Stichting Willibrordusorgel
https://willibrordusorgel.nl/category/agenda/agenda-verleden/page/5/?query-a9c5aa38-page=3
Geplaatst op: 18 april 2026


Elena Roce

Elena Roce
Aanvang: 2024-09-07 16:00:00 u.
Einde: 2024-09-07 17:30:00 u.

Programma

Franjo Dugan (1874 – 1948)  Tokata u g-molu (1895)
Andrija Motovunjanin / Andrea Antico da Montona (ca. 1480 – na 1538) – Vergine bella che del sol vestita (B. T.)
– Chi non crede (B. T.)
Albe Vidaković (1914 – 1964) Fantazija i fuga u f-molu (1945)
Anđelko Klobučar (1931 – 2016) II. Sonata za orgulje (1968)
Maestoso,
Largo
Presto possibile
Franjo Lučić (1889 – 1972) Elegija (1935)
Branko Okmaca (1963) Triptih:
I. Allegro ma non troppo
II. Adagio
III. Allegro

Organist

Elena Roce (1994) is geboren in Pula (Kroatië), waar ze haar basis- en middelbare school opleiding voltooide. Na met succes haar orgeldiploma behaald te hebben bij Eduard Kancelar, schreef zij zich in bij de MA in Zagreb met als hoofdvak orgel. Een jaar later studeerde ze solozang bij Art Cvetan Pelcic.

Ze kreeg verschillende regionale- en staatsprijzen en nam deel aan een groot aantal voornamelijk renaisssance en barok getinte orgel- en zangseminars van o.a. Katarina Livljanic, Josep Cabré, Igor Paro, Vlasta Gyura ,Thomas Ospital en van Louis Robilliard. Naast orgelrecitals en kamerconcerten brengt ze ook renaissance- en barok zangrepertoire ten gehore, waarbij ze begeleid wordt door uitstekende luitisten als Igor Paro en Ema Stein. En met organisten als Kresimir Klaric en Jeroen Koopman trad ze op op festivals als het Dvigrad Festival, het Renaissance Festival Koprivnica en het Vukovar Festival.

Sinds 2012 is zij als hoofdorganist verbonden aan de Cathedral of Saint Mary’s Assumption in Pula. En ook in het Oratoriumkoor Cantores Sancti Marci en in het Renaissance-ensemble Marco Polo zingt ze sinds 2015. In 2017 werd ze externe medewerker aan de Muziekschool in Karlovac en artistiek directeur/producent van het Organum Histriae. En in 2018 werd ze toegelaten tot het Erasmus uitwisselingsprogramma van het Conservatorium van Amsterdam, in de orgelklas van Matthias Havinga. Ook nam ze deel aan het professionele kamerkoorproject van hedendaagse muziek ‘Meesters & gezellen’ onder leiding van Nils Schweckendiek en Geert Berghs.

Toelichting op het programma

Hoewel Kroatië nog geen vier decennia een onafhankelijk land is, is de geschiedenis zeer rijk en interessant. Wat de orgelcultuur betreft kunnen we niet spreken van een specifieke, onafhankelijke orgelbouwtraditie zoals vele andere in Europa (Duits, Spaans, Italiaans, Frans, Nederlands…), maar we kunnen nog steeds een grote verscheidenheid aan verschillende stijlen waarnemen. op een heel klein grondgebied. Over het algemeen ontwikkelde de orgelbouwtraditie zich onder twee grote invloeden: Venetiaans aan de kust en Zuid-Duits in het binnenland.

Aan de oostkust van de Adriatische Zee (een deel van het huidige Kroatië) zijn veel grote namen geboren, die de beste opleiding van die tijd kregen en onuitwisbare sporen in de geschiedenis achterlieten. Een van hen was Petar Nakić / Pietro Nacchini (1694 – 1770), een ingenieuze orgelbouwer uit Šibenik, die tegenwoordig wordt beschouwd als de “vader” van de Venetiaanse orgelbouw, en wiens prestaties tot het midden van de 20e eeuw door velen werden gevolgd waaronder grote orgelbouwers, zoals Gaetano Callido (1727 – 1813).

Voor hem kwam een ​​zeer belangrijke persoonlijkheid uit het hart van Istrië, een schiereiland in de noordelijke Adriatische Zee, uit Motovun (Montona). Het is de geboorteplaats van Andrija Motovunjanin, beter bekend in de wereld als Andrea Antico da Montona, een beroemde drukker en grote rivaal van Ottaviano Petrucci. Antico was de eerste persoon die orgelmuziek drukte in 1517 – Frottole intabulate da sonare organi, libro primo. Door de eeuwen heen componeerden veel componisten, vooral aan de kust in de grotere steden en culturele centra (Split, Dubrovnik, Zadar, Rijeka…), enkele kleinere orgelstukken of gewijde vocale muziek waarbij het orgel slechts een begeleidende rol speelde. Pas in de 19e eeuw werd het schrijven van orgelstukken onafhankelijker, vooral in de huidige hoofdstad Zagreb, waar de kathedraal de belangrijkste plaats was voor de beoefening van kerkmuziek. Deze kathedraal heeft een prachtig Walcker-orgel uit 1855 (de originele speeltafel bestaat nog steeds!), maar dit instrument werd, samen met de kathedraal, zwaar beschadigd tijdens de aardbeving van 2020 en de toekomst van dit orgel is nog steeds twijfelachtig.

Er werd veel orgelmuziek gepubliceerd in het tijdschrift ”Sveta Cecilija – list za crkvenu glazbu s prilogom” (St. Cecilia – tijdschrift voor kerkmuziek met bijlage), in de periode dat Franjo Dugan (1874 – 1948) een van de belangrijkste figuren en leraar van een hele generatie was.  Hij was een van de meest vooraanstaande componisten die tevens dertig jaar lang de functie van hoofdorganist van de kathedraal van Zagreb bekleedde. We vieren zijn 150ste geboortedag dit jaar. Zijn Toccata in g mineur is een van zijn meest populaire werken, en dit stuk vertegenwoordigt zijn muzikale taal zeer goed – hij was een voorstander van de Ceciliaanse beweging en schreef muziek die op elk moment de liturgie kon begeleiden; muziek geïnspireerd door het gregoriaans, maar ook door een zeer lange Kroatische volkszangtraditie, een uniek fenomeen – muziek die sinds de 9e eeuw in rooms-katholieke riten werd gezongen, maar in de volkstaal, oud-Slavische taal, geschreven in het Glagolitische alfabet ( terwijl de rest van Europa alleen Latijn mocht gebruiken). Zijn werk als kerkmuzikant, pedagoog (professor orgel en hoofd van de compositieafdeling aan de Muziekacademie in Zagreb) en concertorganist veranderden de richting van de ontwikkeling van kerkmuziek in Kroatië.

Franjo Lučić, een van de meest vooraanstaande leerlingen van Franjo Dugan, begon op negenjarige leeftijd als zeer begaafd kind orgel te spelen. Zijn pedagogische werk aan de Muziekacademie in Zagreb was zeer belangrijk (hij liet talloze didactische boeken op het gebied van de muziektheorie achter), hoewel zijn grootste impact op het gebied van kerkmuziek ligt. Hij was zeer productief als componist en schreef veel orkestrale en vocale (wereldlijke) werken waarin hij veel volksmelodieën en dansen verwerkte. Het is zijn gewijde zang- en orgelmuziek die opvalt. Hoewel hij zijn Elegija (Elegy) in 1935 voor orgel schreef, arrangeerde hij het al snel voor orkest en slechts twee jaar later werd het uitgevoerd. Zijn studenten haalden herinneringen op die hij zelf beschreef: ”Toen ik dit stuk aan het schrijven was, kon ik voor mijn ogen open velden zien, zachtjes gestreeld door de laatste zonnestralen aan het eind van de dag…”. Dit tafereel is zeer goed geschilderd, met een melancholische sfeer, prachtige melodieën en volksmotieven uit zijn land.

Een andere uitmuntende leerling van Dugan, is Albe Vidaković, een priester, die ook een deel van zijn muzikale opleiding ontving aan het Pontificium Institutum Musicae Sacrae in Rome, stichtte een Instituut voor Kerkmuziek als onderdeel van de Katholieke Faculteit der Godgeleerdheid in Zagreb. Dat draagt nog steeds zijn naam. Net als Lučić en Dugan gaf hij ook les aan de Muziekacademie van Zagreb, hoewel hij vooral bekend is vanwege zijn werk als Regens Cori aan de kathedraal van Zagreb en vanwege het componeren van veel gewijde muziek, waarvan de belangrijkste missen in het Latijn, Kroatisch en Oudslavisch zijn. Hij ook wordt herinnerd als een goede improvisator, maar schreef slechts zes stukken voor orgel, waarvan Fantazija i fuga u f-molu (Fantasie en Fuga in F mineur) wordt beschouwd als een van de belangrijkste Kroatische orgelstukken. Het is geschreven in de zeer dramatische oorlogs- en naoorlogse periode, wat resulteerde in een dramatische en chromatische opening van de fantasie, die kalmeert door een zeer emotionele ‘koor’-sectie, die een beetje doet denken aan de muziek van Cesar Franck, en vervolgt met een beslissende fuga, die ook veel ‘mi contra fa’ momenten bevat, wat zijn kennis van eerdere stijlen en het geweldige onderzoek dat hij deed op het gebied van de musicologie alleen maar bevestigt.

