Stichting Willibrordusorgel
https://willibrordusorgel.nl/category/agenda/agenda-verleden/page/7/?query-a9c5aa38-page=2
Geplaatst op: 4 juni 2026


Hansjörg Albrecht

Hansjorg Albrecht
Aanvang: 2024-07-14 16:00:00 u. 
Einde: 2024-07-14 17:30:00 u.

 

Dit concert wordt georganiseerd in samenwerking met het Internationale Orgel Festival Haarlem.

Programma

Phillipp Maintz (1977) Te Deum Window to Bruckner’s 7th Symphony / Choral Prelude XL for organ solo (2023)
Anton Bruckner (1824-1896) Sinfonie Nr.7 E-Dur WAB 107 (Orgelbewerking: Erwin Horn)
1. Allegro moderato (in E)
2. Adagio: sehr feierlich und sehr langsam (in cis)
3. Scherzo: sehr schnell – Trio: etwas langsamer (in a)
4. Finale: bewegt, doch nicht schnell (in E)

Organist

Hansjörg Albrecht is een van de weinige artiesten die internationaal aanwezig is als dirigent, concertorganist en klavecinist. De universele musicus en Capellmeister in het barokke muziekbegrip geldt vooral als specialist voor de weelderige muziek van de 18e eeuw – voor Händel, Bach en zijn zonen en de Weense Klassieken.

Als buitengewoon veelzijdig musicus gaat hij echter consequent zijn eigen weg: met een voortdurende preoccupatie met Bruckner en Wagner en een uitgebreid repertoire tot Olivier Messiaen, talrijke wereldpremières en een faible voor vergeten componisten als Hans Rott, Walter Braunfels en Mieczysław Weinberg. Met zijn orgeltranscripties vestigde hij zich als specialist onder de virtuozen van zijn instrument. Albrecht volgde de legendarische Karl Richter op als dirigent van het Münchner Bachkoor en het Münchner Bachorchester van 2005 tot 2023 en leidde het ensemble naar nieuwe internationale faam met concerten en tournees in Europa, Rusland, Israël en Japan. Hij is de vaste gastdirigent van het Carl Philipp Emanuel Bach Choir Hamburg en hoofdgastdirigent van het Teatro Petruzzelli Bari, het op drie na grootste operahuis van Italië.

Als artistiek directeur van de nieuw opgerichte CPE Bach Academie, die onder beschermheerschap staat van Ton Koopman, werkt hij aan de internationale profilering van Hamburg als Bachstad. Daarnaast werkt hij al vele jaren nauw samen met het Opera House San Carlo Napels, het Russisch Kamerorkest Moskou, de Staatskapelle Weimar en de Symfonieorkesten van Hamburg en München.

Zijn concertactiviteiten brengen hem naar muziekcentra als Londen, Parijs, Amsterdam, Wenen, Berlijn, Rome, Praag, Moskou, Tokio en New York en hij werkt regelmatig samen met internationaal gerenommeerde artiesten en orkesten. Albrecht dirigeerde prestigieuze Mozart-operaproducties in het Teatro San Carlo Napels en het Dubai Opera House en balletprojecten met de dansgezelschappen van Marguerite Donlon en Boris Eifman.

Huidige projecten brengen hem verschillende keren door Europa en naar China. In 2024 staat Anton Bruckner centraal in zijn concertactiviteiten met verschillende concertprojecten ter gelegenheid van diens 200e geboortedag. Hij heeft meer dan 30 cd’s uitgebracht als dirigent en organist op het label OehmsClassics en is genomineerd voor een GRAMMY Award. In 2024 zal hij de eerste complete opname van alle Bruckner-symfonieën als orgeltranscripties op originele Europese locaties realiseren.

Toelichting op het programma

“Als het werk mislukt, vertrek ik ’s nachts en in de mist!”

De grote klokken op het Saksische treinstation in Leipzig wijzen op de ochtenduren van een ijzige 27 december 1884, als de koerierstrein uit Wenen onder luid gestommel en gesis aankomt in de handels- en muziekstad Leipzig. Bijna niemand op het perron zou zich iets aantrekken van de oude man die na een vermoeiende reis uit de trein stapt, ware het niet dat hij door zijn kenmerkende Opper-Oostenrijkse dialect herkenbaar is als een vreemdeling die waarschijnlijk de weg naar het hotel vraagt. Ook opvallend – en ongebruikelijk voor de modebewuste beursbezoekers – zijn zijn wijde, wijde broeken van huisgemaakte loden stof, zijn grote, plankachtige overrok en een brede, zwarte slappe hoed die hij op zijn enorme hoofd draagt met zijn rustieke, wrange gelaatstrekken. Een verschijning – volgens een levendige beschrijving door Bruckners leerling Friedrich Eckstein – die Bruckner suggereert als een verwachtingsvolle en nogal opgewonden vreemdeling. Als Bruckner eindelijk uit het station stapt, ziet hij het centrum van Leipzig recht voor zich, inclusief zijn hotel “Stadt Rom”, waar het Leipziger Theater een kamer met het beste uitzicht voor hem als eregast heeft gereserveerd. Zijn uitzicht uit het raam voert hem over de Zwanenvijver naar het Museum voor Schone Kunsten, het eerbiedwaardige Alma Mater en het Nieuwe Theater, waar zijn 7e Symfonie in première zou gaan…

