Stichting Willibrordusorgel
https://willibrordusorgel.nl/category/agenda/agenda-verleden/page/2/?query-a9c5aa38-page=1
Geplaatst op: 3 februari 2026


Ton van Eck – Leonie Bot

Ton van Eck
Aanvang: 2025-09-27 16:00:00 u.
Einde: 2025-09-27 17:30:00 u.

Programma

viool & orgel
Tomaso Antonio Vitali (1663 – 1745) Chaconne
viool
Igor Strawinsky (1882 – 1971) Elegy
orgel
Louis Vierne (1870 – 1937) Uit: Pièces de Fantaisie
Naïades
Léon Boëllmann (1862-1897) Toccata (uit de Suite Gothique) 
viool & orgel
Marco Enrico Bossi (1866-1925) Adagio, op. 84  
Willibrordusorgel en transeptorgel (bespeeld door Naoko Shimizu)
Eugène Gigout (1844-1925) Grand Chœur dialogué
Marco Enrico Bossi (1866-1925) Uit Six Pièces pour Grand Orgue op. 70
– 2. Musette
viool & orgel
Josef Gabriel Rheinberger (1839 – 1901) Gigue, op. 150, nr. 3

Solisten

Ton van Eck is titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo, Haarlem. Uitgebreidere informatie over hem is te vinden op deze website of op de website van het College van Orgel-adviseurs Nederland.

Leonie Bot maakt sinds april 2013 deel uit van de tweede violengroep van het Koninklijk Concertgebouworkest. Zij studeerde bij Coosje Wijzenbeek aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, bij Istvan Párkányi in Amsterdam en bij Axel Strauss aan het San Francisco Conservatory of Music. In San Francisco werd ze vervolgens lid van het New Century Chamber Orchestra.

Leonie Bot remplaceerde bij onder meer het Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Symfonisch Orkest van Opera Ballet Vlaanderen. Ze was medeorganisator van ‘Classical Revolution’, een maandelijkse open klassieke jamsessie naar Amerikaans voorbeeld, in Cafe Eijlders in Amsterdam. Voor Leonie Bot werd in 2015 een viool van L. Storioni verworven door de Foundation Concertgebouworkest  en in bruikleen verstrekt.

Toelichting op het programma

De “chaconne van Vitali” houdt de muziekwetenschappelijke wereld al ruim anderhalve eeuw bezig en wordt door sommigen beschouwd als een muzikale hoax.

De eerste uitgave, in 1867, van Ferdinand David is duidelijk een romantische bewerking die in 1911 in dat opzicht nog overtroffen werd door die  van de Belgische violist Leopold Charlier.

Het oudste manuscript van deze compositie werk dateert echter wel degelijk uit minstens het begin van de 18de eeuw en bevindt zich in de Sächsische Landesbibliothek in Dresden. Het is vermoedelijk een kopie van Johann Jacob Lindner of Johann Gottfried Grundig. Maar of het een compositie is van Tomaso Antonio Vitali is niet duidelijk. Ondanks deze discussie blijft het een mooi en imposant stuk.

Igor Stravinsky componeerde Elegy voor solo viool in 1944, na zijn emigratie naar de Verenigde Staten van Amerika. Het werk was een opdracht van altviolist Germain Prévost van het Pro Arte Quartet ter nagedachtenis aan de oprichter en violist van het kwartet, Alphonse Onnou, die in 1940 overleed. Hoewel Stravinsky zelf verschillende van de mensen voor wie hij herdenkingswerken moest schrijven niet kende, lijkt het erop dat Stravinsky in dit geval wel een band had met Onnou, aangezien het Pro Arte Quartet betrokken was geweest bij uitvoeringen van zijn muziek, hoewel er aanwijzingen zijn dat het werk al was geschetst voordat de opdracht van Prévost werd ontvangen.

Elégie is een ongewoon werk, dat wordt aanbevolen voor uitvoering op viool of altviool met transpositie omhoog of omlaag met een kwint, en dat moet worden uitgevoerd met gedurende het hele stuk demping door een sordine, waardoor een donkere en sombere klankwereld ontstaat. De driedelige vorm van het stuk  bestaat uit een fuga-achtig middendeel met twee in elkaar grijpende stemmen, omlijst aan het begin en het einde door een zich langzaam ontvouwende, chant-achtige en meditatieve melodie, onderbroken door adempauzes van verschillende lengte die tussen de frasen in de muziek zijn aangegeven. Interessant is dat dit stuk ook in 1945 en later nog verschillende keren werd uitgevoerd met een dans op choreografie van George Balanchine, die in zijn werk probeerde

‘de flow en geconcentreerde verscheidenheid van de muziek weer te geven door middel van de

verweven lichamen van twee dansers die op een centrale plek op het podium stonden’.

Louis Vierne schreef vier series van zes Pièces de Fantaisie in impressionistische stijl en is daarmee een evenknie voor orgel van Claude Debussy met zijn 24 Préludes voor piano.

Het in vijf episoden verdeelde Naïades verbeeldt de sierlijke dans over het water van deze waternimfen uit de Griekse mythologie). Om die sierlijkheid niet te verliezen moet dit werk ook niet te snel gespeeld worden. Doorlopend passagewerk zorgt voor de continue, wiegende beweging, en in twee tussenspelen dient het in de linkerhand als begeleiding voor een vragende melodie in de discant. Gebroken akkoorden voeren als coda naar het slot.

De jong gestorven Léon Boëllmann en Eugène Gigout waren door een familieband met elkaar verbonden. Dat kwam als volgt: in 1885 trouwde Léon Boëllmann met Louise Lefèvre, de oudste dochter van Gustave Lefèvre, sinds 1865 directeur van de Ecole Niedermeyer de door de protestant Louis Niedermeyer opgerichte katholieke kerkmuziekschool waar Boëllmann docent was. Boëllmann trad zo toe tot de familie Niedermeyer, aangezien Gustave Lefèvre getrouwd was met Eulalie, één van de twee dochters van Louis Niedermeyer. Zijn andere dochter, Mathilde, trouwde in 1869 met Eugène Gigout. Zo werd Boëllmann een aangetrouwde neef (oomzegger) van zijn orgelleraar, voor wie hij zo veel ontzag had. Deze laatste, die geen kinderen uit zijn huwelijk had, noemde hem zelfs zijn adoptiezoon. Na het jong overlijden van Boëllmann en zijn echtgenote voedden Gigout en zijn vrouw hun drie kinderen op. De jongste dochter, die zich later Marie Louise Boëllmann – Gigout noemde, werd organiste en orgeldocente, en zat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet.

Boëllmanns bekendste werk is de Suite Gothique met de wervelende toccata tot slot. Vandaag wordt deze uitgevoerd als eerbetoon aan een oud-voorzitter van de Stichting Willibrordusorgel die afgelopen weken een kroonjaar bereikte en, ook na zijn aftreden, zeer veel voor de stichting heeft gedaan. Het is een van zijn favoriete orgelcopmposities.

Evenals veel van zijn collega’s schreef ook Marco Enrico Bossi een Adagio voor viool en orgel, een melodieus en gevoelig stuk, kenmerkend voor het eind van de 19de eeuw, dat echter in het verdere verloop door de orgelbegeleiding met syncopen en triolen uitstijgt boven het niveau van een ‘genrestukje’.

Hoewel het feestelijke Grand Chœur dialogué van Eugène Gigout ook op één orgel uitgevoerd kan worden, genoot bij de componist de uitvoering op twee dialogerende orgels de voorkeur.

