Stichting Willibrordusorgel
https://willibrordusorgel.nl/category/agenda/agenda-verleden/
Geplaatst op: 3 februari 2026


Afscheid Ton van Eck titulair organist

Ton van Eck
Aanvang: 2026-01-11 10:00:00 u.
Einde: 2026-01-11 11:30:00 u.

Ton van Eck zal tijdens een pontificale hoogmis afscheid nemen als titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo. Hij zal t.b.v. de concertserie op het Willibrordusorgel en als waarnemend organist nog betrokken blijven bij de activiteiten in de kathedraal.


Eric Koevoets

Eric Koevoets
Aanvang: 2026-01-11 10:00:00 u.
Einde: 2026-01-11 11:30:00 u.

Programma

Alexandre Guilmant (1837-1911) Troisième Sonate en ut mineur opus 56
– Preludio
– Adagio
– Fuga 
André Fleury (1903-1995) Uit ‘Vingt-quatre Pièces’
– Allegretto
César Franck (1822-1890) Troisième Choral en la mineur
Eric Koevoets (1967) Divertissement 
Otto Deden (1925-2025) Toccata en Fuga over Victimae Paschali Laudes
Jehan Alain (1911-1940) Postlude pour l’Office de Complies
Marcel Dupré (1886-1971) Uit Symphonie-Passion opus 23:                                  
– Le monde dans l’attente du Sauveur

Organist

Eric Koevoets studeerde aan het Rotterdams Conservatorium orgel (Uitvoerend en Docerend Musicus) bij Jet Dubbeldam, piano (Docerend Musicus) bij Frans van Hoek en koordirectie bij Barend Schuurman. Ook volgde hij improvisatielessen bij Arie J. Keijzer. Ten overstaan van de Commissie Bevoegdheidsverklaringen van de R.K. Kerk behaalde hij in 1992 het diploma kerkmuziek. Hij verdiepte  zich verder in improvisatie bij Hayo Boerema.

Hij geeft regelmatig orgelconcerten in binnen- en buitenland, is als begeleider actief en componeerde diverse werken. Hij is sinds 2007 dirigent-organist van de Sint Lambertuskerk te Rotterdam-Kralingen. Daarnaast is hij piano- en orgeldocent aan Muziekonderwijscentrum Dubbelsteyn te Dordrecht.

In de afgelopen jaren zijn van zijn spel vele CD’s uitgebracht waaronder de complete orgelwerken van César Franck, de complete sonates voor orgel van Carl Philipp Emanuel Bach en muziek van o.a. Vierne, Tournemire, Widor en Wagner. In 2023 rondde hij de cd-opnamen van het volledige orgeloeuvre van Johann Sebastian Bach af en werd in 2024 het laatste deel, Volume 11 uitgebracht.

Toelichting op het programma

Binnen het oeuvre voor orgel van Guilmant  nemen acht sonates een ereplaats in. Opvallend is dat ondanks het Franse ‘esprit’ hij toch ook sterk beïnvloed lijkt door de Duitse muziek uit de 18e en 19e eeuw. Bach, Beethoven, Mendelssohn en Schumann behoren tot zijn inspirators. De Derde Sonate is eigenlijk qua vorm eigenlijk een prelude en fuga met onderbreking van een lyrisch adagio.

Het wondermooie Allegretto uit de 24 Pièces’ voor orgel van André Fleury stuk is gracieus en raakt aan de wereld van de liederen van Fauré. Een argeloos thema ontvouwt zich boven een doorgaande beweging van gebroken akkoorden in zestienden.

Choral III van Franck begint met vurige akkoordbrekingen met een toccata-karakter gevolgd door het choral. Beide gegevens wisselen elkaar af gevolgd door het middendeel, een meditatieve cantilene. Als een hemels visioen klinkt opeens zacht en hoog weer het choral, in dialoog met de cantilene. Door steeds verdere ontwikkeling van de cantilene-thematiek bereikt het werk een enorme climax met een fragment van het choral in het pedaal. Het hierop volgende laatste gedeelte vangt aan met de herneming van de toccata-motieven, onrustig en zoekend. Steeds weer verschijnen fragmenten van het choral. uiteindelijk, gecombineerd met de toccata- motieven, het choral groots en bevrijdend volledig tot klinken komt

In 2022 componeerde Eric Koevoets (bij gelegenheid van het afscheid van Geert Bierling als stadsorganist van Rotterdam) de elegante compositie Divertissement. Na een langzame inleiding, Adagio espressivo, con fantasia, horen we een dansant Allegro con spirito waarin twee thema’s elkaar afwisselen. Het stuk wordt besloten met een coda molto tranquillo waarin een vleugje weemoed doorklinkt.

In de in 1981 gecomponeerde Toccata en Fuga over Victimae Paschali Laudes van de Nederlandse componist Otto Deden horen we tal van manieren waarop het beroemde gregoriaanse Paas-thema is verwerkt. In de toccata zijn akkoorden opgebouwd uit melodietonen van de Victimae-aanhef. In het gehele werk klinkt het thema in talrijke ritmische en melodische varianten. Bijzonder mooi wordt via een stille, verwachtingsvolle muziek geleidelijk gewerkt naar een grootse climax aan het slot van de fuga.

Jehan Alain bezocht geregeld de abdij van Valloires om tijdens de diensten daar het orgel te bespelen. De Postlude pour l’Office de Complies is het naspel voor de completen, de laatste getijdenviering van de dag. Boven een stille pendelbeweging klinken diverse gregoriaanse thema’s van de completen: gebeden voor vrede, vertrouwen, rust in de handen van God. Dit laatste, ‘In manus tuas’ refereert aan één der kruiswoorden van Christus.

De Symphonie-Passion van Dupré is een vierdelige symfonie met als onderwerp de belangrijkste stadia uit het leven van Jezus. In het eerste deel, Le monde dans l’attente du Sauveur. verbeelden de voortdurend onrustige klopmotieven het ongeduldig, hartstochtelijk verlangen van de mensheid naar de komst van de Verlosser. Na een eerste grote climax klinkt verstild de adventshymne Jesu Redemptor omium. Geleidelijk keren de klopmotieven terug in een hevig bewogen doorwerking en reprise. Uiteindelijk keert dan de gregoriaanse hymne glorieus terug als canon tussen bovenstem en bas, omspeeld door de klopmotieven. Dit is op te vatten als een rake toonzetting van Christus’ komst naar de wereld als Verlosser van en te midden van de mensheid.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein.
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Donateurslezing: Eugène Gigout en Marco-Enrico Bossi

Stichting Willibrordusorgel logo
Aanvang: 2026-01-11 10:00:00 u.
Einde: 2026-01-11 11:30:00 u.