Zoals blijkt uit zijn dagboek, dat hij speciaal voor zijn verblijf in Leipzig bijhield, gebruikt hij de dagen voor de première ook om Gewandhaus-dirigent Carl Reinecke te bezoeken, want er is momenteel maar één gespreksonderwerp in Leipzig: de openingsceremonie van het Nieuwe Gewandhaus. Mensen praten enthousiast over de architectonisch en akoestisch uitstekende muziektempel, die Bruckner zelf ook graag zou willen bezoeken. Reinecke vervulde niet alleen Bruckners wens, maar nodigde hem – als gevierd orgelprofessor – ook uit om op de avond van 29 december 1884 het romantische Walcker-orgel in het Nieuwe Gewandhaus te bespelen voor genodigden. Als verwijzing naar het Gewandhaus en uit eerbied voor de voormalige Gewandhauskapelmeester Felix Mendelssohn Bartholdy besloot hij diens orgelsonates te spelen en improviseerde hij vervolgens op het Adagio van zijn 7e Symfonie, die op het punt stond in première te gaan. Met dit gastoptreden zal Bruckner de geschiedenis van het Gewandhaus ingaan als de uitvoerder van het eerste orgelconcert in het Nieuwe Gewandhaus, aangezien het instrument slechts één keer eerder was bespeeld ter gelegenheid van de inwijding als onderdeel van de openingsfeesten van de Tempel der Muzen.

Maar wat moet er in Bruckners hoofd omgegaan zijn toen de directie van het Gewandhaus hem alleen erkende en waardeerde als een zeer gerespecteerde keizerlijke en koninklijke hoforganist? Hoforganist, maar zijn werk als symfonicus niet erkende?

De volgende dag, op 30 december 1884, vond de langverwachte en opwindende première van zijn 7e Symfonie plaats. Verrassend genoeg vond het concert plaats in het operagebouw (!) van het Nieuwe Theater in Leipzig. Het Gewandhaus Orkest speelt hier ook, maar in het operahuis wordt het niet gedirigeerd door zijn baas, de Gewandhauskapellmeister, maar door de Kapellmeister van het Eerste Theater. Zijn naam: Arthur Nikisch. In die tijd was zijn toekomstige positie als Gewandhauskapellmeister nog ver weg. Maar Nikisch wist hoe hij zijn stempel moest drukken: Hij bereikte een jong, ruimdenkend publiek met werken van de zogenaamde “Nieuwe Duitse componisten”, zoals Liszt, Wagner en Bruckner, die door het Gewandhaus werden gemeden. Nikisch richt zich treffend op operafans die al gewend zijn aan Wagneriaanse muziekdrama’s in het Neues Theater – zijn operahuis – die nu voor het eerst een werk van de in Leipzig nog volledig onbekende componist te zien krijgen. Het theater hoefde geen financiële risico’s te nemen, want een uitvoering als “abonnementsvoorstelling” garandeerde een volgeboekte zaal.

Nikisch, die op 29-jarige leeftijd voor het eerst in zijn dirigentencarrière een dergelijk symfonieconcert dirigeerde, repeteerde de symfonie nauwgezet met de Gewandhausmusikanten in vijf repetities en creëerde zo de beste voorwaarden voor het succes van de première. En de Zevende wordt echt een internationale doorbraak voor Bruckner: “Aan het eind werd er een kwartier lang geapplaudisseerd”, meldt Bruckner enthousiast aan zijn vriendenkring in Wenen, wat niet overdreven is, vooral omdat de meeste nationale en internationale berichten vol lof zijn.

In de Berliner Tagesanzeiger lezen we: “Daar stond hij in zijn bescheiden gewaad voor de opgewonden menigte en boog hulpeloos en onhandig de ene keer over de andere. Soms was er een weemoedige trek rond de mond van de oude heer, alsof het was van een moeizaam onderdrukte emotie, soms was er een wonderlijke gloed in zijn ogen, en het niet mooie, maar sympathieke, loyale gezicht glansde met het soort warme, oprechte vreugde die kan worden gezien op het gezicht van een man wiens hart is te goed om te worden verbitterd door zelfs de ergste valkuilen van deze wereld.

Ja, hij is een natuur, deze Bruckner, een volledige natuur, als man en als artiest. Daardoor had hij ons allemaal veroverd, zodat we, toen het laatste akkoord van zijn schepping was weggeëbd, ons verbaasd afvroegen: “Hoe is het mogelijk dat je zo lang een vreemde voor ons kon blijven?”

Anton Bruckner moet echter een onbeschrijfelijke vreugde hebben gevoeld toen Nikisch’ respect, bewondering en erkenning voor Bruckner zich geleidelijk ontwikkelde tot een vriendschappelijke relatie. Bruckner bedankte de eenendertig jaar jongere dirigent herhaaldelijk voor de première in Leipzig, aanvankelijk in een onderdanige en devote stijl, maar met toenemend succes met warme woorden in het vertrouwenwekkende “Du”! “Jij was mijn eerste apostel, die mijn tot dan toe ongehoorde woord met de grootste kracht en waardigheid in hoogst ingenieuze kunst verkondigde. In de eeuwigheid zal het je tot eer strekken dat je je grote, hoge genie hebt laten stralen voor mij, die onbegrepen en verlaten was! [Ik kus u duizendmaal als de bron van al het goede voor mij! En dank U, dank U tot in alle eeuwigheid!”

Als we vandaag de 7e Symfonie horen in een arrangement voor orgel van Erwin Horn, opgenomen op het Schuke-orgel van het New Gewandhaus uit 1981 met zijn 91 registers, 4 manualen en pedaal met 6.. 845 pijpen op deze CD, sluit de cirkel zich: we kunnen ons voorstellen hoe Arthur Nikisch het werk vele maanden voor de première voor het eerst in een pianoversie in zijn flat in Leipzig tegenkwam en na het doorspelen spontaan besloot om deze symfonie “op de meest zorgvuldig voorbereide manier” uit te voeren, omdat hij het als “zijn plicht vanaf nu” beschouwde om voor Bruckner op te komen.