Daar de St.-Bavokathedraal, dankzij de aanwezigheid van het transeptorgel, in het bezit is van een tweede instrument van behoorlijke omvang, kunnen we, dankzij de medewerking van Naoko Shimizu, hiervan gebruik maken voor een indrukwekkend ruimtelijk effect. De twee instrumenten wisselen elkaar vooral in het eerste gedeelte en aan het slot af, terwijl het hoofdorgel in het midden een lange solo heeft.

Ter ontspanning klinkt de Musette van Bossi, eenelegant stuk waarbij het orgel een draailier imiteert, wat te horen is aan de bijna altijd klinkende bastoon (A) waarboven zich een beweeglijke melodie ontvouwt.

Het concert wordt besloten met de Gigue uit de zes stukken voor viool en orgel van Josef Gabriel Rheinberger, een compositie waarin vooral de viool, maar ook het orgel kan glanzen.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein.
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Ton van Eck – Saxofoonensemble Vento do Norte o.l.v. Henk van Twillert

Vento do Norte
Aanvang: 2025-09-27 16:00:00 u.
Einde: 2025-09-27 17:30:00 u.
Henk van Twillert, Vento do Norte en Ton van Eck

Programma

Saxofoons en orgel
George Frederic Handel (1685 – 1759) – arr. Francisco Neves (2000) Halleluja
Pavel Chesnokov (1877 – 1944) Salvation is Created
Willem van Twillert (1952) Encontro
Orgel solo
Eugène Gigout (1844-1925) Toccata
Saxofoons en orgel
Rob Goorhuis (1948) Wanderer im Tal der Gegenwart
– Meditation für die Fastenzeit
– Mt. 3, 1 – 11
Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) – arr. Bernardo Salabert Concerto for Two Violins BWV 1043
– Vivace
– Largo ma non tango
– Allegro
Orgel solo
Jehan Alain (1911 – 1940) Variations sur un thème de Clément Jannequin
Saxophones solo
Leonard Cohen (1934 – 2016) Halleluja
Saxofoons en orgel
Ferrer Trindade (1917 – 1999) – arr. Hristo Goleminov Cançao do Mar

Uitvoerenden

Ton van Eck, orgel
Vento do Norte o.l.v. Henk van Twillert
Henk van Twillert – Baritone / Soprano
Nuno Ramos – Primarius / Soprano
Sara Pais – Soprano / Alto
Vitoria Ferreira / Alto
Luis Nitsche – Tenor/ Baritone
Gleysser Menezes / Tenor
Gonçalo Silva – Tenor / Baritone Saxophone

Toelichting op het programma

Het motto van dit concert, “Halleluiah!” Is ontleend aan twee zeer bekende, maar heel verschillende stukken met die naam die vandaag worden uitgevoerd. Het programma van vandaag kent grote contrasten tussen vreugde en melancholie, en virtuositeit en beschouwing. Opmerkelijk is ook het grote aantal bewerkingen dat het programma bevat. Dat komt omdat de saxofoon een betrekkelijk “jong” instrument is. De saxofoon is een vinding van de Belgische intrumentenbouwer Adolphe Sax (1814-1894) naar wie het instrument is genoemd. Hij liet zijn eerste saxofoon in 1846 patenteren. Sax stond een instrument voor ogen met de souplesse van een strijkinstrument, het dynamische bereik van een koperen blaasinstrument en de klankmogelijkheden van een houten blaasinstrument. Al gauw verwierf het zijn positie in zowel de harmonieorkesten als de symfonieorkesten.

En wat betreft de bewerkingen: in het midden van de 20ste eeuw werd daar nogal laatdunkend over gedaan, maar ze zijn al vanaf de Renaissance wijd verbreid in de weaterse muziekwereld. Dankzij de bewerkingen konden mensen kennis maken met muziek waar ze, vóór de opkomst van de geluidsdragers vanaf het begin van de 20ste eeuw, geen toegang toe hadden. Zo openen saxofoons en orgel gezamenlijk dit  concert met het bekendste Halleluja in de klassieke muziekwereld dat Handel schreef als afsluiting van het tweede deel van zijn driedelig oratorium The Messiah.

De Russische componist Pavel Cesnokov liet een groot oeuvre na waaronder zo’n 500 koorwerken waarvan 400 bestemd zijn voor de Russisch orthodoxe liturgie. In de communistische periode werd hem het uitgeven van zijn liturgische muziek onmogelijk gemaakt.

Er klinken ook originele werken voor saxofoon(s) en orgel tijdens dit concert. Het eerste is Encontro (Ontmoeting) dat organist Willem van Twillert opdroeg aan zijn broer Henk. Daarin dialogeren de baritonsaxofoon en het orgel.

Vervolgens klinkt de virtuoze Toccata van de Franse organist Eugène Gigout, vaste bespeler van het orgel in de Saint-Augustin te Parijs en in de laatste periode van zijn leven orgeldocent aan het Conservatoire national te Parijs. Zijn orgelwerken hebben alle kenmerken van de verfijnde elegantie van het fin de siècle, een stijl die al gauw werd achterhaald door een volgende generatie onder wie Vierne en Dupré. Vandaar dat hij minder bekendheid geniet dan hij, op grond van de kwaliteit van zijn composities verdient. Deze toccata is, met zijn doorgaande beweging, één langzaam crescendo naar het fortissimo klinkende slot.

Rob Goorhuis schreef Wanderer im Tal der Gegenwart voor het project Saxophonia dat in maart 2020 aan de Musikakademie van de Bund Deutscher Blasmusikverbände in Staufen (Baden-Württemberg) plaatsvond De première vond plaats in de abdij-kerk van Münstertal im Breisgau door het Ensemble Saxofourte en organiste Karin Karle. De Bijbeltekst van Mattheus waarop het werk is gebaseerd gaat over Johannes de Doper, met name over de periode dat hij in de woestijn verbleef, als een meditatie voor de vastentijd..

Eigenlijk is de bewerking door Bernardo Salabert van Bachs dubbel vioolconcert een bewijs van wat Adolphe Sax als een van de mogelijkheden van zijn instrumenten voor ogen stond: de souplesse van een viool. En voor wie deze bewerking minder waardeert: Bach bewerkte dit concert zelf voor twee klavecimbels. 

De op 29-jarige leeftijd gesneuvelde Jehan Alain schreef de melancholieke variaties over het madrigaal @@ van Jannequin op 26-jarige leeftijd. Enerzijds is de harmonisatie klassiek, maar anderzijds wordt deze afgewisseld met modernere klanken die aan de oosterse muziek doen denken. Niet alleen dat geeft dit stuk een aparte kleur maar ook de kleurrijke registratie, geïnspireerd door het huisorgel van zijn vader Albert Alain.

