Stichting Willibrordusorgel
https://willibrordusorgel.nl/category/agenda/agenda-verleden/page/6/?query-a9c5aa38-page=2
Geplaatst op: 4 juni 2026


Ton van Eck – Bobbie Blommesteijn – Michelle Mallinger – Froukje Wiebenga

Ton van Eck
Aanvang: 2024-06-01 16:00:00 u. 
Einde: 2024-06-01 17:30:00 u.

 

Dit concert wordt georganiseerd i.s.m. de Frank Martin Stichting.

Programma

Jehan Alain (1911-1940)  (fluit en orgel) Trois Pièces pour flûte et orgue
Jehan Alain  (orgel) Le Jardin suspendu (chacone)
Frank Martin (1890-1974) (fluit en orgel) Sonata da chiesa per flauto e organo (1941)
Andante – Allegretto alla Francese – Musette – Adagio
Jehan Alain  (orgel) Litanies
Frank Martin (zang, fluit en orgel) Trois Chants de Noël voor zangstem, fluit en orgel
Jehan Alain (voor 2 zangstemmen, fluit en orgel) Messe modale Voor twee zangstemmen, fluit en orgel
Kyrie – Gloria – Sanctus – Agnus Dei

Organist

Ton van Eck is titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo, Haarlem. Uitgebreidere informatie over hem is te vinden op deze website of op de website van het College van Orgel-adviseurs Nederland.

Toelichting op het programma

Volgt

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Una Cintina

Una Cintina
Aanvang: 2024-06-01 16:00:00 u. 
Einde: 2024-06-01 17:30:00 u.

 

Programma

Pēteris Vasks (*1946)  Cantus Ad Pacem (Gezang voor vrede)
Maija Einfelde (*1939) Iz senseniem laikiem (Uit de oude tijden)
Imants Zemzaris (*1951) Pastorales pour une flûte d’été (Pastorales voor een zomerfluit)
Aivars Kalējs (*1951) Per aspera ad astra (Door ontberingen naar de sterren)

Organist

Una Cintina is organist, dirigent en muziekdirecteur van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Amsterdam. 

Una, geboren in Jūrmala (Letland) in een familie van musici, begon haar muzikale opleiding al in de voorschoolse jaren. Ze zong in folkloristische groepen en leerde de kokle, een traditioneel Lets instrument, bespelen. Op veertienjarige leeftijd kreeg Una haar eerste opdracht als organist bij de Bulduri Evangelisch-Lutherse Kerk in Jūrmala en heeft sindsdien in veel kerken gewerkt.

Una behaalde haar eerste academische graad aan de Riga Cathedral Choir School in koorzang (1998) en kerkmuziek (2001) met Vita Kalnciema (orgel). Daarna behaalde ze haar Bachelor (2005) en Master diploma’s (2007 en 2009) aan de Lets Academie of Music en het Conservatorium van Amsterdam onder leiding van Sigvards Klava (directie), Prof. Talivaldis Deksnis (orgel) en Jacques van Oortmerssen (orgel). Ze nam deel aan verschillende masterclasses en zomeracademies georganiseerd door Ton Koopman, Luger Lohman, Hans Fagius, Joel Speersta, Olivier Latry, Louis Robilliard en vele anderen.

Una neemt regelmatig deel aan Hedendaagse Muziek festivals, speelt de premières van nieuwe composities, werkt aan speciale projecten met andere kunstvormen – acteurs, dansers, poppentheater, enzovoort – en treedt op als solist in concerten met orkesten, koren en in verschillende kamermuziekformaties. In 2020 verscheen haar cd “The Hands of Time”, met muziek voor slagwerk en orgel in samenwerking met slagwerker Georgi Tsenov. Een belangrijke plaats in Una’s concertprogramma’s is gereserveerd voor het promoten van Letse muziek en muziek van hedendaagse componisten, evenals het bekendmaken van het publiek met, volgens haar, de belangrijkste componisten van de 20e eeuw. In 2021 nam ze deel aan de opname van het Amstel Saxophone Quartet gewijd aan de muziek van de Letse componist Georgs Pelēcis en in 2023 aan een CD met violist Indulis Cintiņš met muziek van hedendaagse Letse componisten.

Toelichting op het programma

In dit concert zullen luisteraars vier stukken horen, geschreven door nog levende Letse componisten. Elk met een zeer distinctieve en unieke stem in het hedendaagse muzikale landschap.

De werken van Pēteris Vasks zijn wereldberoemd als belangrijk voorbeeld van de nieuwe eenvoud die populair werd in de Noord-Europese landen in de jaren ’90. Echter, ik vind dat zijn meest interessante werken geschreven zijn vóór die tijd, toen de componist aan het experimenteren was en op zoek was naar de diepere expressies van de instrumenten waarvoor hij muziek schreef. Het onderliggende thema van de Cantus Ad Pacem is de bescherming van de natuur – de sacrale ruimte waar we vrede kunnen vinden, maar die vaak bedreigd is en bescherming nodig heeft.

De muziek van Maija Einfelde is een voorbeeld van expressionisme in de Letse muziek. “Iz senseniem laikiem” van Maija Einfelde is geïnspireerd door haar interesse in folklore van verschillende vroege culturen. Men kan intonaties horen van een herdersroep, het neuriën van Himalaya-monniken, vroege gezangen op een beperkte drie-toonsschaal. De componiste zelf ziet de oude muziek als magisch, betoverend.

Imants Zemzaris presenteerde zich helder in de Letse muziekscene in de jaren 1970 als een vertegenwoordiger van het postmodernisme, strevend naar consonante harmonie en een gevoel van neo-romantische schoonheid, evenals het verenigen van semantisch diverse subteksten en associaties. De polystilistische vrijheid en verfijnde genres van de werken van de componist combineren ogenschijnlijk tegenstrijdige kenmerken – neoclassicisme, minimalisme, elementen van instrumentaal theater, rock en disco, allusies en citaten uit het werk van Bach, Beethoven, Mozart, Chopin en andere grootmeesters. Imants Zemzaris wordt vaak geïnspireerd door literatuur, schilderkunst en theater. Dit komt tot uiting in de poëtische epigrammen en programmatische titels van de composities. 

Aivars Kalējs is een actieve concertorganist en componist. Zijn orgelwerk “Per aspera ad Astra” is een dynamisch, virtuoos stuk dat expressief de dramatische strijd met donker afbeeldt, evenals “het licht van een witte ziel, die zich uitstrekt tot in de eeuwigheid en samen smelt met de hemel”. (A.K.)

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage, b.v. via onderstaande QR-code (te scannen vanuit een bank-app). Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Erik Jan Eradus

Erik-Jan Eradus
Aanvang: 2024-06-01 16:00:00 u. 
Einde: 2024-06-01 17:30:00 u.