We kunnen ons voorstellen hoe Bruckner door Leipzig wandelde en luisterde naar het Thomaskoor in de Thomaskirche, Johann Sebastian Bach herdacht en tenslotte zijn respect betuigde aan het bescheiden Bach-monument dat Mendelssohn schonk uit de opbrengst van zijn orgelconcerten. Maar bovenal hoe Bruckner ooit improviseerde op de thema’s uit zijn 7e Symfonie op het door Walcker gebouwde Gewandhaus-orgel en hoe zijn werk vandaag de dag en wereldwijd nog steeds de harten van luisteraars weet te veroveren …

Dr. Steffen Lieberwirth

“Klangfarben” venster op Bruckners 7e Symfonie

“Wanneer Hansjörg Albrecht een orgelconcert speelt (of een orgel-cd opneemt), zoekt hij vaak de grenzen op van de compositiesystemen van de orgels waarop hij speelt (d.w.z. het elektronische geheugen waarin een opeenvolging van klankkleurcombinaties kan worden voorgeprogrammeerd en tijdens het spelen één voor één kan worden opgeroepen om snel van kleur, volume en sfeer te kunnen veranderen). CD-producties met 800 tot 1000 vereiste combinaties zijn niet ongewoon…

Wat ligt er dan meer voor de hand dan deze sequenties van geluidskleuren een tweede keer te gebruiken? Maar deze keer als een kleuren- of dramatisch flipboek? In mijn koraalvoorspel van het Te Deum lopen deze kleuren door langzaam voortschrijdende akkoordopeenvolgingen in een zeer stevig tempo, waaruit het “non confundar in aeternum” (“Ik zal niet verloren gaan in de eeuwigheid”) uit Bruckners “Te Deum” naar voren schijnt als uit ramen. Dit is hetzelfde thema dat hij ook herhaalt als tweede thema in het Adagio van zijn 7e Symfonie. Vergelijkbaar met het moment waarop de zon door de ramen van kathedralen schijnt en de kerken in magisch licht baadt, flitst een overvloed aan kleuren op, die in elkaar overvloeien en uit elkaar tevoorschijn komen. Deze ramen worden herhaaldelijk onderbroken door een archaïsch of zelfs eratisch aandoende lijn in verschillende tutti-tinten. Kleine mozaïeksteentjes van het gregoriaanse Te Deum worden erin gesuperponeerd en gereflecteerd en zijn verspreid over de hele omtrek van het orgel: krachtig en tegelijkertijd delicaat als spitsbogen, steunberen en gewelfribben, die de felgekleurde ramen omringen, als de ruimtelijke structuur van een grote kathedraal.”

Philipp Maintz



Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Tobias Horn

Thomas Horn
Aanvang: 2024-07-14 16:00:00 u. 
Einde: 2024-07-14 17:30:00 u.

 

Programma

César Franck (1822-1890) Fantaisie en La majeur (1878, uit: Trois Pièces)
Camille Saint-Saens (1835-1921) Deuxième Fantaisie Des-Dur op. 101 (1895)
Franz Liszt (1811-1886) Fantasie und Fuge über den Choral „Ad nos, ad salutarem undam“ (1850/1855)

Organist

De organist Tobias Horn (geboren in 1970) won diverse gerenommeerde internationale concoursen en behoort daarmee tot de toonaangevende Duitse organisten van zijn generatie. Prijzen als 2000 “L’Europe et l’Orgue” in Maastricht / Luik / Aken, 1e prijs voor interpretatie en speciale prijs voor de beste Bach-interpretatie (jury: Hakim, Trotter, Ghielmi, Szathmary, Fonteyn, Wolfs, Haselböck) en 2000 “Concours international Suisse de l’Orgue”, 2e prijs (een 1e werd niet toegekend) (jury: Laukvik, Bovet, Ablitzer, Heiniger) leidden tot een intensieve concertcarrière. Horn trad regelmatig op tijdens internationaal bekende orgelfestivals (Neurenberg, Maastricht, Genua, Bergen, Festival Suisse de l’Orgue etc.) en speelde in concert op de grote Europese orgels, bijv. Laurenskerk Rotterdam, St. Jan s’Hertogenbosch, kathedralen in Straatsburg, Wenen, Aken, Antwerpen, Haarlem, St. Gallen en Bergen. Zijn debuut in de VS vond plaats in 2011.

Tobias Horn kreeg zijn opleiding van de allergrootsten uit de orgelwereld; tot zijn leraren behoren Ludger Lohmann (orgel) en Jon Laukvik (klavecimbel). Hij specialiseerde zich in Franse barokke en romantische orgelmuziek en studeerde intensief bij persoonlijkheden als Jean Boyer (Lyon/Lille) en Ben van Oosten (Den Haag/Rotterdam), wat leidde tot uitgebreide kennis op het gebied van romantische symfonische orgelliteratuur.

Zijn repertoire behoort tot de breedste repertoires en bevat alle grote stukken uit de orgelliteratuur. Naast de complete werken van Bach voert hij regelmatig alle grote werken uit van Reger, Liszt, de complete werken van Vierne en Widor en alle grote werken van Dupré. Daarnaast behoren alle belangrijke werken uit de oude muziek en hedendaagse composities, met verschillende premières, tot zijn repertoire.

Zijn CD-opnames met romantische orgelmuziek (bijv. Reger en Vierne) zijn uitgebracht bij de gerenommeerde labels Motette-Ursina en Ambiente en werden geprezen door recensenten (bijv. “Organists’ Review”/Roger Fisher). Radio-opnames bij grote Europese zenders (SWR, WDR en ORF) getuigen van zijn artistieke werk.

De muzikale activiteiten en ervaringen van Tobias Horn bestrijken een breed terrein: naast zijn werk als concertorganist is hij liedbegeleider en dirigent en heeft hij bijna alle grote oratoria zoals “Matthäus” en “St. John’s Passion”, “Christmas Oratorio” en vele cantates van Bach; “Great Mass in c-minor” en “Requiem” van Mozart; “The Creation” van Haydn; “Requiem” van Brahms, Verdi, Fauré, Duruflé; “Les Béatitudes” van Franck, “Te Deum” van Dvorak en Bruckner en vele orkestwerken van Bach, Mozart, Poulenc en Debussy.