Geillustreerde lezing over Eugène Gigout (1844 – 1925) en Marco-Enrico Bossi (1861 – 1925) getiteld Marco Enrico Bossi en Eugène Gigout, twee minder bekende orgelmeesters uit de nabloei van de romantiek door Ton van Eck voor donateurs van de Stichting Willibrordusorgel. Aansluitend is het concert van Marc Fitze.


Lezing Mari Andriessen en de St.-Bavokathedraal

Aanvang: 2026-01-11 10:00:00 u.
Einde: 2026-01-11 11:30:00 u.

Lezing van Dick van Broekhuizen over Mari Andriessen: zijn werk in de kathedraal en zijn latere oorlogsmonumenten georganiseerd door de Stichting Vriendenkring Koepelkathedraal.

Beste belangstellenden en belanghebbenden van de KoepelKathedraal,

Op woensdagavond 25 juni houden we onze tweede Vriendenkring avond van dit jaar. Mari Andriessen het onderwerp zijn van een lezing door Dick van Broekhuizen, voorafgegaan door de jaarvergadering voor de leden. De muziekkeuze past in het kader van deze avond met werk van Hendrik Andriessen.

Dick van Broekhuizen is conservator moderne en hedendaagse beeldhouwkunst bij het Sculptuurinstituut van het museum Beelden aan Zee in Scheveningen. In dit museum zijn de gipsen van Mari Andriessen in beheer. In de gipsotheek zijn de beelden, die in zijn atelier aanwezig waren, te zien. Onder andere de Dokwerker en andere oorlogsmonumenten zijn opgesteld. Dat is bijzonder, want deze gipsen tonen Andriessens creatieve proces. Hij werkte steeds nieuwe ideeën uit, die hij dan vastlegde in nieuwe gipsen. Zijn monumenten bevatten vaak een lichte verwijzing naar de alom bekende christelijke beeldtaal. Zo kregen de figuren een statige en edele uitstraling, terwijl ze toch alleen maar gewone mensen verbeelden.

Het muzikale gedeelte wordt verzorgd door Bobbie Blommesteijn en Ton van Eck met werk van de broer van Mari, Hendrik Andriessen: Magna Res est Amor en Fiat Domine.

Locatie: Grote Zaal van de Plebanie, met koffie/thee vanaf 19.30 u.

Inloop via de plebanie tuin aan het Emmaplein

19.45 jaarvergadering Jaarverslagen en Kascommissie
20.00 opening van de avond
20.05 Muziek van Hendrik Andriessen
20.15 Lezing over Mari Andriessen door Dick van Broekhuizen
21.15 Discussie en afsluiting
21.30 Nazit in de Horeca hoek.

Einde programma met een drankje en een hapje om ca. 21.30. Introducées zijn zeer welkom.

Wij vragen u uw komst aan te melden via ons e-mailadres, vrienden@koepelkathedraal.nl onder vermelding van ‘lezing 25 juni’

Met vriendelijke groet, namens de Vriendenkring KoepelKathedraal,

Frans van Dongen


Hina Ikawa

Hina Ikawa
Aanvang: 2026-01-11 10:00:00 u.
Einde: 2026-01-11 11:30:00 u.

Programma

Camille Saint-Saëns (1835 – 1921) Danse macabre
Shunsuke Abe (1996) Fragment 1 en 2 uit “Drie stukken”
Gabriël Fauré (1845 – 1924) Pelléas et Mélissande
Maurice Ravel (1875 – 1937) Pavane
Paul Dukas (1865 – 1935) L’Apprentisorcier

Organist

Hina Ikawa is winnares van de derde prijs van het Internationale César Franck Concours 2022.

Toelichting op het programma

Mijn programma is gericht op de geboortedagen van de componisten die ik zal vertolken. De meeste werken zijn transcripties, behalve het Japanse werk. Om te beginnen speel ik de Danse macabre van Camille Saint-Saëns, oorspronkelijk een symfonisch gedicht voor groot orkest. In dit stuk wordt het hoofdthema, dat in de originele versie voor orkest door de viool wordt gespeeld, vertegenwoordigd door “De Dood” die zijn instrument stemt voordat hij de dans begint.

Daarna volgen twee fragmenten (1e en 2e) van de drie stukken die zijn gecomponeerd door mijn vriend Shunsuke Abe. In deze fragmenten heeft hij de melodie van de derde symfonie van Saint-Saëns gebruikt. Hij heeft de Japanse en Franse stijl gemengd, geïmproviseerd en namen gegeven aan goden zoals de god van de zee en de godin van de maan, die vrij gelijkaardig zijn aan de Griekse goden.

In Pelléas et Mélissande van Gabriel Fauré schreef de grote organist Louis Robilliard de volgende woorden: Gabriel Fauré was na zijn afstuderen aan de Niedermeyer-school zeer actief als kerkmusicus. Hij bespeelde met name het koororgel van Saint-Sulpice en verving af en toe Charles-Marie Widor op het grote orgel. Op verzoek van Saint-Saëns werd hij benoemd tot kapelmeester in de Madeleine, waar hij later titulair organist werd. Gedurende bijna 40 jaar, vertrouwd met de klankesthetiek van Aristide Cavaillé-Coll en geïnspireerd door de poëzie van zijn klankkleuren, wijdt hij zich tijdens de diensten aan sublieme improvisaties, waarvan de getuigenissen en commentaren van onder de indruk zijnde toehoorders veelzeggend zijn: luchtige vloeiendheid… golvende lijnen… vreemd boeiende harmonieën… contrasten in nuances die door de vier klavieren worden weerkaatst in een registratie van poëtische zachtheid… Laten we hopen dat de hier getranscribeerde pagina’s bijdragen aan het herscheppen van een beetje van de klankmagie die zich ontvouwde in de rijke akoestiek van de Madeleine en waarvan elke luisteraar zich omhuld voelde.

