https://willibrordusorgel.nl/category/agenda/agenda-verleden/page/4/
Geplaatst op: 3 februari 2026
2e ronde César Franck Concours 2022
Aanvang:
2022-10-06 10:00:00 u.
Einde:
2022-10-06 15:00:00 u.
In deze eerste ronde zullen maximaal 10 kandidaten, geselecteerd in de voorronde en gehoord in de eerste ronde, deelnemen aan het concours.
Het verplichte werk is: César Franck: Grande Pièce symphonique uit Six pièces.
Jury
De jury bestaat uit: Michel Bouvard (Toulouse/Parijs) Étienne Walhain (Doornik/Tournai) Petra Veenswijk (Delft)
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
1e ronde César Franck Concours 2022
Aanvang:
2022-10-06 10:00:00 u.
Einde:
2022-10-06 15:00:00 u.
In deze eerste ronde zullen maximaal 10 kandidaten, geselecteerd in de voorronde, deelnemen aan het concours.
De verplichte werken zijn: César Franck: Prière op. 20, uit: Six Pièces César Franck: Pièce héroïque, uit: Trois Pièces
Jury
De jury bestaat uit: Michel Bouvard (Toulouse/Parijs) Étienne Walhain (Doornik/Tournai) Petra Veenswijk (Delft)
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Matteo Imbruno
Aanvang:
2022-10-06 10:00:00 u.
Einde:
2022-10-06 15:00:00 u.
Programma
Aaron Copland (1900 – 1990)
Fanfare for the Common Man
Jan Welmers(1937-2022)
Litanie (1988)
Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847)
Variations serieuses op. 54 (bew. Reitze Smits)
Leon Boëllmann (1862-1897)
Suite Gothique Op. 25 – Introduction- choral – Menuet gothique – Prière a Notre-Dame – Toccata
Organist
Matteo Imbruno, afkomstig uit Pietramontecorvino, Italië, studeerde orgel in Bologna (Liuwe Tamminga), Rotterdam (Bernard Winsemius) en Lübeck (Martin Haselböck). Hij is huisorganist van de Oude Kerk in Amsterdam, dezelfde positie die Jan Pieterszoon Sweelinck in de 17e eeuw bekleedde. Matteo Imbruno is ook de huisorganist van het Museum Amsterdam Hermitage. Hij is actief als concertmusicus en speelde in de meest prestigieuze festivals en muziekcentra van Europa, Japan, Zuid-Amerika en de Verenigde Staten. Matteo Imbruno heeft regelmatig het voorrecht gehad om duorecitals voor twee orgels te geven met wijlen Gustav Leonhardt. Hij was gastdocent aan het Conservatorium van Buenos Aires, de Universiteit van Rosario, de Universiteit van Mendoza (Argentinië), Arizona State University (Phoenix USA) en Brown University (Providence USA).
Matteo Imbruno geeft masterclasses over de hele wereld en is een veelgevraagd lid van internationale jury’s. Hij heeft verschillende CD’s opgenomen over historische orgels in Nederland en Italië, en heeft opnames gemaakt voor de BBC radio London. Matteo Imbruno is artistiek directeur van het “Internationaal Orgelconcours Jan Pieterszoon Sweelinck” en van de “Fondazione Accademia di Musica Italiana per Organo (Pistoia)”.
Toelichting op het programma
Fanfare for the Common Man van de Amerikaanse componist Aaron Copland werd in 1942 geschreven voor het Cincinnati Symphony Orchestra onder leiding van Eugene Goossens en werd gedeeltelijk geïnspireerd door een toespraak eerder dat jaar van de toenmalige Amerikaanse vice-president Henry A. Wallace, waarin deze het aanbreken van de ‘Eeuw van de gewone man’ uitriep. Er zijn verschillende alternatieve versies gemaakt en fragmenten van het werk zijn verschenen in vee! daaropvolgende Amerikaanse en Britse culturele producties, zoals in films.
Copland schreef in zijn autobiografie over het verzoek: “Eugene Goossens, dirigent van het Cincinnati Symphony Orchestra, had mij eind augustus geschreven over een idee dat hij voor het concertseizoen 1942-1943 in praktijk wilde brengen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog had hij Britse componisten om een fanfare gevraagd om bij elk orkestconcert te beginnen. Dat was zo succesvol geweest dat hij deze procedure in de Tweede Wereldoorlog wilde herhalen met Amerikaanse componisten.” In totaal werden er in opdracht van Goossens tien fanfares geschreven, maar die van Copland is de enige die nog in het standaardrepertoire is blijven staan.
Jan Welmers studeerde orgel aan het Gronings conservatorium bij Wim van Beek en aan het Utrechts conservatorium bij Cor Kee. Daarna studeerde hij compositie bij Kees van Baaren. Hij was organist van de St.-Stevenskerk te Nijmegen. Van 1974 tot 1998 was hij docent voor het hoofdvak orgel en orgelimprovisatie aan het Utrechts conservatorium.
Naast orgelwerken schreef Welmers o.m. Muziek voor 2 clavecimbels (1974) en Querelles voor blokfluit en slagwerker. Ter gelegenheid van het 8e Internationale Congres voor Beiaardiers schreef hij in 1989 Songs voor beiaard. Zijn orgelwerken werden o.m. uitgevoerd door Kamiel d’Hooghe en Lien van der Vliet; de laatste wijdde in 1991 een serie van drie concerten aan zijn werk. Movements was verplicht werk tijdens de Internationale Orgeldagen Rijnstreek 1990. In 2003 was de première van Licht en Donker IV (voor koor en orgel, op teksten van Dag Hammarskjöld).
Karakteristiek voor Litanie is het gebruik van de z.g. minimal technique. Het werk is verdeeld in twee contrasterende delen. Het eerste deel is mild van klank, het tweede daarentegen is hard, bits en op den duur dreigend. Een zeven maal klinkend melodisch gegeven versterkt de eenheid en herkenbaarheid. Litanie bestaat één groot crescendo, verdeeld over het hele stuk. De beweging stolt uiteindelijk in klankdichtheid, verijlt en verdwijnt in het niets. Het stuk is opgedragen aan de Haagse organist en koordirigent Gerard Akkerhuis.
Variations sérieuses, op. 54, MWV U 156, schreef Felix Mendelssohn oorspronkelijk voor piano en bestaat uit een thema in d-klein en 17 variaties. Hij voltooide het op 4 juni 1841. Het werk is geschreven als onderdeel van een campagne om geld in te zamelen voor de oprichting van een groot bronzen standbeeld van Ludwig van Beethoven in zijn geboortestad Bonn. De uitgever Pietro Mechetti vroeg Mendelssohn om een bijdrage te leveren aan een ‘Beethoven Album’, gepubliceerd in januari 1842, waarin ook stukken van Liszt, Chopin, Moscheles en anderen stonden. De opbrengst daarvan zou naar het monument gaan.
Het is bekend dat Mendelssohn drie reeksen pianovariaties heeft geschreven, maar alleen deze werd tijdens zijn leven gepubliceerd. Veel van de variaties vereisen een virtuoze techniek. Mendelssohns goede vriend Ignaz Moscheles zei: “Ik speel de Variations Sérieuses keer op keer, elke keer geniet ik weer van de schoonheid.” Ook Ferruccio Busoni vond deze compositie erg mooi. Veel pianisten in de 20ste eeuw hadden het op hun repertoire, onder wie Vladimir Horowitz, Sviatoslav Richter, Alicia de Larrocha en Murray Perahia.
Al snel na het verschijnen volgde ook een bewerking voor orgel door de Nederlandse organist Jan Albert van Eijken die in het Duitse Elberfeld werkzaam was. De huidige bewerking is ruim anderhalve eeuw later vervaardigd door de eveneens Nederlandse organist Reitze Smits.