Zijn pedagogische ervaring reikt van pedagoog (2001/2002: vervanger en assistent van Prof. Dr. Ludger Lohmann, orgelklas vanaf 2016 aan de Musikhochschule/State Conservatory Stuttgart) tot kerkmuzikaal basiswerk met amateurs en masterclasses en lezingen aan het National Tchaikovsky Conservatory Moscow (Rusland) en de State Music Academy Krakow (Polen).

Komende concertevenementen zijn onder andere de kathedralen van Aken, Lucca, Tallinn, Danzig/Oliwa, Lapua (FI) en festivals in Duitsland, Nederland, Italië, Slowakije, Estland en Zwitserland.

Toelichting op het programma

De Fantaisie en La behoort tot de Trois Pièces die César Franck op 1 oktober 1878 ten doop hield op het grote Cavaillé-Coll orgel van het Trocadéro in Parijs.

Het werk kent drie thema’s:

  • het hoofdthema (A) waarmee het begint en dat een inleiding vormt voor het daarvan afgeleide tweede thema (A’) dat wordt begeleid door repeterende akkoorden, waarmee het stuk eigenlijk pas goed begint,
  • een dalende melodische lijn in syncopen (B), begeleid door gebroken akkoorden in de linkerhand,
  • een hymne-achtig koraalthema (C) op de Voix Humaine.

Op de voor Franck kenmerkende wijze wisselt hij deze drie thema’s af en weet hij ze op verschillende wijzen te combineren. Als hoogtepunt doet hij dat laatste ook na een groot crescendo met het eerste en het tweede thema in majeur waarna het stuk geleidelijker weer kalmer wordt en, vooruitwijzend naar zijn Deuxième Choral, aan het slot het hymne-thema op de Voix Humaine het stuk op serene wijze besluit in mineur.

Saint-Saëns droeg deze Fantaisie op aan  « Sa Majesté la Reine Élisabeth de Roumanie ». Het misschien wel de meest romantische compositie van deze klassiek georiënteerde componist.

Het werk is driedelig. Het opent met een Andantino waarin een vloeiende beweging van zestiende-noten een melodie in de sopraan begeleidt en uiteindelijk uitmondt in afwisselende akkoorden tussen twee klavieren. Het tweede deel (Andante) is een fugato met vier inzetten, een doorwerking en een coda. Het derde en laatste deel is een krachtig Allegro waarvan het thema overeenkomst toont met dat van het middengedeelte. In de begeleiding is de snelle begeleidende beweging van de triolen afgeleid van de zestienden in het eerste gedeelte. Het crescendo voert naar het Grand Choeur waarna de klanksterkte en de beweging langzaam afnemen en voeren naar het Andante aan het slot dat fragmenten uit het slot van het eerste gedeelte overneemt waaronder de afwisselende akkoorden. Bijzonder is de registratie van de staccato noten in het coda: een Bourdon 8’ in de linkerhand begeleid een Fluit 4’ in de rechterhand.

Ton van Eck

Bovenstaande twee programmaonderdelen dienen als (copieus) ‘voorgerecht’ voor de hoofdschotel van vanmiddag, de Fantasie und Fuge über den Choral ‘Ad nos, ad salutarem undam’. Dit was het eerste werk dat Franz Liszt voor orgel schreef en tevens Liszts grootste werk voor dit instrument.

Het koraalthema komt uit de opera ‘Le prophète’ van Giacomo Meyerbeer. Het zijn steeds gedeelten van deze koraalmelodie die op alle mogelijke, en soms bijna onmogelijke manieren de bouwstenen vormen voor dit grootse werk.

De compositie bestaat in feite uit drie delen. Het eerste deel, in c kleine terts, bestaat uit een langzame inleiding gevolgd door een snel Allegro. Het tweede deel, in Fis groot, is een Adagio. Het is pas aan het begin van dit Adagio dat het koraalthema volledig wordt gespeeld, geheel eenstemmig nog wel. Het derde deel is een virtuoze fuga en staat weer geschreven in c klein. Met name in dit deel is de pianist Franz Liszt duidelijk te ontwaren.

De eerste uitvoering van dit werk was in 1855 door Alexander Winterberger in de Dom van Merseburg. Liszt was bij deze uitvoering aanwezig. Het werk verscheen in hetzelfde jaar in druk. De componist was overigens ook aanwezig bij de uitvoering in september 1878 door de Franse componist en organist Camille Saint-Saëns op het grote Cavaillé-Coll orgel in de Trocadéro in Parijs.

Er boven stond aangegeven “Für Orgel oder Pedalflügel”. Een Pedalflügel is een vleugel met daaronder een orgelpedaalklavier gemonteerd. Een instrument dat bij een aantal componisten in die tijd nogal geliefd was. Alhoewel het stuk in eerste instantie wat fragmentarisch kan overkomen, is de grote lijn, zijn de de koraalmelodie van Meyerbeer, nadrukkelijk aanwezig.

Het zijn met name de vele mogelijkheden in klankkleur die het Willibrordusorgel bezit, die het beluisteren van dit virtuoze, bepaald niet eenvoudige werk, tot een boeiende aangelegenheid maakt.

Dirk Out

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Ton van Eck – kamerkoor Mnemosyne o.l.v. Wolfgang Lange

Ton van Eck
Aanvang: 2024-07-14 16:00:00 u. 
Einde: 2024-07-14 17:30:00 u.

 

Programma

Concert in samenwerking met de Frank Martin Stichting. Voor dit concert zijn toegangskaarten noodzakelijk.

Orgel  
Frank Martin (1890-1974) Passacaille pour orgue
Frank Martin Agnus Dei pour orgue
Koor  
Frank Martin Messe à deux chœurs
Kyrie – Gloria – Credo – Sanctus-Benedictus – Agnus Dei

Organist

Ton van Eck is titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo, Haarlem. Uitgebreidere informatie over hem is te vinden op deze website of op de website van het College van Orgel-adviseurs Nederland.

Het koor Mnemosyne staat onder leiding van Wolfgang Lange.

Toelichting op het programma

Volgt

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: de toegangsprijs € 15,– per persoon (exclusief service- en boekingskosten.).
Bestel een kaart voor dit concert.

Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Ton van Eck – Bavokoor o.l.v. Rick Muselaers

Bavokoor 2024
Aanvang: 2024-07-14 16:00:00 u. 
Einde: 2024-07-14 17:30:00 u.

 

Programma

Jehan Alain (1911 – 1940) Trois Danses
Gabriel Fauré (1845 – 1924) Requiem

Uitvoerenden

Ton van Eck is titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo, Haarlem. Uitgebreidere informatie over hem is te vinden op deze website of op de website van het College van Orgel-adviseurs Nederland.

Het Bavokoor, o.l.v.  Rick Muselaers
Solisten:  Janneke Stoute, sopraan, Gregor Ziekman, bas

Toelichting op het programma

Jehan Alain – Trois Danses

Samen met de Suite vormen de Trois Danses het hoogtepunt van Jehan Alains œuvre. De eerste twee dansen schreef hij rond 1938. Tijdens de mobilisatie was hij begonnen aan de orkestratie van het werk, maar na zijn vroegtijdige dood zijn de manuscripten daarvan verloren gegaan. De versie voor orgel is gered omdat hij het manuscript daarvan ruim een maand voor zijn dood en slechts enkele weken voor de Duitse aanval op Frankrijk, naar de organiste Noëlie Pierront heeft gestuurd. 

De eerste dans, Joies (vreugde) vangt aan met een inleiding van enkele signalen op de Cromorne en Hautbois. Daarna zet de dans zich in beweging in een zeer karakteristiek ritme, waaraan elementen uit de jazz niet ontbreken. In de loop van het stuk wordt dit ritme steeds licht gewijzigd. Een crescendo aan het slot voert naar een climax, waarna het stuk met een weemoedige solo op de Hobo eindigt om vervolgens zonder onderbreking over te gaan in de tweede dans: Deuils (rouw). Het thema hiervan klinkt gedragen in het pedaal en vervolgens in parallelle akkoorden in steeds wisselende registraties. Vervolgens wordt echter het thema in snel tempo ten gehore gebracht, eerst in het pedaal, maar vervolgens afwisselend op diverse klavieren. Dit voert naar een ware apotheose waarna het stuk rustig, met een dromerige, unisono fluitsolo eindigt. De tweede dans draagt als ondertitel: pour honorer une mémoire héroïque  (Eerbetoon aan een heroïsche gedachtenis) en kan volgens de componist ook afzonderlijk ten gehore worden gebracht.

De derde dans, Luttes (strijd), is de kortste van de drie. De componist schreef deze tijdens de mobilisatie. Hij vangt op dreigende wijze aan met motieven van het thema van de eerste dans, waarvan hij het ritme overneemt. Dit krijgt een steeds meer obsederend karakter, maar wordt tot tweemaal onderbroken door motieven uit de tweede dans. Het is uiteindelijk het ritmische en melodische motief uit de tweede dans dat op dramatische wijze en een overweldigend crescendo de overhand krijgt, steeds zwaarder en vermoeider, waarna een kort coda het werk met twee felle akkoorden besluit.

Gabriel Fauré, Requiem op. 48

Gabriel Fauré, die dit jaar een eeuw geleden overleed, was nog maar 40 jaar en wilde een heel ander requiem schrijven dan gebruikelijk was zoals bij de bombastische en dramatische requiems van Herctor Berlioz en Giuseppe Verdi die hij verafschuwde. Ook de treurige gregoriaanse muziek van de requiemmis kende hij als organist door en door. Maar Fauré had bovenal een heel andere visie op de dood dan in deze requiems te horen was. “Een gelukkige bevrijding, een streven naar geluk hierboven in plaats van een pijnlijke ervaring, ” zo beschouwde Fauré het sterven. En dat uitte hij in de hoopvolle en ingetogen klanken van zijn Requiem: “Mijn Requiem is zachtmoedig van temperament, zoals ikzelf,” zei hij erover. “Het drukt niet de angst voor de dood uit. Iemand noemde het zelfs een wiegelied van de dood.” Er is gespeculeerd dat de aanleiding voor Fauré om het Requiem te componeren te maken had met de dood van zijn vader in 1885 en van zijn moeder in 1887. Hoewel Fauré in de dagen na het overlijden van zijn moeder zowel het Agnus Dei als het Sanctus en het In Paradisum voltooide, heeft hij zelf nooit een verband gelegd tussen deze verdrietige gebeurtenissen en zijn Requiem. “Ik heb het nergens voor gecomponeerd,” zo zei hij, “gewoon voor het plezier!

Fauré’s Requiem en kerkmuziek

Hoewel Fauré zichzelf niet als een gelovige beschouwde, vormde kerkmuziek toch een groot onderdeel van zijn leven. Als organist in verschillende kerken in en rond Parijs voorzag hij de kerkdiensten bijna zijn hele leven lang van muziek. Daarnaast studeerde hij als jongen elf jaar lang aan de École Niedermeyer, waar hij, bij zijn opleiding tot koormeester, werd onderwezen in allerlei aspecten van kerkmuziek.