Ravel is mijn favoriete componist, maar helaas heeft hij nooit voor orgel gecomponeerd. De pavane werd oorspronkelijk geschreven voor piano solo, maar de bekendste versie blijft die voor orkest, waarvan de zo herkenbare melodie wordt gespeeld door de solohoorn.

Het laatste stuk is L’apprenti sorcier van Paul Dukas, oorspronkelijk geschreven voor groot orkest en geïnspireerd door de gelijknamige ballade van de grote Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe. U zult het gemakkelijk herkennen, want het is zo vaak gespeeld dat het een klassieker is geworden.
Hina Ikawa

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein.
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Stefan Madrzak

Stefan Madrzak
Aanvang: 2026-01-11 10:00:00 u.
Einde: 2026-01-11 11:30:00 u.

Programma

Johann Sebastian Bach (1685-1750) Toccata F-Dur, BWV 540, 1   
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
(bewerking: G. Krahforst)
Variationen G-Dur, KV 501               
Stefan Madrzak (1977) Improvisatie 1
Improvisatie 2
Maurice Duruflé (1902-1986) Suite op. 5
– Prélude
– Sicilienne
– Toccata

Organist

De in 1977 in Wesel (NRW) geboren musicus is tegenwoordig actief als organist, arrangeur en improvisator en houdt zich naast zijn taken als kathedraalorganist en cantor in de St. Patrokli Kathedraal (Soest) bezig met een breed scala aan concertactiviteiten. Na zijn studies kerkmuziek (A-examen, Aken), het artistieke rijpheidsexamen “Orgel” (Prof. Johannes Geffert, Keulen) en privéstudies op het gebied van improvisatie (Ansgar Wallenhorst, Ratingen) werd hij in 2009 benoemd tot kathedraalorganist en cantor van de St. Patrokli in Soest. Hier stelt hij zijn improvisatietalent ten dienste van de liturgie in veel verschillende vormen van aanbidding. Sinds het begin van de coronamaatregelen (maart 2020) verzorgt hij ook de dagelijkse LIVE stream-missen, die op het YouTube-kanaal van de parochie gevierd kunnen worden.

Hij is een veelgevraagd instrumentalist in zowel liturgische als concertopstellingen. Madrzak trad bijvoorbeeld op in de kathedraal van Münster in het kader van de Katholikentag 2018. In hetzelfde jaar trad hij op tijdens de radiodienst en in 2019 tijdens de televisiedienst vanuit de Sint-Patrokli Kathedraal in Soest. Concertuitnodigingen brachten hem al naar belangrijke kerkmuziekcentra in Duitsland (kathedralen in Aken, Bamberg, Limburg, Paderborn, Magdeburg e.a.) en Europa (België, Polen, Frankrijk, Spanje) evenals de VS (Californië).

Zijn muzikale veelzijdigheid komt tot uiting in vernieuwende concertprogramma’s die het orgel bij een breed publiek onder de aandacht brengen. Zo voerde hij bijvoorbeeld Olivier Messiaens “La nativite du seigneur” uit in combinatie met een live schilderperformance in de kathedraal van Soest. Op het gebied van improvisatie combineert Madrzak graag de kunst van het geïmproviseerd spelen met literatuur, bijvoorbeeld op teksten van de Engelse schrijver Oscar Wilde.

Via orgelrondleidingen en speciale kinderprogramma’s (“Peter en de Wolf”, “De Notenkraker”) laat Madrzak ook een jong publiek kennismaken met de “Koningin der Instrumenten”. Tijdens de 1e lockdown in 2020 werden 10 orgeluitlegvideo’s gemaakt, die op deze website te zien zijn.

Hij schreef eigen arrangementen voor de zeldzame combinatie van orgel en slagwerk. Zijn samenwerking met de Soester slagwerker Günter Bönner heeft al twee cd-opnames opgeleverd.

Naar aanleiding van zijn interesse in middeleeuwse muziek liet hij in 2017 een 16-noten portatief (klein, draagbaar orgel) bouwen door de Dresdense orgelbouwer Marcus Stahl, dat hij sindsdien bespeelt in liturgieën en concerten.

Ook volgde hij een opleiding op het gebied van “dispokinesis” (houding van de musicus) bij de bekende grondlegger van deze fysiologische discipline G. O. van de Klashorst in Mülheim.

Toelichting op het programma

Het concert van vandaag wordt geopend met de monumentale Toccata in F van J.S. Bach, die vermoedelijk rond 1714 werd geschreven en stilistisch een bijzondere plaats inneemt. De compositie combineert typische elementen van een toccata, een prelude, een canon en een triosonate. Met 438 maten is het tevens  het langste van zijn belangrijkste composities en geniet het grote populariteit als virtuoos werk bij concertuitvoeringen. Passend bij de esthetiek van het Willibrordusorgel zal dit werk vandaag door de uitvoerder in een geromantiseerde versie te horen zijn, waarbij de partituur met verschillende klanknuances wordt geïnterpreteerd.

De “Variaties in G majeur” van Wolfgang Amadeus Mozart uit 1786 is eigenlijk een compositie voor piano vierhandig. Organist Gereon Krahforst heeft het heel piëteitsvol bewerkt voor de “koningin der instrumenten” (een uitspraak van Mozart zelf!). Wat met vier handen kan, kan nu ook met slechts twee handen en twee voeten! De muziek ademt de charme van het Weense classicisme en past met haar vele melodievariaties uitstekend bij de verschillende klankkleuren van het orgel.

Niemand minder dan Albert Einstein zei het volgende over deze compositie: “…vol charme en klankaantrekkingskracht, een compositie met een betoverend effect.”

Klankkleur, ruimtelijke klank, belichting, geuren, gedachten en nog veel meer hebben een grote invloed op de improvisatievaardigheden van de organist. Laat u verrassen door wat er vandaag tijdens het concert in twee improvisaties gebeurt…!

