https://willibrordusorgel.nl/author/fjvanittersum/page/6/?query-a9c5aa38-page=4
Geplaatst op: 19 april 2026
Stephan van de Wijgert – Ernst Vermeulen
Aanvang:
2025-09-20 16:00:00 u.
Einde:
2025-09-20 17:30:00 u.
Programma
Franz Liszt
Joseph Rheinberger
Geistliche Lieder
Hugo Wolf (arr. Max Reger)
Spanischer Liederbuch
Organist
Organist
Toelichting op het programma
Volgt
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein. Tot de zomer van 2025 is de hoofdingang niet toegankelijk en wordt gebruik gemaakt van de tijdelijke ingang aan de Jos Cuypersstraat (tegenover nr. 30). Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2025
Ton van Eck – Leonie Bot
Aanvang:
2025-09-20 16:00:00 u.
Einde:
2025-09-20 17:30:00 u.
Programma
viool & orgel
Tomaso Antonio Vitali (1663 – 1745)
Chaconne
viool
Igor Strawinsky (1882 – 1971)
Elegy
orgel
Louis Vierne (1870 – 1937)
Uit: Pièces de Fantaisie Naïades
Léon Boëllmann (1862-1897)
Toccata (uit de Suite Gothique)
viool & orgel
Marco Enrico Bossi (1866-1925)
Adagio, op. 84
Willibrordusorgel en transeptorgel (bespeeld door Naoko Shimizu)
Eugène Gigout (1844-1925)
Grand Chœur dialogué
Marco Enrico Bossi (1866-1925)
Uit Six Pièces pour Grand Orgue op. 70 – 2. Musette
Leonie Bot maakt sinds april 2013 deel uit van de tweede violengroep van het Koninklijk Concertgebouworkest. Zij studeerde bij Coosje Wijzenbeek aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, bij Istvan Párkányi in Amsterdam en bij Axel Strauss aan het San Francisco Conservatory of Music. In San Francisco werd ze vervolgens lid van het New Century Chamber Orchestra.
Leonie Bot remplaceerde bij onder meer het Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Symfonisch Orkest van Opera Ballet Vlaanderen. Ze was medeorganisator van ‘Classical Revolution’, een maandelijkse open klassieke jamsessie naar Amerikaans voorbeeld, in Cafe Eijlders in Amsterdam. Voor Leonie Bot werd in 2015 een viool van L. Storioni verworven door de Foundation Concertgebouworkest en in bruikleen verstrekt.
Toelichting op het programma
De “chaconne van Vitali” houdt de muziekwetenschappelijke wereld al ruim anderhalve eeuw bezig en wordt door sommigen beschouwd als een muzikale hoax.
De eerste uitgave, in 1867, van Ferdinand David is duidelijk een romantische bewerking die in 1911 in dat opzicht nog overtroffen werd door die van de Belgische violist Leopold Charlier.
Het oudste manuscript van deze compositie werk dateert echter wel degelijk uit minstens het begin van de 18de eeuw en bevindt zich in de Sächsische Landesbibliothek in Dresden. Het is vermoedelijk een kopie van Johann Jacob Lindner of Johann Gottfried Grundig. Maar of het een compositie is van Tomaso Antonio Vitali is niet duidelijk. Ondanks deze discussie blijft het een mooi en imposant stuk.
Igor Stravinsky componeerde Elegy voor solo viool in 1944, na zijn emigratie naar de Verenigde Staten van Amerika. Het werk was een opdracht van altviolist Germain Prévost van het Pro Arte Quartet ter nagedachtenis aan de oprichter en violist van het kwartet, Alphonse Onnou, die in 1940 overleed. Hoewel Stravinsky zelf verschillende van de mensen voor wie hij herdenkingswerken moest schrijven niet kende, lijkt het erop dat Stravinsky in dit geval wel een band had met Onnou, aangezien het Pro Arte Quartet betrokken was geweest bij uitvoeringen van zijn muziek, hoewel er aanwijzingen zijn dat het werk al was geschetst voordat de opdracht van Prévost werd ontvangen.
Elégie is een ongewoon werk, dat wordt aanbevolen voor uitvoering op viool of altviool met transpositie omhoog of omlaag met een kwint, en dat moet worden uitgevoerd met gedurende het hele stuk demping door een sordine, waardoor een donkere en sombere klankwereld ontstaat. De driedelige vorm van het stuk bestaat uit een fuga-achtig middendeel met twee in elkaar grijpende stemmen, omlijst aan het begin en het einde door een zich langzaam ontvouwende, chant-achtige en meditatieve melodie, onderbroken door adempauzes van verschillende lengte die tussen de frasen in de muziek zijn aangegeven. Interessant is dat dit stuk ook in 1945 en later nog verschillende keren werd uitgevoerd met een dans op choreografie van George Balanchine, die in zijn werk probeerde
‘de flow en geconcentreerde verscheidenheid van de muziek weer te geven door middel van de
verweven lichamen van twee dansers die op een centrale plek op het podium stonden’.