De Suite Gothique is de bekendste compositie van Léon Boëllmann die overigens ook nog een aantal andere orgelwerken componeerde die de moeite van het beluisteren waard zijn. Het eerste deel (Introduction-Choral) is in c-klein en bestaat uit geharmoniseerde koraalzinnen die eerst in forte akkoorden op het Groot Orgel (Grand-Orgue) en Pedaal worden gespeeld, en vervolgens piano worden herhaald op het Reciet Expressief. Het tweede deel (Menuet gothique) is in 3/4 maat en in c-groot. Het derde deel (Prière a Notre-Dame) is een zacht genre stuk op de Voix céleste in As majeur. De Toccata aan het slot is het bekendste deel van deze suite. Deze begint in c-klein op het Reciet-expressief en pedaal en voert in een voortdurend crescendo naar een slot op het ‘grand choeur’ waar het besluit in C-groot met een zogenoemde Picardische terts.
Ton van Eck
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2024
Paul van der Woude
Aanvang:
2022-10-06 10:00:00 u.
Einde:
2022-10-06 15:00:00 u.
Programma
Nicolas de Grigny (1672 – 1703)
Veni Creator – En taille à 5 – Fugue à 5 – Duo – Récit de cromorne – Dialogue sur les grands jeux
Mathieu Dijker (1927 – 2018)
Trittico Agostiniano (1988)
Robert Schumann (1810-1856)
Uit “Sechs Stücke in kanonischer Form” opus 56: – nr. 1 C-dur – nr. 2 a-moll – nr. 5 h-moll – nr. 6 H-dur
Paul van der Woude studeerde de hoofdvakken koordirectie, orgel en piano. Zijn docenten waren respectievelijk Reinier Wakelkamp, Maurice Pirenne en Rinus Groot. Hij volgde deze studies aan het Nederlands Instituut voor Katholieke Kerkmuziek te Utrecht en het Brabants Conservatorium te Tilburg.
Na zijn opleiding, die hij afsloot met diploma’s voor docerend en uitvoerend musicus, startte hij een veelzijdige carrière als dirigent, pianist, organist en koorbegeleider. Daarnaast volgde hij diverse cursussen (o.a. zomeracademie Haarlem, Bach interpretatie bij Piet Kee), behaalde prijzen bij concoursen en verdiepte zich in diverse uitvoeringspraktijken.
Paul van der Woude is vaste organist van de St. Augustinuskerk te Utrecht en bespeelt het historische Lindsen orgel (1843). Hij geeft regelmatig concerten door heel Nederland en verleende zijn medewerking aan diverse radio- en CD opnamen. Als pianist houdt hij zich voornamelijk bezig als begeleider van diverse vocalisten en instrumentalisten.
Toelichting op het programma
Nicolas de Grigny, geboren te Reims, studeerde in Parijs en was organist van de Abdijkerk Saint-Denis. Toen hij terugkeerde naar Reims trad hij in de voetsporen van zijn vader en grootvader als organist van de kathedraal in zijn geboortestad. Hij componeerde voor orgel Premier Livre d’Orgue contenant une Messe et les Hymnes des principales fêtes de l’année. Het werd zijn enige orgelwerk, omdat Nicolas op 31-jarige leeftijd overleed. De hymne Veni Creator voor het feest van Pinksteren, bestaat uit 5 delen waar in het eerste deel de hymne op het pedaal en taille wordt gespeeld met een tongwerk..
De Nederlandse componist en organist Mathieu Dijker schreef zijn “Trittico Agostiniano” in 1988 voor Dorthy de Rooij, destijds organiste in de Augustijnenkerk in Eindhoven, de kerk waar Dijker 36 jaar lang de muzikale leiding had. Twee gebrandschilderde ramen over Augustinus’ doop en dood in de Paterskerk waren voor Mathieu Dijker de inspiratiebron voor zijn compositie Trittico Agostiniano. De melodieën die aan het werk ten grondslag liggen zijn de sequentia en hymne van het Augustinusfeest. Gedragen en zacht klinkt in een vrije vertaling de sequentia die de opmaat vormt voor het allegro. Het 3-stemmige middendeel is een peinzende wandelgang met een onverstoorbare bas, herhaalde figuren in de middenstem met daarboven de uitstraling van de melodie Magne Pater Augustine. Zo ontstaat deze “Trittico Agostiniano”, een naam die ook verwijst naar de kernvisie van Augustinus dat de Vader, Zoon en Heilige Geest als Drie-eenheid volledig gelijkwaardig, onveranderlijk en oneindig zijn. Het derde en laatste deel is een levendige toccata.
Aan het begin van 1845 verdiepten Robert Schumann en zijn vrouw Clara zich in het contrapunt uit grote bewondering voor Johann Sebastian Bach. Zo ontstonden de studies opus 56 met ondertiteling Sechs Stücke in kanonischer Form. De 6 stukken zijn evenals de later gecomponeerde BACH fuga’s geschreven voor vleugel met een bijgebouwd pedaalregister (Pedalflügel), maar komen op orgel uitstekend tot hun recht.
De zes orgelsonates van Félix Mendelssohn-Bartholdy behoren tot het standaardrepertoire voor orgel. Naar aanleiding van enkele succesvolle orgelconcerten die de componist op zijn reizen in Engeland gaf in onder meer Oxford, Birmingham en Londen, wilden de uitgevers Coventry en Hollier niets liever dan Mendelssohn’s unieke stijl van orgelspel delen met een groter publiek en zij gaven hem daarom in 1844 de opdracht een aantal ‘voluntaries’ te schrijven. Strikt genomen week hij met zijn ‘sonates’ dus enigszins af van de concrete opdracht. Als uitvoerend musicus was Mendelssohn intensief bezig met de werken van Johann Sebastian Bach. Nadat hij een fuga van Bach had ingezien, bestudeerde hij diens orgelwerken op een Pedalflügel. De tweede sonate bestaat uit 4 delen. De eerste 2 delen staan in c-klein. Het derde en vierde deel staan in de toonsoort C-groot. Het vierde deel heeft als afsluiting van deze sonate een fuga.
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2024
Rob Nederlof
Aanvang:
2022-10-06 10:00:00 u.
Einde:
2022-10-06 15:00:00 u.
Programma
Orgelmuziek uit het “Fin de Siècle” in Frankrijk, België en Nederland Aan elkaar opgedragen composities
Gabriel Pierné (1863 – 1937)
Trois Pièces Op. 29 – Prélude (à Monsieur Samuel Rousseau) – Cantilène (à Monsieur Théodore Dubois) – Scherzando de Concert (à Monsieur Alexandre Guilmant)
Théodore Dubois (1837 – 1924)
Cortège Funèbre (à Gabriel Pierné)
Théodore Salomé (1834 – 1896)
Pastorale (à mon ami Alexandre Guilmant)
Alexandre Guilmant (1837 – 1911)
3e Sonate in c mineur (à mon ami Théodore Dubois) – Preludio – Adagio molto – Fuga
Samuel Rousseau (1853 – 1904)
Elégie (à Gabriel Pierné)
Joseph Callaerts (1830 – 1901)
Petite Fantaisie (à Alexandre Guilmant)
Christiaan Frederik Hendriks jr. (1861-1923)
Deux Pièces pour Grand-Orgue Op. 9 – Prélude et Fugue (à Th. Salomé) – Toccata (à Th. Dubois)
Organist
Rob Nederlof (1959) studeerde orgel (bij Maurice Pirenne), piano (bij Alexadru Hrisanide) en klavecimbel (bij Gerard Dekker) aan het Brabants Conservatorium te Tilburg. Hij sloot zijn drie studies af met het behalen van de diploma’s Docerend en Uitvoerend Musicus voor alle drie de instrumenten. Rob volgde diverse meestercursussen in binnen- en buitenland o.a. bij Bernard Lagacé, Albert de Klerk, Piet Kee en Luigi Tagliavini. Tevens studeerde hij nog een jaar bij Prof. Gisbert Schneider aan de Folkwang Hochschule te Essen (Duitsland).