Fauré’s kijk op religieuze muziek werd sterk beïnvloed door de oprichter van de school, Louis Niedermeyer (1802-1861). Hij had de muziek van de Italiaanse Renaissance-componist Giovanni Pierluigi da Palestrina (1525-1594) herontdekt en prefereerde de oorspronkelijke Gregoriaanse zettingen van de katholieke mis. De ingetogenheid van deze oude, kerkelijke muziek zijn ook te beluisteren in het Requiemvan Fauré.

Het lange componeerproces van het Requiem

In 1877 schreef Fauré het Libera me als een op zichzelf staand motet. Toen hij tien jaar later de eerste versie van zijn Requiem componeerde – die hij ‘Un petit requiem‘ noemde – nam hij daar het Libera me niet in op. Het bevatte een Introitus et Kyrie, Sanctus, Pie Jesu, Agnus Dei en In Paradisum. Het was een kleine bezetting voor (klein) koor, harp, orgel, strijkers en pauken. Hij dirigeerde deze versie in 1888 op de begrafenis van architect Joseph Lesoufaché. Weer tien jaar later voegde hij het Libera me wel toe aan zijn Requiem en componeerde hij het Offertorium .

Fauré heeft bewust geen Dies Irae in zijn Requiem opgenomen – een donderend deel over de Dag des Oordeels paste niet in zijn visie op de dood. Ook zette hij het In Paradisum bewust aan het slot van zijn Requiem, als verklanking van de hoop op het eeuwige leven na de dood.

Eind negentiende eeuw werd er een versie gepubliceerd voor koor en symfonieorkest, omdat dit het Requiem geschikter zou maken voor uitvoeringen in de concertzaal. Van deze versie is alleen niet zeker of deze door Fauré of van een van zijn leerlingen is geschreven. De versie voor klein koor en orgel die vandaag wordt uitgevoerd is vervaardigd door de Engelse componist en dirigent John Rutter op basis van het oorspronkelijke manuscript.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2024

Sponsoren 2024

Kerstmis met Choir of St. John’s College Cambridge

St. Johns Choir Cambridge
Aanvang: 2024-07-14 16:00:00 u. 
Einde: 2024-07-14 17:30:00 u.

 

Uitvoerenden

Choir of St. John’s Colle Cambridge
Director of Music: Christopher Gray
Orgel: Alex Robson en Tingshuo Yang

Toelichting op het programma

Deze kerstperiode is het wereldberoemde St. John’s College Choir uit Cambridge, één van Engelands meest vermaarde koren, in Nederland voor een tournee. Engeland is het land van de tradities. De twee overgebleven jongenskoren in Cambridge, die van het St. John’s College en die van het King’s College worden gezien als de beste jongenskoren ter wereld. Het koor bestaat vanaf 1670 en zingt voor de hoge stemmen nog altijd met jongens.

Deze jongens (8-12 jaar) moeten naast een uitmuntende stem ook beschikken over voldoende schoolvaardigheden om naast het vele zingen ook hun opleiding te kunnen voltooien. Daarbij spelen ze gemiddeld twee instrumenten. Sinds kort zijn ook enkele meisjes actief in het koor. De mannen van het koor, in de leeftijd van 18-22, studeren allen aan de universiteit van Cambridge en moeten naast hun studie veel uren investeren in het zelf bestuderen en vervolgens uitvoeren van de muziek. Naast hun dagelijkse verplichtingen in de College Chapel, zingt het koor jaarlijks concerten over de hele wereld. Het koor heeft ook veel cd’s opgenomen.

Op het programma staat dit jaar uiteraard een mooi aanbod aan prachtige kerstmuziek.

Emailadres: stjohns@koorschoolhaarlem.nl
Dit concert wordt georganiseerd door Koorschool St.-Bavo Muziekinstituut te Haarlem.

Gegevens concert

Toegang: xanaf eind november/begin december: kaartverkoop: www.bavoconcert.nl en VVV Grote Markt Haarlem (onder het stadhuis)



donderdag 4 juni 2026, 05:42 donderdag 4 juni 2026, 05:42


Kerstconcert Kathedrale Koor

Koorschool
Aanvang: 2024-07-14 16:00:00 u. 
Einde: 2024-07-14 17:30:00 u.

 

Uitvoerenden

Kathedrale Koor

Toelichting op het programma

Op 16 december om 20:00 uur vindt het jaarlijkse kerstconcert van het Kathedrale Koor plaats in de Kathedraal St.-Bavo. Dit kerstconcert brengt getalenteerde musici samen in een sfeervolle omgeving en neemt je mee in de rijke tradities van kerstmuziek. Laat je meevoeren door de prachtige klanken van kerstklassiekers, uitgevoerd door het Kathedrale Koor en haar solisten.  Dompel jezelf onder in de magie van Kerstmis met een onvergetelijke avond vol prachtige muziek. We kijken ernaar uit om je te verwelkomen in onze prachtige Kathedraal.

Gegevens concert

Toegang: informatie over kaartverkoop volgt



donderdag 4 juni 2026, 05:42 donderdag 4 juni 2026, 05:42


4 mei 2024: start concertseizoen 2024

Willibrordusorgel Bavo Haarlem
Aanvang: 2024-07-14 16:00:00 u. 
Einde: 2024-07-14 17:30:00 u.

 

Op zaterdag 4 mei 2024 zal het concertseizoen op het Willibrordusorgel weer van start te gaan. Ook in 2024 worden er nog bijzondere concerten of bijeenkomsten verwacht n.a.v. het 100-jarige bestaan van het orgel, b.v. de presentatie van het al aangekondigde boek over het orgel, of het jubileum van 50 jaar orgelconcerten op het Willibrordusorgel in de kathedrale basiliek St.-Bavo.

We houden u op deze website op de hoogte. Ook kunt u zich inschrijven voor onze nieuwsbrief per e-mail.