Louis Vierne schreef vier series van zes Pièces de Fantaisie in impressionistische stijl en is daarmee een evenknie voor orgel van Claude Debussy met zijn 24 Préludes voor piano.
Het in vijf episoden verdeelde Naïades verbeeldt de sierlijke dans over het water van deze waternimfen uit de Griekse mythologie). Om die sierlijkheid niet te verliezen moet dit werk ook niet te snel gespeeld worden. Doorlopend passagewerk zorgt voor de continue, wiegende beweging, en in twee tussenspelen dient het in de linkerhand als begeleiding voor een vragende melodie in de discant. Gebroken akkoorden voeren als coda naar het slot.
De jong gestorven Léon Boëllmann en Eugène Gigout waren door een familieband met elkaar verbonden. Dat kwam als volgt: in 1885 trouwde Léon Boëllmann met Louise Lefèvre, de oudste dochter van Gustave Lefèvre, sinds 1865 directeur van de Ecole Niedermeyer de door de protestant Louis Niedermeyer opgerichte katholieke kerkmuziekschool waar Boëllmann docent was. Boëllmann trad zo toe tot de familie Niedermeyer, aangezien Gustave Lefèvre getrouwd was met Eulalie, één van de twee dochters van Louis Niedermeyer. Zijn andere dochter, Mathilde, trouwde in 1869 met Eugène Gigout. Zo werd Boëllmann een aangetrouwde neef (oomzegger) van zijn orgelleraar, voor wie hij zo veel ontzag had. Deze laatste, die geen kinderen uit zijn huwelijk had, noemde hem zelfs zijn adoptiezoon. Na het jong overlijden van Boëllmann en zijn echtgenote voedden Gigout en zijn vrouw hun drie kinderen op. De jongste dochter, die zich later Marie Louise Boëllmann – Gigout noemde, werd organiste en orgeldocente, en zat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet.
Boëllmanns bekendste werk is de Suite Gothique met de wervelende toccata tot slot. Vandaag wordt deze uitgevoerd als eerbetoon aan een oud-voorzitter van de Stichting Willibrordusorgel die afgelopen weken een kroonjaar bereikte en, ook na zijn aftreden, zeer veel voor de stichting heeft gedaan. Het is een van zijn favoriete orgelcopmposities.
Evenals veel van zijn collega’s schreef ook Marco Enrico Bossi een Adagio voor viool en orgel, een melodieus en gevoelig stuk, kenmerkend voor het eind van de 19de eeuw, dat echter in het verdere verloop door de orgelbegeleiding met syncopen en triolen uitstijgt boven het niveau van een ‘genrestukje’.
Hoewel het feestelijke Grand Chœur dialogué van Eugène Gigout ook op één orgel uitgevoerd kan worden, genoot bij de componist de uitvoering op twee dialogerende orgels de voorkeur.
Daar de St.-Bavokathedraal, dankzij de aanwezigheid van het transeptorgel, in het bezit is van een tweede instrument van behoorlijke omvang, kunnen we, dankzij de medewerking van Naoko Shimizu, hiervan gebruik maken voor een indrukwekkend ruimtelijk effect. De twee instrumenten wisselen elkaar vooral in het eerste gedeelte en aan het slot af, terwijl het hoofdorgel in het midden een lange solo heeft.
Ter ontspanning klinkt de Musette van Bossi, eenelegant stuk waarbij het orgel een draailier imiteert, wat te horen is aan de bijna altijd klinkende bastoon (A) waarboven zich een beweeglijke melodie ontvouwt.
Het concert wordt besloten met de Gigue uit de zes stukken voor viool en orgel van Josef Gabriel Rheinberger, een compositie waarin vooral de viool, maar ook het orgel kan glanzen.
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein. Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2025
Ton van Eck – Saxofoonensemble Vento do Norte o.l.v. Henk van Twillert
Aanvang:
2025-09-20 16:00:00 u.
Einde:
2025-09-20 17:30:00 u.
Programma
Saxofoons en orgel
George Frederic Handel (1685 – 1759) – arr. Francisco Neves (2000)
Halleluja
Pavel Chesnokov (1877 – 1944)
Salvation is Created
Willem van Twillert (1952)
Encontro
Orgel solo
Eugène Gigout (1844-1925)
Toccata
Saxofoons en orgel
Rob Goorhuis (1948)
Wanderer im Tal der Gegenwart – Meditation für die Fastenzeit – Mt. 3, 1 – 11
Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) – arr. Bernardo Salabert
Concerto for Two Violins BWV 1043 – Vivace – Largo ma non tango – Allegro
Ton van Eck, orgel Vento do Norte o.l.v. Henk van Twillert Henk van Twillert – Baritone / Soprano Nuno Ramos – Primarius / Soprano Sara Pais – Soprano / Alto Vitoria Ferreira / Alto Luis Nitsche – Tenor/ Baritone Gleysser Menezes / Tenor Gonçalo Silva – Tenor / Baritone Saxophone
Toelichting op het programma
Het motto van dit concert, “Halleluiah!” Is ontleend aan twee zeer bekende, maar heel verschillende stukken met die naam die vandaag worden uitgevoerd. Het programma van vandaag kent grote contrasten tussen vreugde en melancholie, en virtuositeit en beschouwing. Opmerkelijk is ook het grote aantal bewerkingen dat het programma bevat. Dat komt omdat de saxofoon een betrekkelijk “jong” instrument is. De saxofoon is een vinding van de Belgische intrumentenbouwer Adolphe Sax (1814-1894) naar wie het instrument is genoemd. Hij liet zijn eerste saxofoon in 1846 patenteren. Sax stond een instrument voor ogen met de souplesse van een strijkinstrument, het dynamische bereik van een koperen blaasinstrument en de klankmogelijkheden van een houten blaasinstrument. Al gauw verwierf het zijn positie in zowel de harmonieorkesten als de symfonieorkesten.