Hallelujah van de Canadese singer-songwriter Leonard Cohen verscheen voor het eerst op diens album Various Positions uit 1984. Sindsdien is het tientallen keren door anderen opgenomen en bereikte het daardoor een ongekende populariteit als zijn bekendste lied. Zelf verklaarde hij het volgende erover: er bestaan veel hallelujahs en de ongeschonden zijn evenveel waard als de kapotte. Het is een verlangen om mijn geloof te bekrachtigen. Niet op een formele religieuze manier, maar met enthousiasme en emotie.Cançao do mar (Lied van de zee) is een Fado (Portugees levenslied) dat Ferrer Trindade in 1955 schreef en dat datzelfde jaar grote bekendheid verwierf door de zangeres Amália Rodrigues. Sindsdien is het door vele andere zangers en zangeressen opgenomen.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein. Tot de zomer van 2025 is de hoofdingang niet toegankelijk en wordt gebruik gemaakt van de tijdelijke ingang aan de Jos Cuypersstraat (tegenover nr. 30).
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Ton van Eck – Schola cantorum St.-Bavo o.l.v. Laine Tabora

Schola cantorum St.-Bavo
Aanvang: 2025-09-27 16:00:00 u.
Einde: 2025-09-27 17:30:00 u.

Programma

Henri Nibelle (1883 – 1967) Prélude et Fugue sur le Salve Regina
Marcel Dupré (1886 – 1971) Vêpres du commun des fêtes de la Sainte Vierge

Organist

Ton van Eck is titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo, Haarlem. Uitgebreidere informatie over hem is te vinden op deze website of op de website van het College van Orgel-adviseurs Nederland.

Toelichting op het programma

Zowel de vader als de grootvader van Henri Nibelle waren organist. In 1898 ging hij (op 15-jarige leeftijd) naar de École Niedermeyer voordat hij naar het Conservatoire de Paris ging waar hij in 1906 een eerste prijs fuga won in de klas van Gabriel Fauré en in 1910 een 1er accessit voor orgel verwierf die hem toegang verleende tot de orgelklas van Guilmant. Hij studeerde ook bij Louis Vierne. Hij begon zijn carrière in 1907 als organist van het koororgel in de kathedraal van Versailles. Twee jaar later volgde de benoeming tot titularis van het Cavaillé-Coll – orgel in de Saint-Vincent-de-Paul te Parijs. In 1912 volgde de benoeming als organist van het grote orgel van de Saint-François-de-Sales en in 1931 volgde hij Isidore Massuelle op als maître de chapelle van dezelfde kerk.

Omdat hij bijna blind was geworden, verliet hij Saint-François-de-Sales in 1959 om zich terug te trekken in Nice en zich te wijden aan het componeren van religieuze werken: korte missen, plechtige missen, psalmen, motetten, geestelijke hymnen.

In de Prélude wordt het thema van het Salve Regina op de plechtige wijze omspeeld met op minimal music gelijkende figuren. Het geheel wordt geplaatst in een impressionistische sfeer.

De ingetogen Fugue beweegt zich in een traag, zangerig tempo, en is voorzien van alle kunstgrepen die deze kunstvorm vereist. Het vormt een passende opmaat voor de cyclus versetten van de drie jaar jongere Marcel Dupré.

In 1919 verving Marcel Dupré Louis Vierne als organist van de Notre-Dame. Op 15 augustus (Maria Hemelvaart) van dat jaar verzorgde hij ook het orgelspel tijdens de vespers.

Volkomen toevallig bevond zich tussen te kerkbezoekers Claude Goodman Johnson die een belangrijke rol speelde binnen de directie van Rolls-Royce. Hij was zo onder de indruk van Dupré’s orgelspel dat hij aanvankelijk naar de muziek vroeg, maar toen bleek dat het improvisaties betrof, gaf hij Dupré de opdracht deze te noteren waarbij hij de kosten voor de uitgave voor zijn rekening zou nemen. Ook kreeg Dupré een jaar later het aanbod om een concert te verzorgen in de Royal Albert Hall waar hij concerteerde voor de Britse Koninklijke familie.

1. De vijf antifonen
Het eerste verset (Maestoso) bestaat uit brede akkoorden in driekwartsmaat op het Grand-Choeur
Het tweede verset (Tranquillo) bestaat uit streng gebonden samenklanken op de grondstemmen 8’ in een langzame beweging.
Het derde verset (Très lent et sans rigueur) bevat in de begeleiding soepel en langzaam wiegende akkoorden op de voix céleste en de Quintadeen 16’ waarboven zich een lyrische melodie op de Flûte harmonique ontspint.
Het vierde verset (Assez animé) is een opgewekt fugato op de mixturen  (plein-jeux) waarin tegen het slot een virtuoze pedaalsolo klinkt.
Het vijfde verset (Andante maestoso) is een plechtige beweging in 6/8-maat op de grondstemmen 16’, 8’ en 4’.

2. De hymne Ave maris stella (4 versetten)
Het eerste verset is een canon in de onderkwint tussen sopraan (rechterhand) en bas (pedaal) omspeeld door een lopende beweging in de linkerhand.  Het geheel klinkt op het volledige Récit expressif gekoppeld aan de grondstemmen 16’, 8’, 4’ van het Hoofdwerk en Positief.
Het tweede verset laat als een cromorne en taille de melodie in de tenor horen op de Kromhoorn 8’, begeleid door een tweestemmig pedaal en een sopraan en alt geregistreerd met de Quintadeen 16’, Fluit 4’ en Nasard, een bijzondere combinatie.
Het derde verset is een versierd koraal (volgens Dupré in de stijl van Johann Seb. Bach) op de Cornet van het Récit expressif.
Het vierde verset (Finale) is een feestelijke toccata waarbij Dupré echter naar het slot een diminuendo voorschrijft zodat het stuk nog maar mezzoforte eindigt.

3. Magnificat
Dit telt zes versetten
Het eerste verset (Andante con moto) laat een ritme van twee tegen drie horen met bovendien veel dissonerende voorhoudingen (die overigens steeds oplossen) op de fluiten en bourdons van het orgel.
Het tweede verset (Maestoso) heeft een cantus firmus op de Clairon 4’ van het pedaal. In de herhaling laat de cantus firmus zich als canon horen. Als Dupré dit ook zo heeft geraliseerd bij de improvisatie, dan is dit een huzarenstukje.
Het derde verset (Allegro con moto) is een canon met veel chromatiek. Als registratie schrijft Dupré hier tertsregisters voor.
Het vierde verset is een cantilena (Allegretto ma non troppo) op de Hautbois en de Octavin 2’ van het Récit, begeleid door een Flûte 8’ in een doorgaande beweging van de linkerhand en grondstemmen 16’ en 8’ in het pedaal.
Het vijfde verset (Misterioso et Adagiosissimo) is zeer langzaam en kent, net als in het Ave maris stella, opmerkelijke registratie Quintadeen 16’, Fluit 4’ en Nasard 3’.
Het zesde en laatste verset is een korte maar virtuoze toccata waarbij dalende akkoorden het coda inluiden. Waarmee deze cyclus wordt afgesloten.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein. Tot de zomer van 2025 is de hoofdingang niet toegankelijk en wordt gebruik gemaakt van de tijdelijke ingang aan de Jos Cuypersstraat (tegenover nr. 30).
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage, ook te voldoen via onderstaande QR-code of link. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Betaal via deze link

Na afloop van dit openingsconcert van de 52ste concertserie is er gelegenheid tot 18.00 u. onder een kopje koffie, thee of een drankje na te praten in de horecagelegenheid van de kathedraal.



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

António Pedrosa

António Pedrosa
Aanvang: 2025-09-27 16:00:00 u.
Einde: 2025-09-27 17:30:00 u.

