeleid, in kwarten begeleid, in canon. Ieder 2e vers is een variatie op de melodie van dat vers.

Voor de bundel ’Brabants Orgelalbum’ zijn in het Bachjaar 1985 verschillende Brabantse componisten gevraagd hun fantasie te laten gaan over de naam: Bach. Deze muzikale naam b-a-c-h (klinkt bes-a-c-b) is op allerlei manieren en bij iedere componist op eigen wijze te horen. Ook Maurice Pirenne droeg bij aan de bundel met deze Metanoia. Het wemelt van de b-a-c-h motieven. Geen ’alledaagse’ muziek, die een ontdekkingstocht waard is.                                          

Bij het Premier Choral van Hendrik Andriessen wordt de koraalmelodie direct aan het begin zeer bescheiden voorgesteld. Hoewel deze melodie maar vijf keer in zijn geheel te horen is (het lijkt vaker, omdat ook fragmenten van de melodie regelmatig terugkomen), werkt Andriessen van de bescheiden eerste keer in het begin naar een majesteitelijk slot met de koraalmelodie in dubbelpedaal.

Franz Schubert en zijn vriend en collega Franz Lachner waren op 3 juni 1828, te gast bij Johann Schickh, uitgever van een modetijdschrift, die hen uitnodigde om de volgende dag een bezoek te brengen aan het nieuwe orgel van het klooster Heiligenkreuz. Op voorstel van hun gastheer schreven zij ieder een fuga voor vier handen. Bij Lachner was dat een goed stuk vakwerk, maar bij Schubert een klein meesterwerk. De volgende ochtend togen ze om 6 uur naar Heiligenkreuz waar Schubert en Lachner hun beider fuga’s gezamenlijk uitvoerden.

Aan het eind van zijn carrière schreef Hendrik Andriessen met de Quattro Studi nog een keer een groter werk voor orgel. De eerste etude, opgedragen aan Albert de Klerk, is een pedaalsolo waarvan de hoekdelen gepassioneerd klinken en het tweestemmige middendeel als contrast zeer ingetogen is. De tweede etude, opgedragen aan Jan Mul, is een korte, maar virtuoze solo voor de rechterhand. De derde etude, opgedragen aan Herman Strategier, is een zeer chromatisch trio waarbij de luisteraar harmonisch steeds op het verkeerde been wordt gezet en de vierde etude, opgedragen aan Kees Stolwijk, is een toccata aangekondigd door een aantal stevige akkoorden. met niet alleen een virtuoze manuaalpartij maar hier en daar ook een technisch veeleisende pedaalpartij,

Maurice Pirenne schreef het Preludium over Veni Sancte Spiritus medio juni 1957  als een van de opgaven voor zijn eindexamen compositie bij zijn leermeester Domenico Bartolucci. In dit werk komen diverse motieven van deze Pinkstersequens naar voren, soms ritmisch veranderd waaronder dat van O Lux beatissima. Ook duikt in de loop van het stuk de melodie van de Communio van Pinksteren op, Factus est repente.

Het Capriccio van Albert de Klerk komt uit dezelfde verzameling van 10 orgelwerken als de Hymne. Het is eigenlijk een duo zoals in de Franse klassieke orgelmuziek, en ook de registratie, met in de discant een tertsregister en in de bas een Kromhoorn, grijpt terug op de klassieke Franse orgelmuziek. Het werk is opgedragen aan Piet Hörmann, destijds de organist van de St.-Janskathedraal in Den Bosch.

Tot slot hoor u het Grand Choeur dialogué van de componist en organist van de St.-Augustin in Parijs, Eugène Gigout, een fanfareachtig werk waarin het hoofdorgel en het koororgel op feestelijke wijze kunnen dialogeren.                                                                 

Véronique van den Engh & Ton van Eck

Gegevens concert

Aanvang: maandag 26 juni 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Mgr. de Groot Muziekfonds

Sponsoren 2023

zondag 19 april 2026, 20:50 zondag 19 april 2026, 20:50


Jos Maters

Jos Maters
Aanvang: u.
Einde: u.

Programma

A. Hollins (1865-1942) Concert Overture no.2 in c-minor
E. Smyth (1858-1944) Du, O schönes Weltgebäude!
P. Whitlock (1903-1946) Fantasie Choral no. 2 in F-sharp minor
J. Jongen (1873-1953) Chant de Mai (Op. 53, no. 1)
J. G. Ropartz (1864-1955) Introduction et Allegro Moderato
C. Tournemire (1870-1939) Scherzetto (Suite de Morceaux pour Grand Orgue)
J. Langlais (1907-1991) Ave Maria, Ave Maris Stella (Trois Paraphrases Gregoriennes)
K. Leighton (1929-1988) Ite Missa Est (Missa de Gloria)

Organist

Jos Maters (1997), organist en klavecinist, is werkzaam in de Nicolaasbasiliek in Amsterdam waar hij als assistent-organist samen met artistiek leider Giles Brightwell vormgeeft aan de hoogstaande kerkmuzikale cultuur.