 

Programma

Pierre Dumage (1674-1751) Livre d’Orgue 
 
1. Plein Jeu
2. Fugue
3. Trio
4. Tierce en taille
5. Basse de Trompette
6. Récit
7. Duo
8. Grand Jeu (dialogue)
Charles-Marie Widor (1844-1937) Uit Symphonie 3 op. 13 nr. 3                        
 
1. Prélude
2. Minuetto
3. Marcia
Dynam-Victor Fumet (1867-1949) Transsubstantiation
Jeanne Demessieux (1921-1968) Te Deum op. 11

Organist

Erik Jan Eradus is actief als organist in Haarlem en Amsterdam. Meer informatie is te vinden op zijn webpagina.

Toelichting op het programma

Pierre Dumage was de zoon van de organist van de Kathedraal in Beauvais. Ongetwijfeld was zijn vader zijn eerste leraar. In 1694 ging Pierre Dumage naar Parijs, om bij Louis Marchand, organist van de koninklijke kapel te studeren. Hij maakte kennis met Nicolas Lebègue en waarschijnlijk dankzij de aanbeveling van Lebègue wordt hij benoemd tot organist van het nieuwe monumentale orgel van de Collégiale Royale van Saint-Quentin. In 1708 draagt hij zijn Premier Livre d’Orgue op aan het kapittel van deze kerk. In 1710, na ongeveer 8 jaren dienst aan Saint-Quentin, neemt hij met succes deel aan een concours voor de betrekking van organist van de kathedraal van Laon.

Op 27 april 1712, gaf het kapittel van de kathedraal toestemming voor de publicatie van het Second Livre d’Orgue. Men heeft het nooit teruggevonden… In 1719 leidden geschillen met het kapittel van de kerk tot zijn vertrek. Daarna heeft hij, zover bekend, geen muziek meer gecomponeerd.

Charles-Marie Widor schreef tien Symfonieën voor orgel. Door de ontwikkelingen in de 19e-eeuwse Franse orgelbouw (Widor was nauw bevriend met de orgelbouwer Cavaillé-Coll) komt in zijn muziek duidelijk de orkestrale kant van het orgel naar voren.

De 3e Symfonie opent plechtig met een serieus Preludium in e-klein. De registratie ‘Demi Grand Choeur’ (vol zwelwerk gekoppeld aan de grondstemmen van hoofdwerk en pedaal) wordt een aantal malen onderbroken door een lieflijker klinkende melodie, gespeeld op de Klarinet. Het lichtvoetige Minuetto in ABA-vorm laat in het A-gedeelte een Hobo-solo horen, omspeeld door een Fluit Harmonique. In het B-gedeelte is de Trompet aan het woord als tenor-solist. De Mars is een pompeus werk, een typisch 19e-eeuws voorbeeld van een Franse ‘Sortie’.

Dynam-Victor Fumet, ondermeer leerling van César Franck, is als componist in de vergetelheid geraakt. Maar de grote organist en, in zijn tijd, beroemde improvisator heeft veel werken achtergelaten. Het werk Transsubstantiation (de verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus Christus)  is even mystiek en ongrijpbaar als de titel doet vermoeden. Het geeft een beeld van een groot mysterie (zowel de Transsubstantiatie als de componist!).

Jeanne Demessieux was al tijdens haar leven een legende. Zij oversteeg alle virtuositeit van haar leermeester Marcel Dupré. Als organiste van de ‘Madeleine’ in Parijs verwierf ze grote bekendheid, ook door de opnames van de orgelwerken van Franck aldaar. In Nederland speelde zij veelvuldig concerten.

Het Te Deum werd geschreven in 1965. Het is nauw gebaseerd op de gregoriaanse melodie en is, in tegenstelling tot veel op het gregoriaans gebaseerde orgelwerken, geen improvisatorische fantasie, maar bouwt in plaats daarvan spanning op door het gebruik van ostinato’s en stuwende ritmes, gelieerd aan een krachtige, soms dissonante harmonische taal. Uiteindelijk barst de spanning los in een wilder, vrijer gedeelte, resulterend in een schitterend slot E-majeurakkoord.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Marcus Bergink

Aanvang: 2024-06-01 16:00:00 u. 
Einde: 2024-06-01 17:30:00 u.

 

Programma

Louis Vierne (1870 – 1937) 1ère Suite, Op. 51: Prélude
Camille Saint-Saëns (1835 – 1921) Prélude et Fugue, Op. 99, Nr. 2
Joseph Guy Ropartz (1864 – 1955) Prélude funèbre
Marcel Dupré (1886 – 1971) Prélude et Fugue, Op. 7, Nr. 2
Elsa Barraine (1910 – 1999) Prélude, Nr. 1
Maurice Duruflé ( 1902 – 1986) Prélude et Fugue sur le nom d’Alain, Op. 7

Organist

Marcus Bergink (1965), is sinds 2004 als organist werkzaam in de Sint Martinus te Arnhem, alwaar hij het gerestaureerde Gradussen-orgel uit 1890 bespeelt. Tevens is hij werkzaam als free-lance organist in het grensgebied tussen Arnhem en Emmerich/Kleve (D).

Marcus studeerde voor diploma docerend musicus aan het Twents Conservatorium en aan het Stedelijk Conservatorium te Arnhem, respectievelijk bij Willem Mesdag en Theo Jellema. Na het succesvolle eindexamen in 1992 vervolgde hij zijn opleiding aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam bij dr. Hans van Nieuwkoop. In 1994 behaalde hij daar zijn diploma uitvoerend musicus.

Toelichting op het programma

Louis Vierne: 1ère Suite, Op. 51: Prélude

Dit deel uit de eerste suite is eigenlijk een toccatina. Na een korte inleiding klinkt het thema in de bas. In het middendeel wordt het thema overgenomen door de bovenstem. Na een kort intermezzo keert het thema terug in de bas. Dit keer niet zoals in het begin, maar in de omkering.

Camille Saint-Saëns: Prélude et Fugue, Op. 99, Nr. 2

Ook hier begint de prélude met een korte inleiding. Daarna wordt het thema in verschillende liggingen geïmiteerd. De daaropvolgende fuga, opgebouwd rond een stevig contrapuntisch thema, toont Saint-Saëns’ vermogen om complexe polyfonie te weven met heldere en logische stemvoering. De fuga ontwikkelt zich met een indrukwekkende balans tussen techniek en expressie, waarbij de stemmen zich elegant verweven.