De belangrijkste Kroatische componist en organist van de 20e eeuw, Anđelko Klobučar, die zich vooral liet inspireren door het luisteren naar de live-improvisaties van Olivier Messiaen, bouwde niet alleen in eigen land maar ook in het buitenland naam op (in 1978 gaf hij een concert in de Notre-Dame van Parijs, wat zeer zeldzaam is in de context van Kroatische organisten). Hoewel hij compositie studeerde in Parijs, wijdde hij het grootste deel van zijn leven aan het lesgeven aan jonge Kroatische componisten en organisten, gaf hij vele inwijdingsconcerten van nieuwe/gerestaureerde orgels in Kroatië en opende hij nieuwe horizonnen voor jonge generaties muzikanten. Zijn muzikale taal was zeer eigentijds, maar niet te extravagant en toch aanvaardbaar voor het grote publiek, wat wordt bevestigd door het feit dat zijn koorwerken, psalmen en missen regelmatig tijdens de zondagse vieringen worden uitgevoerd.

Een van de belangrijkste en meest productieve hedendaagse Istrische componisten is ongetwijfeld Branko Okmaca, die ook actief is als dirigent, organist en professor aan de Muziekacademie in Pula. Hij heeft talloze onderscheidingen ontvangen voor zijn bijdrage aan de cultuur en heeft veel stukken geschreven die de lokale muziektaal promoten (bijvoorbeeld koorwerken in het Istrische dialect). In zijn Triptih gebruikte Okmaca ook veel elementen uit de volksmuziek: samengestelde ritmes, die heel gebruikelijk zijn in dansen (5/8, 7/8), en specifiek voor Istrië: dissonanten. De regio Istrië staat algemeen bekend om zijn niet-getempereerd gestemde instrumenten, zoals de roženice (een zeer archaïsche versie van de middeleeuwse sjalmai) en de mih (een soort doedelzak), terwijl de Istrische toonsoort, sinds 2009 beschermd door Unesco, gemakkelijk te vinden is, herkenbaar in dit werk, door de strakke intervallen – een cadans waarin verminderde tertsen (bijvoorbeeld C# en Eb) in unisono (D-D) oplossen.

Elena Roce

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein



Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage, b.v. te voldoen door gebruik te maken van onderstaand QR-code vanuit uw bankapp. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Jeroen Pijpers

Jeroen Pijpers
Aanvang: 2024-09-07 16:00:00 u.
Einde: 2024-09-07 17:30:00 u.

Programma

Nicolas de Grigny (1672-1703)   Pange Lingua
– Hymne en taille
– Fugue
– Récit du chant de l’Hymne précédent
César Franck (1822-1890) Fantaisie en la
Pierre Cochereau (1924-1984) Trois Variations sur un thème chromatique
Daniel Roth (1942) Triptique
– Prélude
– Andante
– Toccata
Eugène Gigout (1844-1925) Grand Choeur Dialogué

Organist

Organist Jeroen Pijpers is gespecialiseerd in kerkmuziek, met name in het gregoriaans. Daarnaast heeft hij veel ervaring in het begeleiden van koren, ensembles en solisten. Jeroen is een veelzijdig musicus: hij is uitvoerder van oude muziek uit de Nederlanden, Spanje en Italië maar is ook uitvoerder van Franse orgelmuziek, van barok tot hedendaags.

Jeroen Pijpers kreeg in zijn jeugd les van Bernard Bartelink. Hij studeerde vervolgens bij Joris Verdin, aan het Lemmensinstituut in Leuven (B) en aan de Hogeschool Utrecht bij Jan Raas. Hij volgde onlangs zijn masteropleiding bij Hans Leenders en Marcel Verheggen aan het Conservatorium van Maastricht.

Bij Kunstfactor volgde hij een specialisatiecursus gregoriaans, gedoceerd door Hans Leenders en hij volgde een cursus kinderkoor leiden bij Catrien Posthumus Meyjes.

In 2022 was hij samen met sopraan Margarita Dudčaka prijswinnaar bij de wedstrijd voor orgel en zang te Neuss. Samen met sopraan Margarita  Dudčaka en violiste Irina Trajkovska vormt Jeroen het ensemble Omnes Terminos. Hij is organist van de oud katholieke parochie Heilige Georgius te Amersfoort

Toelichting op het programma

Het Pange Lingua wordt in de rooms-katholieke kerk gezongen tijdens de aanbidding van het Allerheiligste. Het gezang is tevens een belangrijk element in de Avondmis op Witte Donderdag waarin het Allerheiligste naar het rustaltaar wordt gebracht. De Reimse organist en componist Nicolas de Grigny studeerde in Parijs en werd later organist van de kathedraal te Reims tot hij aan zijn dood op 31-jarige leeftijd. De Grigny schreef een aantal orgelwerken, o.a. geïnspireerd op vijf gregoriaanse hymnen. Het Pange Lingua is zeer uitgebreid geornamenteerd en bevat een 5-stemmige fuga met de melodie in de tenor.

De Fantaisie en la schreef César Franck medio 1878 in een verzameling van Les trois Pièces ter gelegenheid van de ingebruikname van het orgel in de concertzaal Trodacero (afgebroken in 1935). Het originele manuscript wijkt nogal af met de definitieve versie die in 1883 verscheen. Het centrale motief heeft zes noten, waarvan de eerste drie noten een A-majeur drieklank weergeeft. Twee herhalingen vormen samen een melodie van acht maten die gedurende het dertien minuten durende stuk steeds terugkeert. Het openingsgedeelte, dat een voorzang nabootst met een reactie in de vorm van een vierstemmig refrein, verandert tegen het einde in een iets meer Wagneriaanse stijl.

Pierre Cochereau was van 1954 tot aan zijn dood in 1984 organist van de Notre-Dame te Parijs. Zijn composities en improvisaties waren persoonlijk en herkenbaar. Hij schreef in 1963 de Trois Variations sur un thème chromatique, ter gelegenheid van een orgelconcours op het conservatorium van Parijs. Het werk is opgedragen aan Marcel Dupre. Cochereau heeft maar weinig composities nagelaten, wel zijn veel opnamen van zijn improvisaties bewaard gebleven en online terug te horen.

Daniel Roth was organist van de Parijse kerken Sacré-Coeur en nu emeritus-titularis van de eglise Saint-Sulpice. Medio 1995 componeerde hij de Triptique, een 3-delig werk met als thema de naam Cochereau. Roth schreef het werk in opdracht van de stad Ingolstadt.

Het Grand Choeur Dialogué van Eugene Gigout is een spel of dialoog tussen ‘2 koren’ van het instrument, een groot koor en een ensemble. Het werk is in 1881 gepubliceerd in een bundel met 6 Pièces d’orgue. Gigout was verbonden aan de St. Augustin te Parijs.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Anton Doornhein

Anton Doornheim
Aanvang: 2024-09-07 16:00:00 u.
Einde: 2024-09-07 17:30:00 u.

Programma

Louis Vierne (1870-1937)   Improvisation pour grand orgue (transcriptie: Jean-Michel Louchart)  
Louis Vierne (1870-1937)   Uit Triptique: Stèle pour un enfant défunt  
Henry Mulet (1878-1967)   Tu es Petra et portae inferi non praevalebunt adversus te Carillon
Charles Tournemire (1870-1939) Uit: In Assumptione B.M.V. Op.57 (L’Orgue Mystique)
– Introït
– Offertoire
– Paraphrase
– Carillon    
Pierre Cochereau (1924-1984) Treize Improvisations sur les versets de vêpres  (Transcription de Jeanne Joulain)
Marcel Dupré (1886-1971)   Prélude et Fugue in C majeur op. 36, nr.3

Organist

Anton Doornhein werd op 27 augustus 1960 geboren te Rijnsburg. Al vroeg bleek zijn interesse voor het orgel; op negenjarige leeftijd kreeg hij zijn eerste orgellessen bij Nico de Raad te Katwijk. Na het behalen van diverse diploma’s ging hij in 1978 naar het Rotterdams Conservatorium.

Hier studeerde hij hoofdvak orgel bij Jet Dubbeldam. De studie sloot hij af met de diploma’s Docerend Musicus en Uitvoerend Musicus. Verder behaalde hij hier ook diploma’s voor pianospel.

Na zijn opleiding nam hij deel aan diverse cursussen, o.a. bij Albert de Klerk en Kamiel d’Hooghe. Verder volgde hij interpretatielessen bij Marie Louise Langlais-Jaquet aan het ‘Conservatoire International de Musique’ te Parijs, die bekroond werden met een unanieme toekenning van de Grand Prix.

In 1985 won hij het ‘Nationaal Orgelconcours’ te Leiden in de categorie romantiek en in 1988 werd hij prijswinnaar van het Internationaal Orgelconcours te Nijmegen. Bij het Internationaal Bach Concours 1995 in de Grote of Sint-Bavokerk te Haarlem was hij een van de finalisten.

