Stichting Willibrordusorgel

Sietze de Vries


Geplaatst op: 5 maart 2025


Sietze de Vries

Sietze de Vries
Aanvang: 2025-07-26 16:00:00 u.
Einde: 2025-07-26 17:30:00 u.

Programma

Johann Sebastian Bach (1685-1750) Fantasia g-moll BWV 542
Johannes Brahms (1833-1897) Herzlich tut mich verlangen, opus 122 nr.10
Herzlich tut mich verlangen, opus 122 nr.9
Gabriel Fauré (1845-1924) Sicilienne (Pelléas et Mélisande op. 80)
César Franck (1822-1890) Fantaisie en La (Trois Pièces pour Grand Orgue, 1878)
Maurice Ravel (1875-1937) – Rigaudon (Le Tombeau de Couperin)
– Pavanne pour une infante défunte
Sietze de Vries Improvisatie

Organist

Sietze de Vries is organist van de Martinikerk te Groningen, hoofdvakdocent orgel en theoriedocent aan het Prins Claus Conservatorium aldaar en is internationaal actief als concertorganist. Speerpunt van zijn activiteiten vormt het improvisatie-ambacht in combinatie met oude orgels. Hiervoor ontwikkelde hij een heel eigen lesmethodiek, die gebaseerd is op de oude meesters. Deze methode is inmiddels ook online te volgen en heeft internationaal veel volgers.

Zelf studeerde Sietze de Vries o.a. bij Wim van Beek, Jan Jongepier en Jos van der Kooy. Hij won 15 prijzen bij orgelconcoursen, waaronder l’Europe & l’Orgue en het internationale improvisatieconcours Haarlem.

Als veelgevraagd speler, excursieleider, docent, jurylid en spreker, reist Sietze de Vries niet alleen door heel Europa, maar strekt zijn werkveld zich ook uit naar de USA, Canada, Rusland, Australië en Zuid-Afrika.

Sietze de Vries is de vaste begeleider van de Koorschool Noord Nederland en in die hoedanigheid werkt hij samen met zijn vrouw, dirigent Sonja de Vries. De Roden Girl Choristers hebben een klinkende reputatie als ambassadeurs van de Anglicaanse kerkmuziek, maar manifesteren tevens het belang om jong talent te ontwikkelen.

Naast genoemde activiteiten is Sietze de Vries actief als redacteur van het vakblad ‘Het Orgel’ en schrijft hij veel over improvisatie, orgelbouw en kerkmuziek.www.sietzedevries.nl

Toelichting op het programma

De Fantasia in g klein, BWV 542 van Johann Seb. Bach wordt meestal gekoppeld aan de fuga met het zelfde BWV-nummer, maar het is de vraag of Bach dat ook heeft gedaan. Er zijn immers alleen maar kopieën van deze twee werken overgeleverd, niet een handschrift van hemzelf. In slechts één handschrift zijn beide werken aan elkaar gekoppeld.

De uit vijf episodes bestaande Fantasia moet de toenmalige toehoorders zeer modern in de oren hebben geklonken met zijn vele chromatiek, gedurfde harmonisaties en voorhoudingen. We zouden het kunnen beschouwen als een (Nord-)Duitse versie van de Italiaanse Toccata di durezze e ligature en een laat voorbeeld van de stylus phantasticus. Juist door het afzonderlijk te spelen krijgt dit werk de aandacht die het verdient en die anders naar even geniale fuga gaat.

Johannes Brahms schreef de vijf jaar na zijn dood verschenen elf koraalvoorspelen op. 122 in 1896, het jaar dat zijn goede vriendin Clara Schumann overleed. Nr. 10 is donker gekleurd met de doorgaande beweging in het manuaal en de cantus firmus door de tenor in het pedaal. Nr. 9 behandelt de cantus firmus als een versierd koraal dat in de eerste zin en de herhaling daarvan door kruidige harmonieën wordt begeleid. De ontspanning komt in de daaropvolgende regel, maar aan het slot krijgt de frygische melodie een aeolische kleur.

Gabriel Fauré, opgeleid aan de Ecole de musique religieuse (Ecole Niedermeyer) was lange tijd kerkorganist en koordirigent om in zijn levensonderhoud te voorzien, onder meer achtereenvolgens aan de Saint-Sulpice, waar hij het koororgel bespeelde, en aan de Madeleine in Parijs waar hij na 1874 als plaatsvervanger.optrad van zijn oud-leraar Camille Saint-Saëns. Zijn kracht was de improvisatie waarvoor hij door zowel Widor als Saint-Saëns werd bewonderd. De enige orgelmuziek die van hem bekend is, zijn de begeleidingen van zijn religieuze koorwerken. De reden waarom hij geen orgelwerken is onbekend.

César Franck verzorgde zelf de eerste uitvoering van de Trois Pièces tijdens het concert dat hij op 1 oktober 1878 gaf op het nieuwe Cavaillé-Coll orgel in het Trocadéro. Daarbij droeg deze fantasie in het manuscript van de componist de titel Fantaisie-Idylle. Het werk kent vier thema’s. Daarvan klinkt het eerste unisono tijdens de eerste acht maten van het stuk. Na een korte overgang volgt het tweede thema dat van het eerste is afgeleid. Het wordt begeleid door repeterende akkoorden die in veel besprekingen van dit werk als ‘pianistisch’ worden aangeduid, terwijl het een zetting is die het heel goed doet op de tongwerken van het Récit. Dit thema gaat plotseling over in een lyrisch, syncoperend derde thema dat wordt begeleid door gebroken akkoorden. Een kort ‘choral’ op de Vox humana vormt een afsluitend vierde thema. Daarna volgt een lange doorwerking over de eerste drie thema’s die geheel aan het slot wederom uitmondt in het koraalthema. Wat betreft de vorm voert die dit werk al een heel eind in de richting van het Deuxième Choral.

Net als Fauré schreef Maurice Ravel niets voor orgel, maar reeds tijdens zijn leven verschenen in 1927 zes bewerkingen van verschillende van zijn composities. Met name het orkestrale Franse orgeltype leent zich goed voor de kleurrijke muziek van Ravel, en na enkele decennia in de ban gedaan te zijn, zijn bewerkingen weer in trek bij organisten en hun publiek.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina



Sponsoren 2025

Sponsoren 2024