Stichting Willibrordusorgel
https://willibrordusorgel.nl/category/agenda/agenda-verleden/page/9/?query-a9c5aa38-page=3
Geplaatst op: 3 februari 2026


Wim Does

Wim Does
Aanvang: 2022-05-16 20:15:00 u.
Einde: 2022-05-16 21:30:00 u.
Maurice Duruflé (1902-1986) Prelude (Uit Suite pour Orgue Op. 5)
César Franck (1822-1890) Prière, Op. 20.
Theodore Dubois (1837-1924) Fiat lux (Uit douze Pièces Nouvelles)
In Paradisum (Uit douze Pièces Nouvelles)
Marche Triomphale (Uit douze Pièces Nouvelles)
César Franck (1822-1890 Fantasie en Ut majeur, Op. 16 (Versie lil 1868)
Samuel-Alexandre Rousseau (1853-1904) Prière
Louis Vieme (1870-1937) Final (Uit Symfonie nr. 1, Op.14)

Organist

Uitgebreide informatie over de organist is de vinden op zijn website Wensmusic.nl

Toelichting op het programma

Maurice Duruflé droeg de driedelige Suite opus 5, die hij in 1933 componeerde, op aan Paul Dukas, zijn compositieleraar. De Prélude in Es mineur stijgt met sombere kracht op uit de Stygische diepten, voordat hij overgaat in een peinzende doorwerking.

Vanaf 1840 was Frangois Benoist de orgelleraar van César Franck. Uit dankbaarheid droeg Franck zijn Prière (gebed) opus 20 aan hem op. Het Prière is één van de meest bijzondere stukken die ooit voor orgel zijn geschreven. Franck bevrijdde zich hier van de dominerende invloed van de stijl die gangbaar was bij de meeste tijdgenoten, die niet in staat waren iets anders in een orgel te zien dan een gewoon fanfare-instrument. In dit werk stak hij al zijn scheppend vermogen en zuiverheid. In november 1864 gaf hij de eerste uitvoering ervan in de Sainte-Clotilde, voor een publiek dat niet gewend was aan zulke verheven klanken. Franck bereikte in zijn Prière wat onmogelijk leek in een stuk voor een solo-instrument: hij heeft in het stuk een constant hoog niveau van compositie en van muzikale interesse gehandhaafd. Dit gedurende bijna een kwartier terwijl hij tegelijkertijd een gewijde sfeer creëerde.

Op amper 34-jarige leeftijd werd Theodore Dubois aangesteld als leraar harmonie aan het Conservatorium van Parijs. Hoewel veel van zijn composities uit het klassieke repertoire zijn verdwenen, blijven zijn 12 Pièces Nouvelles voor orgel prominent aanwezig. Hoewel Dubois een belangrijk docent was, bekleedde hij ook de respectabele functie van organist van de Madeleine. Zijn 12 Pièces Nouvelles variëren in karakter en zorgen voor afwisseling binnen het repertoire.

Van dit werk bestaan twee eerdere versies. Franck begon in oktober 1863 aan deze versie, die de bundel Six Pièces zou openen. Met de Six pièces komt Franck met een verzameling van orgelstukken die los staan van de kerkelijke liturgie. Het eerste deel, Poco lento, is geschreven in een driedelige vorm ABA’. A heeft zinnen van twee maten elk, die geraffineerd gebruik maken van gesyncopeerde ritmiek en mineuruitwijkingen in de majeur context. B heeft het karakter van een koraal, zet in op het pedaal waarna de handen het in de lage regionen van het klavier in canon imiteren. De canon wordt herhaald, met als toevoegingen lyrische melodie in de hoge regionen. Na een korte modulatie verschijnt A’, in een aanzienlijk sterkere klank dan in A. Door de voeten gespeelde lange tonen op dominant en tonDank voor uw vrijwillige gave naar draagkracht (richtbedrag 10,-) en tegelijk melancholieke melodie wordt tweemaal gepresenteerd, eerst in f-mineur en vervolgens in c-mineur. Het thema gaat vergezeld van een soepel verlopende tegenmelodie. In een snel van toonsoort wisselende doorwerking worden thema en tegenmelodie tegen elkaar uitgespeeld. Het thema keert terug in de oorspronkelijke toonsoort C majeur en vormt de overgang naar het Adagio in 3/8 maat. Het slotdeel is harmonisch ongecompliceerd in vergelijking met het Poco Allegretto. Ook ontbreken de polyfone effecten uit de eerste twee delen. De Fantaisie eindigt in een weldadige of misschien wel hemelse rust.

Samuel Rousseau was de muzikaal begaafde zoon van een belangrijke harmoniumbouwer in Noord-Frankrijk. Na het winnen van zowel de premier prix d’orgue aan het conservatorium van Parijs in 1877 als de Prix de Rome in 1878, werd hij kapelmeester van Sainte-Clotilde. Zijn Prière, uit Douze pièces pourorgue, is gepubliceerd in 1892 en opgedragen aan Eugène Gigout. Het werk valt op door zijn dynamische en harmonische vloeiende taal, die doet denken aan Franck, wiens spel Rousseau natuurlijk elke week hoorde. Er zijn ook directe verwijzingen naar Franckistische modellen te vinden, zoals het veelvuldige gebruik van drie-tegen-twee ritmes of het uitgeschreven rallentando dat aan de reprise voorafgaat.

Vierne componeerde deze symfonie in het jaar 1899 vóór zijn aanstelling als organist bij Notre-Dame, daarom is de inspiratie voor dit werk nog steeds afkomstig van het orgel van Saint-Sulpice. De Final is een van Vierne’s bekendste orgelstukken geworden. Het krachtige hoofdthema wordt geïntroduceerd in het pedaal, begeleid door een indruk van triomfantelijk luiden van klokken. In een canon tussen de sopraan en bas wordt een tweede, lyrisch thema geïntroduceerd. Tijdens de volgende ontwikkelingssectie verschijnen de onderscheidende motieven van het hoofdthema opnieuw in verschillende stemmen. Nadat de geluidssterkte is gedaald tot een pianissimo, leidt een geleidelijk crescendo tot de reprise van het hoofdthema, vergezeld van een accelerando. In de climax van deze beweging wordt het tweede thema gepresenteerd in briljante kleuren vergezeld door het gemarkeerde ritme van het hoofdthema in het pedaal. De eerste symfonie bevestigt het meesterschap van de 29-jarige Vierne.

Gegevens concert

Aanvang: maandag 16 mei 2022, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

dinsdag 3 februari 2026, 21:19 dinsdag 3 februari 2026, 21:19


Ton van Eck

Ton van Eck
Aanvang: 2022-05-16 20:15:00 u.
Einde: 2022-05-16 21:30:00 u.

Programma

Samuel-Alexandre Rousseau (1853-1904) Fantaisie, op. 73 (1889) (a la mémoire de mon cher maitre César Franck)
César Franck (1822-1890) Prélude, Fugue et Variation, op. 18
Joséphine Boulay (1869-1925) Prélude (uit: Trois Pièces)
César Franck (1822-1890) Grande Pièce Symphonique, op. 17

Organist

Ton van Eck is titulair organist van de kathedrale basiliek St.-Bavo, Haarlem. Uitgebreidere informatie over hem is te vinden op deze website of op de website van het College van Orgel-adviseurs Nederland.

Toelichting op het programma

Samuel-Alexandre Rousseau ging op 17-jarige leeftijd naar het Parijse conservatorium en behaalde daar niet alleen in 1877 een eerste prijs voor orgel in de klas van César Franck maar ook de Grand Prix de Rome in het jaar daarop. Na een verblijf van één jaar in Rome, werd hij bij terugkeer in Parijs koordirigent in de Ste.-Clotilde, waar hij voordien al organiste accompagnateur was geweest. Hij dirigeerde het koor gedurende 10 jaar en heeft al die jaren de improvisaties van zijn oud-leraar kunnen beluisteren. Samuel Rousseau maakte voornamelijk naam als componist van opera’s, maar schreef ook kerkmuziek en orgelwerken. In die laatste horen we enerzijds een sterke muzikale persoonlijkheid, maar ook de invloed van zijn leermeester. De vandaag gespeelde Fantaisie schreef hij in 1889, dus nog tijdens Francks leven, maar werd uitgegeven in 1894. Mogelijk was de compositie van origine aan Franck opgedragen, maar moest dat bij de verschijning in druk gewijzigd worden in diens nagedachtenis. Het werk balanceert tussen de vorm van een Fantaisie en een Choral. Uit de hele compositie blijkt hoe goed Samuel Rousseau de stijl van zijn oud-leermeester in zich heeft opgenomen. Het ademt geheel de geest van Franck, niet alleen door de vorm, maar ook door de harmonische wendingen, de canons en het gebruik van twee hoofdthema’s die in de loop van het stuk met elkaar worden gecombineerd. De aanvang, met de unisono gespeelde melodie herinnert aan Francks Fantaisie en la. Ook het vervolg met repeterende akkoorden is door dat stuk geïnspireerd. Het koraalthema verschijnt, zoals bij Franck, pas in de loop van het stuk. Een mooiere hommage van zijn oud-leerling had Franck zich niet kunnen wensen.

César Franck schreef de oorspronkelijke versie van dit fraaie drieluik voor harmonium en piano in ca. 1865. Deze versie kunt u beluisteren tijdens het concert van 20 juni 2022. De veel bekendere orgelversie is dus een bewerking daarvan. Franck droeg die op aan Camille-Saint-Saëns. In de Prélude begeleidt een wiegend ritme in pedaal en linker hand de lyrische melodie van de Hobo. Na de afsluiting vormt een korte koraalachtige passage de overgang naar de klassiek vormgegeven fuga waarin de polyfonie soepel het thema omspeelt. Een lange pedaalnoot vormt de overgang naar de Variation, waarin, tot aan enkele maten voor het slot, een letterlijke herhaling van de melodie van de Prélude wordt begeleid door een beweeglijke begeleiding in de linker hand.

De blinde Joséphine Boulay was orgelleerling van Louis Lebel aan het Institution des jeunes aveugles in Parijs voordat ze ging studeren bij César Franck aan het Parijse conservatorium waar zij in 1888 als eerste vrouw een Premier Prix voor orgel behaalde. Daarna zette ze haar studies voort, voor contrapunt en fuga bij Jules Massenet (Second Prix in 1895) en voor compositie bij Gabriel Fauré (Premier Prix in 1897). Reeds tijdens haar conservatoriumtijd werkte ze als docente piano, orgel, compositie en harmonie aan het Nationale Blindeninstituut in Parijs. Dat bleef ze doen tot aan haar relatief vroegtijdige overlijden in 1925. Ze liet een klein, maar fijnzinnig oeuvre na.

De Prélude maakt deel uit van Trois Pièces. Hoewel dit stuk door de driedelige maatsoort en de registratie hier en daar aan het gelijknamige werk van Franck herinnert, heeft het een geheel eigen coloriet, dat balanceert tussen oriëntalisme en modaliteit. De componiste droeg het werk op aan haar leermeester Jules Massenet.

César Franck droeg de Grande Pièce symphonique op aan de excentrieke pianovirtuoos Charles-Valentin Alkan (1813-1888) voor wie hij grote bewondering koesterde. Het bijna een half uur durende werk vangt op melancholieke wijze aan met een inleiding waarop een kort, dalend, gesyncopeerd motief volgt dat in dit deel nog een paar keer terugkeert en dit deel ook afsluit, zij het licht gewijzigd. Die laatste versie van dit ogenschijnlijk onbelangrijke tussenspel zal dienen als thema voor van het fugato in het laatste deel, maar dan wel met een gewijzigde ritme. Daarna volgt het heroïsche hoofdthema van het eerste deel, eerst als pedaalsolo en in de doorwerking ook in de handen. Zoals gezegd sluit dit deel af met het voor het laatste deel zo belangrijke motief. Het tweede deel combineert een langzame beweging (Andante) met een ‘scherzo’. De registratie van het Andante is opmerkelijk: een solo van de Cromorne met als begeleiding grondstemmen en tongwerken van het Récit met gesloten crescendokast. Daarna volgt het ‘scherzo’, een soort perpetuum mobile op de tongwerken van het Récit. Na het slot hiervan keert het Andante weer terug, maar nu heel etherisch op de zwevende strijkers van Positif en Récit met in het verloop een canon. Vervolgens passeren als lange overgang alle voorbije thema’s nog een keer de revue waarna het heroïsche hoofdthema van het eerste deel breed juichend en in majeur klinkt op een lopende bas in het pedaal. Daarna start als laatste deel een heroïsch fugato dat uitmondt in een feestelijke fanfare.

Gegevens concert

Aanvang: maandag 9 mei 2022, 20:15 uur
Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

dinsdag 3 februari 2026, 21:19 dinsdag 3 februari 2026, 21:19