Vanwege zijn verdiensten voor de Franse orgelcultuur ontving hij in 1997 de bronzen, en in 2004 de zilveren medaille ‘Arts, Sciences et Lettres’. In 2001 won hij drie prijzen bij het César Franck Orgelconcours in de Kathedrale Basiliek St.-Bavo te Haarlem: de tweede prijs, de publieksprijs en de Charles Tournemireprijs.

Anton Doornhein is werkzaam als muzikaal begeleider (o.a. als pianist) bij de Rotterdamse Dansakademie. Als organist is hij verbonden aan de R.K. Dominicuskerk in Rotterdam en aan de begraafplaats Oud Eik en Duinen te ‘s-Gravenhage.

Van zijn spel verscheen een aantal cd’s met daarop opnamen in de St.-Agathakerk te Lisse, de Grote Kerk te Beverwijk, de Mozes en Aäronkerk te Amsterdam en de Katarinakerk te Stockholm. In 2007 nam hij alle orgelwerken van Joseph Jongen op, die uitgekomen zijn in 2 cd-boxen van 2 cd’s. Dit oeuvre werd gespeeld in de Onze-Lieve-Vrouwe Kerk van Laken (België) en in de Marienbasilika van Kevelaer (Duitsland).

Toelichting op het programma

Een doorsnee van de ontwikkeling in de Franse orgelliteratuur van de 19e naar de 20e eeuw

1. Louis Vierne (1870-1937) Improvisation pour Grand Orgue (nr. 4, 1930), dat naast twee andere improvisaties onderdeel uitmaakte van vieringen in de Notre Dame, door Louchart in 2005 uitgeschreven. Hij was een leerling van Durflé.  Vierne stond bekend als een groot improvisator. Dat is al gelijk duidelijk bij de opening: groots en imposant. Het thema wordt fors aangezet, om later te verglijden in doorwerkingen, waarin de melodie in het pedaal dominant doorlinkt en de rechterhand zich beperkt tot begeleidende akkoorden. Op het einde komen er rustige meditatieve akkoorden.                                                                    

2. Louis Vierne (1870-1937) Uit Triptique (drieluik), op. 58 : Stèle pour un enfant défunt (gedenkpaal voor een overleden kind). Dit werk is duidelijk een herdenkingswerk: het begint met een etherisch klankspel, symboliserend de vluchtigheid van het leven. De toonzetting is daarom ook somberheid, die echter wordt overstemd door optimisme, met aarzelende chromatiek en ook berusting. Het motief wordt in bewerking herhaald, uitlopend in een wegstervend morendo.

3. Henry Mulet (1878-1967) Uit: Esquisses Byzantines (Byzantijnse Schetsen) (1914-1918), 10 gebundelde schetsen, als impressies van elementen uit de Sacré Cœur Monmartre Parijs).
–  “Tu es Petrus (Petra) et portæ inferi non prævalebunt adversus te” (Math.16,18) (Jij bent Petrus en de poorten van de onderwereld zullen jou niet overweldigen). Dit werk is het 10e en laatste deel van Esquises. Het is geschreven als was het een carillon, dit is ook de ondertitel van het werk. Daarom heeft het werk ook een karakter van een toccata. Een klankspel met als ondersteuning: gebroken akkoorden. In hevigheid neemt het toe, waarna het forte mindert tot een pianissimo. Het pedaal heeft hier een belangrijk functie van een laagliggende baslijn van de melodie. Na dit pianissimo neemt het forte tot een fortissimo toe. Een imponerend slot van de bundel. Mulet had een band met deze kerk, want hij was op Montmartre geboren.

4. Charles Tournemire (1870-1939) Uit L’Orgue Mystique (op. 55-57)
– Uit In Assumptione Beatæ Mariæ Virginis (Maria ten hemenopneming) Vol 4 nr. 35. De onderstaan delen zijn voorspelen bij diverse onderdelen van de RK Eucharistie.
–  Prélude à l’ Introit is gebaseerd op de Gregoriaanse melodie: Gaudeamus omnes in Domino. (Laten wij verheugd zijn in de Heer). Een heel etherisch werk, waarin flarden van het Gregoriaans gebruikt worden.
– Offertoire Assumpta est (opgenomen is zij). Dit deel bestaat uit afwisselingen van gedragen akkoordspel en het ophalen en weer gebruiken de stukken Gregoriaans.  
– Paraphrase-Carillon is een van de meest verblindende finale die Tournemire geschreven heeft. Het werk is opgebouwd als een weefsel van twee Maria-gezangen: De hymne “Ave Maris Stella” en de antifoon  “Salve Regina.” Het werk bestaat uit drie delen, met als structuur: A1 – B – A2. In deze drie delen worden beide melodieën kunstig samengeweven Deel I is een stevig, robuust en speels stuk muziek, terwijl deel II dansachtig is en bezonnenheid uitstraalt. Grote akkoorden geven dit deel een mystiek aureool. De tinteling van het carillon is herkenbaar aan allerlei loopjes, het einde verdampt als een morendo. Het derde deel gebruikt de melodie van het eerste deel als een herhaling of inclusie, maar dan veel forser en massiever doordat het hele orgel aan de melodie een ander timbre geeft.

5. Pierre Cochereau (1924-1984) Treize Improvisations sur les versets de vêpres (Transcriptions de Jeanne Joulain) (1963) (13 Improvisaties over verzen uit vespers) (1963) De dertien improvisaties zijn alle   experimenten om de reikwijdtes van het grote orgel langs alle kanten uit te proberen. Geen van deze .  . . improvisaties lijken op elkaar, maar soms ontdek je verre overeenkomsten: Gevoel voor orgeltechniek, virtuositeit en klankcombinaties geven deze improvisaties kleur. Soms heftig, dan ingetogen, meestal met chromatische doorwerkingen. Te veel om elk deze improvisaties in een kort bestek grondig uit de doeken te doen.

6. Marcel Dupré (1886-1971) Prélude et Fugue in C majeur op. 36, nr 3 (1912) Dit werk staat terecht op het einde van dit concert. Hier komt alles bij elkaar als concertstuk. De virtuositeit, zijn toepassing van verschillende speelmanieren en inventiviteit.  De prelude is vrij lyrisch en ingetogen, de fuga daartegen is puntig met veel staccato. Met een groots akkoord wordt dit concert eer aangedaan.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Jan Willems – Ilse van Wuijckhuijse

Jan Willems - Ilse van Wuijckhuijse
Aanvang: 2024-09-07 16:00:00 u.
Einde: 2024-09-07 17:30:00 u.

Programma

Marcel Dupré (1886-1971) Variations sur l’hymne ‘Ave Maris Stella’
Ave Maris Stella*
– Canon à la Quarte “Sumens illud ave”
Solve vincla reis*
– Choral au Tenor “Monstra te esse”Virgo singularis*
– Choral orné dans le style de J.S. Bach “Vitam præsta”Sit laus Deo Patri*
– Final – Animato “Amen”
Francis Poulenc (1899-1963) Priez pour paix, douce Vierge Marie*
Hendrik Andriessen (1892-1981) – Deuxième Choral
– Magna res es amor*
Paul De Maleingreau (1887-1956) Prélude extrait Suite pour Orgue (opus 14)
Cesar Franck (1822-1890)     La Procession*
Louis Vierne  (1870-1937)    Arabesque (uit: 24 Pièces en style libre – opus 31)
Hans Leenders (1965-) Ave Maria      
Maurice Duruflé (1902-1986) Choral Varié sur le thème du ‘Veni Creator’ (opus 4)
– Choral (Plein Jeu) Veni, creator Spiritus*
– Variatie I “Qui diceris Paraclitus”: Poco meno lento (canon, melodie in pedaal)
Tu septiformis munere*
– Variatie II “Accende lumen sensibus”: Allegretto
Hostem repellas longius*
– Variatie III: Andante Expressivo (Melodie in pedaal – tenorligging)
Per te sciamus da Patrem*
– Variatie IV: Final
* Orgel en zang

Organist

Jan Willems (*1980) is sinds 1 mei 2023 de nieuwe stadsorganist van Oosterhout. Jan studeerde Hoofdvak Orgel & Kerkmuziek aan het Brabants Conservatorium bij Bram Beekman, welke vakopleiding hij in het voorjaar van 2008 succesvol afsloot. Daarnaast volgde hij bijvakken voor improvisatie bij Henco de Berg (vrije improvisatie) en Geert Bierling (liturgisch orgelspel). De basis voor dit alles werd gelegd aan het Dongens Muziekinstituut bij Frans Bullens, bij wie hij in 2001 cum laude het D-examen behaalde.

Voor zijn ontwikkeling als kerkmusicus volgde hij enkele koordirectiecursussen bij de Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging (NSGV) en ontwikkelde dat verder aan het Brabants Conservatorium bij Ramon van den Boom en Martien van Woerkum. Aan de Folkwang Universität der Künste in Essen (D) verdiept hij zich sinds 2005 in de authentieke uitvoeringspraktijk van het Gregoriaans bij prof. Stephan Klöckner. Hij is dan ook mede-oprichter en dirigent van de Schola Bavonensis: een groep mannen die zich toelegt op het uitvoeren van zowel Gregoriaanse gezangen als gezangen uit het Nederlandstalig getijdengebed.