Programma

Herbert Howells (1892-1983) Rhapsody in Es klein op. 17 no.2  
Marco Enrico Bossi (1861-1925) Scherzo in F groot op. 49 no.1  
Albert de Klerk (1917-1998) Dic nobis Maria… (Tres Meditationes Sacrae)    
Luís de Freitas Branco (1890-1955) Choral en Mi majeur
Marco Enrico Bossi (1861-1925) Ave Maria op. 104 no. 2
Pièce Héroïque op.128
César Franck (1822-1890) Choral no. 1 in E groot

Organist

António Pedrosa studeerde orgel aan de Muziekacademie van Paços de Brandão, bij Rui Soares, waar hij in 2015 de Complementary Course (gelijkwaardig aan de middelbare school) afrondde met het hoogste cijfer. Hij heeft zijn Masteropleiding aan het Conservatorium van Amsterdam afgerond bij Pieter van Dijk. Hij heeft ook lessen gevolgd bij Matthias Havinga, clavichord en klavecimbel bij Menno van Delft en basso continuo en improvisatie bij Miklos Spanyi.

Nu volgt hij een opleiding aan het conservatorium in Hamburg bij Wolfgang Zerer. Daarnaast volgde hij masterclasses bij organisten als Louis Robilliard, Leo van Doeselaar, Michel Bouvard, e.a. Hij is actief bezig met continuospel en heeft bijvoorbeeld meegewerkt aan een academisch project van het Conservatorium van Amsterdam o.l.v. Jos van Veldhoven, waarbij hij het grote orgel van de Marienkirche in Stralsund bespeelde. Als continuo speler werkt hij vaak samen met kamermuziekensembles in Portugal en Nederland, zoals het ensemble ´La sfera armoniosa´, onder leiding van Mike Fentross.

Toelichting op het programma

Herbert Howells componeerde zijn tweede Rhapsody tijdens de eerste wereldoorlog in 1918. Op zo’n tijd van geopolitieke onzekerheden is het zeker niet verassing dat Howells naar andere modellen van compositie zoekt in plaats van de klassieke Germanisch Sonata vorm. Een groot deel van zijn orgel oeuvre stelt inderdaad een rapsodisch karakter voor. Dit geeft ruimte aan diverse expressieve mogelijkheden, zoals bij deze Rhapsody. Hier kan Howells, door middel van zijn rijke harmonische idioom en behandeling van thema’s, conflict, dramatisch verdriet, en verlangen naar troost uiten.

Deze drie stukken van Marco Enrico Bossi vertonen verschillende kenmerken van zijn orgelmuziek. Terwijl zijn speelse Scherzo een wat lichter, hoewel niet altijd helemaal ‘zonnig’, facet toont, een echte concert stuk, bij de ingetogen Ave Maria komen we bij een bijna liturgische sfeer, waar de geleidelijke harmonische ontwikkeling voor een rustig meditatie zorgt. Met zijn Pièce Heroique daarentegen komen we weer terecht bij een verhaal op muziek. Hier, zoals in de Rhapsody van Howells, komen strijd, vecht, winnen en verliezen, weer voor. Het is zoals een verhaal van een beroemde held, maar of hij/zij heeft gewonnen of niet blijft een mysterie…

De Choralen van Freitas-Branco en Franck zijn net niet kinderen van dezelfde tijd. Men zou kunnen zeggen dat het stuk van Freitas Branco gedeeltelijk een product is van de stijl van orgelmuziek die César Franck ontwikkelde. Freitas-Branco maakt gebruik van een typisch Franse harmonische smaak, al richting impressionisme. Desondanks heeft zijn muziek een zeker burlesquekarakter, dat grotendeels vreemd is aan de stijl van Franck.

César Franck, de Pater Seraphicus, de grote meester van het late 19e eeuw, bracht de orgelmuziek in Frankrijk naar een geheel nieuw niveau van verfijning, inventie en verkenning van de mogelijkheden van het instrument.

In zijn eerste Choral zijn virtuositeit van compositie en extreem rijk expressiviteit zeer nauw met elkaar verbonden. Franck behandelt de verschillende thema’s, elk met een eigen karakter, op een klassieke, bijna Beethoviaanse manier, maar met een zeer verfijnde kleding van contrapunt en textuur. Dit brengt het stuk tot een zeer sterk en indrukwekkende slot, uiteindelijk heeft de held gewonnen!

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein. Tot de zomer van 2025 is de hoofdingang niet toegankelijk en wordt gebruik gemaakt van de tijdelijke ingang aan de Jos Cuypersstraat (tegenover nr. 30).
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Marco D’Avola

Marco D'Avola
Aanvang: 2025-09-27 16:00:00 u.
Einde: 2025-09-27 17:30:00 u.

Programma

Johann Sebastian Bach (1685-1750) Toccata, Adagio e Fuga in do magg.
Cesar Franck (1822-1890) III Corale in La
Percy Fletcher (1879-1932) Festival Toccata
Jehan Alain (1911-1940) Deux pieces pour Grand Orgue:
– Variations su un theme de Claude Jannequin
– Litanies
Marco Enrico Bossi (1861-1925) Scherzo in sol min. op. 49 n. 2
Etude Symphonique op. 78 
Marco D’Avola (1959) Elevazione op. 40 n. 2
Intrada de Concert op. 75

Organist

Marco D’Avola (1959) is een Siciliaanse componist, organist en pianist. Hij behaalde zijn diploma’s aan het “Vincenzo Bellini” Muziek Conservatorium in Palermo, met goede cijfers en “summa cum laude”; daarna heeft hij vele stages gevolgd bij J. Guillou, O. Pierre, J. Demus, L.F. Tagliavini, A. Sacchetti.

Als organist heeft hij meer dan 1500 concerten gegeven in Europa, de Verenigde Staten, Japan en Rusland, voor de belangrijkste Internationale Orgelfestivals waaronder: New York (St. Patrick’s Cathedral, St. Thomas Fift Avenue, Central Synagogue), Washington (Washington National Cathedral), Philadelphia, Tokyo (The Shinguya Philharmonic), Moscow (Catholic Cathedral), Saint Petersburg (Shostakovic Philharmonic), Minsk (Philharmonic Orchestra), London (Westminster Abbey, St. Paul’s Cathedral), Edinburgh, Parijs (La Madaleine), Dijon, Montpellier, Berlijn (Kaiser Wilhelm Gedacthische Kirche), München, Leipzig, Dresden (Kreutxkirche), Wenen (St. Stefen Kathedraal, St. Augustin), Salzburg, Barcelona (Igualada), Valencia (Festival de Morella), Sevilla, Malaga, Brussel, Antwerpen, Amsterdam, Rotterdam, Bern, Zürich, Bazel, Lausanne, Warschau, Krakau, Gdansk, Boedapest, Praag, Rome (Pauselijk Instituut voor Heilige Muziek, Pantheon), Venetië, Florence, Palermo (Teatro Massimo), Principaute de Monaco-Montecarlo, Universiteit van Malta, Tunis (Kathedraal).

Als componist heeft hij een groot aantal symfonische, koor- en instrumentale werken geschreven, waaronder: de “Messa di Requiem”, opgedragen aan paus Johannes Paulus II en uitgevoerd in het Vaticaan; vijf Concerto’s voor orgel en orkest: het nr. 1 op. 29 uitgevoerd door het Philharmonisch Orkest van de staat Bielorussia, Minsk; nr. 3 uitgevoerd door het Franziskaner Orkest (Mozarteum), Salzburg; twee Concerti voor piano en orkest: nr. 1 uitgevoerd op het Festival van Hedendaagse Muziek, Bacau; nr. 2 uitgevoerd door het Egyptisch Philharmonisch Orkest, Caïro; “Magnificat” uitgevoerd door het Shinguya Philharmonisch Orkest, Tokio.