En wat betreft de bewerkingen: in het midden van de 20ste eeuw werd daar nogal laatdunkend over gedaan, maar ze zijn al vanaf de Renaissance wijd verbreid in de weaterse muziekwereld. Dankzij de bewerkingen konden mensen kennis maken met muziek waar ze, vóór de opkomst van de geluidsdragers vanaf het begin van de 20ste eeuw, geen toegang toe hadden. Zo openen saxofoons en orgel gezamenlijk dit concert met het bekendste Halleluja in de klassieke muziekwereld dat Handel schreef als afsluiting van het tweede deel van zijn driedelig oratorium The Messiah.
De Russische componist Pavel Cesnokov liet een groot oeuvre na waaronder zo’n 500 koorwerken waarvan 400 bestemd zijn voor de Russisch orthodoxe liturgie. In de communistische periode werd hem het uitgeven van zijn liturgische muziek onmogelijk gemaakt.
Er klinken ook originele werken voor saxofoon(s) en orgel tijdens dit concert. Het eerste is Encontro (Ontmoeting) dat organist Willem van Twillert opdroeg aan zijn broer Henk. Daarin dialogeren de baritonsaxofoon en het orgel.
Vervolgens klinkt de virtuoze Toccata van de Franse organist Eugène Gigout, vaste bespeler van het orgel in de Saint-Augustin te Parijs en in de laatste periode van zijn leven orgeldocent aan het Conservatoire national te Parijs. Zijn orgelwerken hebben alle kenmerken van de verfijnde elegantie van het fin de siècle, een stijl die al gauw werd achterhaald door een volgende generatie onder wie Vierne en Dupré. Vandaar dat hij minder bekendheid geniet dan hij, op grond van de kwaliteit van zijn composities verdient. Deze toccata is, met zijn doorgaande beweging, één langzaam crescendo naar het fortissimo klinkende slot.
Rob Goorhuis schreef Wanderer im Tal der Gegenwart voor het project Saxophonia dat in maart 2020 aan de Musikakademie van de Bund Deutscher Blasmusikverbände in Staufen (Baden-Württemberg) plaatsvond De première vond plaats in de abdij-kerk van Münstertal im Breisgau door het Ensemble Saxofourte en organiste Karin Karle. De Bijbeltekst van Mattheus waarop het werk is gebaseerd gaat over Johannes de Doper, met name over de periode dat hij in de woestijn verbleef, als een meditatie voor de vastentijd..
Eigenlijk is de bewerking door Bernardo Salabert van Bachs dubbel vioolconcert een bewijs van wat Adolphe Sax als een van de mogelijkheden van zijn instrumenten voor ogen stond: de souplesse van een viool. En voor wie deze bewerking minder waardeert: Bach bewerkte dit concert zelf voor twee klavecimbels.
De op 29-jarige leeftijd gesneuvelde Jehan Alain schreef de melancholieke variaties over het madrigaal @@ van Jannequin op 26-jarige leeftijd. Enerzijds is de harmonisatie klassiek, maar anderzijds wordt deze afgewisseld met modernere klanken die aan de oosterse muziek doen denken. Niet alleen dat geeft dit stuk een aparte kleur maar ook de kleurrijke registratie, geïnspireerd door het huisorgel van zijn vader Albert Alain.
Hallelujah van de Canadese singer-songwriter Leonard Cohen verscheen voor het eerst op diens album Various Positions uit 1984. Sindsdien is het tientallen keren door anderen opgenomen en bereikte het daardoor een ongekende populariteit als zijn bekendste lied. Zelf verklaarde hij het volgende erover: er bestaan veel hallelujahs en de ongeschonden zijn evenveel waard als de kapotte. Het is een verlangen om mijn geloof te bekrachtigen. Niet op een formele religieuze manier, maar met enthousiasme en emotie.Cançao do mar (Lied van de zee) is een Fado (Portugees levenslied) dat Ferrer Trindade in 1955 schreef en dat datzelfde jaar grote bekendheid verwierf door de zangeres Amália Rodrigues. Sindsdien is het door vele andere zangers en zangeressen opgenomen.