Na organist te zijn geweest van de Sint-Paulusabdij te Oosterhout en de Sint-Bavokerk te Raamsdonk, werd hij in 2007 benoemd tot hoofdorganist van de orgels van de Basiliek Sint-Jan-de-Doper te Oosterhout. In deze Basiliek is Jan naast kerkmusicus ook actief als artistiek adviseur bij de orgelserie die de Stichting Ludens hier jaarlijks organiseert. Ook zelf geeft hij regelmatig concerten, vaak samen met de sopraan Ilse van Wuijckhuijse, met wie hij een duo vormt. Het orgelspel van Jan is beluisteren op drie cd’s die tussen 2008 en 2011 zijn uitgebracht door de Brabantse Orgelfederatie.

Naast organist is Jan ook nog dirigent van RK Jongerenkoor YRDV, waarmee hij in 2014 het Nationaal Kampioenschap voor Jongerenkoren won. Ook dirigeert hij de Capella Catharina, het kamerkoor van de Catharinaparochie in Oosterhout. Met beide koren was hij meermalen te zien op TV. Als kerkmusicus zat hij bovendien van 2008 tot 2020 in de redactie van het Gregoriusblad, het tijdschrift van de Nederlandse Sint-Gregorius Vereniging (NSGV).

In het dagelijks leven is hij als docent Aardrijkskunde verbonden aan het Stedelijk Gymnasium in Breda, waartoe hij in 2003 afstudeerde aan de Universiteit Utrecht als Sociaal Geograaf (afstudeerspecialisaties Historische Geografie & Muziekgeografie). Op deze school startte Jan in 2006 een Schoolkoor op, hetgeen sindsdien op hoogtijdagen van de school klassiek (van Gregoriaans tot Gershwin) en eigentijds meerstemmig repertoire ten gehore brengt.

Toelichting op het programma

Marcel Dupré (1886-1971) – Variations sur l’hymne ‘Ave Maris Stella’

Dupré schreef de variatiereeks over deze bekende gregoriaanse Mariahymne in zijn bundel 15 versets pour les Vêpres du commun des Fêtes de la Sainte Vierge (opus 18). Het geeft een mooi voorbeeld van de destijds in Frankrijk veelvuldig voorkomende ‘ad alternatim-praktijk’. Orgel en zang wisselen elkaar af en ‘zingen’ om beurten een couplet. In de eerste variatie horen we een mooie canon tussen de grondstemmen en het pedaal. In de tweede variatie horen we een mystieke carillon-achtige begeleiding. De melodie wordt vertolkt door een tongwerk in de tenorligging. In de derde variatie heeft Dupré getracht een koraalprelude te maken, in de stijl van Bach, maar echter zonder zijn kenmerkende eigen idioom te verliezen. U hoort de rijkversierde koraalmelodie gezongen worden door de Cornet. De final is een typische Dupré-toccata avant la lettre. In een virtuoze opeenvolging van grote grepen, gespeeld met het volle werk, hoort u melodiefragmenten afwisselend in het pedaal en in de bovenstem. 

Ave maris stella, Dei Mater alma,
Atque semper virgo, felix coeli porta.

Sumens illud Ave Gabrielis ore,
Funda nos in pace Mutans Evae nomen.

Solve vicla reis, profer lumen caecis. Mala nostra pelle, bona cuncta posce.

Monstra te esse Matrem, sumat per te preces, qui pro nobis natus, tulit esse tuus.

Virgo singularis, inter omnes mitis, nos culpis solutos, mites fac et castos.

Vitam praesta puram iter para tutum:
Ut videntes Iesum semper collaetemur.

Sit laus Deo Patri, Summo Christo decus.
Spiritui Sancto, Tribus honor unus. Amen.           

Wees gegroet, Sterre der zee gezegende Moeder Gods en altijd maagd (gebleven), gelukkige poort des hemels.

Door deze eens door Gabriel gesproken groet aan te nemen: veranker ons in vrede door te veranderen (de herinnering aan) Eva’s naam.

Maak zondaars los uit boeien, breng aan de blinden licht. Wil bij ons kwaad verdrijven, vraag van ons alle goeds.

Toon ons onze Moeder te zijn, neem de aan u gerichte gebeden aan, die voor ons uw Kind hebt gedragen.

Voortreffelijke maagd vergeleken met alle anderen zo zachtmoedig maak ons, vrij van schulden zachtmoedig en rein.

Waarborg (ons) een rechtschapen leven, wijs ons de veilige weg zodat als we Jezus zien, dat we ons eeuwig verblijden.

Geloofd zij God de Vader, de hoogste eer voor Christus. En ook aan de Heilige Geest, de eer komt toe aan één wezen.

Francis Poulenc (1899-1963) – Priez pour paix, douce Vierge Marie*

Poulenc gebruikte in zijn liederen voornamelijk 3 thema’s: Liefde, Parijs en Vrede. De muziek die u vanmiddag hoort, schreef Poulenc in 1938 op een gedicht van Charles ‘d Orleans (begin 15e eeuw). In 1938 stond Europa immers op het punt om in oorlog met Hitler-Duitsland te raken. De Franse krant “Le Figaro” publiceerde het gedicht van Charles ‘d Orleans op het hoogtepunt van de spanningen. Dit raakte Poulenc en hij schreef er meteen zijn melodie op. Charles ‘d Orleans verlangde naar het einde van de oorlog van zijn tijd. Hij smeekt de Maria, alle moedigen en heiligen te bidden tot haar zoon, de Heiland. Hij eist dat Christus zijn blik op Zijn volk richt, voor wie Hij al Zijn bloed vergoten heeft en wil dat Hij zijn volk spaart voor de verwoestingen van de oorlog. De dichter smeekt de maagd nooit te stoppen met bidden voor vrede…de ware schat van vreugde. Poulenc schreef zijn melodie als een rustig, eenvoudig en eerbiedig gebed, dat nog steeds hard nodig is in deze tijd, waarin oorlog en zinloos geweld aan de orde van de dag zijn…

Priez pour paix, douce vierge Marie.
Reine des cieux et du monde Maîtresse.
Faites prier, par votre courtoisie.
Saints et saintes et prenez votre adresse vers votre Fils.
Requéreant sa hautesse.
Qu’il lui plaise son peuple regarder. 
Que de son sang a voulu racheter. 
En déboutant guerre qui tout dévoye.
De prières ne vous Veuillez lasser. 
Priez pour paix. Priez pour paix.
Le vrai trésor de joye.
Bid voor vrede, lieflijke maagd Maria.
Koningin des Hemels en Meesteres der wereld.
Laat, op uw voorspraak, alle heiligen bidden en uw Zoon aanroepen.
Smeek de Allerhoogste om te zien naar zijn volk, dat Hij verloste met zijn bloed.
En laat hem de oorlogen uitbannen
die alles vernietigen.

Word toch niet moe van onze gebeden. Bid voor vrede, bid voor vrede
de ware schat van vreugde.
Hendrik Andriessen (1892-1981) – Deuxième Choral (1916/1965)                                   

Andriessen is een van de weinige Nederlandse componisten uit de 20e eeuw die ook in het buitenland enigszins bekend is geworden. Hij was organist hier in Haarlem (Josephkerk) en daarna in Utrecht (kathedraal) en directeur van twee conservatoria (Utrecht & Den Haag). Hij schreef voor orgel in totaal 4 Chorals, duidelijk afgeleid van de gelijknamige werken van zijn grote voorbeeld, César Franck. Het Deuxième Choral ontstond in 1916, vlak na het veel bekendere Premier Choral. Het bleef echter in manuscript, maar werd op aandringen van de toen bekende organist Feike Asma, in 1965 alsnog uitgegeven. Het werk begint met repeterende akkoorden in een dwingend syncopisch ritme. Na passages, opgebouwd uit triolen en chromatische figuren (fortissimo), keren de akkoorden terug, waarna een sober koraalthema opklinkt. Weer zijn er akkoorden te horen, nu pianissimo. Het koraalthema verschijnt in de tenor, waarna het in gevarieerde vorm wordt vergezeld door triolenpassages. In dynamische zin treedt er een verandering op: een stuwing, een terugkeer naar mildere tinten en dan een kloek alla-marcia-gedeelte (gespeeld met het volle werk), dat uitmondt in een triomfantelijk einde in D majeur.

Hendrik Andriessen (1892-1981) – Magna Res est Amor* 

Andriessen schreef dit stuk voor solozang en orgel in 1920, naar een tekst van Thomas á Kempis (1380-1471). Complexe harmonieën en innige lyriek zijn ook in dit werk weer nadrukkelijk aanwezig. Het orgel fungeert niet enkel als continuo-begeleiding van de zangstem, maar heeft ook duidelijk een zelfstandige functie. Naast enkele solomaten, bepaalt het orgel namelijk volledig de harmonische structuur van het stuk: zonder de orgelbegeleiding zou er weinig van het stuk overblijven. Omgekeerd is dit opvallend genoeg niet zozeer het geval. Het werk wordt door velen gewaardeerd als Andriessens interessantste werk voor solostem.