Marco D’Avola is Fellow van “The Royal College of Organists” in Londen, de “American Guild of Organists” in New York en van de “Fellowship of Rotarian Musicians P.H.F.”. (U.S.A.); hij is inspecteur van de regio Sicilië voor historische orgels; hij is titulair organist van de St. Johannes de Doper Kathedraal van Ragusa; hij is directeur van het Ragusa International Organ Festival.

Zijn muzikale composities zijn opgenomen en uitgegeven door Pauline Editions (Vaticaan), I.M.S. (New York), Triplo Press (U.S.A.), T.G.E. (Zwitserland), Halidon, Berben, Eurarte (Italië), en uitgezonden door RAI Radiotelevisione Italiana, de Vaticaanse Radio, de KCME Denver (U.S.A.), de Duitse, Franse, Spaanse, Poolse en Roemeense Televisies.

Met betrekking tot zijn Concerto op. 29 voor orgel en orkest schreef Prof. Jean Guillou: “Mijn complimenten voor dit werk: Ik heb ervan genoten door de grondigheid van je zeer consistente manier van schrijven. De ideeën worden consequent gevolgd en uw muzikale gedachten zijn lyrisch en altijd geleid door de nobelheid van het orgel waarvoor het orkest een grote schaduw lijkt te zijn die het met respect en eerbied, welsprekendheid en ernst bedekt” (Parijs, maart 2003). Prof. Harald Genzmer zei na het horen van zijn 2e Sonate voor orgel: “Pedaalsolo fantastisch! Ik had nooit gedacht dat mijn Sonate zo suggestief zou kunnen zijn” (München, augustus 1999).

Toelichting op het programma

Volgt

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Marc Fitze

Marc Fitze
Aanvang: 2025-09-27 16:00:00 u.
Einde: 2025-09-27 17:30:00 u.

Programma «Les 4 Elements»

Sigfrid Karg-Elert (1877—1933) Ciaconna con Variazioni op. 14,3 
Claude Debussy (1862—1918) (transcription pour orgue par Marc Fitze) L’Eau
Cathédrale engloutie (1910)
Manuel de Falla (1876—1946)
(transcription pour orgue par Marc Fitze)
Le Feu
Danza ritual del Fuego (La Danse du Feu)
Improvisation sur „Elia au Mont Horeb“
1. Burnout (Cromhorne en taille)
2. Fuite (Fughette)
3. Peur (Passacaglia)
4. Kol demamah dakah (la voix douce dans le silence)
Jehan Alain (1911—1940) L’Air
Aria (1938)
Francis Chapelet (*1934) La Terre
Etna 71 (basé sur enregistrements sonores du volcan actif)
Louis Vierne (1870-1937)   Allegro risoluto de la Symphonie N° 2 op. 20

Organist

Marc Fitze doceert orgel aan het conservatorium van Bern en is organist van de Heiliggeistkirche Bern, waar hij leiding geeft aan een gevarieerd muziekprogramma en de concertserie BarockZentrum.

Zijn concertactiviteiten omvatten optredens in Zwitserland, Duitsland, Italië, Frankrijk, Engeland, Spanje, Oekraïne, Mexico, Israël, Nederland, de VS en Japan. De afgelopen jaren was hij te gast bij gerenommeerde concertseries als het Lucerne Festival, Minato Mirail Hall Yokohama, Eglise St. Clothilde de Paris, Victoria Hall Genève, Rapallo International Organ Festival, St.-Bavo Haarlem, etc.

Hij heeft radio- en cd-opnames gemaakt in Zwitserland en de VS. Hij is lid van de Real Ixcuintleria, de Association des Amis de l’Art de Marcel Dupré en, als opvolger van Marie-Claire Alain, Vice-President van de International Jehan Alain Society gevestigd in Romainmôtier.

Hij studeerde aan de Basel Music Academy in de orgelklas van Guy Bovet en aan het New England Conservatory of Music in Boston/USA bij Prof. Yuko Hayashi. Hij sloot zijn studie in Bazel af met een docentendiploma en een solistendiploma en ontving in 2002 de Hans Balmer Prijs voor het beste orgeldiploma van het jaar. Hij vervolgde zijn studie bij Marie-Claire Alain, Jean Boyer, William Porter, Luigi Fernando Tagliavini, Peter Planyavsky en Joris Verdin.

Hij heeft zich ook gespecialiseerd in het kunstharmonium en de historische uitvoeringspraktijk ervan en bezit een privéverzameling historische Mustel harmoniuminstrumenten. Sinds 2009 treedt hij op als solo harmoniumspeler en als lid van grotere ensembles (Vienna Symphony Orchestra, Musikkollegium Winterthur, Bern Symphony Orchestra en Zürich Chamber Orchestra).

Toelichting op het programma

Dit programma neemt u mee op een muzikale reis langs de vier elementen: aarde, water, lucht en vuur.

OPENING Sigfrid Karg-Elert – Chaconne con Variazioni op. 14, nr. 3. Deze indrukwekkende variatiereeks opent het programma met een statige, plechtige chaconne. Door haar voortdurend transformerende herhalingen lijkt zij als een soort vijfde element de overige te bezielen en te doordringen.

ELEMENT WATER Claude Debussy – La Cathédrale engloutie Debussy schildert in klanken het beeld van een verzonken kathedraal die op mysterieuze wijze soms uit de diepte van het water oprijst. Golvende harmonieën, vage contouren en een langzame opbouw roepen de kracht en het raadselachtige karakter van water op.

ELEMENT VUUR Manuel de Falla – Danza ritual del fuego Deze rituele vuurdans uit het ballet El amor brujo (De betoverde liefde) is een bezwerende dans vol Spaanse hartstocht en vurige energie.

ELEMENT LUCHT Jehan Alain –  Aria In deze miniatuur zweeft de melodie als een zachte bries boven een eenvoudige begeleiding. Het werk ademt lichtheid en rust en vormt een bezinnend moment in het programma.

ELEMENT AARDE Francis ChapeletEtna 71 Gebaseerd op veldopnames van de actieve vulkaan Etna, verklankt Chapelet aardse dreiging en ondergrondse kracht. Bruisend, grommend en onvoorspelbaar roept het werk de onstuimige levendigheid van onze planeet op.

FINALE Louis Vierne – Allegro risoluto (uit Symfonie nr. 2). Als krachtig slot van dit concert klinkt het energieke eerste deel uit Vierne’s tweede orgelsymfonie. Dramatische wendingen, stevige akkoorden, ritmische vaart en luchtige virtuositeit maken dit tot een ware finale waarin alle vier elementen uit het programma lijken samen te komen.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Sietze de Vries

Sietze de Vries
Aanvang: 2025-09-27 16:00:00 u.
Einde: 2025-09-27 17:30:00 u.