Op jonge leeftijd volgde Jos zijn eerste orgellessen bij Theo Duyst; bij Willem van Twillert en Gerrit Christiaan de Gier bereidde hij zich voor op een conservatoriumopleiding, in Groningen bij Erwin Wiersinga, Theo Jellema en Johan Hofmann (bachelor orgel en klavecimbel, 2020) en in Amsterdam bij Matthias Havinga (master orgel, 2022). Masterclasses volgde Jos onder meer bij Olivier Latry, Ben van Oosten en Wolfgang Zerer.

Zijn afstudeerscriptie richtte zich op de onderbelichte orgelsonate van Herbert Howells waarbij dit indrukwekkende orgelwerk vanuit verschillende invalshoeken bekeken werd; niet alleen een grondige technische analyse hoorden daarbij, maar ook de situering van de sonate binnen het Britse orgelrepertoire en de ontvangstgeschiedenis ervan werden uitvoerig belicht.

Jos is een veelzijdig musicus met een voorliefde voor en specialisatie in muziek uit de Engelse traditie. Jos vormt samen met saxofoniste Marlon Valk het ‘Duo Calyptura’ en is actief als docent in zijn lespraktijk.

Kijk op de website voor informatie over de muzikale activiteiten van Jos Maters.

Toelichting op het programma

Het programma van vanavond bestaat uit werken van Engelse en Frans(talige) componisten; gestart wordt in Engeland.

De Engelse muziek uit de 19e eeuw is te herkennen aan een grote hang naar de toen heersende Duitse stijl. Veel Britse componisten hadden (een deel van) hun muzikale training ontvangen in Duitsland; zo ook Alfred Hollins en Ethel Smyth. In de Concert Overture No 2 van Hollins worden deze Duitse invloeden vermengd met een behoorlijke scheut ‘pomp and circumstance’, wat resulteert in een misschien niet al te diepgaande, maar wel in een zorgvuldig geconstrueerde en vooral zeer effectieve ouverture. De vrouwelijke componiste Ethel Smyth bewandelde een andere route; in dit tedere koraalvoorspel refereert ze aan Johann Sebastian Bach, en dan met name diens Ich ruf zu Dir.

De volgende generatie componisten, waar onder andere Ralph Vaughan Williams en Frederick Delius (bijgenaamd ‘de Engelse Debussy’) toe behoorden, gaan verder met de ontwikkeling van de Engelse muziek. Ditmaal komt de grootste invloed uit Frankrijk, en dan met name van het Impressionisme. Deze Franse invloeden zijn ook duidelijk aanwezig in de muziek van Percy Whitlock. Zijn stijl kenmerkt zich door het gebruik van modaliteit, schilderachtige harmonieën en een orkestraal orgelgebruik. De titel van het hier gespeelde werk, Fantasie Choral, suggereert dat inspiratie is gevonden bij de Trois Chorals van César Franck. Dit is echter hoogst onwaarschijnlijk, aangezien Whitlock een compleet andere benadering heeft op de uitwerking van het koraal; Whitlock presenteert het in de introductie, en parafraseert het vervolgens door het stuk heen. Het eindigt ook niet met een groots statement van dat koraal, maar ‘slechts’ met materiaal wat van het koraal afkomstig is.

Via het rustige Chant de Mai (Mei-lied) van de Belgische Joseph Jongen, die een aantal jaar in Engeland werkzaam is geweest, wordt de oversteek gemaakt naar het Franse vaste land. Vervolgd wordt met drie componisten die duidelijk onder invloed van César Franck staan, zij het in verschillende mate. De uit Bretagne afkomstige Joseph Guy Ropartz heeft bij Franck gestudeerd, wat tot uiting komt in het klassieke vormgebruik (sonate-vorm), melodie, en harmonie. In dit Introduction et Allegro Moderato spelen twee thema’s de hoofdrol; een is geagiteerd en op het ‘volle orgel’ gespeeld, de ander is een rustig koraal voor de grondstemmen. Charles Tournemire heeft ook bij Franck gestudeerd, en beschouwde Franck als één van de grootste componisten ooit. Zijn Scherzetto werpt een ander licht op Tournemire dan de religieuze en serieuze werken waar hij vooral om bekend staat. Dit betreft een lichtvoetig werk uit zijn vroegere periode, waarbij vooral de vele klavierwisselingen, de afwisseling van legato/staccato-spel, en het gebruik van de lydische modus opvallen. Van Jean Langlais klinkt eveneens een vroeg werk, waarbij hij gebruik maakt van de wonderschone Gregoriaanse hymnes Ave Maris Stella en Ave Maria. Net als Tournemire en Franck, was ook Langlais verbonden als organist aan de Ste. Clotilde in Parijs.