Helaas heeft Maurice Duruflé ons maar weinig composities nagelaten. De uiterst zelfkritische organist, improvisator en componist creëerde echter met elk van zijn werken een stijlvormende, impressionistische klankwereld die nog steeds van grote invloed is op Franse componisten. Zijn “Suite op. 5” is Duruflé’s populairste en, met een duur van ruim 20 minuten, evenals zijn “Prélude, Adagio et Choral Varié”,  zijn langste werk. Het lijkt een perfecte, geschreven improvisatie, die melodische en ritmische vindingrijkheid combineert met een goed uitgebalanceerde muzikale vorm. Van de sombere “Prélude” tot de dansante “Sicilienne” en het bulderende “Toccata”, combineert de suite ook vele verschillende stemmingen. Op. 5 vormt daarmee een meer dan waardige afsluiting van het concert van vandaag.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein. Tot de zomer van 2025 is de hoofdingang niet toegankelijk en wordt gebruik gemaakt van de tijdelijke ingang aan de Jos Cuypersstraat (tegenover nr. 30).
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Poppeia Berden – Valérie Stammet

Poppeia Berden
Aanvang: 2026-01-11 10:00:00 u.
Einde: 2026-01-11 11:30:00 u.

Programma

“We just really like Red, white and Blue”
Daan Manneke (1939) Bonum est Confiteri
Hendrik Andriessen (1892 – 1981) La Sainte Face
Albert de Klerk (1917 – 1998) Dic Nobis Maria
Hans Leenders (1965*) In Principio
Hendrik Andriessen (1892 – 1981) Sonata da Chiesa
Jean Lambrechts (1936*) Uit “Cathédrales”: Loange
Hans Leenders (1965*) Te Deum

Solisten

Poppeia Berden

Poppeia Berden (25-02-1996) is organiste van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Maastricht. Haar master kerkorgel aan het conservatorium sloot zij af in augustus 2024 waarbij zij het orgelconcert van Poulenc mocht vertolken. Zij slaagde hierbij met de hoogste lof. Poppeia volgde verschillende masterclasses, daarnaast heeft ze een grote concertpraktijk opgebouwd in binnen en buitenland. In 2018 heeft zij de 3e prijs mogen ontvangen bij de“Internationalen Orgel-Gesangswettbewerb”, te Neuss samen met haar duo partner.

Poppeia zet zich graag in voor kunsteducatie. Daarom is zij “adviseur kunst-educatie” van de orgel stichting “Pro Organo” te Maastricht, waar zij jaarlijks projecten zal ontwikkelen voor kinderen. Daarnaast is zij als orgeldocente aan de “Stedelijke Academie te Maaseik” verbonden. Ze heeft meegewerkt aan veel verschillende kindervoorstellingen en opera’s. In samenwerking met Marijk Greweldinger heeft zij samen de voorstelling “Op
reis met “Johan Sebastiaan Bach” geschreven.

Valérie Stammet

Valérie Stammet is een Luxemburgse sopraan, gevestigd in Nederland, gespecialiseerd in oratorium, lied en ensembles. Ze begon haar muzikale opleiding aan het Conservatorium van Esch-sur-Alzette in Luxemburg, waar ze diploma’s behaalde in zang, cello, piano, kamermuziek en koordirectie. Tot 2021 volgde ze zanglessen bij Mariette Kemmer, Arthur Stammet en Claudia Moulin. In 2017 werd Valérie toegelaten tot het Conservatorium van Maastricht, waar ze studeerde bij Yvonne Schiffelers. In 2024 behaalde ze haar master cum laude.

Toelichting op het programma

Daan Manneke (1939) – Bonum est Confiteri

Daan Manneke, vaak omschreven als de kapelmeester van de ruimte, staat bekend om zijn sterke verbondenheid met de liturgie en het gregoriaans. Bonum est Confiteri (“Het is goed de Heer te loven”) ademt diezelfde geestelijke sfeer: het orgel ondersteunt de lofzang met warme klankkleuren en heldere lijnen die de psalmtekst verklanken.

Hendrik Andriessen (1892–1981) – La Sainte Face

Kort na Le Chemin de la Croix (1921) koos Andriessen opnieuw een tekst van Paul Claudel, ditmaal uit diens toneelstuk La Ville (1897). Het drama schetst de tegenstelling tussen een verdorven stad – denk aan Sodom of Babylon – en het hemelse Jeruzalem. In de derde akte beschrijft vader Coeuvre aan zijn zoon Ivors het heilige gelaat van Christus, afgedrukt op de doek van Veronica. Niet het zwaard, maar het Koninkrijk van God moet de ware leidraad zijn. In deze uitvoering klinkt het werk in een intieme versie voor sopraan en orgel, waarin Andriessens lyrische en spirituele stijl volledig tot zijn recht komt.

Albert de Klerk (1917–1998) – Dic Nobis Maria

In Dic Nobis Maria (“Vertel ons, Maria”) staat de ontmoeting met de verrezen Christus centraal. Het werk begint verstild, met een bijna meditatieve zanglijn die langzaam uitmondt in een monumentaal koraal. Daar bereikt de paasboodschap haar volle glans, waarna de muziek weer terugkeert naar de stilte waarmee zij begon – als een cirkel van verstilling en uitbarstende lofzang.

Hans Leenders (1965) – In Principio

In Principio (“In den beginne”) verwijst naar de beroemde openingswoorden van het Johannesevangelie: In principio erat Verbum – “In den beginne was het Woord.” Deze proloog behoort tot de meest indringende teksten uit de christelijke traditie: het Woord dat van bij het begin bij God was en dat vlees is geworden. Leenders schreef het werk oorspronkelijk voor koor en instrumentaal ensemble; in dit programma klinkt een bewerking voor sopraan en orgel. Variaties en meditatieve passages brengen de scheppingswoorden telkens in een nieuw licht, waardoor de spanning tussen mysterie en openbaring voelbaar wordt. Het resultaat is een muziek die zowel bezinnend als expressief is, waarin oudtestamentische scheppingsklanken resoneren in een hedendaagse taal.

Hendrik Andriessen (1892–1981) – Sonata da Chiesa

De Sonata da Chiesa is een van Andriessens kernwerken voor orgel. Het stuk opent met een thema dat in verschillende variaties wordt uitgewerkt en eindigt in een feestelijke toccata. Hier toont Andriessen zich als grootmeester van het symfonische orgelspel: klassiek van vorm, lyrisch van toon en met een spirituele diepte die zijn muziek tijdloos maakt.