Programma

Johann Sebastian Bach (1685-1750) Fantasia g-moll BWV 542
Johannes Brahms (1833-1897) Herzlich tut mich verlangen, opus 122 nr.10
Herzlich tut mich verlangen, opus 122 nr.9
Gabriel Fauré (1845-1924) Sicilienne (Pelléas et Mélisande op. 80)
César Franck (1822-1890) Fantaisie en La (Trois Pièces pour Grand Orgue, 1878)
Maurice Ravel (1875-1937) – Rigaudon (Le Tombeau de Couperin)
– Pavanne pour une infante défunte
Sietze de Vries Improvisatie

Organist

Sietze de Vries is organist van de Martinikerk te Groningen, hoofdvakdocent orgel en theoriedocent aan het Prins Claus Conservatorium aldaar en is internationaal actief als concertorganist. Speerpunt van zijn activiteiten vormt het improvisatie-ambacht in combinatie met oude orgels. Hiervoor ontwikkelde hij een heel eigen lesmethodiek, die gebaseerd is op de oude meesters. Deze methode is inmiddels ook online te volgen en heeft internationaal veel volgers.

Zelf studeerde Sietze de Vries o.a. bij Wim van Beek, Jan Jongepier en Jos van der Kooy. Hij won 15 prijzen bij orgelconcoursen, waaronder l’Europe & l’Orgue en het internationale improvisatieconcours Haarlem.

Als veelgevraagd speler, excursieleider, docent, jurylid en spreker, reist Sietze de Vries niet alleen door heel Europa, maar strekt zijn werkveld zich ook uit naar de USA, Canada, Rusland, Australië en Zuid-Afrika.

Sietze de Vries is de vaste begeleider van de Koorschool Noord Nederland en in die hoedanigheid werkt hij samen met zijn vrouw, dirigent Sonja de Vries. De Roden Girl Choristers hebben een klinkende reputatie als ambassadeurs van de Anglicaanse kerkmuziek, maar manifesteren tevens het belang om jong talent te ontwikkelen.

Naast genoemde activiteiten is Sietze de Vries actief als redacteur van het vakblad ‘Het Orgel’ en schrijft hij veel over improvisatie, orgelbouw en kerkmuziek.www.sietzedevries.nl

Toelichting op het programma

De Fantasia in g klein, BWV 542 van Johann Seb. Bach wordt meestal gekoppeld aan de fuga met het zelfde BWV-nummer, maar het is de vraag of Bach dat ook heeft gedaan. Er zijn immers alleen maar kopieën van deze twee werken overgeleverd, niet een handschrift van hemzelf. In slechts één handschrift zijn beide werken aan elkaar gekoppeld.

De uit vijf episodes bestaande Fantasia moet de toenmalige toehoorders zeer modern in de oren hebben geklonken met zijn vele chromatiek, gedurfde harmonisaties en voorhoudingen. We zouden het kunnen beschouwen als een (Nord-)Duitse versie van de Italiaanse Toccata di durezze e ligature en een laat voorbeeld van de stylus phantasticus. Juist door het afzonderlijk te spelen krijgt dit werk de aandacht die het verdient en die anders naar even geniale fuga gaat.

Johannes Brahms schreef de vijf jaar na zijn dood verschenen elf koraalvoorspelen op. 122 in 1896, het jaar dat zijn goede vriendin Clara Schumann overleed. Nr. 10 is donker gekleurd met de doorgaande beweging in het manuaal en de cantus firmus door de tenor in het pedaal. Nr. 9 behandelt de cantus firmus als een versierd koraal dat in de eerste zin en de herhaling daarvan door kruidige harmonieën wordt begeleid. De ontspanning komt in de daaropvolgende regel, maar aan het slot krijgt de frygische melodie een aeolische kleur.

Gabriel Fauré, opgeleid aan de Ecole de musique religieuse (Ecole Niedermeyer) was lange tijd kerkorganist en koordirigent om in zijn levensonderhoud te voorzien, onder meer achtereenvolgens aan de Saint-Sulpice, waar hij het koororgel bespeelde, en aan de Madeleine in Parijs waar hij na 1874 als plaatsvervanger.optrad van zijn oud-leraar Camille Saint-Saëns. Zijn kracht was de improvisatie waarvoor hij door zowel Widor als Saint-Saëns werd bewonderd. De enige orgelmuziek die van hem bekend is, zijn de begeleidingen van zijn religieuze koorwerken. De reden waarom hij geen orgelwerken is onbekend.

César Franck verzorgde zelf de eerste uitvoering van de Trois Pièces tijdens het concert dat hij op 1 oktober 1878 gaf op het nieuwe Cavaillé-Coll orgel in het Trocadéro. Daarbij droeg deze fantasie in het manuscript van de componist de titel Fantaisie-Idylle. Het werk kent vier thema’s. Daarvan klinkt het eerste unisono tijdens de eerste acht maten van het stuk. Na een korte overgang volgt het tweede thema dat van het eerste is afgeleid. Het wordt begeleid door repeterende akkoorden die in veel besprekingen van dit werk als ‘pianistisch’ worden aangeduid, terwijl het een zetting is die het heel goed doet op de tongwerken van het Récit. Dit thema gaat plotseling over in een lyrisch, syncoperend derde thema dat wordt begeleid door gebroken akkoorden. Een kort ‘choral’ op de Vox humana vormt een afsluitend vierde thema. Daarna volgt een lange doorwerking over de eerste drie thema’s die geheel aan het slot wederom uitmondt in het koraalthema. Wat betreft de vorm voert die dit werk al een heel eind in de richting van het Deuxième Choral.

Net als Fauré schreef Maurice Ravel niets voor orgel, maar reeds tijdens zijn leven verschenen in 1927 zes bewerkingen van verschillende van zijn composities. Met name het orkestrale Franse orgeltype leent zich goed voor de kleurrijke muziek van Ravel, en na enkele decennia in de ban gedaan te zijn, zijn bewerkingen weer in trek bij organisten en hun publiek.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Maarten Wilmink

Maarten Wilmink
Aanvang: 2025-09-27 16:00:00 u.
Einde: 2025-09-27 17:30:00 u.

Programma

Bij gelegenheid van Open Monumentendag 2025

Charles-Marie Widor (1844-1937) Allegro (uit: Symfonie no. 6 (Op. 42.2)
César Franck (1822-1890) Choral 2
Paul Dukas (1865-1935) (Arr. J. Scott) L’Apprenti Sorcier
Marcel Dupré (1886-1971) Souvenir (Op. 65bis)
Louis Vierne (1870-1937) Carillon de Westminster (uit: Pièces de Fantaisie, Suite 3 (Op. 54))

Organist

Maarten Wilmink werd geboren in 2001 en raakte op 12-jarige leeftijd gefascineerd door het orgel. Inmiddels voerde zijn concertagenda hem onder meer naar Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Italië en Litouwen en werd hij eersteprijswinnaar van verschillende orgelconcoursen.

Zijn orgelstudie begon in 2014 bij Louis ten Vregelaar en vervolgde hij in 2019 aan het conservatorium in Rotterdam. Hier studeerde hij bij Ben van Oosten en Zuzana Ferjenčíková. Daarnaast studeerde hij daar ook improvisatie bij Hayo Boerema en rondde hij de studie kerkmuziek af. Zowel zijn bachelor- als zijn master-examen orgel werden met een 10 beoordeeld en sloot hij daarmee beide summa cum laude af. In de tweede helft van 2025 zal hij zijn studie voortzetten in de vorm van een Konzertexamen Orgel in Saarbrücken (Duitsland), waar hij bij Notre-Dame organist Vincent Dubois zal studeren.

Naast zijn soloconcerten, treedt hij solistisch op met orkesten en begeleidt hij regelmatig koren en ensembles. Als kerkmusicus is hij sinds 2022 verbonden aan de St.-Stephanuskerk te Borne alwaar hij is aangesteld tot organist-dirigent. Voor de periode 2023-2024 ontving hij een tweejarige benoeming als organ scholar in Ratingen (Duitsland). Meermaals speelde hij tijdens Missen die live werden uitgezonden op NPO 2. Naast zijn activiteiten als uitvoerend musicus, is hij ook actief als privédocent orgel.