Het slotwoord is aan de Engelse componist Kenneth Leighton die een indrukwekkende lijst van composities heeft achtergelaten; daar zitten ook een aantal orgelwerken tussen. Dit Ite Missa Est is onderdeel van het grootste orgelwerk dat Leighton schreef, namelijk de Missa de Gloria uit 1980. Hierbij schreef hij voor elk vast mis-onderdeel een stuk waarbij hij net als Langlais het Gregoriaans als basis gebruikt; in Leighton’s geval betreft dat het bij ons vrij onbekende ‘Sarum plainchant’ (Gregoriaans uit Salisbury). Leighton omschrijft het Ite Missa Est als volgt: ‘A brilliant toccata ending with a massive acclamation’.

Gegevens concert

Aanvang: maandag 19 juni 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Sponsoren 2023

zondag 19 april 2026, 20:50 zondag 19 april 2026, 20:50


Tjeerd van der Ploeg

Tjeerd van_der Ploeg
Aanvang: u.
Einde: u.

Programma

Eugène Gigout (1844-1925) Fantaisie (Uit “Suite de Six Pièces”, 1872)
Charles-Marie Widor (1844-1937) Trois Nouvelles Pièces op. 87 (1934)
I.  Classique d’hier
II. Mystique
III. Classique d’aujourd‘hui
Jean Langlais (1907-1991) Première Symphonie pour Orgue (1941/1942)
Allegro –  Églogue – Choral – Final

Organist

Tjeerd van der Ploeg (1958) studeerde orgel bij Piet Post, Jan Jongepier en Jacques van Oortmerssen. In 1985 behaalde hij het einddiploma solospel aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam. Reeds eerder behaalde hij diploma’s koordicektie, kerkmuziek en een aantekening voor improvisatie.

Meer informatie over Tjeerd van de Ploeg is te vinden op zijn website.

Toelichting op het programma

Van Eugène Gigout heeft slechts een klein aantal orgelstukken een zekere populariteit verworven, waaronder het Scherzo en de Toccata. Toch is er veel meer werk van hem dat bekendheid verdient. De vanavond gespeelde Fantaisie maakt deel uit van de Suite de Six Pièces pour Orgue.  Het is de eerste orgelmuziek van Gigout  en werd uitgegeven in 1872 bij de Parijse uitgever Costallat. 

Fantaisie werd opgedragen aan Camille Saint-Saëns, één van de leermeesters van Gigout aan de École Niedermeyer.  Gigout hanteert dezelfde heldere componeerstijl als Saint-Saëns.  Deze is te omschrijven als klassiek en in zekere zin zelfs anti-romantisch.  

De Amerikaanse organist Albert Riemenschneider, zelf eens leerling van Charles-Marie Widor en Alexandre Guilmant, haalde Widor over om opnieuw voor orgel te schrijven, dit tot grote vreugde van Marcel Dupré. In deze Trois Nouvelles Pièces  op. 87 is niets te merken van de stilistische ontwikkelingen van de jaren twintig en dertig. De negentig-jarige Widor bleef trouw aan zijn eigen stijl. Toen Darius Milhaud en Arthur Honegger Fuga studeerden in de compositieklas van Widor, slaakte Widor bij iedere dissonant een kreet van schrik: “Het ergste is dat men eraan gewend raakt”, was zijn reactie. De afzonderlijke delen werden opgedragen aan drie van zijn Amerikaanse leerlingen: de reeds genoemde Albert Riemenschneider, vervolgens Charlotte Lockwood (Fontainebleau) en Frederick C. Mayer (organist of the West Point Cadet Chapelbleau). Deze Trois Nouvelles Pièces vormen het laatste werk dat Widor schreef. Opmerkelijk is dat in geen van de drie delen tongwerken worden voorgeschreven. Er waren meer componisten die het gebruik van tongwerken aan banden legden. Zo schreef Charles Tournemire, oud-leerling van Widor, als commentaar bij zijn Fantaisie symphonique op.  64 (ook 1934!) : “Recherche de sonorités. Emploi nouveau des anches. Protestation contre l’abus qu’on en fait”. In Oostenrijk was het Franz Schmidt (1874-1939) die zich ronduit  vijandig opstelde tegen het gebruik van tongwerken in zijn orgelwerken. Ze mogen pas getrokken worden wanneer ze staan voorgeschreven. 