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein. Tot de zomer van 2025 is de hoofdingang niet toegankelijk en wordt gebruik gemaakt van de tijdelijke ingang aan de Jos Cuypersstraat (tegenover nr. 30). Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2025
Ton van Eck – Schola cantorum St.-Bavo o.l.v. Laine Tabora
Zowel de vader als de grootvader van Henri Nibelle waren organist. In 1898 ging hij (op 15-jarige leeftijd) naar de École Niedermeyer voordat hij naar het Conservatoire de Paris ging waar hij in 1906 een eerste prijs fuga won in de klas van Gabriel Fauré en in 1910 een 1er accessit voor orgel verwierf die hem toegang verleende tot de orgelklas van Guilmant. Hij studeerde ook bij Louis Vierne. Hij begon zijn carrière in 1907 als organist van het koororgel in de kathedraal van Versailles. Twee jaar later volgde de benoeming tot titularis van het Cavaillé-Coll – orgel in de Saint-Vincent-de-Paul te Parijs. In 1912 volgde de benoeming als organist van het grote orgel van de Saint-François-de-Sales en in 1931 volgde hij Isidore Massuelle op als maître de chapelle van dezelfde kerk.
Omdat hij bijna blind was geworden, verliet hij Saint-François-de-Sales in 1959 om zich terug te trekken in Nice en zich te wijden aan het componeren van religieuze werken: korte missen, plechtige missen, psalmen, motetten, geestelijke hymnen.
In de Prélude wordt het thema van het Salve Regina op de plechtige wijze omspeeld met op minimal music gelijkende figuren. Het geheel wordt geplaatst in een impressionistische sfeer.
De ingetogen Fugue beweegt zich in een traag, zangerig tempo, en is voorzien van alle kunstgrepen die deze kunstvorm vereist. Het vormt een passende opmaat voor de cyclus versetten van de drie jaar jongere Marcel Dupré.
In 1919 verving Marcel Dupré Louis Vierne als organist van de Notre-Dame. Op 15 augustus (Maria Hemelvaart) van dat jaar verzorgde hij ook het orgelspel tijdens de vespers.
Volkomen toevallig bevond zich tussen te kerkbezoekers Claude Goodman Johnson die een belangrijke rol speelde binnen de directie van Rolls-Royce. Hij was zo onder de indruk van Dupré’s orgelspel dat hij aanvankelijk naar de muziek vroeg, maar toen bleek dat het improvisaties betrof, gaf hij Dupré de opdracht deze te noteren waarbij hij de kosten voor de uitgave voor zijn rekening zou nemen. Ook kreeg Dupré een jaar later het aanbod om een concert te verzorgen in de Royal Albert Hall waar hij concerteerde voor de Britse Koninklijke familie.
1. De vijf antifonen Het eerste verset (Maestoso) bestaat uit brede akkoorden in driekwartsmaat op het Grand-Choeur Het tweede verset (Tranquillo) bestaat uit streng gebonden samenklanken op de grondstemmen 8’ in een langzame beweging. Het derde verset (Très lent et sans rigueur) bevat in de begeleiding soepel en langzaam wiegende akkoorden op de voix céleste en de Quintadeen 16’ waarboven zich een lyrische melodie op de Flûte harmonique ontspint. Het vierde verset (Assez animé) is een opgewekt fugato op de mixturen (plein-jeux) waarin tegen het slot een virtuoze pedaalsolo klinkt. Het vijfde verset (Andante maestoso) is een plechtige beweging in 6/8-maat op de grondstemmen 16’, 8’ en 4’.
2. De hymne Ave maris stella (4 versetten) Het eerste verset is een canon in de onderkwint tussen sopraan (rechterhand) en bas (pedaal) omspeeld door een lopende beweging in de linkerhand. Het geheel klinkt op het volledige Récit expressif gekoppeld aan de grondstemmen 16’, 8’, 4’ van het Hoofdwerk en Positief. Het tweede verset laat als een cromorne en taille de melodie in de tenor horen op de Kromhoorn 8’, begeleid door een tweestemmig pedaal en een sopraan en alt geregistreerd met de Quintadeen 16’, Fluit 4’ en Nasard, een bijzondere combinatie. Het derde verset is een versierd koraal (volgens Dupré in de stijl van Johann Seb. Bach) op de Cornet van het Récit expressif. Het vierde verset (Finale) is een feestelijke toccata waarbij Dupré echter naar het slot een diminuendo voorschrijft zodat het stuk nog maar mezzoforte eindigt.
3. Magnificat Dit telt zes versetten Het eerste verset (Andante con moto) laat een ritme van twee tegen drie horen met bovendien veel dissonerende voorhoudingen (die overigens steeds oplossen) op de fluiten en bourdons van het orgel. Het tweede verset (Maestoso) heeft een cantus firmus op de Clairon 4’ van het pedaal. In de herhaling laat de cantus firmus zich als canon horen. Als Dupré dit ook zo heeft geraliseerd bij de improvisatie, dan is dit een huzarenstukje. Het derde verset (Allegro con moto) is een canon met veel chromatiek. Als registratie schrijft Dupré hier tertsregisters voor. Het vierde verset is een cantilena (Allegretto ma non troppo) op de Hautbois en de Octavin 2’ van het Récit, begeleid door een Flûte 8’ in een doorgaande beweging van de linkerhand en grondstemmen 16’ en 8’ in het pedaal. Het vijfde verset (Misterioso et Adagiosissimo) is zeer langzaam en kent, net als in het Ave maris stella, opmerkelijke registratie Quintadeen 16’, Fluit 4’ en Nasard 3’. Het zesde en laatste verset is een korte maar virtuoze toccata waarbij dalende akkoorden het coda inluiden. Waarmee deze cyclus wordt afgesloten.
