Willibrordusorgel slider 1920 400
Willibrordusorgel slider 1920 400

Ton van Eck

Aanvang:
Einde:

Serie:

zaterdag 23 mei 2026, 16:00 u.
zaterdag 23 mei 2026, 17:00 u.

53ste serie concerten - 2026

Programma

Van Pinksteren tot Sacramentsdag

Nicolas de Grigny (1672-1703) Veni Creator
– En taille (Plein jeu)
– Fugue à 5
– Duo
– Récit de Cromorne
– Dialogue sur les Grands Jeux
Maurice Duruflé (1902-1986)Prélude, adagio et choral varié sur le thème du Veni Creator
Johann Sebastian Bach (1685-1750)Komm Heiliger Geist, Herre Gott, BWV 652
Marie-Joseph Erb (1858-1944)– Veni Creator Spiritus
– Verbum Supernum (O salutaris hostia)
– Pange Lingua

Organist

Lees uitgebreidere informatie over Ton van Eck op deze website of op de website van het College van Orgel-adviseurs Nederland.

Toelichting op het programma

Het Christendom viert met Pinksteren (50 dagen na Pasen) de nederdaling van de Heilige Geest over de apostelen.

Vanaf de zeventiende eeuw vormden de gregoriaanse gezangen van het feest, en vooral de hymne Veni Creator Spiritus (Kom Schepper Geest) een belangrijke inspiratiebron voor de orgelmuziek. De strofen van deze hymne werden afwisselend door het koor gezongen en als verset op het orgel gespeeld.

De jong gestorven Nicolas de Grigny was organist van de Kathedraal in Reims. Hij liet een Livre d’orgue na met een Mis en verschillende hymnes waaronder ook het Veni Creator

  • Het eerste verset laat de melodie in lange noten horen op de Trompet (een sterk tongwerkregister) van het pedaal, begeleid door een helder, vierstemmig Plein Jeu (= volle werk). In die tijd gold: hoe plechtiger en belangrijker het feest hoe langzamer de melodieën moesten klinken
  • Het tweede verset is een fuga waarbij de twee bovenstemmen (sopraan en alt) op het Cornetregister klinken, de tenor en bariton op de Kromhoorn (een zachter tongwerkregister) en de bas op de fluit van het Pedaal
  • Het derde verset is een opgewekt duo op twee tertsregisters waarin de melodie van het Veni Creator niet meer is te herkennen.
  • Het vierde verset is een tedere solo in de discant voor de Kromhoorn (Cromorne)
  • Het vijfde verset is een feestelijk Grand Jeu (groot werk, bestaande uit Trompetten, Kromhoorn en Cornetten)

Maurice Duruflé liet een oeuvre na van slechts 11 opusnummers, maar dit zijn stuk voor stuk meesterwerken. Zijn drieluik: Prélude, Adagio et Choral Varié op. 4 schreef hij in 1930, dus toen hij 28 jaar oud was, voor de compositiewedstrijd uitgeschreven door Les Amis de l’orgue, en won daarmee dat jaar de eerste prijs. Hij droeg het werk op aan zijn leraar Louis Vierne.

De prélude vormt een lange inleiding tot de overige delen en heeft een impressionistisch getint karakter. Hij bestaat uit een doorgaande beweging van sierlijke arabesken die flarden van de melodie van het Veni Creator omspelen. Aan het slot vormt een recitatief de inleiding tot het Adagio dat de melodie van de hymne meerdere keren ten gehore brengt met steeds een andere begeleiding. Aan het slot van het Adagio volgt een crescendo tot aan het volle orgel dat, samen met een accelerando, naar een hoogtepunt voert, waarna een steeds zachter wordende cadens het stuk in rustiger vaarwater brengt en de overgang vormt naar het thema, op het plein jeu (vol spel), maar, in tegenstelling tot bij De Grigny, nu met de melodie in de sopraan.  Daarna volgen vier variaties:

  1. Het thema in de bas op de Fagot-Hobo, begeleid door fragmenten van het thema in de sopraan (op de Fluit Harmoniek), begeleid door triolen in de lnkerhand
  2. Het thema als een scherzando in de sopraan, begeleid door triolen in de rechterhand en duolen in de linkerhand. Met name de registratie met een overblazende 2-voets fluit (Flageolet) geeft een speciaal karakter.
  3. De zwevende Voix Céleste (Hemelse stem) in de handen, begeleid de melodie in de sopraan, maar gespeeld met een viervoets of tweevoets fluit op het Pedaal.
  4. Tot slot een feestelijke toccata, evenals de Prélude in een driedelig ritme, met het thema in brede lijnen in het Pedaal met als apothéose in grote akkoorden de laatste regel van de strofe: quae tu creasti pectora (de harten die Gij hebt geschapen. Daarna volgt als coda nog enkele maten een imitatie van gebeier van klokken.

Het Koraalvoorspel over “Komm Heiliger Geist Herre Gott” van Johann Seb. Bach maakt deel uit van het handschrift met 18 koralen die de Thomascantor in Leipzig componeerde. Het is een vierstemmige zetting waarin de negen regels steeds fugatisch worden ingezet met steeds als laatste de sopraan die de melodie, als uitkomende stem, versierd ten gehore brengt. Aan het slot, waar in de tekst “Alleluia” staat, verdubbelt zich het ritme als een lofprijzing. De grote lengte en het rustige karakter van dit koraalvoorspel symboliseert mogelijk het gestage eeuwige doorwerken van de Heilige Geest.

De Elzasser componist en organist Marie-Joseph Erb studeerde in Parijs aan de École Niedermeyer bij Saint-Saëns, Gigout en Fauré, en studeerde tevens bij Widor aan wie hij deze vandaag uitgevoerde derde orgelsonate orgelsonate opdroeg. Het werk is zonder opusnummer. In 1910 werd Erb benoemd tot leraar orgel en compositie aan het conservatorium van Straatsburg. Later werd hij ook docent piano voor de hogere graad. Erb liet een groot compositorisch oeuvre na, zo’n 200 werken waarvan een kleine honderd met opusnummer.

De Sonate “Veni Creator” is driedelig. Opmerkelijk is dat het stuk geen maatstrepen heeft. Wat betreft het gregoriaans heeft Erb zich duidelijk laten beïnvloeden door de soepele uitvoeringswijze van de monniken van Solesmes. Het eerste deel is gebaseerd op de hymne Veni Creator van Pinksteren en het derde deel op het Pange lingua, gloriosi Corporis mysterium (Bezing, tong, het mysterie van het glorieuze Lichaam), hoort bij het feest van Sacramentsdag. Beide delen vertonen qua opbouw een grote mate van overeenkomst. Het thema klinkt eerst in achtste noten in de sopraan, daarna volgt het in kwartnoten in de tenor (zonder bas) en na een overgangsdeel tenslotte in halve noten in de bas (pedaal).  Daarbij laat hij in beide delen in de sopraan flarden van het thema als imitatie voor de doorgaande melodie van de hymne in de bas horen.

Het middendeel, over de hymne Verbum Supernum prodiens (Het Woord afdalend van boven), die eveneens behoort bij Sacramentsdag, is mystieker en bijna dromerig van aard met zijn steeds doorgaande rustige begeleidende beweging in triolen.

Qua harmonieën is Erb, met name in de hoekdelen van deze Sonate, vooruitstrevend. Als componist begon hij als romanticus, met veel chromatiek, maar in dit werk wankelt hij tussen chromatiek en modaliteit, met daarbij de nodige dissonanten die niet op klassieke wijze oplossen. Daarmee wijst hij al enigszins in de richting van Messiaen en andere componisten van diens generatie.

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St.-Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. De hoofdingang bevindt zich tussen de torens aan het Bisschop Bottemanneplein.
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage. Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2026

Sponsoren 2024
image_pdfimage_print