Joseph Guy Ropartz: Prélude funèbre

Deze prélude behoort tot zijn meer sombere en introspectieve stukken. Als thema wordt hier het Dies irea gebruikt, de sequentia uit het requiem (Latijnse mis voor overledenen):

Marcel Dupré: Prélude et Fugue, Op. 7, Nr. 2

Dupré staat bekend om zijn virtuose werken, zoals de twee andere preludes uit opus 7. Nr. 2 is een ingetogen werk waarbij het thema weer in allerlei liggingen wordt gespeeld. Grote kunst van contrapunt waarbij het thema in de prélude als 4/4-maat wordt gebruikt, om het in de fugue hetzelfde thema in een 3/4-maat te gebruiken.

Elsa Barraine: Prélude, Nr. 1

Barraine’s gebruik van harmonie in deze prélude is bijzonder interessant. Ze combineert traditionele harmonische progressies met onverwachte wendingen en moderne dissonanties, wat het stuk een unieke klankkleur geeft. Dit zorgt voor een voortdurende spanning en een gevoel van mysterie, waardoor de luisteraar constant geboeid blijft.

Maurice Duruflé: Prélude et Fugue sur le nom d’Alain, Op. 7

Het preludium opent met een mysterieus thema, gebaseerd op de noten A-L-A-I-N (naar een idee van Ravel). Dit thema wordt ontwikkeld met rijke harmonieën en een vloeiende melodische lijn, die zowel contemplatief als majestueus is. Duruflé’s gebruik van modale harmonie en gregoriaanse invloeden creëert een tijdloze sfeer die het spirituele en meditatieve karakter van het werk benadrukt. Het thema van de fugue is energiek en ritmisch complex, en Duruflé weeft dit thema vakkundig door de verschillende stemmen van het orgel. De fuga groeit in intensiteit en complexiteit met een briljante stemvoering.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage, b.v. te voldoen via onderstaande QR-code (scannen vanuit een bank-app). Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Leendert Verduijn

Leendert Verduijn
Aanvang: 2024-06-01 16:00:00 u. 
Einde: 2024-06-01 17:30:00 u.

 

Programma

Sergej Rachmaninov (1873 – 1943) Corelli-variaties (transcriptie Reitze Smits)
César Franck (1822 – 1890) Choral II in b
Thierry Escaich (1965) Evocation IV
Maurice Duruflé (1902 – 1986) Suite (opus 5)

Organist

Leendert Verduijn (*1996) is concertorganist, kerkorganist en muziekdocent. Als organist is hij verbonden aan de Sint Maartenskerk in Zaltbommel waar hij het schitterende Wolfferts-Heijneman-orgel (1786) bespeelt. Tevens is hij organist in de Hervormde Gemeente van Oudewater-Hekendorp. Hij speelt concerten als orgelsolist in binnen- en buitenland, zo concerteerde hij onder meer in de Saint Pauls Cathedral in Londen. Leendert is ook actief als (koor)begeleider en parttime muziekdocent op het Driestar College in Gouda.

In 2022 won Leendert de International Martini Organ Competition Groningen. Ook op andere concoursen was hij succesvol. In 2017 won hij het 25e en laatste Govert van Wijnconcours Maassluis alsmede de 3e prijs op het eerste nationale Ambitus Orgelconcours. Hij behaalde naast het Groningse succes in 2022 tevens een derde prijs op het 1er Internationaler Feith Orgelwettbewerb in Blieskastel (D) en won de tweede prijs en de publieksprijs op het Internationale Cesar Franck Concours in Haarlem.

Vanaf jonge leeftijd was hij geboeid door het orgel en de kennismaking met het instrument bestond dan ook uit het naspelen van de muziek die hij om zich heen hoorde. Zijn eerste orgellessen ontving hij van de heer C. Corbijn en aansluitend kreeg hij les van Hans Pors, beiden in Bodegraven. De vooropleiding op het conservatorium ontving hij bij Reitze Smits aan de HKU in Utrecht.

Leendert voltooide zijn conservatoriumopleiding in Rotterdam waar hij studeerde bij Bas de Vroome, Aart Bergwerff (interpretatie) en Hayo Boerema (improvisatie). Tijdens zijn masterstudie studeerde hij bij Ben van Oosten en Zuzana Ferjenčíková, een tweede master volgde hij bij Reitze Smits aan het Utrechts Conservatorium. Leendert rondde eveneens de studies kerkmuziek en docent muziek af. Momenteel studeert hij voor het Konzertexamen Orgel bij Prof. Vincent Dubois aan de Hochschule für Musik in Saarbrücken.

Naast de genoemde orgelstudies volgde Leendert masterclasses bij onder anderen Wolfgang Seifen en Thierry Escaich. Hij volgde verschillende cursussen, waaronder Young Talents en Excellence Class, aan de zomeracademie van het Internationaal Orgelfestival in Haarlem waar hij les kreeg van onder anderen Olivier Latry, Stefan Engels, Wolfgang Zerer en Leo van Doeselaar. Voor meer informatie zie: www.leendertverduijn.nl

Toelichting op het programma

Corellivariaties

Dit indrukwekkende stuk, geschreven in 1931, is gebaseerd op het oude thema “La Folia”, dat beroemd werd door de Italiaanse componist Arcangelo Corelli. Dit thema is geliefd om zijn melancholische en dansbare karakter en heeft door de eeuwen heen veel componisten geïnspireerd. Bijzonder om te vermelden is dat het hier gaat om Rachmaninov’s laatste compositie voor piano solo.

Rachmaninov begint met een eenvoudige weergave van het thema, waarna hij twintig variaties componeert die allemaal verschillende emoties en pianotechnieken laten horen. Van rustige, intieme momenten tot krachtige en stormachtige stukken, Rachmaninov toont zijn virtuositeit en diepe muzikaliteit in elke variatie. Deze variaties zijn niet alleen een technische uitdaging, maar ook een emotionele reis voor het publiek. Ze weerspiegelen Rachmaninov’s nostalgie en heimwee na zijn emigratie uit Rusland, wat zorgt voor een introspectieve en soms melancholische sfeer.

Deuxieme Choral

César Franck’s “Deuxième Choral” in b mineur is een van zijn laatste werken, geschreven in 1890, kort voor zijn dood. Het behoort tot een reeks van drie koralen voor orgel, die samen worden beschouwd als het hoogtepunt van zijn orgelcomposities. De “Deuxième Choral” combineert majestueuze grandeur met intieme lyriek en toont Franck’s meesterlijke beheersing van de orgelklank. Het werk opent met een passacagliathema dat zich door het stuk heen herhaalt en varieert, hetzelfde thema wordt na en krachtig intermezzo halverwege het stuk eveneens als thema gebruikt in een Fuga. Je zou kunnen zeggen dat Franck de oude vormen van de passacaglia en de fuga in een nieuw jasje steekt.