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein. Tot de zomer van 2025 is de hoofdingang niet toegankelijk en wordt gebruik gemaakt van de tijdelijke ingang aan de Jos Cuypersstraat (tegenover nr. 30). Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage, ook te voldoen via onderstaande QR-code of link. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Na afloop van dit openingsconcert van de 52ste concertserie is er gelegenheid tot 18.00 u. onder een kopje koffie, thee of een drankje na te praten in de horecagelegenheid van de kathedraal.
Sponsoren 2025
Concerten 2025
Aanvang:
2025-09-20 16:00:00 u.
Einde:
2025-09-20 17:30:00 u.
Het concertprogramma voor 2025 is bekend. Details van de concerten zullen gepubliceerd worden in de berichten in de Agenda.
Door werkzaamheden aan het Bisschop Bottemanneplein is de hoofdingang van de kathedraal tot de zomer van 2025 niet toegankelijk. Er wordt gebruik gemaakt van een tijdelijke ingang aan de Jos Cuypersstraat (tegenover nr. 30).
António Pedrosa
Aanvang:
2025-09-20 16:00:00 u.
Einde:
2025-09-20 17:30:00 u.
Programma
Herbert Howells (1892-1983)
Rhapsody in Es klein op. 17 no.2
Marco Enrico Bossi (1861-1925)
Scherzo in F groot op. 49 no.1
Albert de Klerk (1917-1998)
Dic nobis Maria… (Tres Meditationes Sacrae)
Luís de Freitas Branco (1890-1955)
Choral en Mi majeur
Marco Enrico Bossi (1861-1925)
Ave Maria op. 104 no. 2 Pièce Héroïque op.128
César Franck (1822-1890)
Choral no. 1 in E groot
Organist
António Pedrosa studeerde orgel aan de Muziekacademie van Paços de Brandão, bij Rui Soares, waar hij in 2015 de Complementary Course (gelijkwaardig aan de middelbare school) afrondde met het hoogste cijfer. Hij heeft zijn Masteropleiding aan het Conservatorium van Amsterdam afgerond bij Pieter van Dijk. Hij heeft ook lessen gevolgd bij Matthias Havinga, clavichord en klavecimbel bij Menno van Delft en basso continuo en improvisatie bij Miklos Spanyi.
Nu volgt hij een opleiding aan het conservatorium in Hamburg bij Wolfgang Zerer. Daarnaast volgde hij masterclasses bij organisten als Louis Robilliard, Leo van Doeselaar, Michel Bouvard, e.a. Hij is actief bezig met continuospel en heeft bijvoorbeeld meegewerkt aan een academisch project van het Conservatorium van Amsterdam o.l.v. Jos van Veldhoven, waarbij hij het grote orgel van de Marienkirche in Stralsund bespeelde. Als continuo speler werkt hij vaak samen met kamermuziekensembles in Portugal en Nederland, zoals het ensemble ´La sfera armoniosa´, onder leiding van Mike Fentross.
Toelichting op het programma
Herbert Howells componeerde zijn tweede Rhapsody tijdens de eerste wereldoorlog in 1918. Op zo’n tijd van geopolitieke onzekerheden is het zeker niet verassing dat Howells naar andere modellen van compositie zoekt in plaats van de klassieke Germanisch Sonata vorm. Een groot deel van zijn orgel oeuvre stelt inderdaad een rapsodisch karakter voor. Dit geeft ruimte aan diverse expressieve mogelijkheden, zoals bij deze Rhapsody. Hier kan Howells, door middel van zijn rijke harmonische idioom en behandeling van thema’s, conflict, dramatisch verdriet, en verlangen naar troost uiten.
Deze drie stukken van Marco Enrico Bossi vertonen verschillende kenmerken van zijn orgelmuziek. Terwijl zijn speelse Scherzo een wat lichter, hoewel niet altijd helemaal ‘zonnig’, facet toont, een echte concert stuk, bij de ingetogen Ave Maria komen we bij een bijna liturgische sfeer, waar de geleidelijke harmonische ontwikkeling voor een rustig meditatie zorgt. Met zijn Pièce Heroique daarentegen komen we weer terecht bij een verhaal op muziek. Hier, zoals in de Rhapsody van Howells, komen strijd, vecht, winnen en verliezen, weer voor. Het is zoals een verhaal van een beroemde held, maar of hij/zij heeft gewonnen of niet blijft een mysterie…
De Choralen van Freitas-Branco en Franck zijn net niet kinderen van dezelfde tijd. Men zou kunnen zeggen dat het stuk van Freitas Branco gedeeltelijk een product is van de stijl van orgelmuziek die César Franck ontwikkelde. Freitas-Branco maakt gebruik van een typisch Franse harmonische smaak, al richting impressionisme. Desondanks heeft zijn muziek een zeker burlesquekarakter, dat grotendeels vreemd is aan de stijl van Franck.