Hij concerteerde in vele belangrijke concertzalen en kerken in heel Europa (onder andere Smetana-zaal en Rudolfinum in Praag, Berliner Dom, Thomaskerk Leipzig, Sint-Bavokerk Haarlem, Stephansdom Wenen, Dom van Salzburg, Capella St. Petersburg en in het Concertgebouw Amsterdam).
Ook heeft hij meegewerkt aan een groot aantal cd-opnames en is hij regelmatig te beluisteren en te zien op radio en televisie. Rob Nederlof is docent aan het Factorium Tilburg, Podiumkunsten en is organist van de Heuvelse Kerk en Petrus en Paulus kerk te Tilburg en van de Sint Jan in Goirle.
In 2021 is hij benoemd tot Stadsorganist van Tilburg. Ook speelde hij een eigen bewerking van Bohemian Rhapsody op het Smits-orgel van de Heuvelse Kerk in Tilburg tijdens de uitzending van de stemweek voor de Top 2000 aller tijden op NPO 2 Radio.
Toelichting op het programma
Voor dit programma heb ik muziek gezocht uit het Fin de Siècle: een bijzondere tijd in Frankrijk en België waarin iedereen zoekend was hoe nu verder te gaan. Economisch ging het voor de wind en er was geld genoeg om mooie dingen te maken vandaar ook de naam Belle Epoque: het mooie tijdperk.
Het was een tijd van overdaad en decadentie. Kunstenaars begonnen zich af te zetten tegen het romantische realisme en het impressionisme kwam op. In de muziek sloegen componisten als Debussy, Satie en Ravel nieuwe wegen in en zijn de vertegenwoordigers van de nieuwe tijd. Dit programma is samengesteld met stukken van de “ouderwetse” componisten die nog in de Frans-romantische stijl bleven componeren. In die tijd was het de gewoonte om muziekstukken aan iemand op te dragen. Uit vriendschap maar vaak ook om in het gevlei te komen bij een toonaangevend musicus. Ik vond het wel een leuk idee om stukken te zoeken die de componisten aan elkaar hebben opgedragen, waardoor ik zelfs bij Belgische en Nederlandse componisten terecht kwam. Rob Nederlof
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage, b.v. via onderstaande QR-code (openen vanuit uw bank-app).. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2024
Elena Roce
Aanvang:
2022-10-06 10:00:00 u.
Einde:
2022-10-06 15:00:00 u.
Programma
Franjo Dugan (1874 – 1948)
Tokata u g-molu (1895)
Andrija Motovunjanin / Andrea Antico da Montona (ca. 1480 – na 1538)
– Vergine bella che del sol vestita (B. T.) – Chi non crede (B. T.)
Albe Vidaković (1914 – 1964)
Fantazija i fuga u f-molu (1945)
Anđelko Klobučar (1931 – 2016)
II. Sonata za orgulje (1968) Maestoso, Largo Presto possibile
Franjo Lučić (1889 – 1972)
Elegija (1935)
Branko Okmaca (1963)
Triptih: I. Allegro ma non troppo II. Adagio III. Allegro
Organist
Elena Roce (1994) is geboren in Pula (Kroatië), waar ze haar basis- en middelbare school opleiding voltooide. Na met succes haar orgeldiploma behaald te hebben bij Eduard Kancelar, schreef zij zich in bij de MA in Zagreb met als hoofdvak orgel. Een jaar later studeerde ze solozang bij Art Cvetan Pelcic.
Ze kreeg verschillende regionale- en staatsprijzen en nam deel aan een groot aantal voornamelijk renaisssance en barok getinte orgel- en zangseminars van o.a. Katarina Livljanic, Josep Cabré, Igor Paro, Vlasta Gyura ,Thomas Ospital en van Louis Robilliard. Naast orgelrecitals en kamerconcerten brengt ze ook renaissance- en barok zangrepertoire ten gehore, waarbij ze begeleid wordt door uitstekende luitisten als Igor Paro en Ema Stein. En met organisten als Kresimir Klaric en Jeroen Koopman trad ze op op festivals als het Dvigrad Festival, het Renaissance Festival Koprivnica en het Vukovar Festival.
Sinds 2012 is zij als hoofdorganist verbonden aan de Cathedral of Saint Mary’s Assumption in Pula. En ook in het Oratoriumkoor Cantores Sancti Marci en in het Renaissance-ensemble Marco Polo zingt ze sinds 2015. In 2017 werd ze externe medewerker aan de Muziekschool in Karlovac en artistiek directeur/producent van het Organum Histriae. En in 2018 werd ze toegelaten tot het Erasmus uitwisselingsprogramma van het Conservatorium van Amsterdam, in de orgelklas van Matthias Havinga. Ook nam ze deel aan het professionele kamerkoorproject van hedendaagse muziek ‘Meesters & gezellen’ onder leiding van Nils Schweckendiek en Geert Berghs.
Toelichting op het programma
Hoewel Kroatië nog geen vier decennia een onafhankelijk land is, is de geschiedenis zeer rijk en interessant. Wat de orgelcultuur betreft kunnen we niet spreken van een specifieke, onafhankelijke orgelbouwtraditie zoals vele andere in Europa (Duits, Spaans, Italiaans, Frans, Nederlands…), maar we kunnen nog steeds een grote verscheidenheid aan verschillende stijlen waarnemen. op een heel klein grondgebied. Over het algemeen ontwikkelde de orgelbouwtraditie zich onder twee grote invloeden: Venetiaans aan de kust en Zuid-Duits in het binnenland.
Aan de oostkust van de Adriatische Zee (een deel van het huidige Kroatië) zijn veel grote namen geboren, die de beste opleiding van die tijd kregen en onuitwisbare sporen in de geschiedenis achterlieten. Een van hen was Petar Nakić / Pietro Nacchini (1694 – 1770), een ingenieuze orgelbouwer uit Šibenik, die tegenwoordig wordt beschouwd als de “vader” van de Venetiaanse orgelbouw, en wiens prestaties tot het midden van de 20e eeuw door velen werden gevolgd waaronder grote orgelbouwers, zoals Gaetano Callido (1727 – 1813).
Voor hem kwam een zeer belangrijke persoonlijkheid uit het hart van Istrië, een schiereiland in de noordelijke Adriatische Zee, uit Motovun (Montona). Het is de geboorteplaats van Andrija Motovunjanin, beter bekend in de wereld als Andrea Antico da Montona, een beroemde drukker en grote rivaal van Ottaviano Petrucci. Antico was de eerste persoon die orgelmuziek drukte in 1517 – Frottole intabulate da sonare organi, libro primo. Door de eeuwen heen componeerden veel componisten, vooral aan de kust in de grotere steden en culturele centra (Split, Dubrovnik, Zadar, Rijeka…), enkele kleinere orgelstukken of gewijde vocale muziek waarbij het orgel slechts een begeleidende rol speelde. Pas in de 19e eeuw werd het schrijven van orgelstukken onafhankelijker, vooral in de huidige hoofdstad Zagreb, waar de kathedraal de belangrijkste plaats was voor de beoefening van kerkmuziek. Deze kathedraal heeft een prachtig Walcker-orgel uit 1855 (de originele speeltafel bestaat nog steeds!), maar dit instrument werd, samen met de kathedraal, zwaar beschadigd tijdens de aardbeving van 2020 en de toekomst van dit orgel is nog steeds twijfelachtig.