Jean Lambrechts (1936) – uit Cathédrales: Louange

De Belgische componist Jean Lambrechts, woonachtig in Maastricht, schreef met Cathédrales een monumentaal werk voor orgel dat in 2011 in première ging bij Marcel Verheggen. Binnen dit grootschalige geheel vormt Louange voor mezzo en orgel een verstild tegenbeeld: een intieme lofzang waarin eenvoud en devotie centraal staan – alsof men midden in een immense kathedraal plotseling een moment van gebed ervaart.

Hans Leenders (1965) – Te Deum

Het programma besluit met het jubelende Te Deum. Hier grijpt Leenders terug op de eeuwenoude hymne van de kerk en giet die in een eigentijdse muzikale taal. Ritmische energie en feestelijke klankblokken wisselen af met momenten van verstilling, zodat de lofzang zowel groots als persoonlijk kan worden ervaren. Een waardig slotakkoord voor dit programma van hedendaagse sacrale muziek.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein.
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Jan Hage

Jan Hage
Aanvang: 2026-01-11 10:00:00 u.
Einde: 2026-01-11 11:30:00 u.

Programma

Piet-Jan van Rossum (1966) 3ème Livre d’Orgue

1. “zur Ende, Vater…”
2. “Zu deinen Gnaden…”
3. “Flügel und Kind…”
4. “Ruhe, Kleid und Schuhe”
5. “langmütig und zur Hälfte gebrochen”
6. “fast unvermeidlich…”
7. “Unsers”
8. “auch euch, ihr meine Lieben”
9. “fahrt wohl…”

Organist

Jan Hage (1964) geeft vele concerten in binnen- en buitenland en maakt radio- tv- en cd-opnames. Hij is een warm pleitbezorger en veelgevraagd interpreet van hedendaagse orgelmuziek. Als solist trad hij op met o.a. de Slagwerkgroep Den Haag, het Asko|Schönberg en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Als componist schreef hij werken voor orgel en ensembles.

In 2016 promoveerde hij aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam. Zijn proefschrift is getiteld ‘Muziek als missie. Een luthers geluid in een calvinistische wereld. Een studie naar Willem Mudde en de kerkmuzikale vernieuwingsbeweging.’

Als organist is Jan Hage verbonden aan de Domkerk in Utrecht waar hij het majestueuze Bätz-orgel bespeelt. Zelf zegt hij daarover: „Het is natuurlijk een topplek, met een geweldig orgel waar ik dol op ben. Ik heb er in 1991 eindexamen gedaan. Het is voor mij een van de topplekken in Nederland met internationale uitstraling, naast bijvoorbeeld de Bavo in Haarlem, de Grote Kerk in Dordrecht en de Sint-Jan in Gouda. Niet overal is men meer even kerkelijk actief. In de Domkerk wel, met iedere zondag een dienst en iedere woensdag een vesper. Het kan bijna niet beter.”

Prijzen

  • de Prémier Prix ‘à l’unanimité du jury’ na zijn studie bij André Isoir
  • Eerste prijs bij Nationaal Orgelconcours in Leiden (categorie 20ste eeuwse muziek)
  • Eerste prijs  the Swiss Organ Competition in Schaffhausen
  • Premier Concours de l’interprétation de Musique Classique in Poitier (enige editie)
  • In 2006 ontving hij de médaille d’argent van Société Académique Arts-Sciences-Lettreste Parijs vanwege zijn verdiensten voor de Franse orgelcultuur

Toelichting op het programma

“nun ruhen alle Wälder”

Orgelboek 3

Het derde orgelboek behelst een flink deel van mijn componeren, van mijn aandacht, en vooral van mijn afkomst.

Want dat is, denk ik, aan de hand: op mijn 58e komen de wortels van mijn componist-zijn bloot te liggen. Ik droom vaker van mijn jeugd, van mijn vader, geboren 1914, organist bij de Gereformeerde Bond, zijn muzikale wortels: de romantische traditie rond Jan Zwart en Feike Asma. Hoe het me als tienjarige deels ontroerde en deels benauwde. Het was muziek en een traditie die stilstond, er was niets veranderd sinds mijn oma organist bij de Gereformeerde Bond van Honselersdijk was (1920-30). Ook bij oma thuis was niets veranderd en ook niet bij haar zus Jo. Ze woonden naast elkaar in de dorpsstraat, het rook er naar oude mensen, naar stoofvlees, naar aangebrande melk, naar ‘de ramen dicht’ en stof. Bij oma stond een harmonium, bij tante Jo een staande piano en een orgeltje. Op de stapels bladmuziek lagen vreemde bundels met korte karakterstukjes; titels als ‘genoegen’, ‘warmte’, ‘vertroosting’. Ook Edvard Grieg en werkjes voor piano en harmonium. Ik was er niet graag, bij mijn oma en mijn tante. De velletjes op mijn koffie, de koekjes die ik niet vertrouwde. Ik wilde naar huis, naar mijn boeken, de televisie, ik was liever bij mijn zus, bij wie alles modern was: het zwarte leren bankstel, de keuken, de kunst aan de muur. Nu is dat alles vintage jaren 70: de glazen salontafel, het psychedelisch behang, de hippe asbakken en de overal rondslingerende pakjes Belinda menthol, de glazen Campari en Martini. Ze had Jan Wolkers in de kast. Ik smokkelde de boeken mee naar huis en las ze stiekem.

Nu, bijna 50 jaar verder de toekomst in, is iedereen overleden, ook mijn zus. Het is allemaal geschiedenis. En zoals dat gaat bij een nakomeling, ik begraaf iedereen, ruim ieders huis leeg, zowel dat van tante Jo als dat van mijn hippe zus.

En ik kijk voor me uit en bezie 2025. Weer een andere cultuur: asbakken zijn passé, een roker is een loser, het gemopper van Wolkers is uit de tijd. En de Gereformeerde traditie is een perkamenten reliek geworden, alhoewel ze nog steeds bestaat.