Evocation IV

Thierry Escaisch, recent benoemd als titulair organist van de Notre Dame in Parijs, staat bekend om zijn vele composities voor diverse bezettingen. Als organist ligt het zwaartepunt van zijn gecomponeerde oeuvre echter op de orgelmuziek. Zijn muziek wordt dikwijls gekenmerkt door een opzwepende ritmiek zoals ook in zijn improvisaties is terug te horen. Ook in deze Evocation is dat het geval, het stuk kan worden gekarakteriseerd als een ‘dans’.

Suite opus 5

Een voorganger van Thierry Escaisch als organist van de Saint-Etienne du Mont is Maurice Duruflé. Hij schreef verscheidene orgelwerken die vaak op de concertprogramma’s verschijnen, deze suite is daar een voorbeeld van. De compositie begint met een bezonken prelude waarin een diepe onderhuidse spanning voelbaar is die nog niet geheel tot uitbarsting komt. De meer luchtige Sicillienne die hierop volgt kan gezien worden als een intermezzo in de compositie waarna de Toccata, het bekendste deel uit deze suite, volledig tot uitbarsting komt.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage, bijvoorbeeld over te maken via onderstaande QR-code. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Ton van Eck

Ton van Eck
Aanvang: 2024-06-01 16:00:00 u. 
Einde: 2024-06-01 17:30:00 u.

 

Slotconcert van de concertserie van 2024.

Programma

Charles Marie Widor (1844 – 1937) Delen uit Bach’s Memento (bewerkingen van werken van Johann Sebastian Bach voor orgel): Pastorale, Matthaeus – Final
Jan Mul (1911 – 1971) Kleine Toccata (thema met 6 variaties)
Johann Sebastian Bach (1685-1750) Sicilienne BWV 1031, voor orgel bewerkt door Louis Vierne  (1870-1937)
Rob Goorhuis (1948) Le Cinquantenaire (première)
Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) Chaconne uit de Partita II in D minor, BWV 1004, bewerking voor orgel Wilhelm Middelschulte (1863 – 1943)

Organist

Ton van Eck is titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo, Haarlem. Uitgebreidere informatie over hem is te vinden op deze website of op de website van het College van Orgel-adviseurs Nederland.

Toelichting op het programma

Charles-Marie Widor had grote bewondering voor Bach en beschouwde zichzelf (ten onrechte) als zijn spirituele leerling dankzij een leraar-leerling ‘stamboom’ die niet klopte. Zo trachtte hij de Bach-traditie op naam van de Franse orgelschool te zetten, een legende waarin zijn leerling Marcel Dupré nog een stap verder ging. Nadat hij na zijn laatste orgelsymfonie een kwart eeuw niet meer voor orgel had gecomponeerd, schreef hij deze bewerkingen als een hommage aan de grote Leipziger Thomaskantor en hield de zes stukken van Bach’s Memento in 1925 zelf ten doop bij de ingebruikneming van het orgel voor het Conservatoire Américaine in Fontainebleau.

De Pastorale is het derde deel van de Pastorella BWV 590. Bach beperkte zich bij dit deel tot een relatief eenvoudig zetting die manualiter uitvoerbaar is, maar Widor voegde daar een pedaalpartij aan toe en maakte er een veel complexer stuk van.

Ook het laatste deel van Bach’s Memento, het slotkoor uit de Matthäuspassion, interpreteert Widor heel anders dan wij. Waar wij dit stuk ervaren als een introverte en troostrijke compositie waarin de berusting over de dood van Jezus de overhand heeft, maakt Widor er als romanticus een pathetisch stuk van, met gebruik van de tongwerken en een luide registratie.

Ook Widors oud-leerling Louis Vierne bewonderde Bach. Diens bewerking van de Siciliano uit de fluitsonate, BWV 1031 heeft ook persoonlijk tintje. De solo begint niet op een fluitregister, maar op de Clarinet en wordt later afgewisseld met de Flûte harmonique.

Jan Mul componeerde voltooide zijn Kleine Toccata in mei 1939. Toccata heeft hier niet de betekenis van een virtuoos orgelwerk maar van een ‘speelstuk’. Het bestaat uit een thema met 6 variaties. ‘Klein’ is hier niet het synoniem van ‘gemakkelijk’. Tussen de variaties zitten enkele lastige exemplaren. Prachtige, kruidige harmonieën kenmerken dit stuk waarvan de première destijds werd gespeeld door zijn vriend Albert De Klerk. De Duitse orgelvirtuoos en componist Wilhelm Mittelschulte reisde in 1891 naar Chicago en zette zijn carrière voort in de Verenigde Staten. Zijn orgelbewerking van Bachs monumentale Chaconne voor viool solo is een karakteristiek voorbeeld van de manier waarop barokmuziek in de tweede helft van de 19e eeuw werd herontdekt en op eigentijdse wijze werd bewerkt. Toch baseert Middelschulte zich steeds op de originele versie voor viool die als referentie boven de orgelpartij staat afgedrukt.

Le Cinquantenaire

Ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de serie orgelconcerten in de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo te Haarlem schreef Rob Goorhuis een concertwerk ter opluistering van deze feestelijke gelegenheid. De componist kon het niet nalaten zijn leraar en mentor, Bernard Bartelink, in dit werk een centrale plaats toe te bedelen.

In dit werk kon hij tevens een sterke autobiografische component verwerken. In zijn dertiende levensjaar werd hij vanwege de ernstige ziekte van zijn moeder opgenomen in het gezin Bartelink. Dat was een bijzondere en gelukkige periode, waarin hij intensief kennismaakte met het muziekleven, vooral via de orgelactiviteiten van Bartelink, die een vooraanstaand organist was in Nederland, maar die ook internationaal veel lof oogstte.

Toen Bartelink in 1961 het Internationaal Orgel Improvisatie Concours in Haarlem won, lag het programmaboekje met daarin het thema van Henk Badings, waarop geïmproviseerd was, enige dagen op de tafel in de woonkamer. Rob Goorhuis vond het maar een vreemd thema. Het was heel anders dan de muziek in zijn pianoboeken. Tijdens het concours moesten de organisten het gebruiken als basis voor een geïmproviseerde Passacaglia. Dat bracht de jonge Goorhuis op het idee ook te proberen een Passacaglia op dit thema te maken. Hij was toen 13 jaar oud.