Er werd veel orgelmuziek gepubliceerd in het tijdschrift ”Sveta Cecilija – list za crkvenu glazbu s prilogom” (St. Cecilia – tijdschrift voor kerkmuziek met bijlage), in de periode dat Franjo Dugan (1874 – 1948) een van de belangrijkste figuren en leraar van een hele generatie was. Hij was een van de meest vooraanstaande componisten die tevens dertig jaar lang de functie van hoofdorganist van de kathedraal van Zagreb bekleedde. We vieren zijn 150ste geboortedag dit jaar. Zijn Toccata in g mineur is een van zijn meest populaire werken, en dit stuk vertegenwoordigt zijn muzikale taal zeer goed – hij was een voorstander van de Ceciliaanse beweging en schreef muziek die op elk moment de liturgie kon begeleiden; muziek geïnspireerd door het gregoriaans, maar ook door een zeer lange Kroatische volkszangtraditie, een uniek fenomeen – muziek die sinds de 9e eeuw in rooms-katholieke riten werd gezongen, maar in de volkstaal, oud-Slavische taal, geschreven in het Glagolitische alfabet ( terwijl de rest van Europa alleen Latijn mocht gebruiken). Zijn werk als kerkmuzikant, pedagoog (professor orgel en hoofd van de compositieafdeling aan de Muziekacademie in Zagreb) en concertorganist veranderden de richting van de ontwikkeling van kerkmuziek in Kroatië.
Franjo Lučić, een van de meest vooraanstaande leerlingen van Franjo Dugan, begon op negenjarige leeftijd als zeer begaafd kind orgel te spelen. Zijn pedagogische werk aan de Muziekacademie in Zagreb was zeer belangrijk (hij liet talloze didactische boeken op het gebied van de muziektheorie achter), hoewel zijn grootste impact op het gebied van kerkmuziek ligt. Hij was zeer productief als componist en schreef veel orkestrale en vocale (wereldlijke) werken waarin hij veel volksmelodieën en dansen verwerkte. Het is zijn gewijde zang- en orgelmuziek die opvalt. Hoewel hij zijn Elegija (Elegy) in 1935 voor orgel schreef, arrangeerde hij het al snel voor orkest en slechts twee jaar later werd het uitgevoerd. Zijn studenten haalden herinneringen op die hij zelf beschreef: ”Toen ik dit stuk aan het schrijven was, kon ik voor mijn ogen open velden zien, zachtjes gestreeld door de laatste zonnestralen aan het eind van de dag…”. Dit tafereel is zeer goed geschilderd, met een melancholische sfeer, prachtige melodieën en volksmotieven uit zijn land.
Een andere uitmuntende leerling van Dugan, is Albe Vidaković, een priester, die ook een deel van zijn muzikale opleiding ontving aan het Pontificium Institutum Musicae Sacrae in Rome, stichtte een Instituut voor Kerkmuziek als onderdeel van de Katholieke Faculteit der Godgeleerdheid in Zagreb. Dat draagt nog steeds zijn naam. Net als Lučić en Dugan gaf hij ook les aan de Muziekacademie van Zagreb, hoewel hij vooral bekend is vanwege zijn werk als Regens Cori aan de kathedraal van Zagreb en vanwege het componeren van veel gewijde muziek, waarvan de belangrijkste missen in het Latijn, Kroatisch en Oudslavisch zijn. Hij ook wordt herinnerd als een goede improvisator, maar schreef slechts zes stukken voor orgel, waarvan Fantazija i fuga u f-molu (Fantasie en Fuga in F mineur) wordt beschouwd als een van de belangrijkste Kroatische orgelstukken. Het is geschreven in de zeer dramatische oorlogs- en naoorlogse periode, wat resulteerde in een dramatische en chromatische opening van de fantasie, die kalmeert door een zeer emotionele ‘koor’-sectie, die een beetje doet denken aan de muziek van Cesar Franck, en vervolgt met een beslissende fuga, die ook veel ‘mi contra fa’ momenten bevat, wat zijn kennis van eerdere stijlen en het geweldige onderzoek dat hij deed op het gebied van de musicologie alleen maar bevestigt.
De belangrijkste Kroatische componist en organist van de 20e eeuw, Anđelko Klobučar, die zich vooral liet inspireren door het luisteren naar de live-improvisaties van Olivier Messiaen, bouwde niet alleen in eigen land maar ook in het buitenland naam op (in 1978 gaf hij een concert in de Notre-Dame van Parijs, wat zeer zeldzaam is in de context van Kroatische organisten). Hoewel hij compositie studeerde in Parijs, wijdde hij het grootste deel van zijn leven aan het lesgeven aan jonge Kroatische componisten en organisten, gaf hij vele inwijdingsconcerten van nieuwe/gerestaureerde orgels in Kroatië en opende hij nieuwe horizonnen voor jonge generaties muzikanten. Zijn muzikale taal was zeer eigentijds, maar niet te extravagant en toch aanvaardbaar voor het grote publiek, wat wordt bevestigd door het feit dat zijn koorwerken, psalmen en missen regelmatig tijdens de zondagse vieringen worden uitgevoerd.
Een van de belangrijkste en meest productieve hedendaagse Istrische componisten is ongetwijfeld Branko Okmaca, die ook actief is als dirigent, organist en professor aan de Muziekacademie in Pula. Hij heeft talloze onderscheidingen ontvangen voor zijn bijdrage aan de cultuur en heeft veel stukken geschreven die de lokale muziektaal promoten (bijvoorbeeld koorwerken in het Istrische dialect). In zijn Triptih gebruikte Okmaca ook veel elementen uit de volksmuziek: samengestelde ritmes, die heel gebruikelijk zijn in dansen (5/8, 7/8), en specifiek voor Istrië: dissonanten. De regio Istrië staat algemeen bekend om zijn niet-getempereerd gestemde instrumenten, zoals de roženice (een zeer archaïsche versie van de middeleeuwse sjalmai) en de mih (een soort doedelzak), terwijl de Istrische toonsoort, sinds 2009 beschermd door Unesco, gemakkelijk te vinden is, herkenbaar in dit werk, door de strakke intervallen – een cadans waarin verminderde tertsen (bijvoorbeeld C# en Eb) in unisono (D-D) oplossen.
Elena Roce
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage, b.v. te voldoen door gebruik te maken van onderstaand QR-code vanuit uw bankapp. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2024
Jeroen Pijpers
Aanvang:
2022-10-06 10:00:00 u.
Einde:
2022-10-06 15:00:00 u.
Programma
Nicolas de Grigny (1672-1703)
Pange Lingua – Hymne en taille – Fugue – Récit du chant de l’Hymne précédent
César Franck (1822-1890)
Fantaisie en la
Pierre Cochereau (1924-1984)
Trois Variations sur un thème chromatique
Daniel Roth (1942)
Triptique – Prélude – Andante – Toccata
Eugène Gigout (1844-1925)
Grand Choeur Dialogué
Organist
Organist Jeroen Pijpers is gespecialiseerd in kerkmuziek, met name in het gregoriaans. Daarnaast heeft hij veel ervaring in het begeleiden van koren, ensembles en solisten. Jeroen is een veelzijdig musicus: hij is uitvoerder van oude muziek uit de Nederlanden, Spanje en Italië maar is ook uitvoerder van Franse orgelmuziek, van barok tot hedendaags.
Jeroen Pijpers kreeg in zijn jeugd les van Bernard Bartelink. Hij studeerde vervolgens bij Joris Verdin, aan het Lemmensinstituut in Leuven (B) en aan de Hogeschool Utrecht bij Jan Raas. Hij volgde onlangs zijn masteropleiding bij Hans Leenders en Marcel Verheggen aan het Conservatorium van Maastricht.