De Première Symphonie pour Orgue componeerde Jean Langlais in vier maanden tijd van eind 1941 tot begin 1942. Het schrijven van orgelsymfonieën was vrijwel voorbij. Samen met de Symphonies pour Orgue van André Fleury en die van Michel Boulnois die ook in de jaren 40 ontstonden behoort het werk van Langlais tot de laatste scheppingen in dit genre. De  subtitel, “De Guerre”, maakt duidelijk dat de oorlog de componist heeft beïnvloed.  Maar ook de teleurstelling niet onmiddellijk opvolger te zijn geworden van Charles Tournemire als organist van de Parijse Ste. Clotilde, verklaart de felle dissonantkleuring die in dit werk de boventoon voert. In 1945 werd Langlais alsnog organist van deze kerk.

Het eerste deel, Allegro,  is een briljant stuk, geschreven in een sonatevorm waarin twee contrasterende thema’s worden uitgewerkt. Deel twee, Églogue, is zoal de betekenis van dit woord impliceert, een herdersspel.

In het derde deel, Choral, wordt van de uitvoerende het uiterste aan concentratie gevraagd. Na een inleiding met een zwaarwichtige registratie volgt een passage waarbij beide handen op twee klavieren tegelijk spelen, uniek in de orgelliteratuur!

Final werd geschreven in rondovorm. Het is een spectaculair werk waarin Langlais al vroeg in zijn carrière toonde meester te zijn in zijn métier.

Langlais zelf over dit werk: “Ik heb het geschreven in een gecompliceerde taal want ik bevond mij toen in een gecompliceerde, getormenteerde wereld”. De Première Symphonie van Langlais is het meest gecompliceerde werk van deze blinde organist. Het werd opgedragen aan diens collega en vriend, de eveneens blinde Gaston Litaize.

Gegevens concert

Aanvang: maandag 12 juni 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Sponsoren 2023

zondag 19 april 2026, 20:50 zondag 19 april 2026, 20:50


Adelia Askarova

Adelia Askarova
Aanvang: u.
Einde: u.

Programma

Louis Vierne Carillon de Westminster
Etoile du soir
César Franck Pièce Héroïque
Samuel Rousseau Prière
Thierry Escaich Evocation II
Maurice Duruflé  Suite op.5  II.Sicilienne
Charles Tournemire Victimae Paschali Laudes

Organist

Adelia Askarova is concertorganiste en docente orgel en piano. Haar Nederlands debuut vond in 2004 plaats in de Waalse Kerk te Den Haag. Op 19-jarige leeftijd mocht zij een solo-CD opnemen op het legendarische Garrels-orgel in de Grote Kerk te Maassluis. Adelia voltooide haar studie aan het Tsjaikovski Staatsconservatorium in Moskou en volgde daar nog een Postdoctorale opleiding met een scriptie over organist Feike Asma. In 2015 werd haar boek over Feike Asma en de Nederlandse orgelbouw in Moskou gepubliceerd.

Adelia is winnares van verschillende internationale en nationale concoursen, waaronder: V Internationaal Nikolai Rubinstein Pianoconcours (Frankrijk, 2de prijs), III Internationaal Valery Kikta Orgelconcours (Rusland, 2de prijs), II Nationaal Orgelconcours “Sancta Caecilia” (Rusland, 1ste prijs), Internationaal Orgelconcours “Don Vincenzo Vitti” (Italië, Grand Prix), Internationaal Orgelconcours “Ezerski Biseri” (Macedonië, 1ste prijs), V Internationaal Orgelconcours  “Soli Deo Gloria” (Rusland, 2de prijs) etc. In 2021 behaalde zij de tweede prijs in de categorie “Chamber Music” op het III Internationaal “Wiener Klassieker” Concours in Boedapest. Vanaf 2020 runt zij “Prestant Muziekonderwijs” en doceert zij orgel en piano in Den Haag.

Toelichting op het programma

Volgt

Gegevens concert

Aanvang: maandag 5 juni 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Sponsoren 2023

zondag 19 april 2026, 20:50 zondag 19 april 2026, 20:50


Tannie van Loon

Tannie van Loon
Aanvang: u.
Einde: u.