In zijn loopbaan als componist heeft het thema van Badings meermaals een rol gespeeld. In het jaar 2000 schreef hij het werk ‘A Tribute to Henk Badings’ voor brassband, een grote Passacaglia, waarin het Badings-thema de hoofdrol speelt. In 2020 maakte hij het werk ‘Self-Portrait’ voor piano, strijkoctet en fanfareorkest, waarin dit thema iets aangepast de leidraad vormt. Toen hem de opdracht voor het jubileumwerk voor de Haarlemse Bavo werd toebedeeld, werd het verleden weer tastbaar. Veel herinneringen aan de periode van weleer en aan zijn toegewijde en zorgzame leraar vonden een uitweg in het mijmerende middendeel van het werk, waar het thema Van Badings opbloeit in drie variaties, waarvan de eerste een letterlijk citaat is uit de compositie, die hij bij Bartelink in huis als puber schreef.

Maar ook anekdotische beelden zoals het draaiorgel dat werd “omgekocht” om een paar straten verderop te gaan draaien, vanwege de verstoring van zijn pianoles, steken de kop op.

Het werk is een drieluik met drie verschillende karakters. In het eerste gedeelte duikt de handtekening van J.S. Bach op als onontkoombare meester van het orgel, én het draaiorgel laat zich horen. Het derde gedeelte is een vrolijke Toccata, een metafoor voor de manier waarop de componist zich muzikaal door het leven heeft gedanst.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein



Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage, b.v. via onderstaande QR-code (scannen vanuit een bankapp). Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Quentin Guérillot

Quintin Querillot
Aanvang: 2024-06-01 16:00:00 u. 
Einde: 2024-06-01 17:30:00 u.

 

Programma

Ottorino Respighi (1879-1936) Preludio in re minore 
Ottorino Respighi (1879-1936) Preludio in la minore
Max Reger (1873-1916) Choralfantasie “Wie schön Leucht’uns der Morgenstern”
Paul Hindemith (1895-1963) Orgel Sonata no. 2 :
1. Lebhaft
2. Ruhig Bewegt
Pierre Pincemaille (1956-2018) Prélude et fugue sur le nom d’Aristide, improvisation reconstituée par Dimitri Soudoplatoff et Quentin Guérillot

Organist

Quentin Guérillot, geboren in Mulhouse, studeerde aan het Conservatoire National Supérieur de Paris bij grote meesters als Michel Bouvard en Olivier Latry voor orgel, Olivier Baumont voor klavecimbel, Thierry Escaich en Pierre Pincemaille voor schrift en improvisatie, en won 7 eerste prijzen. Als leerling van Vincent Warnier volgde hij ook talrijke masterclasses bij Louis Robillard, Bernhard Haas, Andreas Staier en Christophe Rousset en werkte hij aan het Italiaanse orgelrepertoire met de gerenommeerde organist en musicoloog Andrea Macinanti. In mei 2018 werd hij op 25-jarige leeftijd benoemd tot titulair organist van de Cavaillé-Coll-orgels in de Kathedrale Basiliek van Saint-Denis, als opvolger van zijn mentor Pierre Pincemaille. Sindsdien is hij artistiek leider van het orgelconcertseizoen van de kathedraal en treedt hij regelmatig op als solist tijdens het Festival van Saint-Denis, met name met Khrystyna Sarksyan en David Guerrier. Hij treedt ook regelmatig op onder leiding van prestigieuze dirigenten als Matthias Pintscher, Marko Letonja en Jukka-Pekka Saraste in de Philharmonie de Paris en het Théâtre Antique d’Orange.

Hij studeerde af aan Leonardo García Alarcón’s “maestro al cembalo” klas aan de HEM in Genève, is klavecinist en vocaal coach en begeleidt zangers aan de Aix-en-Provence Festival Academy in juni 2022.

Zijn eerste cd, “L’orgue chambriste, du salon à la salle de concert”, uitgebracht op het label Initiale, werd unaniem lovend ontvangen (Choc de Classica).

Toelichting op het programma

Volgt

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Balthasar Baumgartner

Balthasar Baumgartner
Aanvang: 2024-06-01 16:00:00 u. 
Einde: 2024-06-01 17:30:00 u.

 

Programma

“Geboren rond 1870”
Franz Schmidt (1874 – 1939) Präludium und Fuge in D-Dur “Halleluja”
Max Reger (1873 – 1916) Benedictus Des-Dur (op. 59/9)
Louis Vierne (1870 – 1937) Symphonie Nr. 2 in e-Moll:     
– III. Scherzo     
– IV. Cantabile
Camillo Schumann (1872 – 1946) Sonate Nr. 6 in a-Moll (op. 110)
– I Andante sostenuto – Allegro con brio
– II Andante cantabile
– III Intermezzo
– IV Toccata

Organist

Balthasar Baumgartner groeide op in het district Rosenheim/Upper-Beieren en heeft zijn muzikale wortels in de Beierse volksmuziek. Na zijn eerste piano- en orgellessen in Rosenheim studeerde hij tijdens zijn schooltijd orgel bij Elisabeth Ullmann aan het Mozarteum in Salzburg. Na de middelbare school studeerde hij katholieke kerkmuziek en orgel aan de Universiteit voor Muziek en Theater in München (orgel bij Harald Feller, improvisatie bij Wolfgang Hörlin, koordirectie bij Michael Gläser). Hij rondde daar zijn studie af met het A-examen kerkmuziek (2009) en het masterclassdiploma orgel (2010).

Hij ontving prijzen op het Duitse muziekconcours in Bonn, het August Everding muziekconcours in München en het Canadese internationale orgelconcours in Montréal. In 2010 won hij de eerste prijs en de speciale prijs voor nieuwe muziek op het Internationale Orgelconcours van Mainz.

Van 2009 tot 2011 was hij muzikaal assistent aan de Dom van Keulen. Zijn weg leidde hem vervolgens naar het bisdom Osnabrück, waar hij van 2011 tot 2018 werkte als regiocantor in de Propsteikirche St Vitus in Meppen (dekenaat Emsland-Mitte). Daar leidde hij de koren van de proosdijkerk, de Städt. Musikverein Meppen en richtte hij – samen met zijn collega Frauke Schwind – het Emsland Kamerkoor op.

Als directeur van het seminar voor kerkmuziek in Meppen leidde hij de C-opleiding in Emsland en stapte in 2018 over naar de functie van regiocantor in de St. Bonifatius in Lingen (decanaat Emsland-Süd). Sinds februari 2021 werkt hij als kathedraalorganist aan de St-Pieterskathedraal in Osnabrück en blijft hij werkzaam in het kerkmuziekopleidings- en bijscholingsprogramma van het bisdom.

Als organist houdt hij zich bezig met alle tijdperken van de orgelliteratuur en heeft hij zich in het verleden ingezet voor verschillende speciale concertprojecten. In 2017 werden bijvoorbeeld alle orgelwerken van J.S. Bach uitgevoerd in het kader van het project “Bach in Meppen”. In 2020 speelde hij de 6 orgelsymfonieën van Louis Vierne in Lingen ter gelegenheid van zijn 150e geboortedag.