César Franck, de Pater Seraphicus, de grote meester van het late 19e eeuw, bracht de orgelmuziek in Frankrijk naar een geheel nieuw niveau van verfijning, inventie en verkenning van de mogelijkheden van het instrument.
In zijn eerste Choral zijn virtuositeit van compositie en extreem rijk expressiviteit zeer nauw met elkaar verbonden. Franck behandelt de verschillende thema’s, elk met een eigen karakter, op een klassieke, bijna Beethoviaanse manier, maar met een zeer verfijnde kleding van contrapunt en textuur. Dit brengt het stuk tot een zeer sterk en indrukwekkende slot, uiteindelijk heeft de held gewonnen!
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein. Tot de zomer van 2025 is de hoofdingang niet toegankelijk en wordt gebruik gemaakt van de tijdelijke ingang aan de Jos Cuypersstraat (tegenover nr. 30). Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2025
Thijs Kramer (1959 – 1966)
Aanvang:
2025-09-20 16:00:00 u.
Einde:
2025-09-20 17:30:00 u.
Thijs (Mattheus) Kramer werd op 28 mei 1938 geboren te Amsterdam. Hij studeerde piano, orgel en orkestdirectie aan het Amsterdams Conservatorium en Muzieklyceum bij onder anderen Jaap Spaanderman, Anthon van der Horst en Péter Erös. In 1960 won hij de eerste prijs op de Internationale Zomeracademie te Haarlem, een plaats die hij deelde met Franz Haselböck.
Organist
Na aanstellingen als (dirigent-)organist in de Sint-Bonifatiuskerk in 1953 de Vondelkerk in Amsterdam in 1956 werd hij in 1959 vaste bespeler van het grote Adema-orgel in de Sint-Willibrorduskerk (buiten de Veste) in de hoofdstad. Na de sluiting van de kerk aan in 1966 richtte hij (mede) een comité op tot behoud van het Adema-orgel. In 1971 was het dan zover dat Thijs Kramer het behouden ‘Willibrordusorgel’ in de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo in Haarlem kon bespelen. Na zijn Amsterdamse periode werd hij dirigent-organist van de Sint-Petruskerk te Leiden.
Als concertorganist trad Kramer op in heel Europa. Zijn spel is op diverse grammofoonplaten en cd’s vastgelegd, veelal met romantisch repertoire van onder meer Widor, Vierne en Reubke. Zijn affiniteit met de Franse romantiek klinkt ook door in zijn eigen Symfonie voor orgel ‘Media Vita’ die hij in 1985 op het Willibrordusorgel in Haarlem in première bracht.
Koordirigent
Thijs Kramer was vooral actief als dirigent van diverse professionele en amateurkoren. Zo stond hij voor het Nederlands Operakoor en werkte hij voor de publieke omroep. Hij was 45 jaar dirigent van het Concertkoor Baarn (Christelijke Oratoriumvereniging Baarn). In 1988 werd hij dirigent van het KCOV Excelsior te Amsterdam en in 1989 dirigent van de Nederlandse Händelvereniging. Ook was hij dirigent van Vocaal Ensemble Fioretto.
Kramer dirigeerde een groot aantal opera’s, oratoria en andere koorwerken waaronder de wereldpremière van de originele versie van Elias van Mendelssohn, waarvan hij het verdwenen manuscript in Engeland had teruggevonden. Hij trad vele malen op als dirigent (en begeleider) in het Concertgebouw te Amsterdam onder meer met een groot aantal uitvoeringen van de Mattheus-Passion van Bach.
Muziekwetenschapper
Als musicoloog promoveerde hij in 2000 aan de Universiteit van Utrecht op een proefschrift over getallenfiguren in het werk van Johann Sebastian Bach. Ook publiceerde hij over het werk van organist, altviolist en componist Cor Kint. Bij Boeijenga verzorgde hij de uitgave van dienst complete orgelwerk in vier delen, alsmede werk voor harmonium solo, harmonium en viool en de Hymne voor viool en orkest.
Onderscheidingen
Voor zijn verdiensten als musicus ontving Thijs Kramer meerdere onderscheidingen. In 1978 kreeg hij de pauselijke onderscheiding ‘Pro Ecclesia et Pontifice’ voor zijn inspanningen voor het Willibrordus-orgel. 1991 werd hem de zilveren medaille van de Franse Société Académique Arts Sciences Lettres toegekend voor zijn verdiensten voor de Franse orgelmuziek. In 2007 nam hij de bronzen Concertgebouwpenning in ontvangst. In 2008 werd hem de Erespeld van Baarn uitgereikt. Kramer mocht zich tevens Ridder in de Orde van Oranje-Nassau noemen.