Programma

H. Andriessen (1892-1981)  Thema met variaties
J. Vermulst (1925-1994) Pastorale: Hommage aan Vincent van Gogh
L. Vierne (1870-1937)          uit: 24 Pièces en style libre op. 31
nr. 9 Madrigal
nr. 2 Cortège
J. Demessieux (1921-1968) uit: Twelve Choral-Preludes on Gregorian Chant Themes, op. 8
Rorate caeli
A. Chauvet (1837-1871) uit: Vingt morceaux pour orgue
Andante con moto
N. Boulanger (1887-1979) uit: Trois Pièces our Orgue
Prélude
A. Boëly (1785-1858) Offertoire pour le jour de Pâques, op.38, no.10
C. Kint (1890-1944) Berceuse
G. Bovet (*1942)      uit: 12 Tangos ecclesiasticos
El Tango de los Tangos

Organist

Tannie van Loon (1974) studeerde achtereenvolgens schoolmuziek, piano en orgel aan het Brabants Conservatorium in Tilburg; piano bij Ton Demmers en orgel bij Bram Beekman. In het kader van de 2e fase opleiding orgel volgde zij tevens interpretatielessen bij Ewald Kooiman (Amsterdam), Ad van Sleuwen (Hilvarenbeek), Theo Jellema (Leeuwarden) en Eric Lebrun (Parijs).

Tannie treedt regelmatig op als soliste, begeleidt op projectbasis diverse koren en is organiste van de Maria Presentatiekerk in Aalst.

Voor de Brabantse Orgelfederatie heeft Tannie medewerking verleend aan een aantal cd-opnames van bijzondere instrumenten in Brabant.

In de afgelopen jaren heeft zij onder andere concerten mogen geven in de kathedralen van Den Bosch, Brugge, de Grote Kerk in Breda, de Dom van Wenen, het klooster in Melk en de Thomaskirche te Leipzig.

Tannie woont met haar man en hun twee zonen in Eindhoven. Meer informatie over Tannie van Loon is te vinden op haar website.

Toelichting op het programma

Hendrik Andriessen stamt uit een muzikale familie. Hij studeerde orgel en compositie aan het conservatorium van Amsterdam. Aanvankelijk was hij organist aan de Sint-Joseph kerk te Haarlem; later werd hij organist van de kathedraal te Utrecht. In het Thema met variaties is duidelijk zijn bewondering voor César Franck te horen.

Jan Vermulst: “Als hommage aan de grote Brabantse schilder Vincent van Gogh componeerde ik dit orgelwerk, waarin een impressie wordt weergegeven van het landelijke Nuenen, dat grenst aan mijn geboortedorp Stiphout.”

Louis Vierne begon als leerling van Franck en ontwikkelde zich evenals deze tot een befaamd improvisator. In 1892 werd Vierne assistent van Widor in de Saint-Sulpice en vanaf 1900 was hij organist van de Notre-Dame in Parijs. De 24 Pièces en style libre stammen uit de middenperiode van zijn oeuvre en zijn geschreven in een vroegmodern idioom. Evenals in het Wohltemperierte Klavier van J.S. Bach staan de 24 stukken in de 24 toonsoorten: 12 majeur en 12 mineur.

Jeanne Demessieux was de ster leerling van Marcel Dupré: orgelvirtuoos, maar ook liturgisch toegewijd organist. Rorate caeli zijn de eerste woorden van het gregoriaanse intredegezang voor de mis op de laatste zondag van de Advent.

De veel te jong gestorven Charles-Alexis Chauvet was een tijdgenoot van César Franck. Hij was organist van St. Trinité te Parijs, waar hij werd opgevolgd door Alexandre Guilmant en later Olivier Messiaen. In zijn werken zijn klassieke invloeden, met name van Bach, waarneembaar.

Nadia Boulanger was een Franse dirigente, pianiste, organiste en befaamd docente compositie aan diverse conservatoria. O.a. Piazolla en Bernstein hebben bij haar gestudeerd. Minder bekend werd ze als componiste, in tegenstelling tot haar jong overleden zuster Lili.

Alexandre Pierre François Boëly telde niet zo mee in het Parijse muziekleven vanwege zijn oriëntatie op de klassieke componisten/muzikale vormen en zijn afkeer van de in zijn tijd nogal frivole kerkmuziek van bijvoorbeeld Lefébure-Wély. De invloed van Bach, de Franse barokcomponisten en de Weense Klassieken is goed hoorbaar in het paaslied O Filii et Filiae dat geciteerd wordt in de Offertoire.

Cor Kint was altviolist in het Concertgebouworkest, maar had in zijn jeugd in Enkhuizen ook orgel en harmonium gespeeld. Dit is waarschijnlijk de verklaring voor het opmerkelijke aantal orgel- en harmoniumwerken dat hij naliet. De Berceuse is een typisch voorbeeld van Hollandse romantiek.