Toelichting op het programma

Franz Schmidt is bij ons redelijk onbekend, maar in zijn geboorteland Oostenrijk maakte hij een mooie muzikale carrière. Hij  werd geboren in Bratislava dat in het Hongaarse deel van de Donaumonarchie gelegen was. Hij kreeg zijn eerste piano-onderwijs van zijn moeder en daarna orgelles van een frater van de Franciscanerkerk in zijn woonplaats. Nadat de familie naar Wenen was verhuisd ging Schmidt in 1889 naar het conservatorium aldaar. Hij studeerde daar cello en harmonieleer (korte tijd bij Anton Bruckner). In 1896 werd hij sollocellist bij de Wiener Philharmoniker, in 1914 pianodocent aan de Musikakademie waar hij in 1922 ook leraar voor contrapunt en compositie werd. Vervolgens werd hij in 1925 directeur van dat instituut dat twee jaar later tot Musikhochschule werd verheven met Schmidt als rector. Als componist is hij een van de laatste vertegenwoordigers van de symfonisch-romantische school. Hij schreef 2 pianoconcerten voor de linkerhand (opgedragen aan Franz Wittgenstein aan wie ook Maurice Ravel zijn concert voor de linkerhand opdroeg. Zijn bekendste werk is het oratorium Das Buch mit den sieben Siegeln. Van het vandaag gespeelde orgelwerk wordt het Preludium ook wel “Halleluia -Preludium” genoemd omdat het thema is ontleend aan het “Halleluia” uit dat oratorium.

Max Reger associëren we vaak met zijn monumentale koraalfantasieën, waarbij hij, hoewel rooms-katholiek, zich liet inspireren door de Evangelisch Lutherse koraalmelodieën. Hij is echter ook de meester van de kortere stukken waarvan hij meerdere bundels het licht deed zijn. Daarvan zijn er enkele uit opus 59 geïnspireerd door de r.-k. liturgie zoals dit tere Benedictus waarbij de mooie zachte grondstemmen van het Willibrordusorgel zo goed tot hun recht komen.

Qua stijl heeft Louis Vierne met zijn Tweede Symfonie een grote stap gezet ten opzichte van zijn Eerste Symfonie. Stond de eerste nog geheel onder de invloed van de chromatiek van Widor, in de tweede laten de voor Vierne kenmerkende impressionistische en door modaliteit geïnspireerde samenklanken zich steeds meer horen. Ook is er voor het eerst in een van zijn symfonieën, sprake van de cyclische vorm. De eerste getuige van deze ontwikkeling is vanmiddag het speelse Scherzo in 6/8ste maat met een lyrische melodie in het pedaal bij het trio, en de tweede het Cantabile dat twee contrasterende thema’s telt waarvan een bedoeld is voor de Clarinet. Dit deel herinnert ergens nog aan zijn vroegere orgelleraar César Franck.

Camillo Schumann (nee, geen familie van Robert Schumann!) was een van de vier muzikale zonen van de Stadtmusikdirektor van Königstein in de Sächsigen Schweiz (in de omgeving van Dresden). Hij studeerde orgel en compositie in Leipzig en Berlijn. Als 24-jarige werd hij in 1896 organist van de St. Georgenkirche en van de kapel van de Wartburg in Eisenach, de geboorteplaats van Johann Seb. Bach. Hij maakte carrière als concertorganist (voornamelijk met werken van J.S. Bach), speler van kamermuziek,  en als docent. In 1906 verwierf hij de titel „Großherzoglich Sächsischen Musikdirectors und Hoforganisten“, maar in 1914 gaf hij al zijn functies op en verhuisde hij naar Gottleuba in zijn geboortestreek waar hij verder een teruggetrokken bestaan leidde om zich geheel aan compositie te wijden. Ondanks zijn 200 (!) liederen, kamermuziek en pianocomposities ligt het zwaartepunt van zijn oeuvre op zijn orgelwerken met niet minder dan 6 kloeke sonates waarvan de laatste, die vandaag wordt uitgevoerd en bijna een half uur duurt, pas in 1977 in druk verscheen. Voor zover bekend is de integrale uitvoering van deze sonate een première voor Nederland. Camillo Schumann behoort duidelijk tot de nabloei van de Duitse romantiek, maar bij  het laatste deel is niet alleen de titel geïnspireerd door het slotdeel van de 5de Symfonie van zijn Franse collega Widor…….                                                                         

Ton van Eck

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon, o.a. te voldoen met onderstaande QR-code. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Shin-Young Lee

Shin-Young Lee
Aanvang: 2024-06-01 16:00:00 u. 
Einde: 2024-06-01 17:30:00 u.

 

Dit concert wordt georganiseerd in samenwerking met het Internationale Orgel Festival Haarlem.

Programma

Julius Reubke (1834 – 1858) Sonate sur le psaume 94
Camille Saint-Saëns (1835 – 1921) Extrait de « Samson et Dalila » : « Mon cœur s’ouvre à ta voix » (Transcription : Shin-Young Lee)
Charles-Marie Widor (1844 – 1937) 5ème Symphonie
· Allegro vivace
· Allegro cantabile
· Andantino quasi allegretto
· Adagio
· Toccata

Organist

Tijdens haar concerten verleidt Shin-Young LEE het publiek altijd door haar sterke spirituele en muzikale betrokkenheid en door de originaliteit van haar programma’s die zowel het orgelrepertoire als transcripties combineren.

Ze heeft op vijf continenten opgetreden in vele concertzalen (Philharmonie de Paris, Berliner Philharmonie, Madrid Auditorio Nacional, Auditorium de Radio France, Los Angeles Walt Disney Hall, Moscow Zaryadye, Maison symphonique de Montréal, Stavanger Concert Hall, Auditorium de Lyon, Dortmund Concert Hall, Seoul Sejong Art Concert Hall, Dallas Meyerson Symphony Center, Gulanyu Organ Museum of China), en in prestigieuze plaatsen zoals Notre Dame de Paris, Oratoire Saint Joseph de Montréal, Kathedraal van Genève, Universiteit van Pretoria…

Ze trad op in vele festivals: Lahti Organ Festival, Festival Musica, Bødø Festival, Festival International de Chartres, Festival of Sacred Arts (Reykjavik), Festival Bach de Montréal, Haarlem Festival, Festival ” Toulouse les orgues “.
Ze wordt ook vaak uitgenodigd om met orkest op te treden. Binnenkort speelt ze het Poulenc Concerto, Barber Toccata Festiva, Robin Mechanic Fantasy en het Emma-Lou Diemer Concerto.