Magna res est amor, magnum omnino bonum:
Quod solum leve facit omne onerosum
Et fert aequaliter omne inaequale.
Nihil dulcius est amore, nihil fortius,
nihil altius, nihil latius, nihil jucundius,
nihil plenius nec melius in coelo et in terra.
Quia amor ex Deo natus est, nec potest, nisi in Deo, Super omnia creata quiescere.
De liefde is iets groots, een in alle opzichten groot goed.
Zij alleen maakt licht al wat ons bezwaart
En weet alle tegenslag gelijkmoedig te dragen.

Niets is zoeter dan de liefde, niets sterker, niets hoger,
niets omvattender, niets aangenamer, niets voller, niets beter, in hemel en op aarde.
Omdat de liefde uit God geboren is, kan zij, boven al het geschapene alleen rusten in God.
Paul de Maleingreau (1887-1956) – Prélude extrait Suite pour Orgue (opus 14)               

Paul de Maleingreau werd in 1887 in een Noord-Frans dorpje geboren, maar groeide op nabij de Waalse provinciehoofdstad Namen. Hij studeerde aan het Brussels conservatorium orgel bij Alfons Desmet (een leerling van Lemmens) en contrapunt bij Edgar Tinel. Vanaf 1913 tot zijn pensionering in 1953 was hij als docent werkzaam aan hetzelfde conservatorium. Als componist publiceerde hij onder de artiestennaam Paul de Maleingreau meer dan honderd werken, waarvan veertig opusnummers voor orgel solo. De stijl van De Maleingreaus composities wordt doorgaans voorzien van het etiket ‘impressionistisch’, met een knipoog naar Claude Debussy.

De Prélude vormt het openingsdeel van de vierdelige Suite pour orgue. Het stuk begint met een expositie klaaglijke thema, dat langzaamaan aan kracht wint en naar een hoogtepunt toewerkt, maar dan ontbroken wordt door een gevoelig middendeeltje, gespeeld met de prachtige overblazende fluiten van het orgel…haast esoterische klanken! Hierna hervat het stuk weer in een sterkere registratie en werkt toe naar een nieuwe climax. Het lijkt dan uiteindelijk allemaal goed te komen en het stuk lijkt vrolijk te eindigen…maar nee, als een kaartenhuis zakt die vrolijkheid weer in elkaar en eindigt het in droefenis (maar wel hele mooie droefenis, waarin u de prachtige strijkers van het orgel hoort!). Een interessante kennismaking met een klankwereld die, hoewel nog geen eeuw van ons verwijderd, tamelijk onbekend is. 

Cesar Franck (1822-1890) – La Procession (1888)*                                                           

Sacramentsprocessies kwamen vroeger veel vaker voor in de katholieke streken van ons land, vooral in de meimaand. Ook César Franck liet zich hierdoor inspireren door het gedicht La Procession van de dichter Charles Auguste Brizeux (1803-1858). Het stuk is eigenlijk voor sopraan en orkest, maar Franck bewerkte het zelf voor orgel. Van Franck stamt immer de uitspraak “Mon orgue? C’est un orchestre!

Dieu s’avance à travers les champs!
Par les landes, les prés, les verts taillis de hêtres.
Il vient, suivi du peuple et porté par les prêtres:
Aux cantiques de l’homme, oiseaux, mêlez vos chants!
On s’arrête. La foule autour d’un chêne antique
S’incline, en adorant, sous l’ostensoir mystique:
Soleil! darde sur lui tes longs rayons couchants!
Aux cantiques de l’homme, oiseaux, mêlez vos chants!
Vous, fleurs, avec l’encens exhalez votre arôme!
Ô fête! tout reluit, tout prie et tout embaume!
Dieu s’avance à travers les champs.
Gods offerbrood nadert over de velden! Over de heide,
de weide en langs de groene beukenbosjes, komt het,
gevolgd door de mensen en gedragen door de priesters:
met de gezangen der mensen, vogels, mengt uw lied!
Men houdt stil. De menigte, rond een oeroude eik, knielt
in aanbidding onder mystieke monstrans: Zon!
Beschijn het met je langgerekte zonnestralen voor je ondergaat!
Met de gezangen der mensen, vogels, mengt uw lied!
Gij, bloemen, vermengt uw geur met de wierook! O feest!
Alles glanst, alles bidt, alles geurt! Gods offerbrood nadert over de velden.
Louis Vierne  (1870-1937) – Arabesque                  

De hoofdrol is in dit mediatieve stuk weggelegd voor de Flûte Harmonique. Deze prachtige impressionistische muziek werd geschreven de door de blinde organist van de Notre-Dame in Parijs, Louis Vierne, en doet zeker ook aan Debussy denken. Het werk komt uit de “24 Pièces en style libre” (opus 31).

Hans Leenders (1965-) – Ave Maria*                                                                                             

Leenders is organist van de ‘Sterre der Zee’ in Maastricht, koordirigent (van o.a. Studium Chorale) en orgeldocent aan het Maastrichts conservatorium. Daarnaast componeert hij met name vocale muziek. Ook was hele vele jaren gastdocent bij de Internationale Sommerkurs Gregorianik aan de Folkwang-Universität der Künste in Essen. In de zomer van 2018 hoorde Jan dit Ave Maria daar uitgevoerd worden en vond het prachtig. Hans gaf hem vervolgens de partituur om het samen met Ilse uit te voeren. In dit intieme werk zorgt het gebruik van noneakkoorden, samen met een mooie stemvoering, voor een overtuigend geheel, dat uitnodigt tot meditatie..

Maurice Duruflé (1902-1986) – Choral Varié sur le thème du ‘Veni Creator’ (Opus 4)

Achter Duruflé’s muziek gaat een groot streven naar perfectie schuil. Vanwege zijn zelfkritiek en goede smaak was Duruflé dan ook bepaald geen veelschrijver: hij was niet snel tevreden en bleef lang aan zijn composities schaven. Maar als er één componist is geweest die de modale wereld van het gregoriaans magnifiek naar het orgel kon vertalen, dan is het Duruflé geweest. Zijn belangstelling voor het gregoriaans deed hij op als zangertje in de koorschool van Rouen. Het werd een belangrijke inspiratiebron voor zijn muziek. Duruflés composities worden gekenmerkt door orde, helderheid en duidelijke vormgeving en getuigen van grote bewogenheid en veel poëzie. Hij zocht naar het bovenaardse en droeg dit over in zijn lessen en in zijn muziek. De bewogen harmonieën en typische registraties –die op ons orgel vrijwel letterlijk te realiseren zijn- dragen daar zeker toe bij.

Duruflé won met dit werk de eerste prijs voor een compositiewedstrijd in 1930, een jaar nadat hij benoemd werd in de Parijse kerk Saint-Etienne-du-Mont. Na een statige opening met het plenum, waarin de melodie van de hymne wordt geëxposeerd, volgen een aantal variaties. In de eerste variatie horen we een canon tussen het pedaal en de manualen. Voor variatie 2 schrijft Duruflé de ongewone combinatie Violon 8vt & Fluit 2 vt voor, begeleid door de Flûte Harmonique. In de derde variatie horen we de fraaie Voix Célèste, terwijl de melodie op het pedaal gespeeld wordt met de Fluit van het pedaal. De zeer virtuoze Final sleept ons mee vanuit een gesloten zwelkast naar een alsmaar forser wordende klank. Het stuk eindigt in een stralend tutti.

Veni, Creator Spiritus mentes tuorum visita
Imple superna gratia quae tu creasti pectora.

Qui diceris Paraclitus, donum Dei Altissimi,
fons vivus, ignis, caritas, et spiritalis unctio.

Tu septiformis munere, dextrae Dei tu digitus;
tu rite promissum Patris, sermone ditans guttura.

Accende lumen sensibus, infunde amorem cordibus,
infirma nostri corporis, virtute firmans perpeti.  

Hostem repellas longius, pacemque duces protinus,
ductore sic te praevio, vitemus omne noxium.

Per te sciamus da Patrem, noscamus atque Filium,
te utriusque Spiritum credamus omni tempore. Amen  

Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer, houd Gij bij ons uw intocht, Heer; vervul het hart dat U verbeidt, met hemelse barmhartigheid.

Gij zijt de gave Gods, Gij zijt de grote Trooster in de tijd,
de bron waaruit het leven springt, het liefdevuur dat ons doordringt.

Gij schenkt uw gaven zevenvoud, O hand die God ten zegen houdt,
O taal waarin wij God verstaan, wij heffen onze lofzang aan.

Verlicht ons duistere verstand, geef dat ons hart van liefde brandt,
en dat ons zwakke lichaam leeft vanuit de kracht die Gij het geeft.

Verlos ons als de vijand woedt, geef ons de vrede weer voorgoed,
Leid Gij ons voort, opdat geen kwaad, geen ongeval ons leven schaadt.

Doe ons de Vader en de Zoon aanschouwen in de hoge troon,
O Geest van beiden uitgegaan, wij bidden U gelovig aan. Amen  

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Ton van Eck – Bobbie Blommesteijn – Michelle Mallinger – Froukje Wiebenga

Ton van Eck
Aanvang: 2024-09-07 16:00:00 u.
Einde: 2024-09-07 17:30:00 u.