De Zwitser Guy Bovet verraste het orgelpubliek in 2000 met zijn 12 Tangos Ecclesiasticos. Boven nr. 12, El Tango de los Tangos, schrijft Bovet “dedicated to All the Saints… it shall be played on many stops, & with grandeur”.    

Gegevens concert

Aanvang: maandag 29 mei 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Sponsoren 2023

zondag 19 april 2026, 20:50 zondag 19 april 2026, 20:50


Rik Melissant

Rik Melissant
Aanvang: u.
Einde: u.

Programma

Franz Liszt (1811-1886) Variationen über “Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen” – S. 179
Zuzana Ferjenčíková (1978*) Gebet für den Heiligen Vater – Op. 14
César Franck (1822-1890) Deuxième Choral en si mineur
Maurice Duruflé (1902-1986) Suite pour Grand Orgue – Op. 5
I. Prélude
II. Sicilienne
III. Toccata

Organist

Rik Melissant (1999) begon zijn orgelstudie bij Paul Kieviet, bij wie hij tot de zomer van 2018 heeft gestudeerd.

Sinds september 2018 studeerde hij hoofdvak orgel en bijvak piano aan het Rotterdams Conservatorium (Codarts) met als hoofdvakdocenten Christian Schmitt, Zuzana Ferjencíková, Bas de Vroome en Ben van Oosten. Improvisatielessen volgde hij bij Hayo Boerema en zijn bijvak heeft hij afgerond met een 9 bij Martin Lekkerkerk en Sara Gutiérrez Redondo. Vanaf september 2020 studeerde hij kerkmuziek bij Arie Hoek (hymnologie en cantoraat), Hanna Rijken (liturgiek) en Hayo Boerema (kerkelijk orgelspel). Rik volgde de minor koordirectie bij Wiecher Mandemaker en de minor orkestdirectie bij Joost Geevers. De minor klavecimbel volgde hij bij Bas de Vroome. Zijn hoofdvak heeft hij afgelopen juni summa cum laude (9,5) afgerond in de Laurenskerk te Rotterdam.

Masterclasses volgde hij bij o.a. Arjen Leistra, Matteo Imbruno, Reitze Smits, Michel Bouvard en Olivier Latry. Naast zijn conservatoriumstudie volgde privélessen bij Sander van den Houten, Adriaan Hoek en bij Thomas Ospital in Parijs (Frankrijk).

Rik Melissant won vier eerste prijzen op o.a. internationale orgelconcoursen, waaronder het eerste Internationale Ambitus Orgelconcours (Haarlem, juni 2017) en het tweede Internationale Ambitus Orgelconcours (Rotterdam, september 2019). In oktober 2022 won Rik de eerste prijs op het 16e Internationale César Franck Concours wat werd gehouden in de Kathedrale Basiliek St.-Bavo te Haarlem.

Naast concertorganist is hij ook actief als kerkorganist en begeleider van diverse koren en ensembles. Eveneens heeft Rik een groeiende lespraktijk als orgel- en pianodocent. Meer informatie over Rik Melissant is te vinden op zijn website.

Toelichting op het programma

Liszt, ‘Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen’
Franz Liszt componeerde dit werk na het overlijden van zijn dochter Blandine. Als thema hiervoor koos Liszt een chromatisch dalend ostinato-motief uit de basso continuo-partij van het eerste koor uit Bachcantate BWV 12. Liszt begint met een langzame inleiding, waarna hij op het thema een reeks van variaties bouwt. Niet zozeer in de klassieke zin van variaties, maar eerder als een grote fantasie, waarin droefenis, dood en vertwijfeling doorklinken. Tegenover het menselijke lijden staan echter vertrouwen en hoop. Liszt brengt dat tot uiting door na een meditatief recitatief bijna uit het niets als bevrijdende epiloog het troostrijke koraal “Was Gott tut, das ist wohlgetan” te laten opklinken, tevens het slotkoraal van diezelfde Bachcantate.

Ferjenčíková, Gebet für den Heiligen Vater
Zuzana Ferjenčíková schreef zelf het volgende: ‘Het is een eenvoudige compositie, bewust geplaatst in een ingetogen romantische sfeer ter ere van paus Benedictus en zijn voorliefde voor de klassieke muziek. Dit gebed is bedoeld als een overwegend liturgische compositie. Na de dood van paus Benedictus XVI is het werk bewerkt en genoteerd.’