Ze wordt vaak gevraagd om zitting te nemen in de jury van internationale concoursen, en om masterclasses te geven die ze met plezier aanvaardt, om zo kunst en passie door te geven aan toekomstige generaties.

In opdracht of op eigen initiatief werkt ze intensief aan transcripties van muziek van componisten als Bach, Saint-Saëns, Borodin, Ravel, Prokofiev… Een van haar laatste werken, “Le Carnaval des Animaux” van Camille Saint-Saëns, werd uitgegeven door de legendarische uitgever Schott, en was het onderwerp van een video (beschikbaar op YouTube) opgenomen op het orgel van Radio France.

Ze heeft haar sporen verdiend met opnames: “Transprovisations”, op het orgel van de Michaelskirche in München en Stravinsky (de Lentewijding, vierhandig met Olivier Latry).

Shin-Young LEE woont in Parijs en is geboren in Zuid-Korea, in een familie van musici. Ze begon op vierjarige leeftijd piano te spelen en orgel bij Dong-Lim Min. Daarna verbeterde ze haar orgelstudie bij Tong-Soon Kwak, Jean-Paul Imbert, Michel Bouvard, Olivier Latry en Jean Guillou.

Toelichting op het programma

Julius Reubke componeerde de sonate tijdens zijn piano- en compositiestudie bij Franz Liszt in Weimar, tegelijkertijd met zijn tweede grote werk, de Pianosonate in Bes klein. Hij voltooide de compositie van de orgelsonate in april 1857 en droeg het op aan professor Carl Riedel. Hij speelde de première op het Ladegast-orgel in de kathedraal van Merseburg op 17 juni 1857. De negen geïnterpreteerde verzen van de 94e Psalm gaan vooraf aan de muzikale tekst. De sombere klaagzang inspireert het karakter van het werk. Het is geïnspireerd op Liszts orgelfantasie over Ad nos, ad salutarem undam en zijn pianosonate in B mineur. Net als bij Liszt vloeien de drie delen in elkaar over zonder pauzes of cesuren. Het werk is zeer geïndividualiseerd en vereist een geavanceerde pedaaltechniek en een bewust gebruik van het orgel.

Reubke’s orgelsonate is zowel een symfonisch gedicht als programmamuziek. Het heeft een monothematische structuur: Het openingsthema van het stuk vormt de basis voor al het overige thematische materiaal. Het inleidende langzame deel wordt gevolgd door de ontwikkeling in een “vurig” Allegro con fuoco. In het langzame tweede deel worden verdriet en troost muzikaal ingekleurd. Het afsluitende derde deel is een gepassioneerde fuga waarin Gods oordeel en overwinning op het kwaad in klank worden uitgebeeld.

Grave-Larghetto Vers 1 Herr Gott, dess die Rache ist, erscheine.
Vers 2 Erhebe Dich, Du Richter der Welt; vergilt den Hoffärtigen, was sie verdienen.
Allegro con fuoco Vers 3 Herr, wie lange sollen die Gottlosen prahlen?
Vers 6 Wittwen und Fremdlinge erwürgen sie und tödten die Waisen
Vers 7 und sagen: der Herr sieht es nicht und der Gott Jacobs achtet es nicht.
Adagio Vers 17 Wo der Herr mir nicht hülfe, so läge meine Seele schier in der Stille.
Vers 19 Ich hatte viel Bekümmernisse in meinem Herzen, aber deine Tröstungen ergötzen meine Seele.
Allegro Vers 22 Aber der Herr ist mein Hort und meine Zuversicht.
Vers 23 Er wird ihnen ihr Unrecht vergelten und sie um ihre Bosheit vertilgen.

Als rustpunt tussen de twee grote pijlers van dit programma klinkt Shin-Young Lee’s bewerking van deze lyrische aria (met klarinetsolo) uit Camille Saint-Saëns’ bekendste opera.

Charles-Marie Widors verreweg meest geliefde compositie is de vijfde orgelsymfonie. Ze dankt deze populariteit in de eerste plaats aan de haar afsluitende toccata, naast Bachs toccata en fuga in d het bekendst geworden stuk uit de orgelliteratuur.

Ook het openingsdeel spreekt vele mensen sterk aan. Dit is een gesloten variatievorm, d.w.z. een variatievorm waarbij de variaties in elkaar overgaan. Het 48 maten lange thema draagt een energiek karakter en valt harmonisch op door zijn ongedwongen klinkende uitwijkingen van f-klein naar As-groot, C-groot, g-klein en Des-groot. In de eerste variatie horen alleen de eerste 32 maten van het thema; de grondnotenwaarde van de kwartnoot is vervangen door die van de achtste noot. Variatie 2 omvat 40 maten, zet de achtsten beweging voort en verplaatst de melodie ten dele naar de bas. Het procedé van inkorting der grondnotenwaarde leidt in variatie 3 tot een perpetuum mobile in zestienden, dat een geraffineerd toucher verlangt; in harmonisch opzicht is de band met het thema nu wat losser geworden. Var. 4 brengt verandering van toongeslacht, van tempo en van karakter; de binding aan het thema is nog ternauwernood aanwezig, zodat de indruk van een intermezzo-achtig alternatief gewekt wordt. De zeer lange var. 5 met haar verre modulaties van f-klein naar d-klein, b-klein, es-klein, bes-klein, as-klein e.a. en met haar dialectische ontwikkeling van het thema representeert duidelijk het van klassieke eerste symfoniedelen welbekende doorwerkingselement. Variatie 6 houdt zich weer hecht aan het thema en sluit het geheel met imposant klinkende akkoorden af.

Deel 2 in f-klein is een serenade. Na een inleidende fluitsolo komt een charmante hobomelodie met pizzicato-begeleiding. Deze hobomelodie, hier en daar afgewisseld met fluitfrasen, heeft een fraaie boogvorm met in het midden naar As-groot, A-groot en a-klein uitwijkende zinnen. Een in Des-groot beginnend alternatief laat tegen een romantisch voix céleste-fond hoge en lage fluitguirlandes horen, welke, wat betreft het motief, met de hobomelodie verbonden blijven. Een verkorte reprise in de hoofdtoonsoort rondt het pretentieloze tafereeltje af.

Het menuet – resp. scherzo-onderdeel binnen de traditionele grootvorm van de symfonie is present in deel 3, een andante quasi allegretto in As-groot. Charmeert deel 2 echter vooral door zijn melodiek, deel 3 leeft meer van een aantrekkelijke ritmiek, hoewel er ook van de in de loop van het stuk op het Grand Orgue inzettende melodie wel terdege een bepaalde bekoorlijkheid uitgaat. Als opmaat tot de toccata-finale grijpt Widor weer naar zijn geliefd langzaam intermezzo. Ditmaal fungeert als zodanig een kort adagio in C-groot, dat met een canon begint. De weke céleste-registratie is bedoeld als contrast tot de machtige klankexpansie van de toccata.