Schildpadden
Naast zijn muzikale activiteiten had hij een passie voor schildpadden. Zo was hij enige tijd directeur van een schildpaddenreservaat in Spanje. Thijs Kramer overleed op 14 december 2021 in Hilversum.
Marco D’Avola
Aanvang:
2025-09-20 16:00:00 u.
Einde:
2025-09-20 17:30:00 u.
Programma
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Toccata, Adagio e Fuga in do magg.
Cesar Franck (1822-1890)
III Corale in La
Percy Fletcher (1879-1932)
Festival Toccata
Jehan Alain (1911-1940)
Deux pieces pour Grand Orgue: – Variations su un theme de Claude Jannequin – Litanies
Marco Enrico Bossi (1861-1925)
Scherzo in sol min. op. 49 n. 2 Etude Symphonique op. 78
Marco D’Avola (1959)
Elevazione op. 40 n. 2 Intrada de Concert op. 75
Organist
Marco D’Avola (1959) is een Siciliaanse componist, organist en pianist. Hij behaalde zijn diploma’s aan het “Vincenzo Bellini” Muziek Conservatorium in Palermo, met goede cijfers en “summa cum laude”; daarna heeft hij vele stages gevolgd bij J. Guillou, O. Pierre, J. Demus, L.F. Tagliavini, A. Sacchetti.
Als organist heeft hij meer dan 1500 concerten gegeven in Europa, de Verenigde Staten, Japan en Rusland, voor de belangrijkste Internationale Orgelfestivals waaronder: New York (St. Patrick’s Cathedral, St. Thomas Fift Avenue, Central Synagogue), Washington (Washington National Cathedral), Philadelphia, Tokyo (The Shinguya Philharmonic), Moscow (Catholic Cathedral), Saint Petersburg (Shostakovic Philharmonic), Minsk (Philharmonic Orchestra), London (Westminster Abbey, St. Paul’s Cathedral), Edinburgh, Parijs (La Madaleine), Dijon, Montpellier, Berlijn (Kaiser Wilhelm Gedacthische Kirche), München, Leipzig, Dresden (Kreutxkirche), Wenen (St. Stefen Kathedraal, St. Augustin), Salzburg, Barcelona (Igualada), Valencia (Festival de Morella), Sevilla, Malaga, Brussel, Antwerpen, Amsterdam, Rotterdam, Bern, Zürich, Bazel, Lausanne, Warschau, Krakau, Gdansk, Boedapest, Praag, Rome (Pauselijk Instituut voor Heilige Muziek, Pantheon), Venetië, Florence, Palermo (Teatro Massimo), Principaute de Monaco-Montecarlo, Universiteit van Malta, Tunis (Kathedraal).
Als componist heeft hij een groot aantal symfonische, koor- en instrumentale werken geschreven, waaronder: de “Messa di Requiem”, opgedragen aan paus Johannes Paulus II en uitgevoerd in het Vaticaan; vijf Concerto’s voor orgel en orkest: het nr. 1 op. 29 uitgevoerd door het Philharmonisch Orkest van de staat Bielorussia, Minsk; nr. 3 uitgevoerd door het Franziskaner Orkest (Mozarteum), Salzburg; twee Concerti voor piano en orkest: nr. 1 uitgevoerd op het Festival van Hedendaagse Muziek, Bacau; nr. 2 uitgevoerd door het Egyptisch Philharmonisch Orkest, Caïro; “Magnificat” uitgevoerd door het Shinguya Philharmonisch Orkest, Tokio.
Marco D’Avola is Fellow van “The Royal College of Organists” in Londen, de “American Guild of Organists” in New York en van de “Fellowship of Rotarian Musicians P.H.F.”. (U.S.A.); hij is inspecteur van de regio Sicilië voor historische orgels; hij is titulair organist van de St. Johannes de Doper Kathedraal van Ragusa; hij is directeur van het Ragusa International Organ Festival.
Zijn muzikale composities zijn opgenomen en uitgegeven door Pauline Editions (Vaticaan), I.M.S. (New York), Triplo Press (U.S.A.), T.G.E. (Zwitserland), Halidon, Berben, Eurarte (Italië), en uitgezonden door RAI Radiotelevisione Italiana, de Vaticaanse Radio, de KCME Denver (U.S.A.), de Duitse, Franse, Spaanse, Poolse en Roemeense Televisies.
Met betrekking tot zijn Concerto op. 29 voor orgel en orkest schreef Prof. Jean Guillou: “Mijn complimenten voor dit werk: Ik heb ervan genoten door de grondigheid van je zeer consistente manier van schrijven. De ideeën worden consequent gevolgd en uw muzikale gedachten zijn lyrisch en altijd geleid door de nobelheid van het orgel waarvoor het orkest een grote schaduw lijkt te zijn die het met respect en eerbied, welsprekendheid en ernst bedekt” (Parijs, maart 2003). Prof. Harald Genzmer zei na het horen van zijn 2e Sonate voor orgel: “Pedaalsolo fantastisch! Ik had nooit gedacht dat mijn Sonate zo suggestief zou kunnen zijn” (München, augustus 1999).