Dit concert wordt georganiseerd i.s.m. de Frank Martin Stichting.

Programma

Jehan Alain (1911-1940)  (fluit en orgel) Trois Pièces pour flûte et orgue
Jehan Alain  (orgel) Le Jardin suspendu (chacone)
Frank Martin (1890-1974) (fluit en orgel) Sonata da chiesa per flauto e organo (1941)
Andante – Allegretto alla Francese – Musette – Adagio
Jehan Alain  (orgel) Litanies
Frank Martin (zang, fluit en orgel) Trois Chants de Noël voor zangstem, fluit en orgel
Jehan Alain (voor 2 zangstemmen, fluit en orgel) Messe modale Voor twee zangstemmen, fluit en orgel
Kyrie – Gloria – Sanctus – Agnus Dei

Organist

Ton van Eck is titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo, Haarlem. Uitgebreidere informatie over hem is te vinden op deze website of op de website van het College van Orgel-adviseurs Nederland.

Toelichting op het programma

Volgt

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Una Cintina

Una Cintina
Aanvang: 2024-09-07 16:00:00 u.
Einde: 2024-09-07 17:30:00 u.

Programma

Pēteris Vasks (*1946)  Cantus Ad Pacem (Gezang voor vrede)
Maija Einfelde (*1939) Iz senseniem laikiem (Uit de oude tijden)
Imants Zemzaris (*1951) Pastorales pour une flûte d’été (Pastorales voor een zomerfluit)
Aivars Kalējs (*1951) Per aspera ad astra (Door ontberingen naar de sterren)

Organist

Una Cintina is organist, dirigent en muziekdirecteur van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Amsterdam. 

Una, geboren in Jūrmala (Letland) in een familie van musici, begon haar muzikale opleiding al in de voorschoolse jaren. Ze zong in folkloristische groepen en leerde de kokle, een traditioneel Lets instrument, bespelen. Op veertienjarige leeftijd kreeg Una haar eerste opdracht als organist bij de Bulduri Evangelisch-Lutherse Kerk in Jūrmala en heeft sindsdien in veel kerken gewerkt.

Una behaalde haar eerste academische graad aan de Riga Cathedral Choir School in koorzang (1998) en kerkmuziek (2001) met Vita Kalnciema (orgel). Daarna behaalde ze haar Bachelor (2005) en Master diploma’s (2007 en 2009) aan de Lets Academie of Music en het Conservatorium van Amsterdam onder leiding van Sigvards Klava (directie), Prof. Talivaldis Deksnis (orgel) en Jacques van Oortmerssen (orgel). Ze nam deel aan verschillende masterclasses en zomeracademies georganiseerd door Ton Koopman, Luger Lohman, Hans Fagius, Joel Speersta, Olivier Latry, Louis Robilliard en vele anderen.

Una neemt regelmatig deel aan Hedendaagse Muziek festivals, speelt de premières van nieuwe composities, werkt aan speciale projecten met andere kunstvormen – acteurs, dansers, poppentheater, enzovoort – en treedt op als solist in concerten met orkesten, koren en in verschillende kamermuziekformaties. In 2020 verscheen haar cd “The Hands of Time”, met muziek voor slagwerk en orgel in samenwerking met slagwerker Georgi Tsenov. Een belangrijke plaats in Una’s concertprogramma’s is gereserveerd voor het promoten van Letse muziek en muziek van hedendaagse componisten, evenals het bekendmaken van het publiek met, volgens haar, de belangrijkste componisten van de 20e eeuw. In 2021 nam ze deel aan de opname van het Amstel Saxophone Quartet gewijd aan de muziek van de Letse componist Georgs Pelēcis en in 2023 aan een CD met violist Indulis Cintiņš met muziek van hedendaagse Letse componisten.

Toelichting op het programma

In dit concert zullen luisteraars vier stukken horen, geschreven door nog levende Letse componisten. Elk met een zeer distinctieve en unieke stem in het hedendaagse muzikale landschap.

De werken van Pēteris Vasks zijn wereldberoemd als belangrijk voorbeeld van de nieuwe eenvoud die populair werd in de Noord-Europese landen in de jaren ’90. Echter, ik vind dat zijn meest interessante werken geschreven zijn vóór die tijd, toen de componist aan het experimenteren was en op zoek was naar de diepere expressies van de instrumenten waarvoor hij muziek schreef. Het onderliggende thema van de Cantus Ad Pacem is de bescherming van de natuur – de sacrale ruimte waar we vrede kunnen vinden, maar die vaak bedreigd is en bescherming nodig heeft.

De muziek van Maija Einfelde is een voorbeeld van expressionisme in de Letse muziek. “Iz senseniem laikiem” van Maija Einfelde is geïnspireerd door haar interesse in folklore van verschillende vroege culturen. Men kan intonaties horen van een herdersroep, het neuriën van Himalaya-monniken, vroege gezangen op een beperkte drie-toonsschaal. De componiste zelf ziet de oude muziek als magisch, betoverend.

Imants Zemzaris presenteerde zich helder in de Letse muziekscene in de jaren 1970 als een vertegenwoordiger van het postmodernisme, strevend naar consonante harmonie en een gevoel van neo-romantische schoonheid, evenals het verenigen van semantisch diverse subteksten en associaties. De polystilistische vrijheid en verfijnde genres van de werken van de componist combineren ogenschijnlijk tegenstrijdige kenmerken – neoclassicisme, minimalisme, elementen van instrumentaal theater, rock en disco, allusies en citaten uit het werk van Bach, Beethoven, Mozart, Chopin en andere grootmeesters. Imants Zemzaris wordt vaak geïnspireerd door literatuur, schilderkunst en theater. Dit komt tot uiting in de poëtische epigrammen en programmatische titels van de composities. 

Aivars Kalējs is een actieve concertorganist en componist. Zijn orgelwerk “Per aspera ad Astra” is een dynamisch, virtuoos stuk dat expressief de dramatische strijd met donker afbeeldt, evenals “het licht van een witte ziel, die zich uitstrekt tot in de eeuwigheid en samen smelt met de hemel”. (A.K.)

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage, b.v. via onderstaande QR-code (te scannen vanuit een bank-app). Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Erik Jan Eradus

Erik-Jan Eradus
Aanvang: 2024-09-07 16:00:00 u.
Einde: 2024-09-07 17:30:00 u.

Programma

Pierre Dumage (1674-1751) Livre d’Orgue 
 
1. Plein Jeu
2. Fugue
3. Trio
4. Tierce en taille
5. Basse de Trompette
6. Récit
7. Duo
8. Grand Jeu (dialogue)
Charles-Marie Widor (1844-1937) Uit Symphonie 3 op. 13 nr. 3                        
 
1. Prélude
2. Minuetto
3. Marcia
Dynam-Victor Fumet (1867-1949) Transsubstantiation
Jeanne Demessieux (1921-1968) Te Deum op. 11

Organist

Erik Jan Eradus is actief als organist in Haarlem en Amsterdam. Meer informatie is te vinden op zijn webpagina.

Toelichting op het programma

Pierre Dumage was de zoon van de organist van de Kathedraal in Beauvais. Ongetwijfeld was zijn vader zijn eerste leraar. In 1694 ging Pierre Dumage naar Parijs, om bij Louis Marchand, organist van de koninklijke kapel te studeren. Hij maakte kennis met Nicolas Lebègue en waarschijnlijk dankzij de aanbeveling van Lebègue wordt hij benoemd tot organist van het nieuwe monumentale orgel van de Collégiale Royale van Saint-Quentin. In 1708 draagt hij zijn Premier Livre d’Orgue op aan het kapittel van deze kerk. In 1710, na ongeveer 8 jaren dienst aan Saint-Quentin, neemt hij met succes deel aan een concours voor de betrekking van organist van de kathedraal van Laon.

Op 27 april 1712, gaf het kapittel van de kathedraal toestemming voor de publicatie van het Second Livre d’Orgue. Men heeft het nooit teruggevonden… In 1719 leidden geschillen met het kapittel van de kerk tot zijn vertrek. Daarna heeft hij, zover bekend, geen muziek meer gecomponeerd.

Charles-Marie Widor schreef tien Symfonieën voor orgel. Door de ontwikkelingen in de 19e-eeuwse Franse orgelbouw (Widor was nauw bevriend met de orgelbouwer Cavaillé-Coll) komt in zijn muziek duidelijk de orkestrale kant van het orgel naar voren.

De 3e Symfonie opent plechtig met een serieus Preludium in e-klein. De registratie ‘Demi Grand Choeur’ (vol zwelwerk gekoppeld aan de grondstemmen van hoofdwerk en pedaal) wordt een aantal malen onderbroken door een lieflijker klinkende melodie, gespeeld op de Klarinet. Het lichtvoetige Minuetto in ABA-vorm laat in het A-gedeelte een Hobo-solo horen, omspeeld door een Fluit Harmonique. In het B-gedeelte is de Trompet aan het woord als tenor-solist. De Mars is een pompeus werk, een typisch 19e-eeuws voorbeeld van een Franse ‘Sortie’.