Bij Kunstfactor volgde hij een specialisatiecursus gregoriaans, gedoceerd door Hans Leenders en hij volgde een cursus kinderkoor leiden bij Catrien Posthumus Meyjes.
In 2022 was hij samen met sopraan Margarita Dudčaka prijswinnaar bij de wedstrijd voor orgel en zang te Neuss. Samen met sopraan Margarita Dudčaka en violiste Irina Trajkovska vormt Jeroen het ensemble Omnes Terminos. Hij is organist van de oud katholieke parochie Heilige Georgius te Amersfoort
Toelichting op het programma
Het Pange Lingua wordt in de rooms-katholieke kerk gezongen tijdens de aanbidding van het Allerheiligste. Het gezang is tevens een belangrijk element in de Avondmis op Witte Donderdag waarin het Allerheiligste naar het rustaltaar wordt gebracht. De Reimse organist en componist Nicolas de Grigny studeerde in Parijs en werd later organist van de kathedraal te Reims tot hij aan zijn dood op 31-jarige leeftijd. De Grigny schreef een aantal orgelwerken, o.a. geïnspireerd op vijf gregoriaanse hymnen. Het Pange Lingua is zeer uitgebreid geornamenteerd en bevat een 5-stemmige fuga met de melodie in de tenor.
De Fantaisie en la schreef César Franck medio 1878 in een verzameling van Les trois Pièces ter gelegenheid van de ingebruikname van het orgel in de concertzaal Trodacero (afgebroken in 1935). Het originele manuscript wijkt nogal af met de definitieve versie die in 1883 verscheen. Het centrale motief heeft zes noten, waarvan de eerste drie noten een A-majeur drieklank weergeeft. Twee herhalingen vormen samen een melodie van acht maten die gedurende het dertien minuten durende stuk steeds terugkeert. Het openingsgedeelte, dat een voorzang nabootst met een reactie in de vorm van een vierstemmig refrein, verandert tegen het einde in een iets meer Wagneriaanse stijl.
Pierre Cochereau was van 1954 tot aan zijn dood in 1984 organist van de Notre-Dame te Parijs. Zijn composities en improvisaties waren persoonlijk en herkenbaar. Hij schreef in 1963 de Trois Variations sur un thème chromatique, ter gelegenheid van een orgelconcours op het conservatorium van Parijs. Het werk is opgedragen aan Marcel Dupre. Cochereau heeft maar weinig composities nagelaten, wel zijn veel opnamen van zijn improvisaties bewaard gebleven en online terug te horen.
Daniel Roth was organist van de Parijse kerken Sacré-Coeur en nu emeritus-titularis van de eglise Saint-Sulpice. Medio 1995 componeerde hij de Triptique, een 3-delig werk met als thema de naam Cochereau. Roth schreef het werk in opdracht van de stad Ingolstadt.
Het Grand Choeur Dialogué van Eugene Gigout is een spel of dialoog tussen ‘2 koren’ van het instrument, een groot koor en een ensemble. Het werk is in 1881 gepubliceerd in een bundel met 6 Pièces d’orgue. Gigout was verbonden aan de St. Augustin te Parijs.
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2024
Anton Doornhein
Aanvang:
2022-10-06 10:00:00 u.
Einde:
2022-10-06 15:00:00 u.
Programma
Louis Vierne (1870-1937)
Improvisation pour grand orgue (transcriptie: Jean-Michel Louchart)
Louis Vierne (1870-1937)
Uit Triptique: Stèle pour un enfant défunt
Henry Mulet (1878-1967)
Tu es Petra et portae inferi non praevalebunt adversus te Carillon
Treize Improvisations sur les versets de vêpres (Transcription de Jeanne Joulain)
Marcel Dupré (1886-1971)
Prélude et Fugue in C majeur op. 36, nr.3
Organist
Anton Doornhein werd op 27 augustus 1960 geboren te Rijnsburg. Al vroeg bleek zijn interesse voor het orgel; op negenjarige leeftijd kreeg hij zijn eerste orgellessen bij Nico de Raad te Katwijk. Na het behalen van diverse diploma’s ging hij in 1978 naar het Rotterdams Conservatorium.
Hier studeerde hij hoofdvak orgel bij Jet Dubbeldam. De studie sloot hij af met de diploma’s Docerend Musicus en Uitvoerend Musicus. Verder behaalde hij hier ook diploma’s voor pianospel.
Na zijn opleiding nam hij deel aan diverse cursussen, o.a. bij Albert de Klerk en Kamiel d’Hooghe. Verder volgde hij interpretatielessen bij Marie Louise Langlais-Jaquet aan het ‘Conservatoire International de Musique’ te Parijs, die bekroond werden met een unanieme toekenning van de Grand Prix.
In 1985 won hij het ‘Nationaal Orgelconcours’ te Leiden in de categorie romantiek en in 1988 werd hij prijswinnaar van het Internationaal Orgelconcours te Nijmegen. Bij het Internationaal Bach Concours 1995 in de Grote of Sint-Bavokerk te Haarlem was hij een van de finalisten.
Vanwege zijn verdiensten voor de Franse orgelcultuur ontving hij in 1997 de bronzen, en in 2004 de zilveren medaille ‘Arts, Sciences et Lettres’. In 2001 won hij drie prijzen bij het César Franck Orgelconcours in de Kathedrale Basiliek St.-Bavo te Haarlem: de tweede prijs, de publieksprijs en de Charles Tournemireprijs.
Anton Doornhein is werkzaam als muzikaal begeleider (o.a. als pianist) bij de Rotterdamse Dansakademie. Als organist is hij verbonden aan de R.K. Dominicuskerk in Rotterdam en aan de begraafplaats Oud Eik en Duinen te ‘s-Gravenhage.
Van zijn spel verscheen een aantal cd’s met daarop opnamen in de St.-Agathakerk te Lisse, de Grote Kerk te Beverwijk, de Mozes en Aäronkerk te Amsterdam en de Katarinakerk te Stockholm. In 2007 nam hij alle orgelwerken van Joseph Jongen op, die uitgekomen zijn in 2 cd-boxen van 2 cd’s. Dit oeuvre werd gespeeld in de Onze-Lieve-Vrouwe Kerk van Laken (België) en in de Marienbasilika van Kevelaer (Duitsland).
Toelichting op het programma
Een doorsnee van de ontwikkeling in de Franse orgelliteratuur van de 19e naar de 20e eeuw
1. Louis Vierne (1870-1937) Improvisation pour Grand Orgue (nr. 4, 1930), dat naast twee andere improvisaties onderdeel uitmaakte van vieringen in de Notre Dame, door Louchart in 2005 uitgeschreven. Hij was een leerling van Durflé. Vierne stond bekend als een groot improvisator. Dat is al gelijk duidelijk bij de opening: groots en imposant. Het thema wordt fors aangezet, om later te verglijden in doorwerkingen, waarin de melodie in het pedaal dominant doorlinkt en de rechterhand zich beperkt tot begeleidende akkoorden. Op het einde komen er rustige meditatieve akkoorden.
2. Louis Vierne (1870-1937) Uit Triptique (drieluik), op. 58 : Stèle pour un enfant défunt (gedenkpaal voor een overleden kind). Dit werk is duidelijk een herdenkingswerk: het begint met een etherisch klankspel, symboliserend de vluchtigheid van het leven. De toonzetting is daarom ook somberheid, die echter wordt overstemd door optimisme, met aarzelende chromatiek en ook berusting. Het motief wordt in bewerking herhaald, uitlopend in een wegstervend morendo.