Toelichting op het programma
Volgt
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2025
Marc Fitze
Aanvang:
2025-09-20 16:00:00 u.
Einde:
2025-09-20 17:30:00 u.
Programma «Les 4 Elements»
Sigfrid Karg-Elert (1877—1933)
Ciaconna con Variazioni op. 14,3
Claude Debussy (1862—1918) (transcription pour orgue par Marc Fitze)
L’Eau Cathédrale engloutie (1910)
Manuel de Falla (1876—1946) (transcription pour orgue par Marc Fitze)
Le Feu Danza ritual del Fuego (La Danse du Feu)
Improvisation sur „Elia au Mont Horeb“ 1. Burnout (Cromhorne en taille) 2. Fuite (Fughette) 3. Peur (Passacaglia) 4. Kol demamah dakah (la voix douce dans le silence)
Jehan Alain (1911—1940)
L’Air Aria (1938)
Francis Chapelet (*1934)
La Terre Etna 71 (basé sur enregistrements sonores du volcan actif)
Louis Vierne (1870-1937)
Allegro risoluto de la Symphonie N° 2 op. 20
Organist
Marc Fitze doceert orgel aan het conservatorium van Bern en is organist van de Heiliggeistkirche Bern, waar hij leiding geeft aan een gevarieerd muziekprogramma en de concertserie BarockZentrum.
Zijn concertactiviteiten omvatten optredens in Zwitserland, Duitsland, Italië, Frankrijk, Engeland, Spanje, Oekraïne, Mexico, Israël, Nederland, de VS en Japan. De afgelopen jaren was hij te gast bij gerenommeerde concertseries als het Lucerne Festival, Minato Mirail Hall Yokohama, Eglise St. Clothilde de Paris, Victoria Hall Genève, Rapallo International Organ Festival, St.-Bavo Haarlem, etc.
Hij heeft radio- en cd-opnames gemaakt in Zwitserland en de VS. Hij is lid van de Real Ixcuintleria, de Association des Amis de l’Art de Marcel Dupré en, als opvolger van Marie-Claire Alain, Vice-President van de International Jehan Alain Society gevestigd in Romainmôtier.
Hij studeerde aan de Basel Music Academy in de orgelklas van Guy Bovet en aan het New England Conservatory of Music in Boston/USA bij Prof. Yuko Hayashi. Hij sloot zijn studie in Bazel af met een docentendiploma en een solistendiploma en ontving in 2002 de Hans Balmer Prijs voor het beste orgeldiploma van het jaar. Hij vervolgde zijn studie bij Marie-Claire Alain, Jean Boyer, William Porter, Luigi Fernando Tagliavini, Peter Planyavsky en Joris Verdin.
Hij heeft zich ook gespecialiseerd in het kunstharmonium en de historische uitvoeringspraktijk ervan en bezit een privéverzameling historische Mustel harmoniuminstrumenten. Sinds 2009 treedt hij op als solo harmoniumspeler en als lid van grotere ensembles (Vienna Symphony Orchestra, Musikkollegium Winterthur, Bern Symphony Orchestra en Zürich Chamber Orchestra).
Toelichting op het programma
Dit programma neemt u mee op een muzikale reis langs de vier elementen: aarde, water, lucht en vuur.
OPENING Sigfrid Karg-Elert – Chaconne con Variazioni op. 14, nr. 3. Deze indrukwekkende variatiereeks opent het programma met een statige, plechtige chaconne. Door haar voortdurend transformerende herhalingen lijkt zij als een soort vijfde element de overige te bezielen en te doordringen.
ELEMENT WATER Claude Debussy – La Cathédrale engloutie Debussy schildert in klanken het beeld van een verzonken kathedraal die op mysterieuze wijze soms uit de diepte van het water oprijst. Golvende harmonieën, vage contouren en een langzame opbouw roepen de kracht en het raadselachtige karakter van water op.
ELEMENT VUUR Manuel de Falla – Danza ritual del fuego Deze rituele vuurdans uit het ballet El amor brujo (De betoverde liefde) is een bezwerende dans vol Spaanse hartstocht en vurige energie.
ELEMENT LUCHT Jehan Alain – Aria In deze miniatuur zweeft de melodie als een zachte bries boven een eenvoudige begeleiding. Het werk ademt lichtheid en rust en vormt een bezinnend moment in het programma.
ELEMENT AARDE Francis Chapelet – Etna 71 Gebaseerd op veldopnames van de actieve vulkaan Etna, verklankt Chapelet aardse dreiging en ondergrondse kracht. Bruisend, grommend en onvoorspelbaar roept het werk de onstuimige levendigheid van onze planeet op.
FINALE Louis Vierne – Allegro risoluto (uit Symfonie nr. 2). Als krachtig slot van dit concert klinkt het energieke eerste deel uit Vierne’s tweede orgelsymfonie. Dramatische wendingen, stevige akkoorden, ritmische vaart en luchtige virtuositeit maken dit tot een ware finale waarin alle vier elementen uit het programma lijken samen te komen.
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina