Willibrordusorgel slider 1920 400
Speeltafel Willibrordusorgel
Compliatie koperen pijpen Willibrordusorgel
Pijpwerk Willibrordusorgel
Bavokoor met Ton van Eck
Willibrordusorgel slider 1920 400
Speeltafel Willibrordusorgel
Compliatie koperen pijpen Willibrordusorgel
Pijpwerk Willibrordusorgel
Bavokoor met Ton van Eck

Shin-Young Lee

Aanvang:
Einde:

Serie:

zaterdag 27 juli 2024, 16:00 u.
zaterdag 27 juli 2024, 17:30 u.

51ste serie concerten 2024 i.s.m. Internationaal Orgelfestival Haarlem

Dit concert wordt georganiseerd in samenwerking met het Internationale Orgel Festival Haarlem.

Programma

Julius Reubke (1834 – 1858)Sonate sur le psaume 94
Camille Saint-Saëns (1835 – 1921)Extrait de « Samson et Dalila » : « Mon cœur s’ouvre à ta voix » (Transcription : Shin-Young Lee)
Charles-Marie Widor (1844 – 1937)5ème Symphonie
· Allegro vivace
· Allegro cantabile
· Andantino quasi allegretto
· Adagio
· Toccata

Organist

Tijdens haar concerten verleidt Shin-Young LEE het publiek altijd door haar sterke spirituele en muzikale betrokkenheid en door de originaliteit van haar programma’s die zowel het orgelrepertoire als transcripties combineren.

Ze heeft op vijf continenten opgetreden in vele concertzalen (Philharmonie de Paris, Berliner Philharmonie, Madrid Auditorio Nacional, Auditorium de Radio France, Los Angeles Walt Disney Hall, Moscow Zaryadye, Maison symphonique de Montréal, Stavanger Concert Hall, Auditorium de Lyon, Dortmund Concert Hall, Seoul Sejong Art Concert Hall, Dallas Meyerson Symphony Center, Gulanyu Organ Museum of China), en in prestigieuze plaatsen zoals Notre Dame de Paris, Oratoire Saint Joseph de Montréal, Kathedraal van Genève, Universiteit van Pretoria…

Ze trad op in vele festivals: Lahti Organ Festival, Festival Musica, Bødø Festival, Festival International de Chartres, Festival of Sacred Arts (Reykjavik), Festival Bach de Montréal, Haarlem Festival, Festival ” Toulouse les orgues “.
Ze wordt ook vaak uitgenodigd om met orkest op te treden. Binnenkort speelt ze het Poulenc Concerto, Barber Toccata Festiva, Robin Mechanic Fantasy en het Emma-Lou Diemer Concerto.

Ze wordt vaak gevraagd om zitting te nemen in de jury van internationale concoursen, en om masterclasses te geven die ze met plezier aanvaardt, om zo kunst en passie door te geven aan toekomstige generaties.

In opdracht of op eigen initiatief werkt ze intensief aan transcripties van muziek van componisten als Bach, Saint-Saëns, Borodin, Ravel, Prokofiev… Een van haar laatste werken, “Le Carnaval des Animaux” van Camille Saint-Saëns, werd uitgegeven door de legendarische uitgever Schott, en was het onderwerp van een video (beschikbaar op YouTube) opgenomen op het orgel van Radio France.

Ze heeft haar sporen verdiend met opnames: “Transprovisations”, op het orgel van de Michaelskirche in München en Stravinsky (de Lentewijding, vierhandig met Olivier Latry).

Shin-Young LEE woont in Parijs en is geboren in Zuid-Korea, in een familie van musici. Ze begon op vierjarige leeftijd piano te spelen en orgel bij Dong-Lim Min. Daarna verbeterde ze haar orgelstudie bij Tong-Soon Kwak, Jean-Paul Imbert, Michel Bouvard, Olivier Latry en Jean Guillou.

Toelichting op het programma

Julius Reubke componeerde de sonate tijdens zijn piano- en compositiestudie bij Franz Liszt in Weimar, tegelijkertijd met zijn tweede grote werk, de Pianosonate in Bes klein. Hij voltooide de compositie van de orgelsonate in april 1857 en droeg het op aan professor Carl Riedel. Hij speelde de première op het Ladegast-orgel in de kathedraal van Merseburg op 17 juni 1857. De negen geïnterpreteerde verzen van de 94e Psalm gaan vooraf aan de muzikale tekst. De sombere klaagzang inspireert het karakter van het werk. Het is geïnspireerd op Liszts orgelfantasie over Ad nos, ad salutarem undam en zijn pianosonate in B mineur. Net als bij Liszt vloeien de drie delen in elkaar over zonder pauzes of cesuren. Het werk is zeer geïndividualiseerd en vereist een geavanceerde pedaaltechniek en een bewust gebruik van het orgel.

Reubke’s orgelsonate is zowel een symfonisch gedicht als programmamuziek. Het heeft een monothematische structuur: Het openingsthema van het stuk vormt de basis voor al het overige thematische materiaal. Het inleidende langzame deel wordt gevolgd door de ontwikkeling in een “vurig” Allegro con fuoco. In het langzame tweede deel worden verdriet en troost muzikaal ingekleurd. Het afsluitende derde deel is een gepassioneerde fuga waarin Gods oordeel en overwinning op het kwaad in klank worden uitgebeeld.