3. Henry Mulet (1878-1967) Uit: Esquisses Byzantines (Byzantijnse Schetsen) (1914-1918), 10 gebundelde schetsen, als impressies van elementen uit de Sacré Cœur Monmartre Parijs). – “Tu es Petrus (Petra) et portæ inferi non prævalebunt adversus te” (Math.16,18) (Jij bent Petrus en de poorten van de onderwereld zullen jou niet overweldigen). Dit werk is het 10e en laatste deel van Esquises. Het is geschreven als was het een carillon, dit is ook de ondertitel van het werk. Daarom heeft het werk ook een karakter van een toccata. Een klankspel met als ondersteuning: gebroken akkoorden. In hevigheid neemt het toe, waarna het forte mindert tot een pianissimo. Het pedaal heeft hier een belangrijk functie van een laagliggende baslijn van de melodie. Na dit pianissimo neemt het forte tot een fortissimo toe. Een imponerend slot van de bundel. Mulet had een band met deze kerk, want hij was op Montmartre geboren.
4. Charles Tournemire (1870-1939) Uit L’Orgue Mystique (op. 55-57) – Uit In Assumptione Beatæ Mariæ Virginis (Maria ten hemenopneming) Vol 4 nr. 35. De onderstaan delen zijn voorspelen bij diverse onderdelen van de RK Eucharistie. – Prélude à l’ Introit is gebaseerd op de Gregoriaanse melodie: Gaudeamus omnes in Domino. (Laten wij verheugd zijn in de Heer). Een heel etherisch werk, waarin flarden van het Gregoriaans gebruikt worden. – Offertoire Assumpta est (opgenomen is zij). Dit deel bestaat uit afwisselingen van gedragen akkoordspel en het ophalen en weer gebruiken de stukken Gregoriaans. – Paraphrase-Carillon is een van de meest verblindende finale die Tournemire geschreven heeft. Het werk is opgebouwd als een weefsel van twee Maria-gezangen: De hymne “Ave Maris Stella” en de antifoon “Salve Regina.” Het werk bestaat uit drie delen, met als structuur: A1 – B – A2. In deze drie delen worden beide melodieën kunstig samengeweven Deel I is een stevig, robuust en speels stuk muziek, terwijl deel II dansachtig is en bezonnenheid uitstraalt. Grote akkoorden geven dit deel een mystiek aureool. De tinteling van het carillon is herkenbaar aan allerlei loopjes, het einde verdampt als een morendo. Het derde deel gebruikt de melodie van het eerste deel als een herhaling of inclusie, maar dan veel forser en massiever doordat het hele orgel aan de melodie een ander timbre geeft.
5. Pierre Cochereau (1924-1984) Treize Improvisations sur les versets de vêpres (Transcriptions de Jeanne Joulain) (1963) (13 Improvisaties over verzen uit vespers) (1963) De dertien improvisaties zijn alle experimenten om de reikwijdtes van het grote orgel langs alle kanten uit te proberen. Geen van deze . . . improvisaties lijken op elkaar, maar soms ontdek je verre overeenkomsten: Gevoel voor orgeltechniek, virtuositeit en klankcombinaties geven deze improvisaties kleur. Soms heftig, dan ingetogen, meestal met chromatische doorwerkingen. Te veel om elk deze improvisaties in een kort bestek grondig uit de doeken te doen.
6. Marcel Dupré (1886-1971) Prélude et Fugue in C majeur op. 36, nr 3 (1912) Dit werk staat terecht op het einde van dit concert. Hier komt alles bij elkaar als concertstuk. De virtuositeit, zijn toepassing van verschillende speelmanieren en inventiviteit. De prelude is vrij lyrisch en ingetogen, de fuga daartegen is puntig met veel staccato. Met een groots akkoord wordt dit concert eer aangedaan.
Gegevens concert
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina
Sponsoren 2024
Jan Willems – Ilse van Wuijckhuijse
Aanvang:
2022-10-06 10:00:00 u.
Einde:
2022-10-06 15:00:00 u.
Programma
Marcel Dupré (1886-1971)
Variations sur l’hymne ‘Ave Maris Stella’ – Ave Maris Stella* – Canon à la Quarte “Sumens illud ave” – Solve vincla reis* – Choral au Tenor “Monstra te esse”Virgo singularis* – Choral orné dans le style de J.S. Bach “Vitam præsta”Sit laus Deo Patri* – Final – Animato “Amen”
Francis Poulenc (1899-1963)
Priez pour paix, douce Vierge Marie*
Hendrik Andriessen (1892-1981)
– Deuxième Choral – Magna res es amor*
Paul De Maleingreau (1887-1956)
Prélude extrait Suite pour Orgue (opus 14)
Cesar Franck (1822-1890)
La Procession*
Louis Vierne (1870-1937)
Arabesque (uit: 24 Pièces en style libre – opus 31)
Hans Leenders (1965-)
Ave Maria
Maurice Duruflé (1902-1986)
Choral Varié sur le thème du ‘Veni Creator’ (opus 4) – Choral (Plein Jeu) Veni, creator Spiritus* – Variatie I “Qui diceris Paraclitus”: Poco meno lento (canon, melodie in pedaal) – Tu septiformis munere* – Variatie II “Accende lumen sensibus”: Allegretto – Hostem repellas longius* – Variatie III: Andante Expressivo (Melodie in pedaal – tenorligging) – Per te sciamus da Patrem* – Variatie IV: Final
* Orgel en zang
Organist
Jan Willems (*1980) is sinds 1 mei 2023 de nieuwe stadsorganist van Oosterhout. Jan studeerde Hoofdvak Orgel & Kerkmuziek aan het Brabants Conservatorium bij Bram Beekman, welke vakopleiding hij in het voorjaar van 2008 succesvol afsloot. Daarnaast volgde hij bijvakken voor improvisatie bij Henco de Berg (vrije improvisatie) en Geert Bierling (liturgisch orgelspel). De basis voor dit alles werd gelegd aan het Dongens Muziekinstituut bij Frans Bullens, bij wie hij in 2001 cum laude het D-examen behaalde.
Voor zijn ontwikkeling als kerkmusicus volgde hij enkele koordirectiecursussen bij de Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging (NSGV) en ontwikkelde dat verder aan het Brabants Conservatorium bij Ramon van den Boom en Martien van Woerkum. Aan de Folkwang Universität der Künste in Essen (D) verdiept hij zich sinds 2005 in de authentieke uitvoeringspraktijk van het Gregoriaans bij prof. Stephan Klöckner. Hij is dan ook mede-oprichter en dirigent van de Schola Bavonensis: een groep mannen die zich toelegt op het uitvoeren van zowel Gregoriaanse gezangen als gezangen uit het Nederlandstalig getijdengebed.
Na organist te zijn geweest van de Sint-Paulusabdij te Oosterhout en de Sint-Bavokerk te Raamsdonk, werd hij in 2007 benoemd tot hoofdorganist van de orgels van de Basiliek Sint-Jan-de-Doper te Oosterhout. In deze Basiliek is Jan naast kerkmusicus ook actief als artistiek adviseur bij de orgelserie die de Stichting Ludens hier jaarlijks organiseert. Ook zelf geeft hij regelmatig concerten, vaak samen met de sopraan Ilse van Wuijckhuijse, met wie hij een duo vormt. Het orgelspel van Jan is beluisteren op drie cd’s die tussen 2008 en 2011 zijn uitgebracht door de Brabantse Orgelfederatie.
Naast organist is Jan ook nog dirigent van RK Jongerenkoor YRDV, waarmee hij in 2014 het Nationaal Kampioenschap voor Jongerenkoren won. Ook dirigeert hij de Capella Catharina, het kamerkoor van de Catharinaparochie in Oosterhout. Met beide koren was hij meermalen te zien op TV. Als kerkmusicus zat hij bovendien van 2008 tot 2020 in de redactie van het Gregoriusblad, het tijdschrift van de Nederlandse Sint-Gregorius Vereniging (NSGV).