Franck, Deuxième Choral en si mineur
Cèsar Franck, geboren in destijds het Koninkrijk der Nederlanden, is bij de meeste muziekliefhebbers zeer bekend en geliefd. Franck zag het orgel als zijn orkest, hij schreef veel muziek voor verschillende takken binnen de klassieke wereld. In mei 1890 werd Franck aangereden door een omnibus waar hij zwaar inwendig letsel opliep. Toch bleef hij de maanden die hierop volgden doorwerken. In opdracht van zijn Franse vriend en uitgever Auguste Durand schreef hij drie koralen voor orgel, elk een kwartier durend. Zonder meer zijn laatst geschreven werken. Inmiddels behoren deze koralen tot de allerhoogste vorm van de orgelliteratuur. Franck schreef in brieven en dagboeken over deze koralen: “Alvorens te sterven zal ik de goede God eren met een aantal Chorals, zoals Bach dat deed, maar dan op een andere wijze”. De Trois Chorals zijn verregaande fantasieën op eigen thema’s. Het tweede koraal kenmerkt zich door de oude Passacaglia-vorm die Franck gebruikt. Het ‘koraal’ binnen dit Choral, een zelfbedacht thema door de componist, wordt geregistreerd met de menselijke stem: de Voix Humaine et Tremblant. Tevens sluit het Choral af in een soeverein slot met deze buitenaardse registratie.

Duruflé, Suite pour Grand Orgue
Dit werk, Suite – Op. 5 uit 1933, heeft Duruflé opgedragen aan ‘mon maitre Paul Dukas’. De Suite is opgebouwd in drie delen. Het eerste deel, Prélude, heeft iets te danken aan Dukas’ Sonate voor piano, geschreven tussen 1899 en 1900. De Prélude is geschreven in Es-klein en deelt dezelfde toonsoort met het eerste deel van Dukas’ Sonate voor piano. We weten dat Duruflé erg perfectionistisch was. Zijn eigen Toccata, waarin volgens Duruflé de thema’s slecht zijn, weigerde hij zelfs te spelen. Voor deze wervelende Toccata klinkt een lyrisch middendeel wat geschreven is in een 6/8 maat. Dit Ravelliaanse tweede deel is eveneens ingetogen, terwijl het een totaal andere sfeer draagt dan de Prélude. Ter afsluiting volgt er een Toccata en deze bestaat uit een hoofdthema wat in het pedaal op krachtige wijze wordt gepresenteerd. In het midden van het werk volgt er een tweede thema wat later met het eerste thema tot een zinderende climax wordt gebracht. Een stralend slotakkoord in B-groot is hiermee het slot van één van de meesterwerken van een meesterlijke componist.

Gegevens concert

Aanvang: maandag 22 mei 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Sponsoren 2023

zondag 19 april 2026, 20:50 zondag 19 april 2026, 20:50


Henny Heikens – Jelte Althuis

Henny Heikens
Aanvang: u.
Einde: u.

Programma

Johann Sebastian Bach (1685-1750) Pièce d’orgue (Fantasia in G majeur) BWV 572
– très vitement (A)
– gravement (B)
– lentement (C)
Hans Koolmees (1955) Through the looking glass 275 VWB (2021)
Pièce d’orgue BWV 572 ‘van achter naar voren’
delen: C-B-C-A
Sergei Rachmaninov (1873 – 1943) Vocalise
Daan Manneke (1939) Organum Florium (2021)
Claude Debussy (1862 – 1918)
arr. voor orgel Léon Roques (1839-1923)
Arabesque No. I voor piano solo
César Franck (1822 – 1890)
arr. Jelte Althuis
Prélude, fugue, variation
Billie Holiday (1915-1959)
Eric Dolphy (1928-1964)              
Raaf Hekkema (geb. 1968)          
arr. Jelte Althuis
God bless the child

Uitvoerenden

Henny Heikens is sinds 1994 cantor-organist van de Oude Kerk te Rijswijk. Hij is hier vaste bespeler van het Reichner-orgel uit 1786 dat enkele jaren geleden op zijn initiatief werd uitgebreid met een vrij pedaal. Hij studeerde orgel bij o.a. Piet Kee en Jacques van Oortmerssen (diploma Uitvoerend Musicus), koordirectie en kerkmuziek aan het Sweelinck Conservatorium Amsterdam. Aan dit zelfde instituut (thans Conservatorium van Amsterdam) is hij als docent verbonden voor de vakken mensurale notatie (notatie oude muziek), harmonie aan de piano en protestantse kerkmuziek.