Dynam-Victor Fumet, ondermeer leerling van César Franck, is als componist in de vergetelheid geraakt. Maar de grote organist en, in zijn tijd, beroemde improvisator heeft veel werken achtergelaten. Het werk Transsubstantiation (de verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus Christus)  is even mystiek en ongrijpbaar als de titel doet vermoeden. Het geeft een beeld van een groot mysterie (zowel de Transsubstantiatie als de componist!).

Jeanne Demessieux was al tijdens haar leven een legende. Zij oversteeg alle virtuositeit van haar leermeester Marcel Dupré. Als organiste van de ‘Madeleine’ in Parijs verwierf ze grote bekendheid, ook door de opnames van de orgelwerken van Franck aldaar. In Nederland speelde zij veelvuldig concerten.

Het Te Deum werd geschreven in 1965. Het is nauw gebaseerd op de gregoriaanse melodie en is, in tegenstelling tot veel op het gregoriaans gebaseerde orgelwerken, geen improvisatorische fantasie, maar bouwt in plaats daarvan spanning op door het gebruik van ostinato’s en stuwende ritmes, gelieerd aan een krachtige, soms dissonante harmonische taal. Uiteindelijk barst de spanning los in een wilder, vrijer gedeelte, resulterend in een schitterend slot E-majeurakkoord.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Marcus Bergink

Aanvang: 2024-09-07 16:00:00 u.
Einde: 2024-09-07 17:30:00 u.

Programma

Louis Vierne (1870 – 1937) 1ère Suite, Op. 51: Prélude
Camille Saint-Saëns (1835 – 1921) Prélude et Fugue, Op. 99, Nr. 2
Joseph Guy Ropartz (1864 – 1955) Prélude funèbre
Marcel Dupré (1886 – 1971) Prélude et Fugue, Op. 7, Nr. 2
Elsa Barraine (1910 – 1999) Prélude, Nr. 1
Maurice Duruflé ( 1902 – 1986) Prélude et Fugue sur le nom d’Alain, Op. 7

Organist

Marcus Bergink (1965), is sinds 2004 als organist werkzaam in de Sint Martinus te Arnhem, alwaar hij het gerestaureerde Gradussen-orgel uit 1890 bespeelt. Tevens is hij werkzaam als free-lance organist in het grensgebied tussen Arnhem en Emmerich/Kleve (D).

Marcus studeerde voor diploma docerend musicus aan het Twents Conservatorium en aan het Stedelijk Conservatorium te Arnhem, respectievelijk bij Willem Mesdag en Theo Jellema. Na het succesvolle eindexamen in 1992 vervolgde hij zijn opleiding aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam bij dr. Hans van Nieuwkoop. In 1994 behaalde hij daar zijn diploma uitvoerend musicus.

Toelichting op het programma

Louis Vierne: 1ère Suite, Op. 51: Prélude

Dit deel uit de eerste suite is eigenlijk een toccatina. Na een korte inleiding klinkt het thema in de bas. In het middendeel wordt het thema overgenomen door de bovenstem. Na een kort intermezzo keert het thema terug in de bas. Dit keer niet zoals in het begin, maar in de omkering.

Camille Saint-Saëns: Prélude et Fugue, Op. 99, Nr. 2

Ook hier begint de prélude met een korte inleiding. Daarna wordt het thema in verschillende liggingen geïmiteerd. De daaropvolgende fuga, opgebouwd rond een stevig contrapuntisch thema, toont Saint-Saëns’ vermogen om complexe polyfonie te weven met heldere en logische stemvoering. De fuga ontwikkelt zich met een indrukwekkende balans tussen techniek en expressie, waarbij de stemmen zich elegant verweven.

Joseph Guy Ropartz: Prélude funèbre

Deze prélude behoort tot zijn meer sombere en introspectieve stukken. Als thema wordt hier het Dies irea gebruikt, de sequentia uit het requiem (Latijnse mis voor overledenen):

Marcel Dupré: Prélude et Fugue, Op. 7, Nr. 2

Dupré staat bekend om zijn virtuose werken, zoals de twee andere preludes uit opus 7. Nr. 2 is een ingetogen werk waarbij het thema weer in allerlei liggingen wordt gespeeld. Grote kunst van contrapunt waarbij het thema in de prélude als 4/4-maat wordt gebruikt, om het in de fugue hetzelfde thema in een 3/4-maat te gebruiken.

Elsa Barraine: Prélude, Nr. 1

Barraine’s gebruik van harmonie in deze prélude is bijzonder interessant. Ze combineert traditionele harmonische progressies met onverwachte wendingen en moderne dissonanties, wat het stuk een unieke klankkleur geeft. Dit zorgt voor een voortdurende spanning en een gevoel van mysterie, waardoor de luisteraar constant geboeid blijft.

Maurice Duruflé: Prélude et Fugue sur le nom d’Alain, Op. 7

Het preludium opent met een mysterieus thema, gebaseerd op de noten A-L-A-I-N (naar een idee van Ravel). Dit thema wordt ontwikkeld met rijke harmonieën en een vloeiende melodische lijn, die zowel contemplatief als majestueus is. Duruflé’s gebruik van modale harmonie en gregoriaanse invloeden creëert een tijdloze sfeer die het spirituele en meditatieve karakter van het werk benadrukt. Het thema van de fugue is energiek en ritmisch complex, en Duruflé weeft dit thema vakkundig door de verschillende stemmen van het orgel. De fuga groeit in intensiteit en complexiteit met een briljante stemvoering.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage, b.v. te voldoen via onderstaande QR-code (scannen vanuit een bank-app). Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Leendert Verduijn

Leendert Verduijn
Aanvang: 2024-09-07 16:00:00 u.
Einde: 2024-09-07 17:30:00 u.

Programma

Sergej Rachmaninov (1873 – 1943) Corelli-variaties (transcriptie Reitze Smits)
César Franck (1822 – 1890) Choral II in b
Thierry Escaich (1965) Evocation IV
Maurice Duruflé (1902 – 1986) Suite (opus 5)

Organist

Leendert Verduijn (*1996) is concertorganist, kerkorganist en muziekdocent. Als organist is hij verbonden aan de Sint Maartenskerk in Zaltbommel waar hij het schitterende Wolfferts-Heijneman-orgel (1786) bespeelt. Tevens is hij organist in de Hervormde Gemeente van Oudewater-Hekendorp. Hij speelt concerten als orgelsolist in binnen- en buitenland, zo concerteerde hij onder meer in de Saint Pauls Cathedral in Londen. Leendert is ook actief als (koor)begeleider en parttime muziekdocent op het Driestar College in Gouda.

In 2022 won Leendert de International Martini Organ Competition Groningen. Ook op andere concoursen was hij succesvol. In 2017 won hij het 25e en laatste Govert van Wijnconcours Maassluis alsmede de 3e prijs op het eerste nationale Ambitus Orgelconcours. Hij behaalde naast het Groningse succes in 2022 tevens een derde prijs op het 1er Internationaler Feith Orgelwettbewerb in Blieskastel (D) en won de tweede prijs en de publieksprijs op het Internationale Cesar Franck Concours in Haarlem.

Vanaf jonge leeftijd was hij geboeid door het orgel en de kennismaking met het instrument bestond dan ook uit het naspelen van de muziek die hij om zich heen hoorde. Zijn eerste orgellessen ontving hij van de heer C. Corbijn en aansluitend kreeg hij les van Hans Pors, beiden in Bodegraven. De vooropleiding op het conservatorium ontving hij bij Reitze Smits aan de HKU in Utrecht.

Leendert voltooide zijn conservatoriumopleiding in Rotterdam waar hij studeerde bij Bas de Vroome, Aart Bergwerff (interpretatie) en Hayo Boerema (improvisatie). Tijdens zijn masterstudie studeerde hij bij Ben van Oosten en Zuzana Ferjenčíková, een tweede master volgde hij bij Reitze Smits aan het Utrechts Conservatorium. Leendert rondde eveneens de studies kerkmuziek en docent muziek af. Momenteel studeert hij voor het Konzertexamen Orgel bij Prof. Vincent Dubois aan de Hochschule für Musik in Saarbrücken.

Naast de genoemde orgelstudies volgde Leendert masterclasses bij onder anderen Wolfgang Seifen en Thierry Escaich. Hij volgde verschillende cursussen, waaronder Young Talents en Excellence Class, aan de zomeracademie van het Internationaal Orgelfestival in Haarlem waar hij les kreeg van onder anderen Olivier Latry, Stefan Engels, Wolfgang Zerer en Leo van Doeselaar. Voor meer informatie zie: www.leendertverduijn.nl

Toelichting op het programma

Corellivariaties

Dit indrukwekkende stuk, geschreven in 1931, is gebaseerd op het oude thema “La Folia”, dat beroemd werd door de Italiaanse componist Arcangelo Corelli. Dit thema is geliefd om zijn melancholische en dansbare karakter en heeft door de eeuwen heen veel componisten geïnspireerd. Bijzonder om te vermelden is dat het hier gaat om Rachmaninov’s laatste compositie voor piano solo.