Maarten Wilmink werd prijswinnaar bij verschillende orgelconcoursen. Hij won eerste prijzen tijdens het SGO Orgelconcours 2018 (Groningen), het Quintus Orgelconcours 2021 (Kampen) en de Rino Benedet Organ Competition 2023 (Bibione (Italië)).

Toelichting op het programma

Dit concert opent met het openingsdeel uit de zesde symfonie van Charles-Marie Widor. Dit openingsdeel is groots van opzet: een krachtig en majestueus eerste thema dat gevolgd wordt door een virtuozer tweede thema. De expositie van deze twee thema’s vormt het begin van een indrukwekkende sonatevorm. Dramatiek en grandeur worden afgewisseld met lyrische momenten en deze afwisseling mondt uit in een overweldigend slot.

Franck schreef aan het einde van zijn leven zijn Trois Chorals voor orgel. Deze drie werken kan men zien als fantasieën over zelfgeschreven melodieën. In zijn tweede Choral vinden we brede bogen waaronder Franck met prachtige harmonieën rondom het thema van dit tweede Choral schildert.

Het programma vervolgt met een orkestwerk dat Jonathan Scott voor orgel bewerkte: L’Apprenti Sorcier (De Tovenaarsleerling). Dit symfonische gedicht uit 1897, gebaseerd op een tekst van Goethe, is tegenwoordig onder andere bekend van het gebruik in de Disney-film Fantasia. Disney maakte deze film met de muziek en tekst van Goethe als basis. We zien daarin dan ook hoe een onhandige tovenaarsleerling zijn bezem betoverde om een kelder schoon te maken, maar deze blijft maar water produceren. Er komen langzamerhand steeds meer bezems en water bij, waardoor de kelder onderloopt. Uiteindelijk komt de leraar terug en zien en horen we hoe dit verhaal – wel of niet goed – afloopt.

Marcel Dupré schreef aan het eind van zijn leven een kleine compositie, zijn Souvenir Op. 65bis, die gespeeld kon worden op het harmonium in een kapel van een begrafenis van een kennis waar hij zelf niet bij kon zijn. Hoewel hij het werk zelf niet uitgaf, werd de bladmuziek na zijn eigen dood alsnog verspreid.

Het concert wordt besloten met het Carillon de Westminster van Louis Vierne. Dit werk is een van zijn meest bekende werken en baseerde hij op de beroemde klokken van Westminster Palace in Londen. Het motief van dit carillon komt steeds terug en mondt uit in een majestueuze climax die een feestelijk besluit van dit concert vormt.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Stefano Molardi

Stefano Molardi
Aanvang: 2025-09-27 16:00:00 u.
Einde: 2025-09-27 17:30:00 u.

Programma

Marco Enrico Bossi  (1861-1925) Thème et Variations  Op. 115
(Thème, Var. I-VII, Finale)
César Franck (1822-1890) – Prière  Op. 20
– Pièce héroïque
Franz Liszt   (1811-1886) (arr. S. Molardi) Totentanz  S 126 (paraphrase on  Dies irae)

Organist

Organist, cembalist en musicoloog Stefano Molardi dankt zijn muzikale opleiding aan internationaal bekende figuren als Kooiman, Stembridge, Vogel, Tagliavini, en in het bijzonder aan Michael Radulescu, met wie hij studeerde aan de Universiteit voor de Kunsten in Wenen, en met wie hij samenwerkte tijdens de Académie Bach di Porrentruy (CH).

Als prijswinnaar bij talrijke internationale concoursen voor organisten, waaronder de Pasian di Prato (UD) in 1998, Viterbo (1996), en vooral in Brugge en bij de Paul Hofhaimer in Innsbruck, heeft Stefano Molardi een briljante carrière als solist en kamermusicus en speelde hij in enkele van de beroemdste zalen in Italië, Europa, Brazilië en de VS, zoals de Walt Disney Concert Hall in Los Angeles, de Sala Sao Paulo in Brazilië, de Musikverein in Wenen, de Carnegie Hall in New York, de Jordan Hall in Boston, het Concertgebouw in Amsterdam, het Teatro La Fenice in Venetië, enz.

Als organist trad hij op in prestigieuze festivals in Italië en Europa, zoals het Musica e Poesia in Milaan, Festival organistico internazionale in Treviso, Festival di Valvasone, Maastricht International Festival (NE), Wiener Orgelkonzerte, Historische Orgels Festival in Arnstadt en Orgelfestival in Nürnberg. In 2009 voerde hij de complete orgelmuziek uit van zowel F. Liszt als C. Franck.

Hij is professor aan de Scuola Universitaria di Musica della Svizzera italiana in Lugano (Zwitserland) en aan het Conservatorium van Brescia en geeft regelmatig masterclasses en lezingen over de Italiaanse barokuitvoeringspraktijk in Lugano, Siville, Dresden, Nüremberg en Boedapest.

Hij heeft ook opnames gemaakt met Tactus, Christophorus en Deutsche Grammophon. Sinds 2003 is hij exclusief artiest van de Zwitserse platenstudio Divox, zowel als solist als als dirigent van het barokorkest I Virtuosi delle Muse, waarmee hij grote erkenning kreeg van de critici (Amadeus, Early Music, Crescendo), en van de platenbladen (5 Diapason van het gelijknamige Franse tijdschrift, 5 sterren op Goldberg, 5 sterren en CD van de maand op Amadeus). Hij heeft ook opnames gemaakt voor SWR in Duitsland, MEZZO in Frankrijk, Radio France en Radio Suisse Romande.

Als dirigent treedt hij regelmatig op in Italië, Hongarije, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Spanje met repertoire dat varieert tussen Matthews Passin van Bach (Ferrara), Mozart’s Requiem (Festival dell’Aurora di Crotone), Ademira theaterstukken van Lucchesi uit 1784 (Teatro Dovizi di Bibbiena) Mitridate di Porpora del 1730-36 (Teatro Caldéron di Valladolid), il Farnace en Il Giustino van Vivaldi (Wenen, Theater an der Wien, Theatre des Champs-Elysées, Parigi); trad ook op in Bilbao, Oldenburg, Rheingau, Cremona (Festival Monteverdi), Parijs, Nantes, Monaco, Innsbruck, Londen, Montpellier, Schwetzingen en Dachau. Sinds 2018 werkt hij samen met violist Gian Andrea Guerra aan viool- en orgel/ klavecimbelliteratuur uit de 17e en 18e eeuw (Duo Seraphim).

Toelichting op het programma

Het programma van deze avond bevat enkele van de belangrijkste romantische componisten voor orgel en begint met Marco Enrico Bossi, een van de belangrijkste Italiaanse componisten tussen 1800 en 1900. Het Thème en Variaties is een werk van grote omvang, waarin de variaties zowel een symfonische betekenis krijgen als zangerig en virtuoos zijn.

Cesar Franck is een van de meest briljante internationale figuren voor het orgel in Frankrijk van de tweede helft van de 19e eeuw: duidelijk zijn de invloeden van componisten als Berlioz, Wagner, Listz, in het gebruik van de zogenaamde symfonische stijl toegepast op het orgel. De Prière en Pièce heroique drukken aan de ene kant een grote expressiviteit en diepgang uit, aan de andere kant een symfonische impuls van grote impact en expressieve kracht.