Olivier Latry

Aanvang: 2024-07-14 16:00:00 u. 
Einde: 2024-07-14 17:30:00 u.

 

Concert in het kader van het Festival 100 jaar Willibrordusorgel. Hiervoor is een toegangskaart vereist.

Programma

Marcel Dupré  (1886 – 1971)  Cortège et Litanie op 19, no 2 (1922)
Maurice Duruflé  (1902 – 1986)  Scherzo, op. 2 (1924)
Alexandre Guilmant  (1837 – 1911)  1ère Sonate :  Final, op. 42 (1874)
Camille Saint-Saëns  (1835 – 1921)  Extraits du « Carnaval des Animaux » (Transcr. Shin-Young LEE) 
–  Aquarium
–  Volière
–  Cygne
Louis Vierne (1870 – 1937) Pièces de fantaisie : Toccata, op. 53 no. 6
Jehan Alain (1911 – 1940)  Aria
Jean Guillou  (1930 – 2019)  Toccata, op. 9 (1963)
Olivier Latry  (1962 – )  Improvisation

Organist

Informatie over Olivier Latry, een van de vier titulaire organisten van de grote orgels van de Notre Dame in Parijs.

Toelichting op het programma

Marcel Dupré was niet alleen organist van de Saint-Sulpice in Parijs, maar sinds 1926 ook leraar aan het nationale conservatorium aldaar. Hij stond bekend als een groot improvisator en gaf in zijn leven talloze concerten. Het tweeluik Cortège et Litanie is oorspronkelijk een deel van toneelmuziek geschreven voor een instrumentaal ensemble. Een uitvoering op piano in New York vormde de aanleiding voor de Amerikaanse impresario van Dupré om hem te vragen er ook een orgelbewerking voor te schrijven, en daaraan voldeed de componist. Later kwam er ook nog een versie voor orgel en orkest. Het tweede deel, Litanie, vormde duidelijk een voorbeeld voor zijn latere leerling Jehan Alain voor zijn eigen Litanies.

Maurice Duruflé liet een klein, maar hoogwaardig oeuvre na waarvan alle stukken getuigen van grote eruditie en aandacht voor het detail. Aan zijn grotere werken bleef hij lang schaven voor hij ze aan de openbaarheid prijsgaf. Hij studeerde orgel bij Charles Tournemire en Louis Vierne en combineerde in zijn composities de liefde voor het gregoriaans van de eerste en de heldere structuur en het impressionistische klankbeeld van de tweede. Van 1930-1975 was hij organist van de Saint-Etienne-du-Mont in Parijs. Het Scherzo is een jeugdwerk, maar bevat reeds alle kenmerken van zijn latere oeuvre. Het is een mooi voorbeeld van zijn vernieuwende symfonische stijl.

Alexandre Guilmant studeerde bij Jacques Lemmens in Brussel en Eugène Gigout in Parijs. Hij was niet alleen van 1871 -1901 organist van de Sainte-Trinité in Parijs, maar ook medeoprichter, leraar en later directeur van de Schola Cantorum in die stad. Tevens was hij orgelleraar aan het Conservatoire National in Parijs. Naast de productie van een groot compositorisch oeuvre, voornamelijk voor orgel, verzorgde hij ook uitgaven van klassieke Franse orgelwerken en maakte hij verschillende concertreizen naar het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Daar gaf hij tijdens de internationale tentoonstelling in 1904 in St. Louis een reeks van 40 orgelconcerten..

Zijn eerste orgelsonate, in d-mineur, verscheen pas relatief laat in zijn oeuvre, op. 42 van de 94 opusnummers. Het werk was opgedragen aan de Belgische koning Leopold II. Het laatste deel is geschreven in driedelige vorm met in de hoek-delen een bruisende toccata. Die hoekdelen omlijsten een koraalthema dat in het verloop wordt onderbroken door het toccata-motief. Aan het slot keren beide thema’s in een stralend d-majeur terug.

Camille Saint-Saëns studeerde orgel bij François Benoist, die eerder de leraar van César Franck was. Hij was aanvankelijk organist van de Saint-Merry en later van het Cavaillé-Coll-orgel in de Madeleine. Hij liet een groot en uiteenlopend compositorisch oeuvre na.

Carnaval des animaux heeft nooit in zijn geheel tijdens zijn leven geklonken, maar delen eruit waren wel bekend zoals Le Cygne (de zwaan) waarvan Alexandre Guilmant al een bewerking voor orgel maakte. Dat ingetogen deel wordt hier omlijst door twee andere delen: de vissen en de vogels, deze avond alle drie in een bewerking van Shin-Young Lee. Louis Vierne studeerde korte tijd bij César Franck en daarna bij Charles-Marie Widor. Hij werd in 1900, na een concours, benoemd tot organist van de Notre-Dame in Parijs waar hij tot aan zijn dood (op 2 juni 1937 achter de klavieren van zijn orgel) werkzaam was. In 1912 werd hij orgelleraar aan de Schola cantorum.

Naast zijn zes symfonieën voor orgel vormen de vier reeksen Pièces de Fantaisie de tweede pijler van zijn orgeloeuvre. Elke suite telt zes, vaak impressionistisch getinte stukken. De Toccata is het laatste deel van de tweede suite en is één brok overrompelende virtuositeit. Het had, bij wijze van spreken, ook als slotdeel van een van zijn symfonieën kunnen dienen.

Jehan Alain studeerde aanvankelijk orgel bij zijn vader Albert en later bij Marcel Dupré aan het nationale conservatorium in Parijs. Hij was organist van de Saint-Nicolas in Maisons-Laffitte en ook enige tijd van de synagoge in de Rue Notre-Dame-de-Nazareth in Parijs. Hij sneuvelde op 20 juni 1940 tijdens een vuurgevecht met een Duitse patrouille. De contemplatieve Aria wordt beschouwd als zijn laatste werk. Er komen veel aspecten van zijn stijl in samen: prachtige melodische ideeën die met elkaar contrasteren, sereniteit, ritmische subtiliteit en modaliteit. Een muzikale parel van een helaas veel te jong gestorven componist.