In het dagelijks leven is hij als docent Aardrijkskunde verbonden aan het Stedelijk Gymnasium in Breda, waartoe hij in 2003 afstudeerde aan de Universiteit Utrecht als Sociaal Geograaf (afstudeerspecialisaties Historische Geografie & Muziekgeografie). Op deze school startte Jan in 2006 een Schoolkoor op, hetgeen sindsdien op hoogtijdagen van de school klassiek (van Gregoriaans tot Gershwin) en eigentijds meerstemmig repertoire ten gehore brengt.
Toelichting op het programma
Marcel Dupré (1886-1971) – Variations sur l’hymne ‘Ave Maris Stella’
Dupré schreef de variatiereeks over deze bekende gregoriaanse Mariahymne in zijn bundel 15 versets pour les Vêpres du commun des Fêtes de la Sainte Vierge (opus 18). Het geeft een mooi voorbeeld van de destijds in Frankrijk veelvuldig voorkomende ‘ad alternatim-praktijk’. Orgel en zang wisselen elkaar af en ‘zingen’ om beurten een couplet. In de eerste variatie horen we een mooie canon tussen de grondstemmen en het pedaal. In de tweede variatie horen we een mystieke carillon-achtige begeleiding. De melodie wordt vertolkt door een tongwerk in de tenorligging. In de derde variatie heeft Dupré getracht een koraalprelude te maken, in de stijl van Bach, maar echter zonder zijn kenmerkende eigen idioom te verliezen. U hoort de rijkversierde koraalmelodie gezongen worden door de Cornet. De final is een typische Dupré-toccata avant la lettre. In een virtuoze opeenvolging van grote grepen, gespeeld met het volle werk, hoort u melodiefragmenten afwisselend in het pedaal en in de bovenstem.
Ave maris stella, Dei Mater alma, Atque semper virgo, felix coeli porta.
Sumens illud Ave Gabrielis ore, Funda nos in pace Mutans Evae nomen.
Solve vicla reis, profer lumen caecis. Mala nostra pelle, bona cuncta posce.
Monstra te esse Matrem, sumat per te preces, qui pro nobis natus, tulit esse tuus.
Virgo singularis, inter omnes mitis, nos culpis solutos, mites fac et castos.
Vitam praesta puram iter para tutum: Ut videntes Iesum semper collaetemur.
Sit laus Deo Patri, Summo Christo decus. Spiritui Sancto, Tribus honor unus. Amen.
Wees gegroet, Sterre der zee gezegende Moeder Gods en altijd maagd (gebleven), gelukkige poort des hemels.
Door deze eens door Gabriel gesproken groet aan te nemen: veranker ons in vrede door te veranderen (de herinnering aan) Eva’s naam.
Maak zondaars los uit boeien, breng aan de blinden licht. Wil bij ons kwaad verdrijven, vraag van ons alle goeds.
Toon ons onze Moeder te zijn, neem de aan u gerichte gebeden aan, die voor ons uw Kind hebt gedragen.
Voortreffelijke maagd vergeleken met alle anderen zo zachtmoedig maak ons, vrij van schulden zachtmoedig en rein.
Waarborg (ons) een rechtschapen leven, wijs ons de veilige weg zodat als we Jezus zien, dat we ons eeuwig verblijden.
Geloofd zij God de Vader, de hoogste eer voor Christus. En ook aan de Heilige Geest, de eer komt toe aan één wezen.
Francis Poulenc (1899-1963) – Priez pour paix, douce Vierge Marie*
Poulenc gebruikte in zijn liederen voornamelijk 3 thema’s: Liefde, Parijs en Vrede. De muziek die u vanmiddag hoort, schreef Poulenc in 1938 op een gedicht van Charles ‘d Orleans (begin 15e eeuw). In 1938 stond Europa immers op het punt om in oorlog met Hitler-Duitsland te raken. De Franse krant “Le Figaro” publiceerde het gedicht van Charles ‘d Orleans op het hoogtepunt van de spanningen. Dit raakte Poulenc en hij schreef er meteen zijn melodie op. Charles ‘d Orleans verlangde naar het einde van de oorlog van zijn tijd. Hij smeekt de Maria, alle moedigen en heiligen te bidden tot haar zoon, de Heiland. Hij eist dat Christus zijn blik op Zijn volk richt, voor wie Hij al Zijn bloed vergoten heeft en wil dat Hij zijn volk spaart voor de verwoestingen van de oorlog. De dichter smeekt de maagd nooit te stoppen met bidden voor vrede…de ware schat van vreugde. Poulenc schreef zijn melodie als een rustig, eenvoudig en eerbiedig gebed, dat nog steeds hard nodig is in deze tijd, waarin oorlog en zinloos geweld aan de orde van de dag zijn…
Priez pour paix, douce vierge Marie. Reine des cieux et du monde Maîtresse. Faites prier, par votre courtoisie. Saints et saintes et prenez votre adresse vers votre Fils. Requéreant sa hautesse. Qu’il lui plaise son peuple regarder. Que de son sang a voulu racheter. En déboutant guerre qui tout dévoye.De prières ne vous Veuillez lasser. Priez pour paix. Priez pour paix. Le vrai trésor de joye.
Bid voor vrede, lieflijke maagd Maria. Koningin des Hemels en Meesteres der wereld. Laat, op uw voorspraak, alle heiligen bidden en uw Zoon aanroepen. Smeek de Allerhoogste om te zien naar zijn volk, dat Hij verloste met zijn bloed. En laat hem de oorlogen uitbannen die alles vernietigen. Word toch niet moe van onze gebeden.Bid voor vrede, bid voor vrede de ware schat van vreugde.
Hendrik Andriessen (1892-1981) – Deuxième Choral (1916/1965)
Andriessen is een van de weinige Nederlandse componisten uit de 20e eeuw die ook in het buitenland enigszins bekend is geworden. Hij was organist hier in Haarlem (Josephkerk) en daarna in Utrecht (kathedraal) en directeur van twee conservatoria (Utrecht & Den Haag). Hij schreef voor orgel in totaal 4 Chorals, duidelijk afgeleid van de gelijknamige werken van zijn grote voorbeeld, César Franck. Het Deuxième Choral ontstond in 1916, vlak na het veel bekendere Premier Choral. Het bleef echter in manuscript, maar werd op aandringen van de toen bekende organist Feike Asma, in 1965 alsnog uitgegeven. Het werk begint met repeterende akkoorden in een dwingend syncopisch ritme. Na passages, opgebouwd uit triolen en chromatische figuren (fortissimo), keren de akkoorden terug, waarna een sober koraalthema opklinkt. Weer zijn er akkoorden te horen, nu pianissimo. Het koraalthema verschijnt in de tenor, waarna het in gevarieerde vorm wordt vergezeld door triolenpassages. In dynamische zin treedt er een verandering op: een stuwing, een terugkeer naar mildere tinten en dan een kloek alla-marcia-gedeelte (gespeeld met het volle werk), dat uitmondt in een triomfantelijk einde in D majeur.
Hendrik Andriessen (1892-1981) – Magna Res est Amor*
Andriessen schreef dit stuk voor solozang en orgel in 1920, naar een tekst van Thomas á Kempis (1380-1471). Complexe harmonieën en innige lyriek zijn ook in dit werk weer nadrukkelijk aanwezig. Het orgel fungeert niet enkel als continuo-begeleiding van de zangstem, maar heeft ook duidelijk een zelfstandige functie. Naast enkele solomaten, bepaalt het orgel namelijk volledig de harmonische structuur van het stuk: zonder de orgelbegeleiding zou er weinig van het stuk overblijven. Omgekeerd is dit opvallend genoeg niet zozeer het geval. Het werk wordt door velen gewaardeerd als Andriessens interessantste werk voor solostem.