Ik keer terug bij mijn vader, hij heeft twee wereldoorlogen meegemaakt, mijn vader die in Delft, in de Maranathakerk, improviseerde op het schelle neo-barokorgel uit 1969. Ik ging op zaterdag mee, een rusteloze jongen, 7 jaar oud, die enerzijds luisterde naar zijn vader, maar anderzijds ook verveeld raakte, ook daar dacht: ik wil naar huis, naar mijn kamer, mijn boeken. Het kon uren duren, die improvisaties. Als thema koos vader een psalm of gezang en dan zat hij met een vol gemoed, druk bewegend op de orgelbank, zijn twijfels en angsten er uit spelen. Ik begreep dat toen niet, was een beetje gegeneerd wanneer mijn vader zo emotioneel werd. Ik zwierf door de kerk, was nieuwsgierig, zat op verschillende plekken op de kerkbanken, ging stiekem de preekstoel op om te kijken naar de enorme Statenbijbel die daar lag. Ik keek in hoeken en gaten, keek naar de kroonluchter en het mozaiek van de ruitjes, alles, besef ik nu, was in dit moderne kerkgebouw gebaseerd op de ruit-figuur. De vierkant op zijn punt rustend. De kerk zelf was gebouwd in de vorm van een ruit. Het orgel stond in de uiterste punt, de preekstoel hing in de tegenoverliggende hoek. Ook de ramen bestonden uit ruitjes in de kleuren geel, groen en paars, een pastelvariant daarvan. Ondoorzichtig glas. Ik vraag me soms af wat het met een kind doet wanneer het uren naar die gekleurde ruiten staart. Want de rest van de kerk was verbluffend kaal. Geen pleisterwerk, geen afbeeldingen. Een muur van gele bakstenen, een balkon met drie rijen banken.

Er was één verboden plek. Één hoopvol venster naar een mysterie. Een plek waarvan mijn vader zei: ‘blijf daar maar weg’. Maar natuurlijk ging ik er voorzichtig heen. Het was de ruimte achter de orgelkast. Het uiterste deel van de punt van de ruitvorm die de kerk was. Recht achter de orgelkast was er een kleine loopruimte en daarachter een kamertje. Een driehoekige ruimte. De wand was grotendeels van glas met links een deur. In de ruimte stonden een kast en een bank en verder was er nog een minieme hoek waar de twee bakstenen muren bij elkaar kwamen. Ik glipte door de deur, die niet op slot was, naar binnen. Ik trof een tweede orgel aan. Een orgelbank, pedalen, en een gesloten speeltafel die opengeschoven kon worden en twee klavieren bevatte. Het was de voorganger van het neo-barok orgel uit 1969, een elektrisch orgel met een aan–uit knop en potmetertjes boven de klavieren. Ik begreep nu ook het andere mysterie, namelijk de twee enorme luidsprekers die in de twee vrijgebleven hoeken hoog boven de bezoekers hingen. Vierkante kasten van twee bij twee geplaatst op een metalen driehoek die in de muur bevestigd zat. Ik begreep dat mijn vader aanvankelijk in die glazen driehoek zat met de deur dicht en elektronisch de dienst begeleidde. En omdat het nieuwe orgel er nog niet stond keken de dominee en hij elkaar recht aan. Bij het bouwen van het nieuwe pijporgel had men het oude orgel en de luidsprekers gewoon laten staan. En niemand gebruikte het. Ik vroeg mijn vader er naar, maar hij zei er weinig over, zei dat ik het vooral niet aan moest zetten, omdat het mogelijk zou exploderen. Misschien zaten er buizen in het orgel en doelde hij daar op.

Het tweede orgel, het orgel dat niet meer mocht klinken, werd in mijn fantasie al snel een fantoomorgel. Een griezelige plek. Tijdens de lange improvisaties van mijn vader ging ik de ruimte binnen, schoof op de orgelbank en opende de kast. Af en toe drukte ik een registerknop in. De toetsen raakte ik niet aan. Er was iets onheilspellends aan de kleine driehoekige ruimte, met glas afgezet. En zeker met op de achtergrond de emotionele variaties van mijn vader. Bij mijn weten heeft dat elektronisch orgel nooit meer geklonken.

De Maranathakerk: mijn vader vertrok er 1990 na 50 jaar pro deo gespeeld te hebben en niet veel later werd de kerk gesloten en het pijporgel gedemonteerd en verkocht. En daarna stak iemand de kerk in brand. Er bleef niets van over.

Dit onbetekenende elektronische orgel dat na 1969 niet meer klonk verbond zich in mijn verbeelding met twee andere orgels. Grote majestueuze instrumenten die in vlammen opgingen: het oude orgel van de Laurenskerk te Rotterdam, verbrand door de bombardementen van 1940 en het orgel van de basiliek van Trier dat gillend ten onder ging in de vuurzee door een ander bombardement. Over dit orgel werd geschreven dat de vuurwinden door de pijpen raasden en een huiveringwekkende klacht voortbrachten.
“als der Dachstuhl so richtig brannte, da haben die Orgel zu Spielen begonnen, von alleine.
Der Feuersturm sei durch die Pfeifen hindurch gefahren und habe ein gespenstiches Konzert entfacht” (over het Ibach-Weigle orgel (1913-1944) in de basiliek van Trier). Het idee van een brandend orgel is als een nachtmerrie voor me, iets wat écht niet kan, iets afschuwelijks.

Goed, wat betekent dit?
De herinneringen aan de vele generaties waar ik in 1970 nog net de schaduw van meemaakte, oma en tante Jo in hun 19e eeuwse huizen. De oude Gereformeerde traditie die er aan ten grondslag lag, een traditie waarin ik nog ben opgevoed, een traditie waarin ik mijn vader nog hoorde improviseren, een traditie die nog steeds geïsoleerd voortgaat in de Biblebelt.
En dát gekoppeld aan mijn ervaring met een stil spookorgel en andere gewelddadig uit de weg geruimde instrumenten. Voor altijd weg. Net als mijn familie van toen, alles weg.
En die Bonds-traditie, verdwaald en geïsoleerd, in kleine gemeenten in Nederland voortgaand, op een punt in de tijd 130 jaar geleden blijven steken.

Wat een rare wezens zijn we toch. Wat vind ik mezelf een vreemd wezen. Nog steeds verlangend, net als het kind, naar ‘nieuw’, ‘vooruit’, ‘frisse lucht’, ‘een eigen kamer’ en vér weg van alle mufheid, van alles wat stilstaat, van wat niet langer de toekomst in stroomt. Maar ook emotioneel raken wanneer ik de orgelwerken van Jan Zwart hoor en zeer melancholisch terugverlangen naar de tijden die lang voorbij zijn. En naar de mensen die me ontvallen zijn.