Jean Guillou studeerde bij Marcel Dupré, Maurice Durufé en Olivier Messiaen. Hij werd organist van de Saint-Eustache in Parijs en maakte ook naam als improvisator, pianist en componist. De Toccata is zijn bekendste orgelwerk. Deze kent naast het beklemmende hoofdthema een tweede meer vredig motief. De “hijgende” begeleiding daarvan ontwikkelt zich tot een derde thema. In tegenstelling tot vele andere toccata’s heeft deze meer een gespannen dan een glorieus karakter.

Tekst toelichting: Ton van Eck

Opnames van eerdere concerten van Olivier Latry op het Willibrordusorgel

2015
2014

Gegevens concert

Toegang: voor dit concert is een toegangskaart vereist.
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2023

Mgr. de Groot Muziekfonds

Sponsoren 2023

Donateursbijeenkomst

Willibrordusorgel Bavo Haarlem
Aanvang: 2024-07-14 16:00:00 u. 
Einde: 2024-07-14 17:30:00 u.

 

Vanwege het dubbeljubileum organiseren we een speciale, vrij toegankelijke bijeenkomst voor onze donateurs die, naar we hopen, door velen van u bezocht zal worden en waarvoor u introducé(e)s kunt meenemen.

10.30 – 10.50 u. Inloop met koffie of thee. U kunt dan de kathedraal via de hoofdingang tussen de beide torens betreden.
11  – 11.45 u. Bespeling door Ton van Eck met composities die zijn uitgevoerd tijdens de ingebruikne-
ming van het Willibrordusorgel op 7 november 1923.
11.45 – ca. 12.30 u. Lezing over het Willibrordusorgel in de grote zaal van het Bisschopshuis door Ton van Eck.
ca. 12.30 – 13.30 u. Eenvoudige lunch (broodjes, koffie, thee).

Als u deze bijeenkomst wilt bezoeken, kunt u dit aan ons kenbaar maken door het zenden van een e-mail aan concerten@rkbavo.nl of door het inspreken van de voicemail op de reserveringslijn: 06-82887803 met vermelding van uw naam en of u met één of meerdere personen komt. 

donderdag 4 juni 2026, 05:42 donderdag 4 juni 2026, 05:42


Bert van den Brink en Ruben Drenth

Bert van den Brink
Aanvang: 2024-07-14 16:00:00 u. 
Einde: 2024-07-14 17:30:00 u.

 

Concert in het kader van het Festival 100 jaar Willibrordusorgel. Hiervoor is een toegangskaart vereist.

Programma

Four Tops Reach out
Duke Ellington (1899 – 1974) Solitude
Sam Rivers (1923 – 2011) Beatrice
Rolling Stones As tears go by
Frank Loesser (1910 – 1969) If I were a bell
Johnny Green (1908 – 1989) Body and soul
Freddie Mercury (Queen) Bohemian Rhapsody
Gilbert Bécaud (1927 – 2001) Et maintenant

Uitvoerenden

Bert van den Brink speelt samen met Ruben Drenth, trompet.

CV Bert van den Brink

Op vijfjarige leeftijd begon Van den Brink, die blind geboren is, met zijn eerste pianolessen. Hij voltooide zijn studie (klassieke) muziek aan het Utrechts Conservatorium bij Herman Ulhorn in 1982 cum laude. Aanvankelijk gaf hij regelmatig klassieke concerten, maar zijn hart bleek toch het meest bij de geïmproviseerde muziek te liggen, een stijl waarin hij volledig autodidact is. Hij speelt en speelde met grootheden in de jazzmuziek zoals Toots Thielemans, Chet Baker, Clare Fischer, Nat Adderley, Dee Dee Bridgewater en Lee Konitz, maar ook vele Nederlandse grootheden in de jazz zoals Cor Bakker, Hein van de Geyn, Denise Jannah, John Engels, Jules de Corte en Louis van Dijk. Als arrangeur/producer schreef hij onder meer voor het Metropole Orkest en Paul de Leeuw. In 2007 won hij de VPRO/Boy Edgar Prijs. De jury was erg onder de indruk van zijn spel en betitelde dit als “direct herkenbaar, iets wat alleen de grootsten in de jazz weten te bereiken”. (Bron: Wikipedia)

CV Ruben Drenth

Ruben Drenth schrijft over zichzelf:

“Ik ben een jazztrompettist met een voorliefde voor zowel jazz als rock ‘n roll. Door tussen deze genres te kiezen, heb ik de mogelijkheid om nummers te creëren, van zachte jazzballads tot ruige garagerock. Combineer dit met mijn passie voor de eenvoud en soms dwaasheid van de jaren zestig en voila: daar is mijn geluid! Naast muzikant, zowel op het podium als in de studio, geef ik les aan het HKU conservatorium en werk ik als componist, geluidsredacteur en audiotechnicus.”

Toelichting op het programma

Jazz en popmuziek op een traditioneel kerkorgel kan! Zolang ik integer probeer te zijn naar de muziek en het instrument is het zonder meer mogelijk en biedt het ongehoord mooie uitdagingen. Met een musicus naast me als Ruben Drenth die open staat voor dit ongebruikelijke concept wordt het nog vanzelfsprekender en welluidender.
Bert van den Brink

Gegevens concert

Aanvang: maandag 18 september 2023, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: Toegangskaart vereist, zie kaarten Festival 100 Willibrordusorgel. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2023

Mgr. de Groot Muziekfonds

Sponsoren 2023

donderdag 4 juni 2026, 05:42 donderdag 4 juni 2026, 05:42