Rachmaninov begint met een eenvoudige weergave van het thema, waarna hij twintig variaties componeert die allemaal verschillende emoties en pianotechnieken laten horen. Van rustige, intieme momenten tot krachtige en stormachtige stukken, Rachmaninov toont zijn virtuositeit en diepe muzikaliteit in elke variatie. Deze variaties zijn niet alleen een technische uitdaging, maar ook een emotionele reis voor het publiek. Ze weerspiegelen Rachmaninov’s nostalgie en heimwee na zijn emigratie uit Rusland, wat zorgt voor een introspectieve en soms melancholische sfeer.

Deuxieme Choral

César Franck’s “Deuxième Choral” in b mineur is een van zijn laatste werken, geschreven in 1890, kort voor zijn dood. Het behoort tot een reeks van drie koralen voor orgel, die samen worden beschouwd als het hoogtepunt van zijn orgelcomposities. De “Deuxième Choral” combineert majestueuze grandeur met intieme lyriek en toont Franck’s meesterlijke beheersing van de orgelklank. Het werk opent met een passacagliathema dat zich door het stuk heen herhaalt en varieert, hetzelfde thema wordt na en krachtig intermezzo halverwege het stuk eveneens als thema gebruikt in een Fuga. Je zou kunnen zeggen dat Franck de oude vormen van de passacaglia en de fuga in een nieuw jasje steekt.

Evocation IV

Thierry Escaisch, recent benoemd als titulair organist van de Notre Dame in Parijs, staat bekend om zijn vele composities voor diverse bezettingen. Als organist ligt het zwaartepunt van zijn gecomponeerde oeuvre echter op de orgelmuziek. Zijn muziek wordt dikwijls gekenmerkt door een opzwepende ritmiek zoals ook in zijn improvisaties is terug te horen. Ook in deze Evocation is dat het geval, het stuk kan worden gekarakteriseerd als een ‘dans’.

Suite opus 5

Een voorganger van Thierry Escaisch als organist van de Saint-Etienne du Mont is Maurice Duruflé. Hij schreef verscheidene orgelwerken die vaak op de concertprogramma’s verschijnen, deze suite is daar een voorbeeld van. De compositie begint met een bezonken prelude waarin een diepe onderhuidse spanning voelbaar is die nog niet geheel tot uitbarsting komt. De meer luchtige Sicillienne die hierop volgt kan gezien worden als een intermezzo in de compositie waarna de Toccata, het bekendste deel uit deze suite, volledig tot uitbarsting komt.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage, bijvoorbeeld over te maken via onderstaande QR-code. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Ton van Eck

Ton van Eck
Aanvang: 2024-09-07 16:00:00 u.
Einde: 2024-09-07 17:30:00 u.

Slotconcert van de concertserie van 2024.

Programma

Charles Marie Widor (1844 – 1937) Delen uit Bach’s Memento (bewerkingen van werken van Johann Sebastian Bach voor orgel): Pastorale, Matthaeus – Final
Jan Mul (1911 – 1971) Kleine Toccata (thema met 6 variaties)
Johann Sebastian Bach (1685-1750) Sicilienne BWV 1031, voor orgel bewerkt door Louis Vierne  (1870-1937)
Rob Goorhuis (1948) Le Cinquantenaire (première)
Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) Chaconne uit de Partita II in D minor, BWV 1004, bewerking voor orgel Wilhelm Middelschulte (1863 – 1943)

Organist

Ton van Eck is titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo, Haarlem. Uitgebreidere informatie over hem is te vinden op deze website of op de website van het College van Orgel-adviseurs Nederland.

Toelichting op het programma

Charles-Marie Widor had grote bewondering voor Bach en beschouwde zichzelf (ten onrechte) als zijn spirituele leerling dankzij een leraar-leerling ‘stamboom’ die niet klopte. Zo trachtte hij de Bach-traditie op naam van de Franse orgelschool te zetten, een legende waarin zijn leerling Marcel Dupré nog een stap verder ging. Nadat hij na zijn laatste orgelsymfonie een kwart eeuw niet meer voor orgel had gecomponeerd, schreef hij deze bewerkingen als een hommage aan de grote Leipziger Thomaskantor en hield de zes stukken van Bach’s Memento in 1925 zelf ten doop bij de ingebruikneming van het orgel voor het Conservatoire Américaine in Fontainebleau.

De Pastorale is het derde deel van de Pastorella BWV 590. Bach beperkte zich bij dit deel tot een relatief eenvoudig zetting die manualiter uitvoerbaar is, maar Widor voegde daar een pedaalpartij aan toe en maakte er een veel complexer stuk van.

Ook het laatste deel van Bach’s Memento, het slotkoor uit de Matthäuspassion, interpreteert Widor heel anders dan wij. Waar wij dit stuk ervaren als een introverte en troostrijke compositie waarin de berusting over de dood van Jezus de overhand heeft, maakt Widor er als romanticus een pathetisch stuk van, met gebruik van de tongwerken en een luide registratie.

Ook Widors oud-leerling Louis Vierne bewonderde Bach. Diens bewerking van de Siciliano uit de fluitsonate, BWV 1031 heeft ook persoonlijk tintje. De solo begint niet op een fluitregister, maar op de Clarinet en wordt later afgewisseld met de Flûte harmonique.

Jan Mul componeerde voltooide zijn Kleine Toccata in mei 1939. Toccata heeft hier niet de betekenis van een virtuoos orgelwerk maar van een ‘speelstuk’. Het bestaat uit een thema met 6 variaties. ‘Klein’ is hier niet het synoniem van ‘gemakkelijk’. Tussen de variaties zitten enkele lastige exemplaren. Prachtige, kruidige harmonieën kenmerken dit stuk waarvan de première destijds werd gespeeld door zijn vriend Albert De Klerk. De Duitse orgelvirtuoos en componist Wilhelm Mittelschulte reisde in 1891 naar Chicago en zette zijn carrière voort in de Verenigde Staten. Zijn orgelbewerking van Bachs monumentale Chaconne voor viool solo is een karakteristiek voorbeeld van de manier waarop barokmuziek in de tweede helft van de 19e eeuw werd herontdekt en op eigentijdse wijze werd bewerkt. Toch baseert Middelschulte zich steeds op de originele versie voor viool die als referentie boven de orgelpartij staat afgedrukt.

Le Cinquantenaire

Ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de serie orgelconcerten in de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo te Haarlem schreef Rob Goorhuis een concertwerk ter opluistering van deze feestelijke gelegenheid. De componist kon het niet nalaten zijn leraar en mentor, Bernard Bartelink, in dit werk een centrale plaats toe te bedelen.

In dit werk kon hij tevens een sterke autobiografische component verwerken. In zijn dertiende levensjaar werd hij vanwege de ernstige ziekte van zijn moeder opgenomen in het gezin Bartelink. Dat was een bijzondere en gelukkige periode, waarin hij intensief kennismaakte met het muziekleven, vooral via de orgelactiviteiten van Bartelink, die een vooraanstaand organist was in Nederland, maar die ook internationaal veel lof oogstte.

Toen Bartelink in 1961 het Internationaal Orgel Improvisatie Concours in Haarlem won, lag het programmaboekje met daarin het thema van Henk Badings, waarop geïmproviseerd was, enige dagen op de tafel in de woonkamer. Rob Goorhuis vond het maar een vreemd thema. Het was heel anders dan de muziek in zijn pianoboeken. Tijdens het concours moesten de organisten het gebruiken als basis voor een geïmproviseerde Passacaglia. Dat bracht de jonge Goorhuis op het idee ook te proberen een Passacaglia op dit thema te maken. Hij was toen 13 jaar oud.

In zijn loopbaan als componist heeft het thema van Badings meermaals een rol gespeeld. In het jaar 2000 schreef hij het werk ‘A Tribute to Henk Badings’ voor brassband, een grote Passacaglia, waarin het Badings-thema de hoofdrol speelt. In 2020 maakte hij het werk ‘Self-Portrait’ voor piano, strijkoctet en fanfareorkest, waarin dit thema iets aangepast de leidraad vormt. Toen hem de opdracht voor het jubileumwerk voor de Haarlemse Bavo werd toebedeeld, werd het verleden weer tastbaar. Veel herinneringen aan de periode van weleer en aan zijn toegewijde en zorgzame leraar vonden een uitweg in het mijmerende middendeel van het werk, waar het thema Van Badings opbloeit in drie variaties, waarvan de eerste een letterlijk citaat is uit de compositie, die hij bij Bartelink in huis als puber schreef.

Maar ook anekdotische beelden zoals het draaiorgel dat werd “omgekocht” om een paar straten verderop te gaan draaien, vanwege de verstoring van zijn pianoles, steken de kop op.

Het werk is een drieluik met drie verschillende karakters. In het eerste gedeelte duikt de handtekening van J.S. Bach op als onontkoombare meester van het orgel, én het draaiorgel laat zich horen. Het derde gedeelte is een vrolijke Toccata, een metafoor voor de manier waarop de componist zich muzikaal door het leven heeft gedanst.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein



Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage, b.v. via onderstaande QR-code (scannen vanuit een bankapp). Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2024

Sponsoren 2024