Henny Heikens is tevens beiaardier (UM-diploma beiaard aan de Nederlandse Beiaardschool te Amersfoort) en was 25 jaar lang de bespeler van de beiaard van de St. Agathakerk te Beverwijk. Hij treedt regelmatig op als organist, zowel solistisch als in ensembleverband. Samen met de basklarinettist Jelte Althuis vormt hij een duo met wie hij optrad in o.a. Het Orgelpark en de Haarlemse Philharmonie. Henny Heikens is ook als componist actief en schreef diverse koor- en orgelwerken.

Jelte Althuis is een gepassioneerd musicus. Dertig jaar geleden omarmde hij de basklarinet en sindsdien is hij een warm pleitbezorger van dit instrument. Sinds 1994 is Jelte lid van het Calefax Rietkwintet, waar hij naast basklarinet ook bassethoorn en contrabasklarinet speelt. Naast uitvoerend musicus is Jelte arrangeur van Calefax. Hij coacht conservatorium studenten in binnen- en buitenland en gevorderde amateur musici. Zijn streven is altijd om het verhaal van de muziek zo goed mogelijk te vertellen.

Gegevens concert

Aanvang: maandag 15 mei 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Sponsoren 2023

zondag 19 april 2026, 20:50 zondag 19 april 2026, 20:50


Erik Jan Eradus

Erik-Jan Eradus
Aanvang: u.
Einde: u.

Programma

Joseph Jongen (1873-1953) Sonata eroïca op. 94 (1930)  
Olivier Messiaen (1908-1992) Uit l’Ascension (1933):
Prière du Christ montant vers son père
Naji Hakim (1955) Le Tombeau d’Olivier Messiaen:
– Par ma vie, par ma mort
– Je rends grâce à mon Dieu
– Christ avec le Saint-Esprit, dans la gloire du Père

Organist

Erik Jan Eradus is actief als organist in Haarlem en Amsterdam. Meer informatie is te vinden op zijn webpagina.

Toelichting op het programma

Joseph Jongen werd geboren in Luik in 1873, dit jaar 150 jaar geleden. Naast dat hij een begaafd pianist en organist was kreeg hij ook erkenning als componist. Zo won hij in 1897 de ‘Prix de Rome’. Als pedagoog leidde zijn carrière hem naar plaatsen als Berlijn, Bayreuth, München en Parijs.

De Sonata eroïca is geschreven in 1930 en is zijn grootste werk voor het orgel. Het is geen Sonate in de klassieke vorm. Na een heroïsche opening die éénstemmig begint volgt er een diminuendo die overgaat in het hoofdthema, als een koraalmelodie. Daarop volgen enkele variaties in kleurrijke registraties. Het eerste motief van het thema wordt gecomprimeerd in een opbouw met een dramatisch crescendo. Een stille meditatie onderbreek het geweld met een rijk geharmoniseerd hoofdthema, gespeeld op een solofluit. Ook dit gedeelte bouwt langzaam weer op tot een hoogtepunt waarna een vijfstemmigs fugato zich ontwikkeld. Het werk eindigt in vuurwerk op een toccata-achtige wijze.

Olivier Messiaen was wellicht de grootste Franse componist van de 20e eeuw. Als organist verbeelde hij breedsprakige titels in omvangrijke cycli. Zijn cyclus “L’Ascension’ [Hemelvaart] is daar één van. Het laatste deel daaruit verbeeld de Hemelvaart van de Heer (‘Gebed van Christus die opstijgt naar zijn Vader’). Het werk opent zeer verstild maar bouwt op in volle glorie, alsof de hemel open gaat.

Naji Hakim werd geboren in Beirut. Hij studeerde in Parijs orgel bij Jean Langlais. Als organist volgde hij Messiaen op in de St. Trinité in Parijs. Le Tombeau is een hommage aan Messiaen.  Maar daarbij verloochent Hakim zijn Libanese achtergrond niet. In Par ma vie  (‘Dat Christus ook nu grootgemaakt zal worden in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood.’) gebruikt Hakim twee thema’s, een Russische volksmelodie die Messiaen zijn gehele leven achtervolgde en het gregoriaanse Ego dormivi uit de Paasvespers. De ontwikkeling van het stuk bestaat uit afwisselende variaties van beide thema’s. Je rends grâce (‘Ik dank mijn God, telkens wanneer ik aan u denk, in elk gebed van mij voor u bid ik altijd met blijdschap.’)heeft drie variaties op een populaire Christelijke melodie uit het Midden-Oosten. Christ avec le Saint-Esprit (‘Tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft’) heeft een rondo vorm met variaties. Er is gebruik gemaakt van diverse thema’s uit werken van Messiaen zelf.

Gegevens concert

Aanvang: maandag 8 mei 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Sponsoren 2023

zondag 19 april 2026, 20:50 zondag 19 april 2026, 20:50