Grave-LarghettoVers 1 Herr Gott, dess die Rache ist, erscheine.
Vers 2 Erhebe Dich, Du Richter der Welt; vergilt den Hoffärtigen, was sie verdienen.
Allegro con fuocoVers 3 Herr, wie lange sollen die Gottlosen prahlen?
Vers 6 Wittwen und Fremdlinge erwürgen sie und tödten die Waisen
Vers 7 und sagen: der Herr sieht es nicht und der Gott Jacobs achtet es nicht.
AdagioVers 17 Wo der Herr mir nicht hülfe, so läge meine Seele schier in der Stille.
Vers 19 Ich hatte viel Bekümmernisse in meinem Herzen, aber deine Tröstungen ergötzen meine Seele.
AllegroVers 22 Aber der Herr ist mein Hort und meine Zuversicht.
Vers 23 Er wird ihnen ihr Unrecht vergelten und sie um ihre Bosheit vertilgen.

Als rustpunt tussen de twee grote pijlers van dit programma klinkt Shin-Young Lee’s bewerking van deze lyrische aria (met klarinetsolo) uit Camille Saint-Saëns’ bekendste opera.

Charles-Marie Widors verreweg meest geliefde compositie is de vijfde orgelsymfonie. Ze dankt deze populariteit in de eerste plaats aan de haar afsluitende toccata, naast Bachs toccata en fuga in d het bekendst geworden stuk uit de orgelliteratuur.

Ook het openingsdeel spreekt vele mensen sterk aan. Dit is een gesloten variatievorm, d.w.z. een variatievorm waarbij de variaties in elkaar overgaan. Het 48 maten lange thema draagt een energiek karakter en valt harmonisch op door zijn ongedwongen klinkende uitwijkingen van f-klein naar As-groot, C-groot, g-klein en Des-groot. In de eerste variatie horen alleen de eerste 32 maten van het thema; de grondnotenwaarde van de kwartnoot is vervangen door die van de achtste noot. Variatie 2 omvat 40 maten, zet de achtsten beweging voort en verplaatst de melodie ten dele naar de bas. Het procedé van inkorting der grondnotenwaarde leidt in variatie 3 tot een perpetuum mobile in zestienden, dat een geraffineerd toucher verlangt; in harmonisch opzicht is de band met het thema nu wat losser geworden. Var. 4 brengt verandering van toongeslacht, van tempo en van karakter; de binding aan het thema is nog ternauwernood aanwezig, zodat de indruk van een intermezzo-achtig alternatief gewekt wordt. De zeer lange var. 5 met haar verre modulaties van f-klein naar d-klein, b-klein, es-klein, bes-klein, as-klein e.a. en met haar dialectische ontwikkeling van het thema representeert duidelijk het van klassieke eerste symfoniedelen welbekende doorwerkingselement. Variatie 6 houdt zich weer hecht aan het thema en sluit het geheel met imposant klinkende akkoorden af.

Deel 2 in f-klein is een serenade. Na een inleidende fluitsolo komt een charmante hobomelodie met pizzicato-begeleiding. Deze hobomelodie, hier en daar afgewisseld met fluitfrasen, heeft een fraaie boogvorm met in het midden naar As-groot, A-groot en a-klein uitwijkende zinnen. Een in Des-groot beginnend alternatief laat tegen een romantisch voix céleste-fond hoge en lage fluitguirlandes horen, welke, wat betreft het motief, met de hobomelodie verbonden blijven. Een verkorte reprise in de hoofdtoonsoort rondt het pretentieloze tafereeltje af.

Het menuet – resp. scherzo-onderdeel binnen de traditionele grootvorm van de symfonie is present in deel 3, een andante quasi allegretto in As-groot. Charmeert deel 2 echter vooral door zijn melodiek, deel 3 leeft meer van een aantrekkelijke ritmiek, hoewel er ook van de in de loop van het stuk op het Grand Orgue inzettende melodie wel terdege een bepaalde bekoorlijkheid uitgaat. Als opmaat tot de toccata-finale grijpt Widor weer naar zijn geliefd langzaam intermezzo. Ditmaal fungeert als zodanig een kort adagio in C-groot, dat met een canon begint. De weke céleste-registratie is bedoeld als contrast tot de machtige klankexpansie van de toccata.

Deze toccata is de meest effectvolle bladzijde uit de Franse orgelliteratuur. Pakkende ritmiek, prikkelend staccato en elementaire melodiek zijn het die het hier doen. Van de hoge manuaalklank gaat een zeldzaam suggestieve werking uit en het in al zijn eenvoud toch grandioze slot blijft iets unieks.   (naar Harry Mayer)

Gegevens concert

Locatie: Kathedrale Basiliek St. Bavo, Haarlem, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem. Ingang aan het Bisschop Bottemanneplein
Toegang: gratis, vrijwillige bijdrage (aan de kassa of door scannen van onderstaande QR-code vanuit uw bank-app). Kosten € 10-15,– per persoon. Donaties: zie donateurspagina

Sponsoren 2024

Sponsoren 2024
image_pdfimage_print