Deze toccata is de meest effectvolle bladzijde uit de Franse orgelliteratuur. Pakkende ritmiek, prikkelend staccato en elementaire melodiek zijn het die het hier doen. Van de hoge manuaalklank gaat een zeldzaam suggestieve werking uit en het in al zijn eenvoud toch grandioze slot blijft iets unieks.   (naar Harry Mayer)

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage (aan de kassa of door scannen van onderstaande QR-code vanuit uw bank-app). Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Thomas Schmitz

Thomas Schmitz
Aanvang: 2024-06-01 16:00:00 u. 
Einde: 2024-06-01 17:30:00 u.

 

Programma

Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) Passacaglia in c BWV 582  
Johannes Brahms (1833 – 1897) Aus den Choralvorspielen op. 122:
1. Mein Jesu, der du mich
4. Herzlich tut mich erfreuen die liebe Sommerzeit
5. Schmücke dich, du liebe Seele
7. O Gott, du frommer Gott  
Sigfrid Karg-Elert (1877 – 1933) Passacaglia und Fuge über B-A-C-H op. 150

Organist

Thomas Schmitz werd geboren in Keulen. Aanvankelijk was hij leerling van de kathedraalorganist Andreas Meisner (Altenberg). Daarna studeerde hij kerkmuziek aan de muziekuniversiteit van Stuttgart, orgel bij Ludger Lohmann, improvisatie bij Willibald Bezler en directie bij Dieter Kurz. Postdoctorale studie klavecimbel bij Jon Laukvik. Opleiding tot orgelexpert. Deelname aan verschillende masterclasses.

Na zijn werk als organist en koordirigent in Keulen, Oppenweiler (Württemberg), aan de katholieke parochiekerk in Nürtingen/Neckar en als dekenaal kerkmusicus in Freudenstadt (Zwarte Woud), is hij sinds 2003 kathedraalorganist aan de kathedraal van Münster.

Daarnaast treedt hij veel op in binnen- en buitenland. Hij werkte samen met vele gespecialiseerde ensembles voor oude muziek. Talrijke cd-producties. Sinds 2011 heeft hij ook een docentschap (orgel als artistiek hoofdvak) aan de muziekuniversiteit van Münster.

Toelichting op het programma

De Passacaglia en Fuga van Johann Sebastian Bach behoren tot zijn jeugdwerken. Het werk verraadt de genialiteit van de jonge Bach. Het ostinate thema, de telkens herhaalde baslijn die het fundament van een passacaglia vormt, telt niet de gebruikelijke vier, maar acht maten en het stuk telt niet de gebruikelijke vijf à zes, maar twintig variaties. In het thema fugatum wordt het thema ook nog eens gesplitst en opgevat als twee afzonderlijke thema’s die, vergezeld van een derde thema, het materiaal vormen voor een ingenieuze fuga. Het oorspronkelijke manuscript is niet teruggevonden. De vroegste kopie die bekend is, is die uit het bezit van Johann Sebastians oudere broer, Johann Christoph Bach bij wie Johann Sebastian tussen 1695 en 1700 verbleef. Die kopie is vervaardigd tussen 1706 en 1713, dus na het bezoek dat de jonge Bach in 1705 aan Buxtehude bracht. Deze zal, wat betreft de variatiewerken, de meeste invloed op hem hebben gehad. Dat zou erop kunnen wijzen dat Bach zijn Passacaglia kort na de terugkeer van zijn reis naar Noord-Duitsland componeerde. Toch kan Bach gebruik hebben gemaakt van een voorbeeld. Dat was de in 1698 verschenen Passacaglia van Johann Krieger met eveneens een thema van acht maten en met maar liefst 29 variaties. Te midden van de vele passacaglia’s die in de loop der eeuwen zijn geschreven blijft die van Bach een uniek meesterwerk.

Hoewel hij zichzelf als agnosticus beschouwde, schreef Johannes Brahms een aantal religieuze composities, waaronder zijn Deutsches Requiem. De 11 koralen op. 122 vormen zijn laatste opusnummer en werden gecomponeerd in 1896, het jaar waarin zijn vriendin Clara Schumann overleed. Veel, maar niet al deze koraalvoorspelen, verwijzen naar de dood. Brahms grijpt veel terug op de contrapuntiek van de barok, Zo maakt hij in ‘Mein Jesu,der du mich‘ en ‘Herzlich tut mich erfreuen’ gebruik van de voorimitatie die Johann Pachelbel al toepaste. Bij de laatste van deze twee koralen maakt hij daarentegen ook gebruik van gebroken akkoorden die weer eerder op de pianotechniek zijn geënt. Het ontroerende en ingetogen ‘Schmücke dich, o liebe Seele is driestemmig waarbij een bas en een lopende middenstem de melodie in de sopraan begeleiden. Eenzelfde dicht stemmenweefsel kent ‘O wie selig seid ihr doch, ihr Frommen’. In ‘O Gott, du frommer Gott’ is sprake van een terrassendynamiek: forte en piano, Het begint driestemmig, maar eindigt, via vierstemmigheid, vijfstemmig. In het donker gekleurde ‘Herzlich tut mich verlangen’ begeleiden achtsten in de bas en een vloeiende melodie in sopraan en alt de cantus firmus in de tenor (in het pedaal).  (z.o.z.)

Sigfrid Karg Elert wordt vaak in een adem genoemd met zijn  grote voorbeeld Max Reger. Maar daarmee doet men hem onrecht, want zijn muzikale ontwikkeling ging verder dan die van Reger. In zijn laatste levensfase zien we bij Karg Elert de invloed van het impressionisme en zelfs een zweem van atonaliteit. De magistrale Passacaglia und Fuge über B-A-C-H, op. 150 is een huldebetoon aan de grote Leipziger orgelmeester van twee eeuwen eerder. Karg Elert speelde zelf de wereldpremière op 12 december 1931 in de Johanniskirche in Leipzig. Het manuscript van de componist zelf is verloren gegaan. Alle uitgaven zijn gebaseerd op een bewerking (met sterke inkorting van de Passacaglia) van de jonge, nog kerkmuziek studerende, met Karg Elert bevriende Johannes Piersig (1907-1998). Deze liet de Fuga wel intact. Zolang het handschrift van de componist niet boven water komt, blijft dit monumentale stuk, zoals zoveel werken van Karg Elerts hand, een raadselachtige maar boeiende compositie.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024