Het besef van volstrekte onbenulligheid bij het aanschouwen van de verzakte graven van mijn ouders en zus. De ouders opgevoed als in de 19e eeuw, de zus al bijna in de 21e eeuw, maar beiden vergeten.

Het lijkt een versleten betoog.
Misschien is het de eenzaamheid die ik voel. Dat van een manier van leven en een familie vooral nog mijn herinneringen resten.
Piet-Jan van Rossum

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein.
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Ton van Eck

Ton van Eck
Aanvang: 2026-01-11 10:00:00 u.
Einde: 2026-01-11 11:30:00 u.

Programma

Louis Vierne (1870-1937)                               Uit Pièces en style libre
– Prélude
– Berceuse
– Divertissement
Gaston Litaize (1909-1991)   Uit 24 Préludes liturgiques
– 14. Sur un thème Breton

Uit XII Pièces pour Grand Orgue
– 8. Toccata sur le Veni Creator

Eugène Gigout (1844-1925) Uit Dix Pièces pour Grand Orgue
–  Scherzo
Augustin Barié (1883-1915) Symphonie pour Grand Orgue, op. 5
– Prélude
– Fugue
– Adagio
– Intermezzo
– Finale

Organist

Ton van Eck is titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo, Haarlem. Uitgebreidere informatie over hem is te vinden op deze website of op de website van het College van Orgel-adviseurs Nederland.

Toelichting op het programma

Drie van de vier componisten van hedenmiddag waren blind. Dat er in Frankrijk relatief veel blinden werden opgeleid tot organist is niet verwonderlijk, Louis Braille (1809-1852), de uitvinder van het naar hem genoemde blindenschrift, was zelf organist.

Louis Vierne schreef in 1913-’14  de 24 Pièces en Style libre die zowel op harmonium als op het pijporgel konden worden uitgevoerd. Technisch zijn de meeste van deze werken niet veeleisend ook niet voor de toehoorder. Er zitten enkele pareltjes tussen die verdienen om te worden uitgevoerd zoals de elegante Prélude, opgedragen aan de componiste Nadia Boulanger en de tere Berceuse (op de woorden “Do, do, l’enfant do, l’enfant dormira bien vite”), opgedragen aan zijn dochtertje Colette (1907-1961). Wel virtuoos is het Divertissement dat in een voortdurende beweging en een crescendo van begin tot eind uitmondt in een korte maar virtuoze pedaalsolo.

Naar het voorbeeld van Vierne, schreef ook Gaston Litaize een verzameling van korte orgelstukken, de 24 Préludes Liturgiques. Het Bretonse thema dat aan deze variaties ten grondslag is gebaseerd op slechts vier opeenvolgende tonen. Mede dankzij de subtiele harmonieën van Litaize en zijn registraties is dit een kleurrijk stuk. De virtuoze Toccata sur le Veni Creator uit Douze Pièces pour Grand Orgue is gecompneerd als feestelijk naspel voor het Pinksterfeest.

Soms wordt een componist geraakt door een speciale inspiratievonk. Dat moet bij Eugène Gigout het geval zijn geweest bij dit Scherzo. Misschien ligt het aan het thema, een hoornachtige fanfare met toch een licht, lyrisch trekje in het vervolg of aan het humoristische trio op afwisselende klavieren, of aan het onverwachte, coda en puntige slot? In elk geval is het een pakkend stuk waarin Gigout zijn compositorische vaardigheden heeft bewezen en ook nu nog de toehoorders een moment van ontspanning bezorgt.

De op 23 november 1883 blind geboren Augustin Barié werd opgeleid aan het Franse Nationale Blindeninstituut waar hij orgelles ontving van de eveneens blinde Adolphe Marty, die een oud-leerling van César Franck was. Daarna studeerde hij aan het Conservatoire de Paris bij Alexandre Guilmant en Louis Vierne. In 1907 behaalde hij een eerste prijs voor orgel aan dat instituut waarna hij werd benoemd tot organist van de Saint-Germain des Prés in Parijs en daarna als orgelleraar aan het Nationale Blindeninstituut. Hij was een groot improvisator. Augustin Barié overleed op 22 augustus 1915 aan een hersenbloeding en werd in beide functies opgevolgd door André Marchal die een trouw pleitbezorger van zijn composities was,

Zijn in 1911 in druk verschenen Symfonie voor orgel op. 5 schreef Barié in 1907, op 23-jarige leeeftijd. Deze  compositie gelijkt, wat betreft de vorm op de Eerste Symfonie van zijn leraar Louis Vierne aan wie het werk is opgedragen. Evenals bij Vierne’s Eerste Symfonie zijn de eerste twee delen een Prélude (I) en een Fugue (II), maar in tegenstelling tot Vierne’s Eerste Symfonie kent die van Barié een cyclische vorm. De korte, inleidende Prélude en de soepele, daaropvolgende vierstemmige Fugue, beide in bes mineur, zijn gebaseerd op hetzelfde, melancholieke thema, dat in het laatste deel (Finale) terugkeert, maar dan op martiale wijze in majeur. De Prélude is een soort sombere en ongeruste passacaglia. De Fugue vormt een mooi voorbeeld van de contrapuntische Franse orgelkunst in de school van César Franck.

Het lange Adagio (III), in des mineur, heeft een A B A’ – vorm. Het eerste deel daarvan (A) kent twee thema’s. Het begint met een breed koraal (a1) waarvan het tweede gedeelte zich ontwikkelt tot een zelfstandig thema (a2). Beide thema’s worden met rijkelijke modulaties contrapuntisch gevarieerd en begeleid door de zwevende Voix céleste van het Récit. Het relatief korte middengedeelte (B) heeft oriëntaalse trekken die worden versterkt door het gebruik van 4’-fluiten op alle manualen en het pedaal (waarvan één met de Tremulant). Daarna wisselt de klankkleur in een overgangszin dank zij de Voix humaine (eveneens met Tremulant), waarna de beide thema’s van het eerste gedeelte terugkeren (A’). Daarbij worden deze wel anders verwerkt dan in A.