De Totentanz van Listz is een stuk voor piano en orkest gecomponeerd rond het midden van de 19e eeuw. De oorsprong van dit stuk is te danken aan een verblijf van de componist in Pisa waar hij de gelegenheid had om de begraafplaats te bezoeken, op het plein van het beroemde Piazza dei Miracoli waar een middeleeuws schilderij bewaard is gebleven dat de triomf van de dood van Buonamico Buffalmacco uitbeeldt. Liszt was diep ontdaan, zozeer zelfs dat hij dit suggestieve stuk componeerde, gebaseerd op de gregoriaanse sequens van het Dies Irae.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024

Nicolò Sari

Nicolò Sari
Aanvang: 2025-09-27 16:00:00 u.
Einde: 2025-09-27 17:30:00 u.

Programma

Johann Sebastian Bach (1685-1750) – Fantasie und Fuge in g-moll, BWV 542
– Allein Gott in der Höh sei Ehr, BWV 662
Robert Schumann (1810-1856) Vier Skizzen, op. 58
– I c-klein, non troppo veloce e molto marcato
– II C-groot, non troppo veloce e molto marcato
– III f-klein, Vivace
– IV Des-groot, Allegretto
Vincenzo Petrali (1830-1889) – Sonata Finale
– Sonata per l’Elevazione
Marco Enrico Bossi (1861-1925) Stunde der Freude op. 132 n. 5

Organist

Nicolò Antonio Sari, geboren in Venetië in 1987, studeerde met hoogste cijfers af in orgel en orgelcompositie aan het conservatorim ‘B. Marcello’ in Venetië, waar hij studeerde bij Elsa Bolzonello Zoya en Roberto Padoin. Hij won vele prijzen bij internationale orgelconcoursen: tweede prijs met eerste notering bij het J. P. Sweelinck concours in Amsterdam, eerste prijs bij de internationale concoursen in St. Julien du Sault (Frankrijk), Fano Adriano, Muzzana del Turgnano en Varzi. Andere prijzen in Graz en Borca di Cadore. Hij treedt op tijdens concerten in Italië en in het buitenland, als gast op belangrijke festivals. Hij trad op als solist met het Orchestra del Teatro La Fenice in Venetië en het Ravenna Chamber Orchestra. In 2012 voltooide hij de Biennio Specialistica in Organ (met onderscheiding) aan het conservatorium ‘A. Pedrollo’ in Vicenza bij Roberto Antonello. Momenteel volgt hij de Biennio Course in Harpsichord bij Patrizia Marisaldi. Hij is artistiek leider van het Internationale Orgelfestival ‘Gaetano Callido’ en organist van de kerken S. Trovaso en Carmini in Venetië.

Toelichting op het programma

In 1720 bezocht de jonge Johann Seb. Bach de Katharinenkirche in Hamburg waar de in zijn tijd beroemde, uit Nederland afkomstige Johann Adam Reincken organist was. Reincken was met name bekend vanwege zijn knappe improvisaties. Bach improviseerde daar een half uur over het koraal ‘Am Wasserflüssen Babylon’. Het verhaal gaat ook dat Bach van Reincken een thema op kreeg om over te improviseren, Dat was een Nederlands volkslied. Het Fuga thema van deze Fantasie en Fuga is daarvan afgeleid. Het is maar de vraag of de Fantasie en de Fuga bij elkaar horen. In veel manuscripten zijn ze afzonderlijk van elkaar overgeleverd. Ze passen door hun contrast wel goed bij elkaar. Tegenover de pathetische Fantasie staat de virtuoze fuga die van begin tot eind beweging uitstraalt en het thema in diverse toonsoorten laat horen.

Een groot contrast hiermee vormt de hierna volgende zetting van het koraal ‘Allein Gott in der Höh’ sei Ehr. Het is een zogenoemd ‘versierd koraal’ een vorm die zeer geliefd was in de Noord-Duitse orgelcultuur van de barok maar die ook de uit Midden Duitsland afkomstige Bach uitstekend beheerste. De solostem met al zijn melismen wordt begeleid door twee stemmen (alt en tenor) in de linkerhand en de bas in het pedaal. Bijzonder is dat de begeleidende stemmen niet slechts begeleidende akkoorden zijn, maar ieder voor zich zelfstandige stemmen vormen.

Robert Schumann en zijn vrouw, de pianiste Clara Wieck, huurden in 1843 een pedaalklavier dat onder hun vleugel kon worden geschoven. De bedoeling was dat ze thuis orgelwerken zouden kunnen instuderen, maar het resultaat was dat Schumann een aantal werken voor dit instrument schreef die ook op orgel uitvoerbaar zijn zoals de 6 Canons, op. 56, de 4 Skizzen op. 58 en de 6 Fuga’s over B-A-C-H op. 60 die alle in 1845/46 ontstonden.
In deze vier stukken is duidelijk de pianistiek van Schumann te herkennen, maar ook op orgel doen ze het zeer goed.

Vincenzo Petrali werd geboren in Crema en overleed in Bergamo. Hij was organist van de kathedraal in Cremona, de Basiliek Santa Maria Maggiore in Bergamo, muziekdirecteur van de kathedraal van Brescia en die van Crema et aan het eind van zijn carrière leraar aan het Lyceo Musicale van Pesaro (de geboortestad van Gioachino Rossini).
Petrali was een vertegenwoordiger van de Italiaanse theatrale-symfonische orgelstijl gebaseerd op de stijl van Rossini. In de tweede helft van de 19de eeuw onderging deze stijl invloeden uit Duitsland en Frankrijk en pas verdween met de opkomst van het Organo Celciliano..Maar tot die tijd waren de Italiaanse orgels van Serassi en Lingiardi naast het plenum voorzien van soloregisters (Registri di Concerto) en een batterij slagwerk met bekkens, grote trom en een klokkenspel, die allemaal door de organist zelf bediend konden worden. Bij de feestelijke Sonata finale moeten we deze ‘Banda militare’ er bij ons maar bij denken, maar het stuk geeft er duidelijk blijk van dat de scheiding tussen muziek voor de kerk en muziek voor het theater tot halverwege de 19de eeuw veel minder scherp was dan daarna.

Marco Enrico Bossi werd geboren in Sálo, een kleine provinciestad bij Brescia waar zijn vader Pietro organist was aan de kathedraal. Van hem zal hij wel zijn eerste orgellessen hebben ontvangen. Vervolgens ging hij naar het Liceo Musicale waar Polibio Fumagalli zijn orgelleraar was. Hijn maakte al vroeg internationale concerttournees die hem in contact brachten met io.m. César Franck, Alexandre Guilmant, Camille Saint-Saëns, Joseph Bonnet, Marcel Dupré, Charles M. Courboin en Karl Straube. Dankzij hem kwam ook de Italiaanse orgelmuziek onder de invloed van de symfonische Franse stijl hetgeen in de composities van Bossi te merken is. Zijn eigen stijl is wat behoudend en misschien ook wel oppervlakkig. We mogen daarbij niet vergeten dat hij te jong was voor de oudere generatie romantici en te oud voor de modernen zoals Dupré. Hora Gaudiosa, is een feestelijk stuk, misschien wat oppervlakkig, maar goed voor het instrument geschreven. Het is opgedragen aan de organist en componist Samuel Baldwiin uit New York.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein.
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024