Magna res est amor, magnum omnino bonum: Quod solum leve facit omne onerosum Et fert aequaliter omne inaequale. Nihil dulcius est amore, nihil fortius, nihil altius, nihil latius, nihil jucundius, nihil plenius nec melius in coelo et in terra. Quia amor ex Deo natus est, nec potest, nisi in Deo,Super omnia creata quiescere.
De liefde is iets groots, een in alle opzichten groot goed. Zij alleen maakt licht al wat ons bezwaart En weet alle tegenslag gelijkmoedig te dragen. Niets is zoeter dan de liefde, niets sterker, niets hoger, niets omvattender, niets aangenamer, niets voller, niets beter, in hemel en op aarde. Omdat de liefde uit God geboren is, kan zij, boven al het geschapene alleen rusten in God.
Paul de Maleingreau (1887-1956) – Prélude extrait Suite pour Orgue (opus 14)
Paul de Maleingreau werd in 1887 in een Noord-Frans dorpje geboren, maar groeide op nabij de Waalse provinciehoofdstad Namen. Hij studeerde aan het Brussels conservatorium orgel bij Alfons Desmet (een leerling van Lemmens) en contrapunt bij Edgar Tinel. Vanaf 1913 tot zijn pensionering in 1953 was hij als docent werkzaam aan hetzelfde conservatorium. Als componist publiceerde hij onder de artiestennaam Paul de Maleingreau meer dan honderd werken, waarvan veertig opusnummers voor orgel solo. De stijl van De Maleingreaus composities wordt doorgaans voorzien van het etiket ‘impressionistisch’, met een knipoog naar Claude Debussy.
De Prélude vormt het openingsdeel van de vierdelige Suite pour orgue. Het stuk begint met een expositie klaaglijke thema, dat langzaamaan aan kracht wint en naar een hoogtepunt toewerkt, maar dan ontbroken wordt door een gevoelig middendeeltje, gespeeld met de prachtige overblazende fluiten van het orgel…haast esoterische klanken! Hierna hervat het stuk weer in een sterkere registratie en werkt toe naar een nieuwe climax. Het lijkt dan uiteindelijk allemaal goed te komen en het stuk lijkt vrolijk te eindigen…maar nee, als een kaartenhuis zakt die vrolijkheid weer in elkaar en eindigt het in droefenis (maar wel hele mooie droefenis, waarin u de prachtige strijkers van het orgel hoort!). Een interessante kennismaking met een klankwereld die, hoewel nog geen eeuw van ons verwijderd, tamelijk onbekend is.
Cesar Franck (1822-1890) – La Procession (1888)*
Sacramentsprocessies kwamen vroeger veel vaker voor in de katholieke streken van ons land, vooral in de meimaand. Ook César Franck liet zich hierdoor inspireren door het gedicht La Procession van de dichter Charles Auguste Brizeux (1803-1858). Het stuk is eigenlijk voor sopraan en orkest, maar Franck bewerkte het zelf voor orgel. Van Franck stamt immer de uitspraak “Mon orgue? C’est un orchestre!“
Dieu s’avance à travers les champs! Par les landes, les prés, les verts taillis de hêtres. Il vient, suivi du peuple et porté par les prêtres: Aux cantiques de l’homme, oiseaux, mêlez vos chants! On s’arrête. La foule autour d’un chêne antique S’incline, en adorant, sous l’ostensoir mystique: Soleil! darde sur lui tes longs rayons couchants! Aux cantiques de l’homme, oiseaux, mêlez vos chants! Vous, fleurs, avec l’encens exhalez votre arôme! Ô fête! tout reluit, tout prie et tout embaume! Dieu s’avance à travers les champs.
Gods offerbrood nadert over de velden! Over de heide, de weide en langs de groene beukenbosjes, komt het, gevolgd door de mensen en gedragen door de priesters: met de gezangen der mensen, vogels, mengt uw lied! Men houdt stil. De menigte, rond een oeroude eik, knielt in aanbidding onder mystieke monstrans: Zon! Beschijn het met je langgerekte zonnestralen voor je ondergaat! Met de gezangen der mensen, vogels, mengt uw lied! Gij, bloemen, vermengt uw geur met de wierook! O feest! Alles glanst, alles bidt, alles geurt! Gods offerbrood nadert over de velden.
Louis Vierne (1870-1937) – Arabesque
De hoofdrol is in dit mediatieve stuk weggelegd voor de Flûte Harmonique. Deze prachtige impressionistische muziek werd geschreven de door de blinde organist van de Notre-Dame in Parijs, Louis Vierne, en doet zeker ook aan Debussy denken. Het werk komt uit de “24 Pièces en style libre” (opus 31).
Hans Leenders (1965-) – Ave Maria*
Leenders is organist van de ‘Sterre der Zee’ in Maastricht, koordirigent (van o.a. Studium Chorale) en orgeldocent aan het Maastrichts conservatorium. Daarnaast componeert hij met name vocale muziek. Ook was hele vele jaren gastdocent bij de Internationale Sommerkurs Gregorianik aan de Folkwang-Universität der Künste in Essen. In de zomer van 2018 hoorde Jan dit Ave Maria daar uitgevoerd worden en vond het prachtig. Hans gaf hem vervolgens de partituur om het samen met Ilse uit te voeren. In dit intieme werk zorgt het gebruik van noneakkoorden, samen met een mooie stemvoering, voor een overtuigend geheel, dat uitnodigt tot meditatie..
Maurice Duruflé (1902-1986) – Choral Varié sur le thème du ‘Veni Creator’ (Opus 4)
Achter Duruflé’s muziek gaat een groot streven naar perfectie schuil. Vanwege zijn zelfkritiek en goede smaak was Duruflé dan ook bepaald geen veelschrijver: hij was niet snel tevreden en bleef lang aan zijn composities schaven. Maar als er één componist is geweest die de modale wereld van het gregoriaans magnifiek naar het orgel kon vertalen, dan is het Duruflé geweest. Zijn belangstelling voor het gregoriaans deed hij op als zangertje in de koorschool van Rouen. Het werd een belangrijke inspiratiebron voor zijn muziek. Duruflés composities worden gekenmerkt door orde, helderheid en duidelijke vormgeving en getuigen van grote bewogenheid en veel poëzie. Hij zocht naar het bovenaardse en droeg dit over in zijn lessen en in zijn muziek. De bewogen harmonieën en typische registraties –die op ons orgel vrijwel letterlijk te realiseren zijn- dragen daar zeker toe bij.
Duruflé won met dit werk de eerste prijs voor een compositiewedstrijd in 1930, een jaar nadat hij benoemd werd in de Parijse kerk Saint-Etienne-du-Mont. Na een statige opening met het plenum, waarin de melodie van de hymne wordt geëxposeerd, volgen een aantal variaties. In de eerste variatie horen we een canon tussen het pedaal en de manualen. Voor variatie 2 schrijft Duruflé de ongewone combinatie Violon 8vt & Fluit 2 vt voor, begeleid door de Flûte Harmonique. In de derde variatie horen we de fraaie Voix Célèste, terwijl de melodie op het pedaal gespeeld wordt met de Fluit van het pedaal. De zeer virtuoze Final sleept ons mee vanuit een gesloten zwelkast naar een alsmaar forser wordende klank. Het stuk eindigt in een stralend tutti.
Veni, Creator Spiritus mentes tuorum visita Imple superna gratia quae tu creasti pectora.
Qui diceris Paraclitus, donum Dei Altissimi, fons vivus, ignis, caritas, et spiritalis unctio.
Tu septiformis munere, dextrae Dei tu digitus; tu rite promissum Patris, sermone ditans guttura.