Het luchtige Intermezzo (IV) in f-majeur kent een driedelige vorm die identiek is aan die van het voorafgaande deel (A B A’) en heeft een ironische en toverachtige sfeer. Ook hier kent het eerste gedeelte twee thema’s, die nu echter met elkaar contrasteren, het eerste is dansant en het tweede, dat maar kort aan bod komt (in het pedaal) is afgeleid van de kop van het koraalthema van het vorige deel. Het middengedeelte in 6/8 ‘maat (B) heeft zowel ritmisch, dankzij de syncopen in de begeleiding, als harmonisch, dankzij de chromatiek, een grillig karakter. Ook de door de componist verlangde klokjesachtige registratie van de begeleiding met fluit 8’ en de twee octasven hoger klinkende 2’ draagt hieraan bij. Na de terugkeer naar deel A’ keert dit, als sterk verkorte vorm van A terug waarna het op humoristische wijze onverwacht eindigt.

De Finale (V)  in g mineur vangt aan met het ritmische gewijzigde fugathema dat wordt gevolgd door het tweede thema van het eerste gedeelte van het Adagio (a2) dat uiteindelijk overgaat in het koraalthema van het Adagio in het pedaal. Dit wordt vergezeld van een nieuw breed zangthema in de sopraan dat begint met een dalende sext. Via allerlei modulerende doorwerkingen over het tweede thema van het Adagio (a2) en over het hoofdthema van de Finale  mondt deze passage uit in de re-expositie van de Finale. Die voert uiteindelijk naar een hymnisch, maar virtuoos omspeeld slot over het koraalthema in de bas en het zangthema in de sopraan. Nog een korte cadens en dan voert thema a2 , begeleid door  de kop van het koraalthema in de bas, in enkele maten naar de slotakkoorden.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein.
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Erik Jan Eradus

Erik-Jan Eradus
Aanvang: 2026-01-11 10:00:00 u.
Einde: 2026-01-11 11:30:00 u.

Programma

Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) Toccata en fuga in d (BWV 565)
Nicolas de Grigny (1672-1703) Récit de tierce en taille
Charles-Marie Widor (1844-1937) Symphonie nr. 6 in g-mineur
Allegro
Adagio
Intermezzo
Cantabile
Finale

Organist

Erik-Jan Eradus kreeg zijn eerste muzikale vorming aan de Koorschool St.-Bavo in Haarlem. Daarnaast zijn eerste pianolessen van Adam Waasdorp. Hij studeerde orgel bij Bernard BartelinkJacques van Oortmerssen en Jean Boyer. Daarnaast volgde hij masterclasses bij o.a. Andres Cea Galan (Spaanse muziek), Andrea Marcon (Italiaanse muziek), Cor van Wageningen (Max Reger) en Hans-Ola Ericsson (Messiaen). Hij is verbonden aan de volgende plaatsen:

  • Sinds 1 januari 2018 titulair-organist van de St. Josephkerk in Haarlem, de 6e organist van de kerk sinds 1856.
  • Sinds 2013 cantor-organist in de Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen kerk in Overveen
  • Sinds 2012 concert-organist van de Hofkerk in Amsterdam
  • Sinds 2011 als cantor-organist in verzorgingshuis Nieuw Delftweide in Haarlem;
  • Sinds 2002 cantor-organist in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Amsterdam;
  • Sinds 1997 cantor-organist in de Onze Lieve Vrouw Hemelvaartkerk  in Heemstede;
  • Sinds 1995 organist-dirigent van de kapel in St. Jacob-in-de-Hout te Haarlem.

Erik Jan verzorgt per jaar zo’n 450 kerkelijke vieringen als cantor-organist-dirigent. Ook verzorgt hij jaarlijks vele concerten in binnen- en buitenland.

Voor zijn verdienste voor de Franse muziek ontving Erik Jan op 14 juni 2014 een zilveren medaille van de Société Academique d’Education et d’Encouragement Arts-Sciences-Lettres in Parijs.

Meer informatie op de website van Erik Jan Eradus.

Toelichting op het programma

Dé Toccata van Bach behoeft eigenlijk geen verdere introductie. Er wordt door velen nog steeds aan getwijfelde of dit beroemdste orgelwerk ooit wel van Bach is. Maar dat doet eigenlijk niet ter zake. Het blijft niet voor niets een overtuigend stuk muziek. Het klinkt voor het eerst in 25 jaar in de concertserie in de Kathedraal!

Nicolas de Grigny werd in 1697 benoemd tot organist aan de kathedraal van Reims, Frankrijk. Hij stierf op slechts 31-jarige leeftijd en liet een weduwe, zeven kinderen en één enkele uitgegeven bundel orgelmuziek na, het Livre d’Orgue uit 1699. Het was dit boek dat Johann Sebastian Bach zo bewonderde dat hij het met de hand overschreef, en het vertegenwoordigt het hoogtepunt in de orgelmuziek van die tijd in Frankrijk.

De titel van dit deel omschrijft letterlijk de registratie: een solo in het middengebied gespeeld met een ‘terts’-registratie.

Over Widor’s improvisaties aan het orgel van de Saint Sulpice in Parijs werd door grote kunstenaars, waaronder Liszt, Saint-Saëns en Rachmaninoff met bewondering gesproken. In het improviseren van fuga’s moet hij onovertrefbaar geweest zijn. Dat heeft niemand minder dan zijn leerling Marcel Dupré herhaaldelijk betuigd.

Naast zijn tien symfonieën voor orgel schreef Widor ook drie orkestsymfonieën waarin een partij voor orgel voorkomt. Vanaf 1932 redigeerde hij voor de Parijse muziekuitgeverij Leduc een serie nieuwe orgelwerken van diverse componisten onder de verzameltitel ,,L ‘orgue moderne”. Hierin treffen we o.a. het Troisième choral van Hendrik Andriessen aan.

Widor’s zesde symfonie is naast de vijfde, met de beroemde Toccata, zijn meest gespeeld werk. Het Allegro opent met een lang energiek thema dat uitgewerkt en geparafraseerd wordt. Een afsluiting wordt gevormd door een reprise (Agitato!) van het thema. Het driedelige Adagio in B-groot schittert door de prachtige melodie en het orkestrale gebruik van het orgel. Het intermezzo bestaat ook uit drie delen. In de hoekdelen klinkt een toccata-achtig perpetuum mobile, onderbroken door een trio in canon. Wederom orkestraal klinkt het Cantabile waarin een hobo- en trompetsolo worden begeleid en onderbroken door een dwarsfluit. De spetterende Finale, in rondo-vorm, sluit de symfonie op feestelijke wijze af.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein.
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024